U kunt machinevoorvoegsels gebruiken om de namen van ingerichte machines te genereren. Machinevoorvoegsels worden door alle tenants gedeeld.

Elke bedrijfsgroep heeft een standaardmachinevoorvoegsel. Elke blueprint moet van een machinevoorvoegsel zijn voorzien of het standaardvoorvoegsel van de groep gebruiken.

Materiaalbeheerders zijn verantwoordelijk voor het beheer van machinevoorvoegsels. Een voorvoegsel is een basisnaam gevolgd door een teller met een specifiek aantal cijfers. Een voorvoegsel als g1dw voor groep1 en het werkstation voor ontwikkelaars, met een teller van drie cijfers, leidt bijvoorbeeld tot machines met namen als g1dw001, g1dw002, enzovoort. Met een voorvoegsel kan ook een getal (behalve 1) worden opgegeven om de teller te starten.

Wanneer tenantbeheerders een bedrijfsgroep maken, moeten ze een van de bestaande machinevoorvoegsels als de standaardinstelling daarvan toewijzen. Door deze toewijzing worden bedrijfsgroepbeheerders niet beperkt in hun keuze voor eventuele andere voorvoegsels als ze blueprints maken. Een tenantbeheerder kan het standaardvoorvoegsel van een bedrijfsgroep op elk gewenst moment wijzigen. Het nieuwe standaardvoorvoegsel wordt in de toekomst gebruikt, maar heeft geen effect op eerder ingerichte machines.