Versie-informatie voor VMware vRealize Automation 6.2

|

vRealize Automation 6.2 | 9 december 2014 | Build 2330392

VMware Identity Appliance 6.2 | 9 december 2014 | Build 2300183

vRealize Automation Application Services 6.2 | 9 december 2014 | Build 2299597

Bijgewerkt op: 20 augustus 2015

Controleer op aanvullingen en updates voor deze versie-informatie.

Inhoud van de versie-informatie

In deze versie-informatie komen de volgende onderwerpen aan bod:

Nieuw

    Uitbreiding van ondersteuningsmogelijkheden

    • Verbeterde logboekregistratie en gebeurtenistracering voor controledoeleinden.
    • Gecentraliseerde logboekverzameling van alle clusterlogboeken bijgevoegd, inclusief IaaS.
    • Ondersteuning voor telemetrie toegevoegd.
    • Certificaatvalidatie en vereenvoudiging in de vRealize Automation-beheerconsole toegevoegd.

    Integratie met vRealize Operations Manager

    • Bevat aanbeveling voor terugwinning op basis van gegevens uit vRealize Operations Manager.
    • Health Badge wordt weergegeven vanuit vRealize Operations Manager.

    Verbeteringen in API's en nieuwe opdrachtregelinterface

    • Ondersteuning voor het beheer van reserveringen is toegevoegd aan de vRealize Automation REST API. Met de API kunt u nu reserveringen maken, bijwerken of verwijderen en informatie over reserveringen zoals het gebruik van computerbronnen weergeven. De volgende typen reserveringen worden ondersteund: vSphere, vCloud Director, Amazon, KVM (RHEV), SCVMM, Hyper-V en XenServer. Inschakelen van FlexClone in vSphere-reserveringen wordt niet ondersteund vanuit de API in deze release.
    • De vRealize Automation Programming Guide is bijgewerkt met meer nadruk op het uitvoeren van standaardtaken en -scenario's met behulp van de vRealize Automation REST API en bevat nu ook een overzicht van de API-services en informatie over het gebruik van de documentatie voor de API.

    Uitbreiding van de ondersteuning voor endpoints

    • vRealize Automation kan verbinding maken met vCloud Air via een abonnementsservice en service op aanvraag of vCloud Director via een proxy (configureerbaar in vCloud Endpoint).
    • Ondersteunt Xen Desktop 7.0.
    • Ondersteunt OpenStack Havana.

    Uitbreiding van Advanced Service Designer

    • Ondersteuning voor het importeren en exporteren van inhoud uit Advanced Service Designer.
    • Ondersteuning voor complexe en interactieve formulieren voor bronacties.
    • Besturingselementen in formulieren worden ingevuld met gegevens uit externe systemen.

    Uitbreiding van Application Services

    • Mogelijkheid om aangepaste eigenschappen te bewerken voor gepubliceerde toepassingen in de servicecatalogus.

    Uitbreiding van vRealize Orchestrator

    • Switch case
      De switch case-activiteit handelt de complexe voorwaardelijke bewerkingen en de vertakkingsbewerkingen in de geautomatiseerde werkstromen af. Samen met de beslissingselementen bepaalt de switch case-activiteit hoe de werkstroom verloopt, door ontwikkelaars van werkstromen in staat te stellen verschillende soorten code op te geven die onder bepaalde voorwaarden worden uitgevoerd. In de switch-instructie wordt getest of een variabele overeenkomt met één waarde uit een lijst met waarden. Wanneer een case-instructie een waarde vindt die overeenkomt met de waarde van de variabele, wordt de betreffende vertakking van de werkstroom gebruikt.

    • Algemene foutafhandeling
      In aanvulling op de traditionele op activiteiten gebaseerde foutafhandeling introduceert vRealize Orchestrator 6.0 een algemeen foutafhandelingsmechanisme, waarmee ontwikkelaars van werkstromen een standaardpad voor fouten kunnen kiezen dat beschikbaar is op een algemeen werkstroomniveau. Het activiteitendiagram voor de standaardfoutafhandeling biedt ook ruimte voor een aangepaste definitie van terugdraaiacties wanneer een werkstroom mislukt.

    Overige uitgebreide functies

    • Agenda met gebeurtenissen weergeven op de pagina Home.
    • Datum en tijd plannen voor de nieuwe configuratie.
    • Lease wijzigen. U kunt de vervaldatum instellen op Oneindig of Nooit.
    • Ondersteunt configureerbare e-mailsjablonen.
    • Ondersteunt bewerking van machine-eigenschappen tijdens het goedkeuringsproces.
    • Ondersteunt het filteren van catalogusitems per bedrijfsgroep.
    • Prestatieverbeteringen.

    Wijzigingen in merkvermelding

    • vCloud Automation Center heet nu vRealize Automation. Alleen de gebruikersinterface en de servicenamen zijn gewijzigd. Directory's en programma's met vcac in hun naam zijn niet gewijzigd.
    • Merkvermelding is nu aangepast aan de VMware-standaard voor kleuren, tabbladen en kleurovergangen. U kunt uw productlogo in een koptekst nog altijd instellen. Deze is nu 50 pixels hoog en de kleur gaat van uw opgegeven kleur over in een kleur die 40% donkerder is in de HSV-ruimte. Uw opgegeven tekstkleur wordt nu op de hele pagina gebruikt, bijvoorbeeld voor secundaire tabbladen, tekst onder aan de pagina en de goal navigator. Bij extreem heldere thema's, bijvoorbeeld thema's die bijna helemaal wit zijn, is de achtergrond van de tab gewijzigd in #DDD om het verschil met de actieve tab duidelijk te maken. In de overige gevallen wordt de door u gekozen kleur gebruikt. U kunt de onderste kleur niet wijzigen.

    Systeemvereisten en installatie

    Zie de Ondersteuningsmatrix voor vRealize Automation voor informatie over de ondersteunde hostbesturingssystemen, databases en webservers.

