vRealize Automation ondersteunt implementaties met ofwel één tenant of met meerdere tenants. De configuratie kan variëren afhankelijk van hoeveel tenants uw implementatie bevat.

Systeembrede configuratie wordt altijd voor de standaardtenant uitgevoerd en kan op één of meer tenants van toepassing zijn. Met systeembrede configuratie kunnen bijvoorbeeld standaardinstellingen voor merkvermelding en meldingsproviders worden opgegeven.

De configuratie van infrastructuur, inclusief de infrastructuurbronnen die voor de inrichting beschikbaar zijn, kan in elke willekeurige tenant worden geconfigureerd en deze wordt met alle tenants gedeeld. De infrastructuurbronnen, zoals een cloud of virtuele computerbronnen of fysieke machines, kunnen worden verdeeld in materiaalgroepen die door materiaalbeheerders worden beheerd. De bronnen in elke materiaalgroep kunnen aan bedrijfsgroepen in elke tenant worden toegewezen met behulp van reserveringen.

Implementatie van één tenant

In de implementatie van één tenant worden alle configuraties uitgevoerd in de standaardtenant. Tenantbeheerders kunnen gebruikers en groepen beheren en specifieke merkvermelding, meldingen, bedrijfsbeleid en catalogusaanbiedingen voor de tenant configureren.

Alle gebruikers melden zich via dezelfde URL aan op het vRealize Automation, maar de beschikbare kenmerken zijn afhankelijk van hun rol.

Figuur 1. Voorbeeld van één tenant
diagram met implementatie van één tenant

Opmerking:

Wanneer er sprake is van één tenant, worden de rollen van systeembeheerder en tenantbeheerder doorgaans aan dezelfde persoon toegewezen, maar twee aparte accounts zijn ook mogelijk. Het account van de systeembeheerder is altijd administrator@vsphere.local. De tenantbeheerder moet een gebruiker zijn in een identiteitsarchief voor tenants, zoals gebruikersnaam@mycompany.com.

Implementatie meerdere tenants

In een omgeving met meerdere tenants maakt de systeembeheerder tenants voor elke organisatie die dezelfde vRealize Automation-instantie gebruiken. Tenantgebruikers melden zich aan op de vRealize Automation-console via een specifieke URL voor hun tenant. Configuratie op tenantniveau is gescheiden van andere tenants en van de standaardtenant. Gebruikers met systeembrede rollen kunnen de configuratie voor meerdere tenants bekijken en beheren.

Er zijn twee hoofdscenario's voor de configuratie van een implementatie van meerdere tenants.

Tabel 1. Voorbeelden van implementatie van meerdere tenants

Voorbeeld

Beschrijving

Configuratie van infrastructuur alleen in de standaardtenants beheren

In dit voorbeeld wordt de gehele infrastructuur centraal beheerd door IaaS- en materiaalbeheerders in de standaardtenant. De gedeelde infrastructuurbronnen worden met behulp van reserveringen aan de gebruikers in elke tenant toegewezen.

Configuratie van infrastructuur per tenant beheren

In dit scenario beheert elke tenant zijn eigen infrastructuur en heeft elke tenant zijn eigen IaaS- en materiaalbeheerders. Elke tenant kan zijn eigen infrastructuurbronnen verschaffen of een algemene infrastructuur delen. Materiaalbeheerders beheren alleen de reserveringen voor de gebruikers in hun eigen tenant.

In het volgende diagram ziet u de implementatie van meerdere tenants met een centraal beheerde infrastructuur. De IaaS-beheerder in de standaardtenant configureert alle infrastructuurbronnen die voor alle tenants beschikbaar zijn. De IaaS-beheerder kan de infrastructuur aan de hand van type en beoogde doel in materiaalgroepen verdelen. Een materiaalgroep kan bijvoorbeeld alle virtuele bronnen of alle Tier One-bronnen bevatten. De materiaalbeheerder van elke groep kan bronnen uit zijn materiaalgroepen toewijzen. Hoewel de materiaalbeheerders alleen in de standaardtenant bestaan, kunnen ze aan bedrijfsgroepen in alle tenants bronnen toewijzen.

Opmerking:

Sommige infrastructuurtaken, zoals het importeren van virtual machines, kunnen alleen door een gebruiker die zowel materiaal- als bedrijfsgroepbeheerder is worden uitgevoerd. Deze taken zijn mogelijk niet beschikbaar in een implementatie met meerdere tenants en een centraal beheerde infrastructuur.

Figuur 2. Voorbeeld met meerdere tenants, alleen configuratie van infrastructuur in standaardtenant
diagram met implementatie van meerdere tenants en centraal beheerde infrastructuur

In het volgende diagram ziet u de implementatie van meerdere tenants waarbij elke tenant zijn eigen infrastructuur beheert. De systeembeheerder is de enige gebruiker die zich op de standaardtenant aanmeldt voor het beheer van systeembrede configuratie en het maken van tenants.

Elke tenant heeft een IaaS-beheerder die materiaalgroepen kan maken en materiaalbeheerders aan de respectieve tenants kan koppelen. Hoewel materiaalbeheerders reserveringen voor bedrijfsgroepen in elke tenant kunnen maken, zullen ze in dit voorbeeld vooral reserveringen in hun eigen tenants maken en beheren. Als hetzelfde identiteitsarchief in meerdere tenants wordt gemaakt, kunnen dezelfde gebruikers als IaaS- of materiaalbeheerder in elke tenant worden aangewezen.

Figuur 3. Voorbeeld met meerdere tenants, met configuratie van infrastructuur in elke tenant
diagram met implementatie van meerdere tenants, met configuratie van infrastructuur in elke tenant