Versie-informatie voor VMware vRealize Automation 6.2.1

|

vRealize Automation 6.2.1 | 12 maart 2015 | Build 2553372

VMware Identity Appliance 6.2.1 | 12 maart 2015 | Build 2496259

vRealize Automation Application Services 6.2.0 | 9 december 2014 | Build 2299597

Bijgewerkt op: 20 augustus 2015

Controleer regelmatig op aanvullingen en updates voor deze versie-informatie.

Upgradevereisten

Voordat u de upgrade naar vRealize Automation 6.2.1 uitvoert, moet u de ouderdom van het hoofdwachtwoord voor Identity Appliance en Virtual Appliance controleren. Als het wachtwoord van het hoofdaccount 365 of meer dagen oud is, moet u het wachtwoord wijzigen voordat u de upgrade uitvoert. Als het wachtwoord 364 of minder dagen oud is, kunt u de upgrade uitvoeren.

De ouderdom van het wachtwoord controleren:

  1. Meld u aan bij vRealize Appliance versie 6.1.x of 6.2 met SSH of meld u aan bij de console voor de virtual machine met de gebruikersnaam en het wachtwoord van het hoofdaccount dat u hebt opgegeven bij het implementeren van het apparaat.
  2. Voer de opdracht chage -l uit.
  3. De uitvoer voor de opdracht chage -l wordt weergegeven. In dit voorbeeld is de datum in het veld Last Change minder dan 364 dagen geleden.

    Minimum: 0
    Maximum: 365
    Warning: 7
    Inactive: -1
    Last Change: Dec 29, 2014
    Password Expires: Dec 29, 2015
    Password Inactive: Never
    Account Expires: Never”

  4. Als de datum in het veld Last Change minder dan 364 dagen geleden is, kunt u de upgrade uitvoeren.
  5. Als de datum in het veld Last Change meer dan 365 dagen geleden is, moet u uw wachtwoord wijzigen voordat u de upgrade uitvoert.

Als u de upgrade naar versie 6.2.1 wilt uitvoeren, volgt u de instructies in Upgrading vCloud Automation Center 6.1 to vRealize Automation 6.2.

Ondersteunde upgradepaden voor vRealize Automation

Ondersteunde upgradepaden voor vRealize Automation

De volgende tabel bevat de stappen om uw implementatie te upgraden naar de laatste versie van vRealize Automation 6.2 of hoger.

De versie die momenteel is geïnstalleerd
Stappen om te upgraden naar vRealize Automation 6.2 of hoger
vCloud Automation Center 5.2.1 of 5.2.2
vCloud Automation Center 5.2.3
  1. Installeer vRealize Automation 6.2.1 als nieuwe, afzonderlijke implementatie.
  2. Voer pre-migratietaken uit en gebruik vervolgens de migratietool om uw implementatie van vRealize Automation 6.2.1 te voltooien.

Zie Migreren van vCloud Automation Center 5.2.3 naar vRealize Automation 6.2 en Upgraden naar vRealize Automation 6.2 of hoger voor meer informatie.

vCloud Automation Center 6.0.x
  1. Upgrade naar 6.1.x
  2. Upgrade naar 6.2.1

Zie Upgraden naar vCloud Automation Center 6.1 en Upgraden naar vRealize Automation 6.2.x voor meer informatie.

vRealize Automation 6.1

Upgrade naar 6.2.1. Zie Upgraden naar vRealize Automation 6.2.x voor meer informatie.

vRealize Automation 6.2.0

Upgrade naar 6.2.1. Zie Upgraden naar vRealize Automation 6.2.x voor meer informatie.

Inhoud van de versie-informatie

In deze versie-informatie komen de volgende onderwerpen aan bod:

Nieuw

Deze release van vRealize Automation bevat de volgende uitbreidingen:

Mogelijkheden voor externe console bij machines die met vSphere zijn ingericht

  • In deze release zijn mogelijkheden voor een veilige externe console opgenomen voor machines die zijn ingericht met vSphere. Dit gebeurt met behulp van WebMKS (HTML 5 console) via een console-proxy. Deze functie heeft de volgende beperkingen:
    • Door technische beperkingen van oudere browsers, biedt vRealize Automation geen ondersteuning aan een veilige externe console voor Internet Explorer 8 en 9.
    • Voor vSphere-ondersteuning is ESXi 5.1 vereist. Als u vCenter 5.1 of hoger gebruikt met hosts die op ESXi 5.0 of eerder draaien, kunt u WebMKS niet gebruiken om verbinding te maken met virtual machines op die hosts.

    Wanneer u een nieuwe installatie van vRealize Automation 6.2 upgradet naar 6.2.1, selecteert u de actie Verbinding maken met externe console op het tabblad Actie van bijgewerkte blueprints om deze optie in te schakelen voor de gebruikers. U hoeft deze actie niet uit te voeren als u vRealize Automation 6.1 hebt geüpgraded naar 6.2 en vervolgens upgradet naar to 6.2.1, terwijl in 6.1 de actie Verbinding maken met externe console was geselecteerd voor de blueprint.

Systeemvereisten, installatie en upgrade

Zie de Ondersteuningsmatrix voor vRealize Automation voor informatie over de ondersteunde hostbesturingssystemen, databases en webservers.

Zie vRealize Automation Installation and Configuration in het VMware vRealize Automation 6.2 Documentation Center voor aanvullende vereisten en installatie-instructies.

Als u de upgrade naar versie 6.2.1 wilt uitvoeren, volgt u de instructies in Upgrading vCloud Automation Center 6.1 to vRealize Automation 6.2.

Documentatie

De documentatie voor vRealize Automation is bijgewerkt en ondersteunt nu alle nieuwe functies en functionaliteit die in versie 6.2.1 zijn geïntroduceerd.

Ga naar het VMware vRealize Automation 6.2 Documentation Center voor alle documentatie voor vRealize Automation 6.2.1.

Verholpen problemen

Er zijn problemen verholpen in de volgende categorieën:

Configuratie en inrichting

  • In de compatibiliteitsmodus ontbreken tabbladen weergegeven op de nieuwe blueprint en nieuwe reserveringspagina
    Als u de compatibiliteitsmodus inschakelt in Internet Explorer 11 en de optie Intranetsites met de compatibiliteitsweergave weergeven uitschakelt en als u zich vervolgens aanmeldt bij vRealize Automation, worden de tabbladen van de nieuwe blueprintpagina en de nieuwe reserveringspagina niet weergegeven.

    Dit probleem is opgelost.