    Zie vRealize Automation Installation and Configuration in het VMware vRealize Automation 6.2 Documentation Center voor aanvullende vereisten en installatie-instructies.

    Documentatie

    De documentatie voor vRealize Automation is bijgewerkt en ondersteunt nu alle nieuwe functies en functionaliteit die in versie 6.2 zijn geïntroduceerd. Zo ervaart u bijvoorbeeld belangrijke verbeteringen in het installatieproces om vRealize Automation te implementeren in een gedistribueerde configuratie. Zie Distributed Deployment Checklist in het VMware vRealize Automation 6.2 Documentation Center.

    Ga naar VMware vRealize Automation 6.2 Documentation voor alle documentatie over vRealize Automation 6.2.

    Verholpen problemen

    Er zijn problemen verholpen in de volgende categorieën:

    Advanced Service Designer

    • Bronacties voor Hyper-V, SCVMM en XenServer virtual machines kunnen mislukken indien gebaseerd op werkstromen voor brontoewijzing die een query uitvoeren voor de eigenschap EXTERNAL_REFERENCE_ID
      Als u een brontoewijzing maakt voor een Hyper-V, SCVMM of XenServer virtual machine op basis van een werkstroom voor brontoewijzing die een query uitvoert voor de eigenschap EXTERNAL_REFERENCE_ID, en de werkstroom wordt uitgevoerd door een bronactie, mislukt de werkstroom omdat de eigenschap EXTERNAL_REFERENCE_ID niet is ingesteld in het object Eigenschappen dat is doorgegeven aan de werkstroom.

      Dit probleem is opgelost.

    • Kan vSphere of vCloud Director virtual machines niet op basis van de unieke id vinden met de vRealize Orchestrator-invoegtoepassing voor vRealize Automation 6.2, of direct in vSphere API
      De helperwerkstroom Workflow Runner kan mogelijk het inventarisobject VC:VirtualMachine niet vinden. Als gevolg hiervan kunnen aangepaste werkstromen die door de werkstroom Workflow Runner worden geactiveerd met de volgende fout mislukken: TypeError: Kan de eigenschap "datastore" niet lezen vanaf null. De entiteitseigenschap van de virtual machine VMUniqueID is gewijzigd van BiosUUID in InstanceUUID.

      Dit probleem is opgelost.

    • Kan velden op het indieningsformulier niet vernieuwen wanneer bepaalde catalogusitems worden aangevraagd die gedetecteerde cyclische afhankelijkheden hebben en zijn gepubliceerd met de Advanced Service Designer
      Wanneer alle invoerparameters van een vRealize Orchestrator-werkstroom OGNL-afhankelijkheden of -validaties hebben, en u gebruikt de werkstroom om een serviceblueprint te maken en te publiceren, vernieuwt de formulierontwerper de velden van het indieningsformulier niet wanneer consumenten het catalogusitem aanvragen vanwege gedetecteerde cyclische afhankelijkheden. Een voorbeeld voor een cyclische afhankelijkheid is wanneer u twee invoerparameters hebt en de waarde van elk veld afhangt van de waarde van het andere veld.

      Dit probleem is opgelost.

    Configuratie en inrichting

    • Time-out bij registratie van XenDesktop-machine indien niet voltooid binnen 2,5 minuut
      De waarde voor $regTries in het script XenDesktopFunctions moet worden verhoogd.

      Dit probleem is opgelost.

    • Goedkeuringen die actief zijn vóór de upgrade naar vRealize Automation 6.2 worden niet weergegeven na de upgrade
      Wanneer u naar Postvak IN > Goedkeuringen navigeert, is de standaardfilter ingesteld op Actief, maar wordt geen van de actieve goedkeuringen weergegeven. Als u op een andere status dan Alles filtert, worden geen goedkeuringen weergegeven die actief waren vóór de upgrade naar versie 6.2.

    • Dit probleem is opgelost.

    • Machinestatus verandert niet in Uit of Vervallen na de vervaldatum
      Een multi-machine en de onderdelen worden verwijderd wanneer de vervaldatum wordt bereikt.

    • Dit probleem is opgelost.

    Netwerk

    • Er zijn diverse problemen met de intergratie van vRealize Automation met VMware NSX
      De problemen met de integratie van vRealize Automation met VMware NSX zijn opgelost.

    • Synchronisatie van vCloud Networking and Security-inventaris mislukt en resulteert in een foutmelding
      Bij het verwijderen van een transportzone die vanuit de VMware NSX-gebruikersinterface is toegewezen aan een vRealize Automation-reservering, een blueprint voor meerdere machines of een instantie met meerdere machines, mislukt de synchronisatie van de vCloud Networking and Security-inventaris en wordt er een foutmelding weergegeven. De exacte inhoud van de foutmelding is afhankelijk van de entiteit die de transportzone gebruikt.

    • Dit probleem is opgelost.

    • Het hernoemen, bewerken of weergeven van een bestaand VMware vRealize Orchestrator- of VMware vSphere-endpoint met geconfigureerde aangepaste eigenschappen veroorzaakt de verwijdering van de verborgen aangepaste eigenschappen uit de database door vRealize Automation
      Zonder de verborgen aangepaste eigenschappen van het endpoint kunnen gebruikers de werkstromen van de VMware vCloud Networking and Security-invoegtoepassing niet uitvoeren.

      Dit probleem is opgelost.

    Bekende problemen

    Er zijn bekende problemen in de volgende categorieën:

    Bekende problemen die nog niet eerder werden gedocumenteerd, zijn gemarkeerd met het symbool *. Er is op 16 januari 2015 een nieuw probleem toegevoegd aan het einde van het gedeelte Configuratie en inrichting.

    Installatie en upgrade

    • Installatie van het onderdeel Manager Service mislukt als de aangepaste IaaS-installatieoptie wordt gebruikt*
      Installatie van het onderdeel Manager Service wordt niet ondersteund op een machine waar de onderdelen database, website en Model Manager Data al zijn geïnstalleerd. Als u deze installatie probeert uit te voeren, mislukt de installatie van het onderdeel Manager Service en wordt het foutbericht Virtuele toepassing vcac bestaat weergegeven.

