Als u een geavanceerde inrichtingsservice wilt maken met de optie om de ingerichte items te openen en te beheren, moet u een aangepaste bron maken. Met een aangepaste bron definieert u de items die moeten worden ingericht, evenals de bewerkingen die gebruikers na de inrichting kunnen uitvoeren.

U kunt een aangepaste bron maken om een nieuw type ingerichte items te definiëren en dit toe te wijzen aan een bestaand vRealize Orchestrator-objecttype. vRealize Orchestrator-objecttypes zijn de objecten die via de API's van de vRealize Orchestrator-invoegtoepassingen worden vrijgegeven. De aangepaste bron is het uitvoertype van een blueprint-inrichtingswerkstroom en kan ook het invoertype van een bronactiewerkstroom zijn.

Als u bijvoorbeeld een vCenter Server-instantie uitvoert en ook de vCenter Server-invoegtoepassing hebt geconfigureerd voor vRealize Orchestrator, worden alle objecttypen van de vCenter Server-API vrijgegeven in vRealize Orchestrator. De vCenter Server-invoegtoepassing geeft de vSphere-inventarisobjecten in de vRealize Orchestrator-inventaris vrij. Tot de vSphere-inventarisobjecten behoren datacentra, mappen, ESXi-hosts, virtuele machines en apparaten, pools met bronnen, enzovoort. U kunt bewerkingen uitvoeren op deze objecten. U kunt bijvoorbeeld virtuele machines maken, klonen of vernietigen.

Voor meer informatie over de vRealize Orchestrator-objecttypen die via de vCenter Server-API worden vrijgegeven, raadpleegt u vCenter Server 5.5 Plug-In API Reference for vCenter Orchestrator.