  • De actie voor opnieuw inrichten gebruikt alleen de eerste aangepaste eigenschap
    Als u een eerder ingerichte machine opnieuw inricht, wordt de aangepaste eigenschap die u hebt toegepast tijdens het opnieuw inrichten niet bijgewerkt en wordt alleen de eerste aangepaste eigenschap toegepast.

  • Dit probleem is opgelost.

  • Werkstroom AppServiceState maakt te veel gebruik van de CPU voor Model Manager Web Service en DEM Worker wanneer meerdere machines worden geïmplementeerd
    De werkstroom AppServiceState moet volgens planning elke 5 minuten worden uitgevoerd. Als het systeem een bepaalde schaal heeft bereikt, wordt de werkstroom AppServiceState volgens planning opnieuw uitgevoerd voordat deze is voltooid. Hierdoor kan Model Manager Web Service gedurende onbepaalde tijd te veel gebruikmaken van de CPU.

  • Dit probleem is opgelost.

Netwerk

  • IP-bereiken in gerouteerde netwerkprofielen worden aangeduid als toegewezen, ook als er geen IP-adressen in gebruik zijn
    Als een blueprint met meerdere machines een gerouteerd extern netwerkprofiel bevat maar geen toewijzing van het gerouteerde netwerk aan netwerkadapters voor onderdelen, worden de machines goed ingericht, maar wordt een IP-adresbereik uit het gerouteerde netwerkprofiel toegewezen terwijl dit feitelijk niet wordt gebruikt.

    U vindt de oplossing voor dit probleem in het document IaaS Integration for Multi-Machine Services. Zie Configure Routed Network Profile IP Ranges in het VMware vCloud Automation Center 6.2 Documentation Center.

Application Services

  • De AWS-regio eu-central-1 kan niet worden gebruikt met Application Services 6.2
    Wanneer u AWS probeert te implementeren in de regio eu-central-1, mislukt de implementatie en wordt het volgende foutbericht weergegeven: Er is een onverwachte fout opgetreden. Neem contact op met uw systeembeheerder.

    Dit probleem is opgelost.

Bekende problemen

Er zijn bekende problemen in de volgende categorieën:

Bekende problemen die nog niet eerder werden gedocumenteerd, zijn gemarkeerd met het symbool *.

Installatie en upgrade

  • De sts-service wordt niet weergegeven als geregistreerd op de pagina met geregistreerde services*
    De vermelding voor de sts-service is leeg, terwijl voor alle andere services GEREGISTREERD wordt weergegeven. Dit is normaal gedrag en het betekent niet dat de sts-service niet is geregistreerd.

  • Nadat u de upgrade naar vCenter PSC (Platform Services Controller) versie 6.0 hebt uitgevoerd, treedt er een fout op wanneer u zich aanmeldt bij vRealize Automation*
    Het foutbericht Aanmelding voor Windows-sessie-authenticatie is mislukt vanwege een fout die is veroorzaakt door de VMware Client Integration Plug-In wordt weergegeven wanneer u zich bij vRealize Automation aanmeldt nadat u de upgrade naar vCenter PSC (Platform Services Controller) versie 6.0 hebt uitgevoerd. Bovendien wordt mogelijk het bericht er is geen toepassing om het proces vmware_csd uit te voeren weergegeven. Versie 6.0 van Client Integration is vereist voor aanmelding.

    Oplossing: Download de Client Integration Plug-In van http://vsphereclient.vmware.com/vsphereclient/VMware-ClientIntegrationPlugin-6.0.0.exe en meld u opnieuw aan bij vRealize Automation.

  • Met vCenter PSC (Platform Services Controller) versie 6.0 die is geïntroduceerd in vSphere 6.0 kunt u een andere tenantnaam dan vsphere.local opgeven.*
    vRealize Automation vereist vsphere.local als naam van de standaardtenant omdat u de naam van de tenant niet op het tabblad SSO van de Virtual Appliance kunt invoeren wanneer u vRealize Automation configureert.

    Oplossing: Behoud vsphere.local als de naam van de tenant in vSphere 6.0.

  • Na de upgrade van vCenter Server versie 5.5 U2 naar 6.0 wordt in het aanmeldingsscherm van vSphere Web Client abusievelijk VMware vCloud Automation Center weergegeven in plaats van VMWare vCenter Single Sign-On*
    Als u een vCenter Server hebt geconfigureerd met PSC (Platform Services Controller) en bij de upgrade tevens vRealize Automation hebt geconfigureerd, wordt in het aanmeldingsscherm van vSphere Web Client abusievelijk VMware vCloud Automation Center weergegeven in plaats van VMWare vCenter Single Sign-On. Dit probleem treedt op ook als u de optie Merkvermelding toepassen in vRealize Automation hebt uitgeschakeld.

  • Na de upgrade van vCenter SSO 5.5 naar PSC (Platform Services Controller) 6.0 (alleen op Windows gebaseerde SSO) kan een tenant die in vRealize Automation is gemaakt met vCenter 5.5 SSO niet meer worden bewerkt*
    Als u tenants hebt gemaakt via een vCenter 5.5 SSO en een upgrade naar PSC 6.0 uitvoert, verschijnt het volgende foutbericht als u die tenants probeert te bewerken: Systeemuitzondering. Zie het Knowledge Base-artikel 2109719 voor meer informatie.

  • Na de upgrade naar PSC 6.0 wordt een 400-fout voor een ongeldige aanvraag gemeld wanneer u de standaardtenant-URL, https://FQDN_VA/vcac, opent omdat poort 7444 niet langer geldig is voor SSO-registratie in de vRealize Virtual Appliance*
    Het foutbericht Er wordt geprobeerd toegang te krijgen tot externe SSO op host vra-va-hostnaam.domein.naam en poort 7444, maar de geretourneerde host is vra-va-hostnaam.domein.naam en poort 443 wordt weergegeven in de Virtual Appliance wanneer u de Virtual Appliance opnieuw probeert te registreren bij de geüpgradede PSC 6.0.

  • Oplossing: Voer de volgende stappen uit.