    • Logboeken zijn niet opgenomen in de uiteindelijke bundel vanwege een trage netwerkverbinding tussen de knooppunten en de beheerconsole*
      Logboeken worden niet geüpload en worden niet opgenomen in de uiteindelijke bundel als de time-out wordt overschreden. De huidige time-out is ingesteld op 30 minuten na het begin van de uitvoering van de opdracht op een knooppunt. Deze situatie kan zich voordoen bij een trage netwerkverbinding tussen de knooppunten en de beheerconsole.

    • Prerequisite Checker detecteert geen instellingen wanneer deze gebruikmaakt van een andere poort dan de standaard SQL-poort*
      Als u een aangepaste installatie uitvoert en u een databaseknooppunt hebt geselecteerd op SQL met een afwijkende instantie en een afwijkende poort, detecteert Prerequisite Checker de instellingen niet, zelfs als MSDTC (Microsoft Distributed Transaction Coordinator) op de juiste wijze is geconfigureerd.

      Oplossing: Controleer handmatig of MSDTC wordt uitgevoerd en klik vervolgens op Bypass in de Prerequisite Checker om door te gaan met de installatie.

    • Op de aanmeldpagina van de Identity Virtual Appliance wordt VMware vCloud Automation Center weergegeven na de upgrade van versie 6.1 naar 6.2*
      Als u een upgrade uitvoert van VMware vCloud Automation Center 6.1.x naar vRealize Automation 6.2, wordt op de aanmeldpagina van de Identity Appliance VMware vCloud Automation Center als merknaam weergegeven in plaats van VMware vRealize Automation.

      Oplossing: Registreer opnieuw met de Identity Appliance door naar het tabblad SSO te gaan in de beheerconsole en Instellingen opslaan te selecteren. De nieuwe merknaam wordt weergegeven.

    • Er wordt een waarschuwing weergegeven in de beheerconsole voor de Identity Appliance wanneer sprake is van een gesplitste DNS-configuratie*
      Er wordt een waarschuwing weergegeven in de beheerconsole voor de Identity Appliance, wanneer u Lid worden van AD-domein selecteert in een gesplitste DNS-configuratie. U kunt het waarschuwingsbericht negeren.

    • HP Server Automation Software-integratiescripts zijn beschadigd vanwege ontbrekende PowerShell-scripts*
      Ondersteuning voor het maken van een PXE en het installeren van software op de machine met HP Server Automation Software is onderbroken vanwege ontbrekende PowerShell-scripts.

    • Archieflogboeken ontbreken voor de gestopte machines*
      Als de archieflogboeken ontbreken voor bepaalde machines, is de machine gestopt of onbereikbaar.

    • Namen van tabbladen worden soms onjuist weergegeven*
      Na het upgraden van een hoge-beschikbaarheidsomgeving van vCloud Automation Center 6.0.x of 6.1 naar vRealize Automation 6.2, worden tabbladen mogelijk af en toe weergegeven met onjuiste namen.

      Oplossing: Start alle virtuele toepassingen van vRealize Automation opnieuw.

    • De installatiewizard van vRealize Automation installeert de database niet in een aangepaste directory
      In een gedistribueerde (aangepaste) installatie worden wijzigingen van de standaarddirectory voor database en logboek genegeerd door het installatieprogramma. De database en logboeken worden in de standaarddirectory gemaakt.

      Oplossing: Als u de database niet op de standaardlocatie wilt installeren, installeert u eerst de database met behulp van DBinstall-scripts en vervolgens vRealize Automation.

    • IaaS-verificatie mislukt tijdens de installatie van web- en modelbeheer voor IaaS vanwege een probleem in IIS
      Wanneer u de Prerequisite Checker uitvoert, verschijnt het bericht dat de IIS-verificatiecontrole is mislukt omdat er geen verificatie is ingeschakeld, ook al is het selectievakje voor de IIS-verificatie ingeschakeld.

      Oplossing:

      1. Schakel het selectievakje Windows-verificatie uit.
      2. Klik op Opslaan.
      3. Schakel het selectievakje Windows-verificatie in.
      4. Klik op Opslaan.
      5. Voer de Prerequisite Checker opnieuw uit.

    • Validatie van SSO-certificaat (Single Sign-On) waarin hoofdletters voorkomen mislukt
      Wanneer u een certificaat toewijst aan een SSO-toepassing, worden alle tekenreeksen tijdens de implementatie omgezet in kleine letters. Het validatieproces is echter hoofdlettergevoelig en mislukt omdat de certificaatnaam hoofdletters bevat en er wordt gezocht naar een naam in kleine letters.

      Oplossing: Voer het adres voor de SSO-host bij vRealize Automation Appliance > vRA-instellingen > SSO in met hetzelfde hoofdlettergebruik als waarmee het certificaat is toegewezen aan het SSO-toepassing.

    • De installatie mislukt wanneer een onjuiste hostnaam wordt opgegeven
      De installatie mislukt en er wordt een fout weergegeven, die lijkt op een van onderstaande fouten:
      Info : 2014-06-17 10 42 32 059 AM : System.AggregateException: Er zijn één of meer fouten opgetreden. ---> System.Net.Http.HttpRequestException: Er is een fout opgetreden tijdens het verzenden van de aanvraag. ---> System.Net.WebException: De externe naam kan niet worden opgelost: po-va-rtq8c.sqa.local' Oorzaak: Er is een onjuiste naam opgegeven in het veld vCAC-hostnaam bij vCAC-instellingen > Hostinstellingen.

      Oplossing:

      1. Bewerk het configuratiebestand van de virtuele toepassing /etc/sysconfig/network/dhcp, zodat dit de juiste hostnaam bevat.
      2. Start de virtuele toepassing opnieuw.
      3. Meld u aan bij de beheerconsole van de virtuele toepassing.
      4. Open het tabblad vRA-instellingen en klik op Hostinstellingen.
      5. Voer de juiste naam in het tekstvak Hostnaam in.
      6. Klik op Instellingen opslaan.
        Opmerking: Klik niet op Hostnaam omzetten.
      7. Voltooi de configuratiestappen van de virtuele toepassing en ga verder met de installatie.

    Migratie

    • Vernietigingsdatum voor een vApp-onderdeel verschilt van de vApp-container voor vApps die zijn gemigreerd van vRealize Automation versie 5.2.x*
      Voor vApps die worden gemigreerd vanuit vRealize Automation versie 5.2x, worden inconsistente vernietigingsdatums weergegeven voor het onderdeel en de container. In het onderdeel wordt dezelfde datum weergegeven als vernietigingsdatum en vervaldatum, maar in de container wordt de juiste informatie weergegeven. Omdat vRealize Automation vApp-leases beheert op basis van de informatie in de container, worden uw onderdelen niet vroegtijdig verwijderd.

    • De portlet Agenda met gebeurtenissen geeft niet de juiste aanmaakdatum weer na de migratie*
      Na de migratie wordt in de portlet Agenda met gebeurtenissen de migratiedatum weergegeven als aanmaakdatum voor alle gemigreerde items. Dit probleem treedt op ongeacht de werkelijke of juiste datum.

    • Tijdens de premigratiecontrole wordt foutief gemeld dat er agenten in het doelsysteem ontbreken
      Tijdens de premigratie wordt gecontroleerd of de agentnamen uit het bronsysteem ook aanwezig zijn in het doelsysteem. Wanneer de namen niet overeenkomen, wordt dit in het rapport gemeld. Het premigratierapport kan dan het volgende bericht bevatten: Geen overeenkomende agent gevonden in het doelsysteem. Installeer een agent met een overeenkomende naam op het doelsysteem. Dit bericht kan ook worden weergegeven wanneer er wel een overeenkomende agent op het doelsysteem bestaat.

      Het bericht wordt ten onrechte gegenereerd als er in het doelsysteem een overeenkomende agent bestaat maar hiervoor geen endpoint is geconfigureerd.

      Oplossing: Als het bericht in het premigratierapport wordt weergegeven terwijl er een overeenkomende agent in het doelsysteem bestaat, moet u een endpoint voor de agent in het doelsysteem configureren en de premigratie vervolgens opnieuw uitvoeren. Maar u kunt het bericht ook negeren en het endpoint na afloop van de migratie configureren.

    Internationalisatie

    • Er kunnen geen momentopnamen worden gemaakt als de naam van de virtual machine op het tabblad Items niet-ASCII-tekens bevat*
      Als de naam van de virtual machine op het tabblad Items niet-ASCII-tekens bevat, kunt u geen momentopname maken van de virtual machine.

      Oplossing: Geef de machine een andere naam waarin uitsluitend Nederlandse tekens worden gebruikt, om een momentopname te maken.

    • Aangepaste scripts van gastagenten die Unicode-tekens bevatten, veroorzaken een oneindige lus
      Als u aangepaste scripts voor een gastagent gebruikt en er Unicode-tekens in de naam van het script voorkomen, wordt de VM niet ingericht en resulteert de aanvraag in een oneindige lus.

      Oplossing: Gebruik geen Unicode-tekens in de naam van het script.

    Netwerk

    • Tijdens gelijktijdige implementatie van blueprints voor meerdere machines met VMware NSX-taken blijft de status 'In behandeling' gedurende onbepaalde tijd actief.
      Oplossing: Raadpleeg Knowledge Base-artikel 2128908 om dit bekende probleem op te lossen.

    • Wanneer taakverdeling is ingeschakeld op meerdere VDR-gerouteerde netwerken, wordt dezelfde NSX Edge gebruikt.
      Wanneer taakverdeling is ingeschakeld op meerdere VDR-gerouteerde netwerken in een blueprint met meerdere machines, is één NSX Edge verbonden met beide netwerken aan de uplinkzijde van de edge. In dergelijke situaties zijn een of meer virtuele taakverdelingsservers mogelijk niet toegankelijk.

    • IP-bereiken in gerouteerde netwerkprofielen worden aangeduid als toegewezen, ook als er geen IP-adressen in gebruik zijn
      Als een blueprint met meerdere machines een gerouteerd extern netwerkprofiel bevat maar geen toewijzing van het gerouteerde netwerk aan netwerkadapters voor onderdelen, worden de machines goed ingericht, maar wordt een IP-adresbereik uit het gerouteerde netwerkprofiel toegewezen terwijl dit feitelijk niet wordt gebruikt.

    • Er verschijnen onjuiste netwerkinstellingen voor een onderdeel met meerdere virtual machines in vRealize Automation nadat het netwerk opnieuw is geconfigureerd in vCenter Server
      U kunt een vCloud Networking and Security-netwerk (NSX-netwerk) van een onderdeel met meerdere virtual machines in vRealize Automation niet opnieuw configureren. U moet in plaats daarvan de vSphere Client gebruiken om het netwerk in vCenter Server opnieuw te configureren. Houd er rekening mee dat bepaalde netwerkinstellingen van het onderdeel met meerdere virtual machines niet goed worden weergegeven in vRealize Automation.

      Oplossing: Werk het netwerk bij in vCenter Server zodat de juiste netwerkinstellingen worden hersteld.

    Application Services

    • De AWS-regio eu-central-1 kan niet worden gebruikt met Application Services 6.2*
      Wanneer u AWS probeert te implementeren in de regio eu-central-1, mislukt de implementatie en wordt het volgende foutbericht weergegeven: Er is een onverwachte fout opgetreden. Neem contact op met uw systeembeheerder.

    • Proxyinstellingen voor implementatieomgevingen worden niet gebruikt ongeacht of u globale proxyinstellingen configureert*
      Ongeacht of u de globale proxyinstellingen wel of niet configureert in het bestand darwin_global.conf wanneer u de proxyinstellingen configureert op het niveau van de implementatieomgeving, past de implementatie de proxyinstellingen niet toe op het niveau van de implementatieomgeving.