    1. Navigeer naar de vRealize Appliance-beheerconsole door de volledig gekwalificeerde domeinnaam, https://vra-va-hostnaam.domein.naam:5480, te gebruiken.
    2. Meld u aan met de gebruikersnaam en het wachtwoord van het hoofdaccount dat u hebt opgegeven bij het implementeren van de toepassing.
    3. Klik op het tabblad vRA-instellingen.
    4. Klik op SSO.
    5. Voer de instellingen voor uw SSO-server in. Deze instellingen moeten overeenkomen met de instellingen die u hebt ingevoerd tijdens het configureren van de SSO-toepassing.
        1. Typ de volledig gekwalificeerde domeinnaam van de SSO-toepassing door de notatie sso-va-hostnaam.domein.naam te gebruiken in het tekstvak SSO-host. Gebruik het voorvoegsel https:// niet. Bijvoorbeeld: vra-sso-mijnbedrijf.com.
        2. Het standaardpoortnummer, 7444, wordt weergegeven in het tekstvak SSO-host. Wijzig deze waarde in 443.
        3. Wijzig de naam van de standaardtenant, vsphere.local, niet.
        4. Typ de naam van de standaardbeheerder, administrator@vsphere.local, in het tekstvak SSO-admingebruiker.
        5. Typ het wachtwoord van de SSO-beheerder in het tekstvak Wachtwoord SSO-admin.
        6. Selecteer Merkvermelding toepassen.
        7. Klik op Instellingen opslaan.
        8. Klik op OK.
        9. Na een paar minuten wordt een succesbericht weergegeven en de SSO-status wordt bijgewerkt in Verbonden.

        10. Navigeer naar het tabblad Services en wacht tot alle Virtual Appliance-services worden uitgevoerd voordat u zich opnieuw aanmeldt bij het product.
  • Er is een extra argument vereist om handmatig een IaaS-database te maken*

    U moet voor de opdracht BuildDB.bat een argument opgeven voor de versiestring van vRealize Automation.

    BuildDB.bat /p:DBServer=db_server;
    DBName=db_name;DBDir=db_dir;
    LogDir=[log_dir];ServiceUser=service_user;
    ReportLogin=web_user;
    VersionString=version_string

    De version_string voor vRealize Automation 6.1 is 6.1.0.3390

  • Opnieuw instellen van bewerking voor Verbinding maken met externe console voor vSphere-blueprints*
    6.2.1 biedt ondersteuning voor externe consoles voor toepassingen die worden ingericht door vSphere. Als u een upgrade uitvoert van 6.2 naar 6.2.1, moet u de instelling 'Verbinding maken met externe console' op het tabblad Acties inschakelen voor bestaande blueprints. Zie het Knowledge Base-artikel 2109706 voor meer informatie.

  • Het installatiescherm van VMware vRealize Automation IaaS verwijst naar verkeerde versies*
    Alle verwijzingen naar vCloud Automation Center versie 6.1 hebben betrekking op vRealize Automation versie 6.2 en alle verwijzingen naar vRealize Automation versie 6.2 hebben betrekking op vRealize Automation versie 6.2.1.

  • Het installeren of upgraden van VMware vRealize Automation 6.2.x IaaS resulteert in de foutmelding: afgesloten met code -1*
    Dit probleem treedt op omdat Java Runtime Environment (JRE) 1.8 is geïnstalleerd op de IaaS-virtual machine. Oplossing: Verwijder Java Runtime Environment (JRE) 1.8 en installeer JRE 1.7. Zie het Knowledge Base-artikel 2101591.

  • Er wordt een waarschuwing weergegeven in de beheerconsole voor de Identity Appliance wanneer sprake is van een gesplitste DNS-configuratie*
    Er wordt een waarschuwing weergegeven in de beheerconsole voor de Identity Appliance, wanneer u Lid worden van AD-domein selecteert in een gesplitste DNS-configuratie. U kunt het waarschuwingsbericht negeren.

    Oplossing: Voer de toevoeging aan het domein handmatig uit door de opdracht domainjoin-cli --disable hostname uit te voeren vanaf de opdrachtregel. De vCenter-appliance gebruikt deze syntaxis voor dezelfde domainjoin-cli.

  • NTP 4.2.8 heeft een beveiligingsrisico; dit wordt beschreven in CVE-2014-9298*
    Dit beveiligingsrisico in NTP 4.2.8 is opgelost door een correctie in vRealize Automation versie 6.2.1. Er komt een bijgewerkte versie van NTP beschikbaar in een volgende release van vRealize Automation.

  • Installatie van het onderdeel Manager Service mislukt als de aangepaste IaaS-installatieoptie wordt gebruikt
    Installatie van het onderdeel Manager Service wordt niet ondersteund op een machine waar de onderdelen database, website en Model Manager Data al zijn geïnstalleerd. Als u deze installatie probeert uit te voeren, mislukt de installatie van het onderdeel Manager Service en wordt het foutbericht Virtuele toepassing vcac bestaat weergegeven.

  • Logboeken zijn niet opgenomen in de uiteindelijke bundel vanwege een trage netwerkverbinding tussen de knooppunten en de beheerconsole
    Logboeken worden niet geüpload en worden niet opgenomen in de uiteindelijke bundel als de time-out wordt overschreden. De huidige time-out is ingesteld op 30 minuten na het begin van de uitvoering van de opdracht op een knooppunt. Deze situatie kan zich voordoen bij een trage netwerkverbinding tussen de knooppunten en de beheerconsole.

  • Prerequisite Checker detecteert geen instellingen wanneer deze gebruikmaakt van een andere poort dan de standaard SQL-poort
    Als u een aangepaste installatie uitvoert en u een databaseknooppunt hebt geselecteerd op SQL met een afwijkende instantie en een afwijkende poort, detecteert Prerequisite Checker de instellingen niet, zelfs als MSDTC (Microsoft Distributed Transaction Coordinator) op de juiste wijze is geconfigureerd.

    Oplossing: Controleer handmatig of MSDTC wordt uitgevoerd en klik vervolgens op Bypass in de Prerequisite Checker om door te gaan met de installatie.

  • Op de aanmeldpagina van de Identity Appliance wordt VMware vCloud Automation Center weergegeven na de upgrade van versie 6.1 naar 6.2
    Als u een upgrade uitvoert van VMware vCloud Automation Center 6.1.x naar vRealize Automation 6.2, wordt op de aanmeldpagina van de Identity Appliance VMware vCloud Automation Center als merknaam weergegeven in plaats van VMware vRealize Automation.

    Oplossing: Registreer opnieuw met de Identity Appliance door naar het tabblad SSO te gaan in de beheerconsole en Instellingen opslaan te selecteren. De nieuwe merknaam verschijnt.

  • HP Server Automation Software-integratiescripts zijn beschadigd vanwege ontbrekende PowerShell-scripts
    Ondersteuning voor het maken van een PXE en het installeren van software op de machine met HP Server Automation Software is onderbroken vanwege ontbrekende PowerShell-scripts.

  • Archieflogboeken ontbreken voor de gestopte machines
    Als de archieflogboeken ontbreken voor bepaalde machines, is de machine gestopt of onbereikbaar.