    • vRealize Automation 6.2 kan geen blueprints van Application Director publiceren naar de vRealize Automation-catalogus
      Als u vRealize Automation 6.0.1.x of 6.1 upgradet naar 6.2 en vervolgens een blueprint van Application Director naar de vRealize Automation-catalogus wilt publiceren, wordt het volgende foutbericht weergegeven: Er is een onverwachte fout opgetreden. Neem contact op met uw systeembeheerder. Dit probleem treedt niet op als u een nieuwe instantie van Application Director hebt geregistreerd in combinatie met vRealize Automation 6.2.

      Oplossing: Maak de registratie van Application Director 6.0.1.x of 6.1 bij vRealize Automation 6.2 ongedaan en registreer Application Director vervolgens opnieuw bij vRealize Automation.

    • Materiaalbeheerder krijgt geen toegang voor het vernietigen van fysieke toepassingsservice voor meerdere tenants
      Materiaalbeheerders ontvangen het bericht Toegang geweigerd wanneer ze een fysieke toepassingsservice voor meerdere tenants proberen te vernietigen.

    • Oplossing: Meld u aan als materiaalbeheerder voor de materiaalgroep van de tenant waar zich de machine bevindt die u wilt vernietigen.
    • vRealize Automation biedt geen ondersteuning voor het gebruik van meerdere hosts met dezelfde naam in het systeem
      Hosts worden op basis van hostnaam bijgewerkt door gegevensverzamelingen. Als twee endpoints een host met een identieke naam hebben, is onduidelijk welk endpoint eigenaar van de host is.

      Oplossing: Zorg ervoor dat alle hostnamen uniek zijn.

    • U kunt in Application Services geen beschrijving toevoegen aan een schijf op een blueprintcanvas
      Wanneer u Windows Internet Explorer 11 gebruikt, kunt u geen beschrijving toevoegen aan een schijf op het tabblad Schijven van een blueprintcanvas.

      Oplossing: Gebruik Chrome of Firefox als u een beschrijving wilt toevoegen voor een schijf op een blueprintcanvas.

    • U kunt geen knooppunten bijwerken die Puppet-services gebruiken die zijn geïmplementeerd met Application Director versie 6.0.1.x of 6.1
      In Application Services 6.2 kunt u geen knooppunten bijwerken die gebruikmaken van Puppet-services die zijn geïmplementeerd met Application Director versie 6.0.1.x of 6.1. Application Services 6.2 maakt een manifest voor Puppet-knooppunten waarmee u specifieke services kunt bijwerken. Dit manifest is echter niet compatibel met de manifestbestanden voor knooppunten die worden gegenereerd door Application Director 6.0.1.x of 6.1.

    Advanced Service Designer

    • De veldwaardebeperking voor Advanced Service Designer wordt niet geëvalueerd na verbinding met de vRealize Orchestrator-presentatie*
      Als u een aanvraagformulier ontwerpt, wordt een beperking niet op de juiste wijze toegepast als voor deze veldbeperking een verbinding wordt gebruikt met een ander veld waarvan de waarde wordt berekend op basis van een verbindingsuitdrukking die is gedefinieerd in de vRealize Orchestrator-presentatie. Deze verbinding tussen velden moet ofwel volledig zijn gedefinieerd in de vRealize Orchestrator-presentatie of in het Advanced Service Designer-formulier.

    • Er kan een onjuiste veldcontrole worden uitgevoerd in Advanced Service Designer*
      Wanneer u het type endpoint wijzigt in de aanmaakmodus, kan er een onjuiste veldcontrole worden uitgevoerd.

      Oplossing: Voer de volgende stappen uit.
      1. Sluit de geopende wizard voor de aanmaak van endpoints.
      2. Start een nieuwe wizard voor de aanmaak van endpoints.
      3. Selecteer het juiste type invoegtoepassing op de eerste pagina van de wizard.
      4. Voer op het tabblad Formulierpresentatie de vereiste gegevens in.
      5. Sla de configuratie op.

      De juiste voorwaardelijke beperkingen voor het formulier worden uitgevoerd.

    • Voorwaarden van vCenter Orchestrator voor maximale numerieke waarde en maximale tekenreekslengte worden niet ingevuld in Advanced Service Designer-formulieren
      Wanneer een servicearchitect een blueprintformulier maakt in Advanced Service Designer en een vRealize Orchestrator-werkstroom laadt met een numeriek veld waarvan de maximale waarde is beperkt of een tekenreeksveld waarvan de lengte is beperkt, verschijnen die beperkingen voor deze velden niet op het tabblad Beperkingen van de blueprint.

      Oplossing: De servicearchitect moet de beperkingen handmatig invoeren. Dit kan als volgt:

      1. Klik op de optie Bewerken van de invoerparameter.
      2. Klik op het tabblad Beperkingen.
      3. Voer een beperking in voor de maximale waarde (als de parameter een getal is) of voor de maximale lengte (als de parameter een string is).
    • Kan geen serviceblueprint of bronactie maken in Advanced Service Designer bij het selecteren van een werkstroom die een invoer heeft van een type tekenreeksarray met een vooraf gedefinieerde antwoordactie die null kan retourneren
      Als u tijdens het maken van een serviceblueprint of bronactie in Advanced Service Designer een vRealize Orchestrator-werkstroom selecteert die een invoerparameter heeft van een type tekenreeksarray met een vooraf gedefinieerde antwoordeneigenschap in de presentatie die een scriptactie aanroept die null kan retourneren en u op Volgende klikt, mislukt de procedure en wordt het volgende foutbericht weergegeven: Interne Fout Er is een interne fout opgetreden. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met uw systeembeheerder. Wanneer u contact opneemt met uw systeembeheerder, gebruikt u de volgende referentie: ...

      Oplossing: Vanuit het ontwerpperspectief van de vRealize Orchestrator-client bewerkt u de vooraf gedefinieerde antwoordactie door null te vervangen door een lege array. Als de actiescriptcode als volgt is:

      if (someCondition) {

      return ["a", "b", "c"];

      } else {

      return null;

      }

      Moet u de code wijzigen naar:

      if (someCondition) {

      return ["a", "b", "c"];

      } else {

      return [];

      }

    Configuratie en inrichting

    • VMware Remote Console (VMRC) is uitgeschakeld voor vSphere-machines*
      De actie Verbinding maken met behulp van VMRC voor vSphere-machines is verwijderd vanwege een beveiligingsrisico. Toegang tot externe consoles voor machines die zijn ingericht via vCloud Director is niet verwijderd. Zie VMSA-2014-0013 voor meer informatie over dit probleem.

    • De kosten in een goedkeuringsaanvraag voor een nieuwe configuratie worden niet juist weergegeven*
      Nadat u de kosten van een computerbron voor een bestaande machine hebt gewijzigd en u vervolgens de machine opnieuw configureert met meer geheugen, een grotere CPU en meer opslagcapaciteit, worden de kosten in de goedkeuringsaanvraag niet op de juiste wijze weergegeven. In plaats hiervan worden de oude waarden weergegeven.

    • De inrichting van een service voor meerdere machines met een vooraf gedefinieerde taakverdeling via de eigenschap VCNS.LoadBalancerEdgePool.Names die is geconfigureerd op het blueprintniveau voor meerdere machines, wordt niet ondersteund
      Als onderdelen voor meerdere machines worden toegevoegd aan de vooraf gedefinieerde taakverdeling door de eigenschap VCNS.LoadBalancerEdgePool.Names op te geven in de blueprint voor meerdere machines, wordt de service voor meerdere machines, na een geslaagde inrichting, onmiddellijk verwijderd en wordt het volgende foutbericht weergegeven: de configuratie van één of meer netwerk- en beveiligingsinstellingen is mislukt. Fout: Het doel van een aanroep heeft een uitzondering veroorzaakt wordt weergegeven.

    • Oplossing: Definieer de aangepaste eigenschap VCNS.LoadBalancerEdgePool.Names op het niveau van de blueprint voor de zelfstandige virtual machine.

    • De actie voor opnieuw inrichten gebruikt alleen de eerste aangepaste eigenschap*
      Als u een eerder ingerichte machine opnieuw inricht, wordt de aangepaste eigenschap die u hebt toegepast tijdens het opnieuw inrichten niet bijgewerkt en wordt alleen de eerste aangepaste eigenschap toegepast.

    • In de compatibiliteitsmodus ontbreken tabbladen op de nieuwe blueprint en nieuwe reserveringspagina*
      Als u de compatibiliteitsmodus inschakelt in Internet Explorer 11 en de optie Intranetsites met de compatibiliteitsweergave weergeven uitschakelt en als u zich vervolgens aanmeldt bij vRealize Automation, worden de tabbladen van de nieuwe blueprintpagina en de nieuwe reserveringspagina niet weergegeven.

    • Er treedt een fout op op het tabblad Configuratie voor metriekprovider*
      Als u naar het tabblad Configuratie voor metriekprovider gaat waar de metriekprovider voor vRealize Automation aanvankelijk wordt geselecteerd, de optie vRealize Operations-endpoint selecteert en vervolgens opnieuw de metriekprovider van vRealize Automation selecteert en op Opslaan klikt, wordt het foutbericht Corrigeer de gemarkeerde fouten weergegeven.

    • Oplossing: Vernieuw de browser of meld u af en meld u vervolgens weer aan bij de gebruikersinterface van vRealize Automation.

    • Goedkeuringsbeleid wordt niet weergegeven op het tabblad Goedkeuringen*
      Er wordt geen goedkeuringsbericht weergegeven wanneer een goedkeuringsbeleid is toegewezen aan een service.

    • Health Badge van vRealize Operations Manager wordt niet weergegeven op het tabblad Items*
      Als u vRealize Operations Manager in de configuratie voor de metriekprovider van terugwinningsmachines configureert, wordt de Health Badge niet weergegeven op het tabblad Items, hoewel deze beschikbaar is in de tabel met terugwinningsmachines.

    • Oplossing: Wijs de rol van tenantbeheerder handmatig toe aan de gebruiker.

    • Werkstroom AppServiceState maakt te veel gebruik van de CPU voor Model Manager Web Service en DEM Worker wanneer meerdere machines worden geïmplementeerd*
      De werkstroom AppServiceState moet volgens planning elke 5 minuten worden uitgevoerd. Als het systeem een bepaalde schaal heeft bereikt, wordt de werkstroom AppServiceState volgens planning opnieuw uitgevoerd voordat deze is voltooid. Hierdoor kan Model Manager Web Service gedurende onbepaalde tijd te veel gebruikmaken van de CPU.

    • Oplossing: Wijzig de planning voor de werkstroom AppServiceState in de tabel DynamicOps.RepositoryModel.WorkflowSchedules zodat deze met een ander interval wordt uitgevoerd. U kunt bijvoorbeeld het interval van 5 minuten wijzigen in 60 minuten, zodat de werkstroom één keer per uur wordt uitgevoerd.

    • vApp kan mogelijk niet worden ingericht vanwege een fout tijdens de aanpassing*
      Als u de hardware-instellingen van een virtual machine wijzigt in een vApp-sjabloon en vervolgens de sjabloon bijwerkt, kan de virtual machine niet worden ingericht tenzij u de gegevensverzameling voor het endpoint uitvoert.

    • Tabbladen worden niet bijgewerkt nadat nieuwe rollen zijn toegewezen aan de gebruiker
      Nadat een nieuwe rol is toegewezen aan een gebruiker, worden de specifieke tabbladen voor die rol gedurende 5 tot 10 minuten niet weergegeven, ook als u zich afmeldt en vervolgens weer aanmeldt.