  • De installatiewizard van vRealize Automation installeert de database niet in een aangepaste directory
    In een gedistribueerde (aangepaste) installatie worden wijzigingen van de standaarddirectory voor database en logboek genegeerd door het installatieprogramma. De database en logboeken worden in de standaarddirectory gemaakt.

    Oplossing: Als u de database niet op de standaardlocatie wilt installeren, installeert u eerst de database met behulp van DBinstall-scripts en vervolgens vRealize Automation.

  • IaaS-verificatie mislukt tijdens de installatie van web- en modelbeheer voor IaaS vanwege een probleem in IIS
    Wanneer u de Prerequisite Checker uitvoert, verschijnt het bericht dat de IIS-verificatiecontrole is mislukt omdat er geen verificatie is ingeschakeld, ook al is het selectievakje voor de IIS-verificatie ingeschakeld.

    Oplossing:

    1. Schakel het selectievakje Windows-verificatie uit.
    2. Klik op Opslaan.
    3. Schakel het selectievakje Windows-verificatie in.
    4. Klik op Opslaan.
    5. Voer de Prerequisite Checker opnieuw uit.

  • Validatie van SSO-certificaat (Single Sign-On) waarin hoofdletters voorkomen mislukt
    Wanneer u een certificaat toewijst aan een SSO-toepassing, worden alle tekenreeksen tijdens de implementatie omgezet in kleine letters. Het validatieproces is echter hoofdlettergevoelig en mislukt omdat de certificaatnaam hoofdletters bevat en er wordt gezocht naar een naam in kleine letters.

    Oplossing: Voer het adres voor de SSO-host bij vRealize Automation Appliance > vRA-instellingen > SSO in met hetzelfde hoofdlettergebruik als waarmee het certificaat is toegewezen aan het SSO-toepassing.

  • De installatie mislukt wanneer een onjuiste hostnaam wordt opgegeven
    De installatie mislukt en er wordt een fout weergegeven, die lijkt op een van onderstaande fouten:
    Info : 2014-06-17 10 42 32 059 AM : System.AggregateException: Er zijn één of meer fouten opgetreden. ---> System.Net.Http.HttpRequestException: Er is een fout opgetreden tijdens het verzenden van de aanvraag. ---> System.Net.WebException: De externe naam kan niet worden opgelost: po-va-rtq8c.sqa.local' Oorzaak: Er is een onjuiste naam opgegeven in het veld vCAC-hostnaam bij vCAC-instellingen > Hostinstellingen.

    Oplossing:

    1. Bewerk het configuratiebestand van de virtuele toepassing /etc/sysconfig/network/dhcp, zodat dit de juiste hostnaam bevat.
    2. Start de virtuele toepassing opnieuw.
    3. Meld u aan bij de beheerconsole van de virtuele toepassing.
    4. Open het tabblad vRA-instellingen en klik op Hostinstellingen.
    5. Voer de juiste naam in het tekstvak Hostnaam in.
    6. Klik op Instellingen opslaan.
      Opmerking: Klik niet op Hostnaam omzetten.
    7. Voltooi de configuratiestappen van de virtuele toepassing en ga verder met de installatie.

Migratie

  • Vernietigingsdatum voor een vApp-onderdeel verschilt van de vApp-container voor vApps die zijn gemigreerd van vRealize Automation versie 5.2.x
    Voor vApps die worden gemigreerd vanuit vRealize Automation versie 5.2x, worden inconsistente vernietigingsdatums weergegeven voor het onderdeel en de container. In het onderdeel wordt dezelfde datum weergegeven als vernietigingsdatum en vervaldatum, maar in de container wordt de juiste informatie weergegeven. Omdat vRealize Automation vApp-leases beheert op basis van de informatie in de container, worden uw onderdelen niet vroegtijdig verwijderd.

  • De portlet Agenda met gebeurtenissen geeft niet de juiste aanmaakdatum weer na de migratie
    Na de migratie wordt in de portlet Agenda met gebeurtenissen de migratiedatum weergegeven als aanmaakdatum voor alle gemigreerde items. Dit probleem treedt op ongeacht de werkelijke of juiste datum.

  • Tijdens de premigratiecontrole wordt foutief gemeld dat er agenten in het doelsysteem ontbreken
    Tijdens de premigratie wordt gecontroleerd of de agentnamen uit het bronsysteem ook aanwezig zijn in het doelsysteem. Wanneer de namen niet overeenkomen, wordt dit in het rapport gemeld. Het premigratierapport kan dan het volgende bericht bevatten: Geen overeenkomende agent gevonden in het doelsysteem. Installeer een agent met een overeenkomende naam op het doelsysteem. Dit bericht kan ook worden weergegeven wanneer er wel een overeenkomende agent op het doelsysteem bestaat.

    Het bericht wordt ten onrechte gegenereerd als er in het doelsysteem een overeenkomende agent bestaat maar hiervoor geen endpoint is geconfigureerd.

    Oplossing: Als het bericht in het premigratierapport wordt weergegeven terwijl er een overeenkomende agent in het doelsysteem bestaat, moet u een endpoint voor de agent in het doelsysteem configureren en de premigratie vervolgens opnieuw uitvoeren. Maar u kunt het bericht ook negeren en het endpoint na afloop van de migratie configureren.

Internationalisatie

  • Er kunnen geen momentopnamen worden gemaakt als de naam van de virtual machine op het tabblad Items niet-ASCII-tekens bevat
    Als de naam van de virtual machine op het tabblad Items niet-ASCII-tekens bevat, kunt u geen momentopname maken van de virtual machine.

    Oplossing: Geef de machine een andere naam waarin uitsluitend Nederlandse tekens worden gebruikt, om een momentopname te maken.

  • Aangepaste scripts van gastagenten die Unicode-tekens bevatten, veroorzaken een oneindige lus
    Als u aangepaste scripts voor een gastagent gebruikt en er Unicode-tekens in de naam van het script voorkomen, wordt de VM niet ingericht en resulteert de aanvraag in een oneindige lus.

    Oplossing: Gebruik geen Unicode-tekens in de naam van het script.

Netwerk

  • Tijdens gelijktijdige implementatie van blueprints voor meerdere machines met VMware NSX-taken blijft de status 'In behandeling' gedurende onbepaalde tijd actief.
    Oplossing: Raadpleeg Knowledge Base-artikel 2128908 om dit bekende probleem op te lossen.