    • Eerder toegevoegde portlets worden mogelijk niet volledig weergegeven op het tabblad Home*
      Als u Internet Explorer 8 of 9 gebruikt om u aan te melden bij vRealize Automation en extra portlets toevoegt op het tabblad Home, worden eerdere portlets die al aanwezig zijn in vRealize Automation, mogelijk niet volledig weergegeven.

    • Oplossing: Vernieuw de browser.
    • Er treedt een fout op wanneer u de vooraf gedefinieerde Puppet-gebaseerde Test App 1.0.0 of de Puppet-gebaseerde Test App 1.0.1 implementeert met een nieuwe versie van het besturingssysteem*
      Als u een nieuwe versie van het besturingssysteem maakt en gebruikt in de blueprint van de vooraf gedefinieerde Puppet-gebaseerde Test App 1.0.0 of Puppet-gebaseerde Test App 1.0.1 en de toepassing implementeert, mislukt de implementatie met het foutbericht Er is een onverwachte fout opgetreden. Neem contact op met uw systeembeheerder.

    • Oplossing: Gebruik de vooraf gedefinieerde versies van het besturingssysteem in de blueprint opnieuw in plaats van de nieuwe versie van het besturingssysteem.
    • Aanmeldpogingen als IaaS-beheerder met aanmeldgegevens in een onjuiste UPN-indeling mislukken zonder verdere uitleg
      Als u zich als IaaS-beheerder probeert aan te melden bij vRealize Automation met UPN-aanmeldgegevens waarin het gedeelte @uwdomein van de gebruikersnaam ontbreekt, wordt u direct afgemeld bij SSO en zonder enige uitleg omgeleid naar de aanmeldpagina.

      Oplossing: De UPN moet worden ingevoerd volgens de indeling uwnaam.admin@uwdomein. Dus wanneer u zich bijvoorbeeld aanmeldt met de gebruikersnaam jsmit.admin@sqa.local, terwijl de ingestelde UPN in Active Directory beperkt is tot jsmit.admin, dan mislukt de aanmelding. U lost dit probleem op door het vereiste gedeelte @uwdomein toe te voegen aan de waarde userPrincipalName en de aanmelding vervolgens opnieuw uit te voeren. In dit voorbeeld is de juiste UPN-naam jsmith.admin@sqa.local. Deze informatie is beschikbaar in het logboekbestand in de map log/vcac.

    • Het aanpassingsgedrag voor e-mailsjablonen is gewijzigd waardoor externe sjablonen onbruikbaar zijn
      In vRealize Automation 6.0 of hoger kunnen alleen meldingen die door IaaS zijn gegenereerd, worden aangepast met behulp van de e-mailsjabloonfunctie van eerdere versies.

      Oplossing: U kunt de volgende XSLT-sjablonen gebruiken:

      • ArchivePeriodExpired
      • EpiRegister
      • EpiUnregister
      • LeaseAboutToExpire
      • LeaseExpired
      • LeaseExpiredPowerOff
      • ManagerLeaseAboutToExpire
      • ManagerLeaseExpired
      • ManagerReclamationExpiredLeaseModified
      • ManagerReclamationForcedLeaseModified
      • ReclamationExpiredLeaseModified
      • ReclamationForcedLeaseModified
      • VdiRegister
      • VdiUnregister

      De e-mailsjablonen bevinden zich in de directory \Templates onder de installatiedirectory van de server, doorgaans %SystemDrive%\Program Files x86\VMware\vCAC\Server. De directory \Templates bevat ook XSLT-sjablonen die niet meer worden ondersteund en evenmin kunnen worden gewijzigd. Zie Configuring Notifications in de documentatie voor VMware vRealize Automation voor meer informatie over het configureren van meldingen.

    • Acties op ingerichte machines worden voortijdig als voltooid gemarkeerd
      Acties zoals Opnieuw inrichten of Uitschakelen verschijnen mogelijk als voltooid op de pagina Aanvragen, terwijl de bewerking in werkelijkheid nog wordt uitgevoerd. De werkelijke status van de machine is te zien op de pagina Items.

    • Het gastagentbestand SCCMPackageDefinitionFile.sms moet worden bijgewerkt
      De naam en uitgever in het gastagentbestand SCCMPackageDefinitionFile.sms zijn verouderd. Dit heeft geen invloed op de functionaliteit.

    • Leasedatums kunnen zo worden aangepast dat ze buiten de instelling voor het Goedkeuringsbeleid vallen
      Als u een leasedatum wijzigt met de bronactie Lease wijzigen, kunt u een datum opgeven die later is dan de maximale leasedatum in de blueprint.

    • Verwijderde aangepaste groepen worden niet uit de rechten verwijderd
      Als u een aangepaste groep verwijdert die aan een recht is gekoppeld, wordt de aangepaste groep niet uit het recht verwijderd.

      Oplossing: Zorg dat de aangepaste groep ook uit het recht wordt verwijderd. Doe dit als volgt:

      1. Verwijder de aangepaste groep uit het recht.
      2. Verwijder de aangepaste groep.

    • Door het verwijderen van de bedrijfsgroeprol uit een aangepaste groep, worden de rechten niet ingetrokken
      Als u een aangepaste groep die aan een recht is gekoppeld, uit de bedrijfsgroeprol verwijdert, wordt die aangepaste groep niet uit het recht verwijderd.

      Oplossing: Zorg dat de aangepaste groep ook uit het recht wordt verwijderd. Doe dit als volgt:

      1. Verwijder de aangepaste groep uit het recht.
      2. Verwijder de aangepaste groep uit de bedrijfsgroeprol.

    • Hyper-V-endpoint wordt onjuist aangeduid als een onbeheerde machine in de Infrastructuurorganisator
      Als de inrichting van een Hyper-V-endpoint mislukt, beschouwt vRealize Automation de machine als vernietigd. Aangezien de machine nog steeds op het endpoint aanwezig is, wordt deze echter als een onbeheerde machine weergegeven in de Infrastructuurorganisator.