  • Wanneer taakverdeling is ingeschakeld op meerdere VDR-gerouteerde netwerken, wordt dezelfde NSX Edge gebruikt
    Wanneer taakverdeling is ingeschakeld op meerdere VDR-gerouteerde netwerken in een blueprint met meerdere machines, is één NSX Edge verbonden met beide netwerken aan de uplinkzijde van de edge. In dergelijke situaties zijn een of meer virtuele taakverdelingsservers mogelijk niet toegankelijk.

  • Er verschijnen onjuiste netwerkinstellingen voor een onderdeel met meerdere virtual machines in vRealize Automation nadat het netwerk opnieuw is geconfigureerd in vCenter Server
    U kunt een vCloud Networking and Security-netwerk (NSX-netwerk) van een onderdeel met meerdere virtual machines in vRealize Automation niet opnieuw configureren. U moet in plaats daarvan de vSphere Client gebruiken om het netwerk in vCenter Server opnieuw te configureren. Houd er rekening mee dat bepaalde netwerkinstellingen van het onderdeel met meerdere virtual machines niet goed worden weergegeven in vRealize Automation.

    Oplossing: Werk het netwerk bij in vCenter Server zodat de juiste netwerkinstellingen worden hersteld.

Application Services

  • Proxyinstellingen voor implementatieomgevingen worden niet gebruikt ongeacht of u globale proxyinstellingen configureert
    Ongeacht of u de globale proxyinstellingen wel of niet configureert in het bestand darwin_global.conf wanneer u de proxyinstellingen configureert op het niveau van de implementatieomgeving, past de implementatie de proxyinstellingen niet toe op het niveau van de implementatieomgeving.

  • vRealize Automation 6.2 kan geen blueprints van Application Director publiceren naar de vRealize Automation-catalogus
    Als u vRealize Automation 6.0.1.x of 6.1 upgradet naar 6.2 en vervolgens een blueprint van Application Director naar de vRealize Automation-catalogus wilt publiceren, wordt het volgende foutbericht weergegeven: Er is een onverwachte fout opgetreden. Neem contact op met uw systeembeheerder. Dit probleem treedt niet op als u een nieuwe instantie van Application Director hebt geregistreerd in combinatie met vRealize Automation 6.2.

    Oplossing: Maak de registratie van Application Director 6.0.1.x of 6.1 bij vRealize Automation 6.2 ongedaan en registreer Application Director vervolgens opnieuw bij vRealize Automation.

  • Materiaalbeheerder krijgt geen toegang voor het vernietigen van fysieke toepassingsservice voor meerdere tenants
    Materiaalbeheerders ontvangen het bericht Toegang geweigerd wanneer ze een fysieke toepassingsservice voor meerdere tenants proberen te vernietigen.

  • Oplossing: Meld u aan als materiaalbeheerder voor de materiaalgroep van de tenant waar zich de machine bevindt die u wilt vernietigen.

  • vRealize Automation biedt geen ondersteuning voor het gebruik van meerdere hosts met dezelfde naam in het systeem
    Hosts worden op basis van hostnaam bijgewerkt door gegevensverzamelingen. Als twee endpoints een host met een identieke naam hebben, is onduidelijk welk endpoint eigenaar van de host is.

    Oplossing: Zorg ervoor dat alle hostnamen uniek zijn.

  • U kunt in Application Services geen beschrijving toevoegen aan een schijf op een blueprintcanvas
    Wanneer u Windows Internet Explorer 11 gebruikt, kunt u geen beschrijving toevoegen aan een schijf op het tabblad Schijven van een blueprintcanvas.

    Oplossing: Gebruik Chrome of Firefox als u een beschrijving wilt toevoegen voor een schijf op een blueprintcanvas.

  • U kunt geen knooppunten bijwerken die Puppet-services gebruiken die zijn geïmplementeerd met Application Director versie 6.0.1.x of 6.1
    In Application Services 6.2 kunt u geen knooppunten bijwerken die gebruikmaken van Puppet-services die zijn geïmplementeerd met Application Director versie 6.0.1.x of 6.1. Application Services 6.2 maakt een manifest voor Puppet-knooppunten waarmee u specifieke services kunt bijwerken. Dit manifest is echter niet compatibel met de manifestbestanden voor knooppunten die worden gegenereerd door Application Director 6.0.1.x of 6.1.

    Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2088837.

Advanced Service Designer

  • Fout 'Kan geen verbinding maken met Orchestrator-server' wanneer u de verbinding test*
    Als u de verbinding test wanneer u bent aangemeld bij de vRealize Automation Administration-console en de fout 'Kan geen verbinding maken met Orchestrator-server' wordt gemeld, is het vRealize Orchestrator-endpoint niet geregistreerd. Dit probleem treedt slechts sporadisch op.

    Oplossing: U kunt dit probleem oplossen door de Orchestrator-service opnieuw te registreren.

    1. Meld u aan bij de vRealize Appliance Linux-console met het hoofdaccount.
    2. Voer vcac-vami vco-service-reconfigure in en druk op Enter.
    3. Meld u af en test uw vRealize Orchestrator-verbinding.
  • De veldwaardebeperking voor Advanced Service Designer is niet geëvalueerd na verbinding met de vRealize Orchestrator-presentatie
    Als u een aanvraagformulier ontwerpt, wordt een beperking niet op de juiste wijze toegepast als voor deze veldbeperking een verbinding wordt gebruikt met een ander veld waarvan de waarde wordt berekend op basis van een verbindingsuitdrukking die is gedefinieerd in de vRealize Orchestrator-presentatie. Deze verbinding tussen velden moet ofwel volledig zijn gedefinieerd in de vRealize Orchestrator-presentatie of in het Advanced Service Designer-formulier.

  • Er kan een onjuiste veldcontrole worden uitgevoerd in Advanced Service Designer
    Wanneer u het type endpoint wijzigt in de aanmaakmodus, kan er een onjuiste veldcontrole worden uitgevoerd.

    Oplossing: Voer de volgende stappen uit.
    1. Sluit de geopende wizard voor de aanmaak van endpoints.
    2. Start een nieuwe wizard voor de aanmaak van endpoints.
    3. Selecteer het juiste type invoegtoepassing op de eerste pagina van de wizard.
    4. Voer op het tabblad Formulierpresentatie de vereiste gegevens in.
    5. Sla de configuratie op.

    De juiste voorwaardelijke beperkingen voor het formulier worden uitgevoerd.

  • Voorwaarden van vCenter Orchestrator voor maximale numerieke waarde en maximale tekenreekslengte worden niet ingevuld in Advanced Service Designer-formulieren
    Wanneer een servicearchitect een blueprintformulier maakt in Advanced Service Designer en een vRealize Orchestrator-werkstroom laadt met een numeriek veld waarvan de maximale waarde is beperkt of een tekenreeksveld waarvan de lengte is beperkt, verschijnen die beperkingen voor deze velden niet op het tabblad Beperkingen van de blueprint.

    Oplossing: De servicearchitect moet de beperkingen handmatig invoeren. Dit kan als volgt:

    1. Klik op de optie Bewerken van de invoerparameter.
    2. Klik op het tabblad Beperkingen.
    3. Voer een beperking in voor de maximale waarde (als de parameter een getal is) of voor de maximale lengte (als de parameter een string is).
  • Kan geen serviceblueprint of bronactie maken in Advanced Service Designer bij het selecteren van een werkstroom die een invoer heeft van een type tekenreeksarray met een vooraf gedefinieerde antwoordactie die null kan retourneren
    Als u tijdens het maken van een serviceblueprint of bronactie in Advanced Service Designer een vRealize Orchestrator-werkstroom selecteert die een invoerparameter heeft van een type tekenreeksarray met een vooraf gedefinieerde antwoordeneigenschap in de presentatie die een scriptactie aanroept die null kan retourneren en u op Volgende klikt, mislukt de procedure en wordt het volgende foutbericht weergegeven: Interne Fout Er is een interne fout opgetreden. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met uw systeembeheerder. Wanneer u contact opneemt met uw systeembeheerder, gebruikt u de volgende referentie:

    Oplossing: Vanuit het ontwerpperspectief van de vRealize Orchestrator-client bewerkt u de vooraf gedefinieerde antwoordactie door null te vervangen door een lege array. Als de actiescriptcode als volgt is:

    if (someCondition) {
    return ["a", "b", "c"];
    } else {
    return null;
    }

    Moet u de code wijzigen naar:

    if (someCondition) {
    return ["a", "b", "c"];
    } else {
    return [];
    }

Configuratie en inrichting

  • Pagineringsaanvragen resulteren in een foutbericht en er worden geen records voor de laatste pagina weergegeven als het aantal items een veelvoud van 25 is*

    Als het aantal bedrijfsgroepen bijvoorbeeld een veelvoud van 25 is en u naar de laatste pagina van de bedrijfsgroepen gaat, verschijnt een foutbericht met de volgende strekking:

    Index ligt buiten bereik. De waarde moet niet-negatief zijn en kleiner zijn dan de omvang van de verzameling. Parameternaam: index.

    Klik op OK in het foutbericht.

    Dit filterprobleem treedt op bij volgende pagina's van de gebruikersinterface:
    • Details bulkimport
    • Amazon AMI selecteren
    • OpenStack-afbeelding selecteren
    • Klonen van VSphere selecteren
    • Lijst met bedrijfsgroepen
    • Recente gebeurtenissen
    • Beheerde machines
    • Gereserveerde machines
    • Logboek
    • Auditlogboek
    • Werkstroomgeschiedenis
    • Details werkstroomgeschiedenis

    Oplossing: Maak een extra entiteit, zoals een nieuwe bedrijfsgroep, om het probleem met het veelvoud van 25 op te lossen. Wijzig anders de sorteervolgorde of filtering zodat er geen veelvoud van 25 meer is en de items op de laatste pagina van het overzicht worden weergegeven.

  • Aanvragen voor paginafiltering resulteren in een fout waardoor de pagina niet meer werkt*

    Als u bijvoorbeeld een aangepaste filter voor bedrijfsgroepen maakt om alleen de bedrijfsgroepen BG1 en BG2 weer te geven, verschijnt een foutbericht met de volgende strekking:

    De expressie (((Convert([10007].GroupType) == 0) And ([1007].TenantID == “sqa”)) And Not(Like([10007].GroupName, “by”))) wordt niet ondersteund.

    Wanneer u op OK klikt in het foutbericht, werkt de gebruikersinterface voor de bedrijfsgroep tijdens die sessie niet meer. Het evenementlogboek bevat inhoud van de volgende strekking:

    Uitzondering van type 'System.Web.HttpUnhandledException' geactiveerd. Interne uitzondering: De expressie (((Convert([10007].GroupType) == 0) And ([10007].TenantID == “sqa”)) And Not(Like([10007].GroupName, “by”))) wordt niet ondersteund.

    Dit filterprobleem treedt op bij volgende pagina's van de gebruikersinterface:
    • Details bulkimport
    • Amazon AMI selecteren
    • OpenStack-afbeelding selecteren
    • Klonen van VSphere selecteren
    • Lijst met bedrijfsgroepen
    • Recente gebeurtenissen
    • Beheerde machines
    • Gereserveerde machines
    • Logboek
    • Auditlogboek
    • Werkstroomgeschiedenis
    • Details werkstroomgeschiedenis

    Oplossing: Als u de juiste werking van de gebruikersinterface wilt herstellen, moet u zich afmelden en weer aanmelden, en start u een nieuwe vRealize Automation-sessie.

  • De kosten in een goedkeuringsaanvraag voor een nieuwe configuratie worden niet juist weergegeven
    Nadat u de kosten van een computerbron voor een bestaande machine hebt gewijzigd en u vervolgens de machine opnieuw configureert met meer geheugen, een grotere CPU en meer opslagcapaciteit, worden de kosten in de goedkeuringsaanvraag niet op de juiste wijze weergegeven. In plaats hiervan worden de oude waarden weergegeven.

  • De inrichting van een service voor meerdere machines met een vooraf gedefinieerde taakverdeling via de eigenschap VCNS.LoadBalancerEdgePool.Names die is geconfigureerd op het blueprintniveau voor meerdere machines, wordt niet ondersteund
    Als onderdelen voor meerdere machines worden toegevoegd aan de vooraf gedefinieerde taakverdeling door de eigenschap VCNS.LoadBalancerEdgePool.Names op te geven in de blueprint voor meerdere machines, wordt de service voor meerdere machines, na een geslaagde inrichting, onmiddellijk verwijderd en wordt het volgende foutbericht weergegeven: de configuratie van één of meer netwerk- en beveiligingsinstellingen is mislukt. Fout: Het doel van een aanroep heeft een uitzondering veroorzaakt.

  • Oplossing: Definieer de aangepaste eigenschap VCNS.LoadBalancerEdgePool.Names op het niveau van de blueprint voor de zelfstandige virtual machine.

  • Er treedt een fout op op het tabblad Configuratie voor metriekprovider
    Als u naar het tabblad Configuratie voor metriekprovider gaat waar de metriekprovider voor vRealize Automation aanvankelijk wordt geselecteerd, de optie vRealize Operations-endpoint selecteert en vervolgens opnieuw de metriekprovider van vRealize Automation selecteert en op Opslaan klikt, wordt het foutbericht Corrigeer de gemarkeerde fouten weergegeven.