    • Een Citrix XenDesktop/Provisioning Service-machine behoudt bij het inrichten de status 'niet-ingericht'
      Dit probleem kan optreden bij de VMware VDI-agent en elke andere versie van de VMware EPI-agent, zoals Citrix, BMC, Opsware, VBScripts enzovoort. Het kan ook optreden op diverse punten in de gehele cyclus van de master-werkstroom voor de inrichting van machines.

      Het is mogelijk dat een geïnstalleerde agent alleen voor een specifieke servernaam wordt gebruikt en dus geen aanvragen van servers van derden kan afhandelen. Als bij de installatie een specifieke servernaam is opgegeven, kan de agent alleen aanvragen afhandelen voor een server met exact dezelfde servernaam. vRealize Automation gebruikt de waarde van de aangepaste eigenschappen EPI.Server.Name of VDI.Server.Name om te zoeken naar de overeenkomende agent die de aanvraag kan afhandelen. Als er geen overeenkomende agent wordt gevonden, behoudt de machine tijdens de inrichting de status EPIRegister/Machine Provisioned of de status Unprovisioning/DeactivateMachine. Deze status blijft gehandhaafd totdat de overeenkomende agent wordt gevonden.
      Oplossing: Installeer een nieuwe EPI/VDI-agent waarvan de serverwaarde precies overeenkomt met de opgegeven waarde voor EPI.Server.Name/VDI.Server.Name of laat de waarde voor de servernaam leeg.
      U kunt de serverwaarde eventueel ook wijzigen door het configbestand van de huidige agent bij te werken. U gaat dan als volgt te werk:

      1. Maak een back-up van het configbestand van de agent. Dit bestand bevindt zich doorgaans op de locatie C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\Agents\agentName\VRMAgent.exe.config.
      2. Open een tekstbewerkingsprogramma als beheerder.
      3. U kunt deze wijziging voor elk type agent uitvoeren door SERVER_NAME_VALUE te vervangen door de naam van uw server of deze waarde verwijderen om deze leeg te laten.
        epiIntegrationConfiguration epiType="CitrixProvisioning" server="SERVER_NAME_VALUE"
        vdiIntegrationConfiguration vdiType="XenDesktop" server=""X
      4. Sla uw wijzigingen op.
      5. Start de agentservice opnieuw op.
          1. Klik op Start > Systeembeheer > Services.
          2. Klik met de rechtermuisknop op de gewenste VMware vRealize Automation-agentservice en klik op Opnieuw opstarten.
          3. Als de agent opnieuw is gestart, wordt uw taak zoals verwacht voltooid.

    • Het tabblad Infrastructuur kan niet worden geopend wanneer de beheerder lid is van honderden groepen* 16 januari 2015
      In een omgeving met Active Directory en SSO kan een IaaS-beheerder die lid is van een groot aantal groepen, het tabblad Infrastructuur mogelijk niet openen. Een dergelijke poging kan resulteren in een van de volgende fouten:
      • Ongeldige aanvraag - Aanvraag te lang - HTTP-fout 400. De aanvraagheader is te lang.
      • Service niet bereikbaar - De vereiste service is niet bereikbaar op het verwachte adres. Neem voor hulp contact op met uw systeembeheerder. Referentiefout REPO404.


    • Oplossing: U kunt dit oplossen door meer beperkingen voor tokens in te stellen, zoals in het volgende voorbeeld.

      1. Bepaal de maximale grootte van het Kerberos-token. Gebruik de volgende richtlijn om te bepalen wat de juiste maximale grootte van Kerberos-tokens voor uw implementatie is:

      Kerberos MaxTokenSize = 1200 + 40d + 8s (bytes)

      In deze formule worden de volgende waarden gebruikt:

      • d -- Dit is het aantal lokale groepen in het domein waarvan een gebruiker lid is, plus het aantal universele groepen waarvan de gebruiker lid is buiten het domein van de gebruikersaccount, plus het aantal groepen in de historie van beveiligings-id's (SID's).
      • s -- Dit is het aantal beveiligingsgroepen in het domein waarvan een gebruiker lid is, plus het aantal universele groepen waarvan de gebruiker lid is binnen het domein van de gebruikersaccount.
      • 1200 -- Dit is de geschatte waarde voor ticket overhead. Deze waarde kan variëren, afhankelijk van factoren zoals de lengte van DNS-domeinnamen en de clientnaam.

      2. Bepaal of de registerwaarde moet worden gewijzigd. Als de tokengrootte die u met bovenstaande formule hebt berekend, kleiner is dan 12.000 bytes (de standaardgrootte), hoeft u de registerwaarde van MaxTokenSize voor de domeinclients niet te wijzigen. Als de waarde groter is dan 12.000 bytes, moet u de registerwaarde van MaxTokenSize aanpassen (zie http://support.microsoft.com/kb/263693). Bij een wijziging van de Kerberos-waarde voor MaxTokenSize past u de registervermelding als volgt aan:

      HKLM\System\CurrentControlSet\Control\Lsa\Kerberos\Parameters
      MaxTokenSize, REG_DWORD,
      <value> (the recommended value for the MaxTokenSize registry entry is 65535 decimal or FFFF hexadecimal)

      3. Gebruik de volgende richtlijn om de juiste maximumgrootte van HTTP-aanvragen voor uw implementatie te bepalen. Hierbij staat T voor de hierboven opgegeven MaxTokenSize van Kerberos:

      MaxFieldLength = (4/3 * T bytes) + 200
      MaxRequestBytes = (4/3 * T bytes) + 200

      Stel MaxFieldLength en MaxRequestBytes in op de berekende waarden. In dit voorbeeld resulteert dit in de volgende toegestane maximumwaarde:

      HKEY_LOCAL_MACHINE\System\CurrentControlSet\Services\HTTP\Parameters
      MaxFieldLength DWORD 65534
      MaxRequestBytes DWORD 16777216

      Raadpleeg de volgende artikelen voor meer informatie over problemen met Kerberos-verificatie wanneer een gebruiker lid is van vele groepen:
      http://support.microsoft.com/kb/327825
      http://support.microsoft.com/kb/263693
      http://support.microsoft.com/kb/2020943