  • Oplossing: Vernieuw de browser of meld u af en meld u vervolgens weer aan bij de gebruikersinterface van vRealize Automation.

  • vApp kan mogelijk niet worden ingericht vanwege een fout tijdens de aanpassing
    Als u de hardware-instellingen van een virtual machine wijzigt in een vApp-sjabloon en vervolgens de sjabloon bijwerkt, kan de virtual machine niet worden ingericht tenzij u de gegevensverzameling voor het endpoint uitvoert.

  • Tabbladen worden niet bijgewerkt nadat nieuwe rollen zijn toegewezen aan de gebruiker
    Nadat een nieuwe rol is toegewezen aan een gebruiker, worden de specifieke tabbladen voor die rol gedurende 5 tot 10 minuten niet weergegeven, ook als u zich afmeldt en vervolgens weer aanmeldt.

  • Eerder toegevoegde portlets worden mogelijk niet volledig weergegeven op het tabblad Home
    Als u Internet Explorer 8 of 9 gebruikt om u aan te melden bij vRealize Automation en extra portlets toevoegt op het tabblad Home, worden eerdere portlets die al aanwezig zijn in vRealize Automation, mogelijk niet volledig weergegeven.

  • Oplossing: Vernieuw de browser.

  • Er treedt een fout op wanneer u de vooraf gedefinieerde Puppet-gebaseerde Test App 1.0.0 of de Puppet-gebaseerde Test App 1.0.1 implementeert met een nieuwe versie van het besturingssysteem
    Als u een nieuwe versie van het besturingssysteem maakt en gebruikt in de blueprint van de vooraf gedefinieerde Puppet-gebaseerde Test App 1.0.0 of Puppet-gebaseerde Test App 1.0.1 en de toepassing implementeert, mislukt de implementatie met het foutbericht Er is een onverwachte fout opgetreden. Neem contact op met uw systeembeheerder.

  • Oplossing: Gebruik de vooraf gedefinieerde versies van het besturingssysteem in de blueprint opnieuw in plaats van de nieuwe versie van het besturingssysteem.

  • Aanmeldpogingen als IaaS-beheerder met aanmeldgegevens in een onjuiste UPN-indeling mislukken zonder verdere uitleg
    Als u zich als IaaS-beheerder probeert aan te melden bij vRealize Automation met UPN-aanmeldgegevens waarin het gedeelte @uwdomein van de gebruikersnaam ontbreekt, wordt u direct afgemeld bij SSO en zonder enige uitleg omgeleid naar de aanmeldpagina.

  • Oplossing: De UPN moet worden ingevoerd volgens de indeling uwnaam.admin@uwdomein. Dus wanneer u zich bijvoorbeeld aanmeldt met de gebruikersnaam jsmit.admin@sqa.local, terwijl de ingestelde UPN in Active Directory beperkt is tot jsmit.admin, dan mislukt de aanmelding. U lost dit probleem op door het vereiste gedeelte @uwdomein toe te voegen aan de waarde userPrincipalName en de aanmelding vervolgens opnieuw uit te voeren. In dit voorbeeld is de juiste UPN-naam jsmith.admin@sqa.local. Deze informatie is beschikbaar in het logboekbestand in de map log/vcac.

  • Het aanpassingsgedrag voor e-mailsjablonen is gewijzigd waardoor externe sjablonen onbruikbaar zijn
    In vRealize Automation 6.0 of hoger kunnen alleen meldingen die door IaaS zijn gegenereerd, worden aangepast met behulp van de e-mailsjabloonfunctie van eerdere versies.

    Oplossing: U kunt de volgende XSLT-sjablonen gebruiken:

    • ArchivePeriodExpired
    • EpiRegister
    • EpiUnregister
    • LeaseAboutToExpire
    • LeaseExpired
    • LeaseExpiredPowerOff
    • ManagerLeaseAboutToExpire
    • ManagerLeaseExpired
    • ManagerReclamationExpiredLeaseModified
    • ManagerReclamationForcedLeaseModified
    • ReclamationExpiredLeaseModified
    • ReclamationForcedLeaseModified
    • VdiRegister
    • VdiUnregister

    De e-mailsjablonen bevinden zich in de directory \Templates onder de installatiedirectory van de server, doorgaans %SystemDrive%\Program Files x86\VMware\vCAC\Server. De directory \Templates bevat ook XSLT-sjablonen die niet meer worden ondersteund en evenmin kunnen worden gewijzigd. Zie Configuring Notifications in het VMware Cloud Automation Center 6.2 Documentation Center voor meer informatie over het configureren van meldingen.

  • Acties op ingerichte machines worden voortijdig als voltooid gemarkeerd
    Acties zoals Opnieuw inrichten of Uitschakelen verschijnen mogelijk als voltooid op de pagina Aanvragen, terwijl de bewerking in werkelijkheid nog wordt uitgevoerd. De werkelijke status van de machine is te zien op de pagina Items.

  • Het gastagentbestand SCCMPackageDefinitionFile.sms moet worden bijgewerkt
    De naam en uitgever in het gastagentbestand SCCMPackageDefinitionFile.sms zijn verouderd. Dit heeft geen invloed op de functionaliteit.

  • Leasedatums kunnen zo worden aangepast dat ze buiten de instelling voor het Goedkeuringsbeleid vallen
    Als u een leasedatum wijzigt met de bronactie Lease wijzigen, kunt u een datum opgeven die later is dan de maximale leasedatum in de blueprint.

  • Verwijderde aangepaste groepen worden niet uit de rechten verwijderd
    Als u een aangepaste groep verwijdert die aan een recht is gekoppeld, wordt de aangepaste groep niet uit het recht verwijderd.

    Oplossing: Zorg dat de aangepaste groep ook uit het recht wordt verwijderd. Doe dit als volgt:

    1. Verwijder de aangepaste groep uit het recht.
    2. Verwijder de aangepaste groep.

  • Door het verwijderen van de bedrijfsgroeprol uit een aangepaste groep, worden de rechten niet ingetrokken
    Als u een aangepaste groep die aan een recht is gekoppeld, uit de bedrijfsgroeprol verwijdert, wordt die aangepaste groep niet uit het recht verwijderd.

    Oplossing: Zorg dat de bedrijfsgroep ook uit een aangepaste groep en uit het recht wordt verwijderd. Doe dit als volgt:

    1. Verwijder de aangepaste groep uit het recht.
    2. Verwijder de aangepaste groep uit de bedrijfsgroeprol.

  • Hyper-V-endpoint wordt onjuist aangeduid als een onbeheerde machine in de Infrastructuurorganisator
    Als de inrichting van een Hyper-V-endpoint mislukt, beschouwt vRealize Automation de machine als vernietigd. Aangezien de machine nog steeds op het endpoint aanwezig is, wordt deze echter als een onbeheerde machine weergegeven in de Infrastructuurorganisator.

  • Een Citrix XenDesktop/Provisioning Service-machine behoudt bij het inrichten de status 'niet-ingericht'
    Dit probleem kan optreden bij de VMware VDI-agent en elke andere versie van de VMware EPI-agent, zoals Citrix, BMC, Opsware, VBScripts enzovoort. Het kan ook optreden op diverse punten in de gehele cyclus van de master-werkstroom voor de inrichting van machines.

    Het is mogelijk dat een geïnstalleerde agent alleen voor een specifieke servernaam wordt gebruikt en dus geen aanvragen van servers van derden kan afhandelen. Als bij de installatie een specifieke servernaam is opgegeven, kan de agent alleen aanvragen afhandelen voor een server met exact dezelfde servernaam. vRealize Automation gebruikt de waarde van de aangepaste eigenschappen EPI.Server.Name of VDI.Server.Name om te zoeken naar de overeenkomende agent die de aanvraag kan afhandelen. Als er geen overeenkomende agent wordt gevonden, behoudt de machine tijdens de inrichting de status EPIRegister/Machine Provisioned of de status Unprovisioning/DeactivateMachine. Deze status blijft gehandhaafd totdat de overeenkomende agent wordt gevonden.

    Oplossing: Installeer een nieuwe EPI/VDI-agent waarvan de serverwaarde precies overeenkomt met de opgegeven waarde voor EPI.Server.Name/VDI.Server.Name of laat de waarde voor de servernaam leeg.
    U kunt de serverwaarde eventueel ook wijzigen door het configbestand van de huidige agent bij te werken. U gaat dan als volgt te werk:

    1. Maak een back-up van het configbestand van de agent. Dit bestand bevindt zich doorgaans op de locatie C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\Agents\agentName\VRMAgent.exe.config.
    2. Open een tekstbewerkingsprogramma als beheerder.
    3. U kunt deze wijziging voor elk type agent uitvoeren door SERVER_NAME_VALUE te vervangen door de naam van uw server of deze waarde verwijderen om deze leeg te laten.
      epiIntegrationConfiguration epiType="CitrixProvisioning" server="SERVER_NAME_VALUE"
      vdiIntegrationConfiguration vdiType="XenDesktop" server=""X
    4. Sla uw wijzigingen op.
    5. Start de agentservice opnieuw op.
        1. Klik op Start > Systeembeheer > Services.
        2. Klik met de rechtermuisknop op de gewenste VMware vRealize Automation-agentservice en klik op Opnieuw opstarten.
        3. Als de agent opnieuw is gestart, wordt uw taak zoals verwacht voltooid.

  • Het tabblad Infrastructuur kan niet worden geopend wanneer de beheerder lid is van honderden groepen
    In een omgeving met Active Directory en SSO kan een IaaS-beheerder die lid is van een groot aantal groepen, het tabblad Infrastructuur mogelijk niet openen. Een dergelijke poging kan resulteren in een van de volgende fouten:

    • Ongeldige aanvraag - Aanvraag te lang - HTTP-fout 400. De aanvraagheader is te lang.
    • Service niet bereikbaar - De vereiste service is niet bereikbaar op het verwachte adres. Neem voor hulp contact op met uw systeembeheerder. Referentiefout REPO404.
  • Oplossing: U kunt dit oplossen door meer beperkingen voor tokens in te stellen, zoals in het volgende voorbeeld.

    1. Bepaal de maximale grootte van het Kerberos-token. Gebruik de volgende richtlijn om te bepalen wat de juiste maximale grootte van Kerberos-tokens voor uw implementatie is:

    Kerberos MaxTokenSize = 1200 + 40d + 8s (bytes)

    In deze formule worden de volgende waarden gebruikt:

    • d -- Dit is het aantal lokale groepen in het domein waarvan een gebruiker lid is, plus het aantal universele groepen waarvan de gebruiker lid is buiten het domein van de gebruikersaccount, plus het aantal groepen in de historie van beveiligings-id's (SID's).
    • s -- Dit is het aantal beveiligingsgroepen in het domein waarvan een gebruiker lid is, plus het aantal universele groepen waarvan de gebruiker lid is binnen het domein van de gebruikersaccount.
    • 1200 -- Dit is de geschatte waarde voor ticket overhead. Deze waarde kan variëren, afhankelijk van factoren zoals de lengte van DNS-domeinnamen en de clientnaam.

    2. Bepaal of de registerwaarde moet worden gewijzigd. Als de tokengrootte die u met bovenstaande formule hebt berekend, kleiner is dan 12.000 bytes (de standaardgrootte), hoeft u de registerwaarde van MaxTokenSize voor de domeinclients niet te wijzigen. Als de waarde groter is dan 12.000 bytes, moet u de registerwaarde van MaxTokenSize aanpassen (zie http://support.microsoft.com/kb/263693). Bij een wijziging van de Kerberos-waarde voor MaxTokenSize past u de registervermelding als volgt aan:

    HKLM\System\CurrentControlSet\Control\Lsa\Kerberos\Parameters
    MaxTokenSize, REG_DWORD,
    <value> (the recommended value for the MaxTokenSize registry entry is 65535 decimal or FFFF hexadecimal)

    3. Gebruik de volgende richtlijn om de juiste maximumgrootte van HTTP-aanvragen voor uw implementatie te bepalen. Hierbij staat T voor de hierboven opgegeven MaxTokenSize van Kerberos:

    MaxFieldLength = (4/3 * T bytes) + 200
    MaxRequestBytes = (4/3 * T bytes) + 200

    Stel MaxFieldLength en MaxRequestBytes in op de berekende waarden. In dit voorbeeld resulteert dit in de volgende toegestane maximumwaarde:

    HKEY_LOCAL_MACHINE\System\CurrentControlSet\Services\HTTP\Parameters
    MaxFieldLength DWORD 65534
    MaxRequestBytes DWORD 16777216

    Raadpleeg de volgende artikelen voor meer informatie over problemen met Kerberos-verificatie wanneer een gebruiker lid is van vele groepen:
    http://support.microsoft.com/kb/327825
    http://support.microsoft.com/kb/263693
    http://support.microsoft.com/kb/2020943

Afgeschafte functies en ondersteuning