Versie-informatie voor VMware vRealize Automation 6.2.4

|

Bijgewerkt op: 1 maart 2017

vRealize Automation 6.2.4 | 15 maart 2016 | Build 3624994

VMware Identity Appliance 6.2.4.1 | 14 april 2016 | Build 3730901

vRealize Automation Application Services 6.2.4 | 15 maart 2016 | Build 3631043

Controleer op aanvullingen en updates voor deze versie-informatie.

Inhoud van de versie-informatie

In deze versie-informatie komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Nieuw
  • Systeemvereisten, installatie en upgrade
  • Documentatie
  • Verholpen problemen
  • Bekende problemen
  • Afgeschafte functies en ondersteuning
  • Nieuw

    De versie van vRealize Automation bevat enkele opgeloste problemen zoals beschreven in de sectie Verholpen problemen en ook de volgende verbeteringen:

    • Rapportering van de resultaten van inrichtings- en herconfiguratieaanvragen in de vRealize-beheerinterface.
    • Validering van machine-invoerparameters, aangepaste eigenschappen en een woordenboek voor eigenschappen voor machines die zijn ingericht met REST API.
    • Mogelijkheid om dag en tijd weer te geven in de indeling die in het Verenigd Koninkrijk wordt gebruikt.
    • Acceptatie van licenties voor vRealize Automation 7 Standard, vRealize Suite 7 Advanced en vRealize Suite 7 Enterprise.
    • Opnieuw configureren en bewerken van de functionaliteit van virtual machines die zijn ingericht met SCVMM (System Center Virtual Machine Manager).
    • Ondersteuning van Keystone v3 OpenStack Identity Provider voor vRealize Automation 6.2 OpenStack-endpoint.
    • Een gastagent voor het besturingssysteem Solaris.
    • Mogelijkheid voor de gastagent om opdrachtregelargumenten in een InstallSoftware-script te herkennen en ontsleutelen.
    • Mogelijkheid om namen voor de bijbehorende vRealize Automation-eigenschappen weer te geven op Application Director.
    • Versieondersteuning voor de volgende endpoints:
      • vCloud Director 5.6.4 en 8.3.1
      • vRealize Orchestrator 6.0.4
      • vSphere 5.5 Update 3 en vSphere 6.0 Update 2

    Belangrijk: Deze update verhelpt een beveiligingsrisico gerelateerd aan de VMware Client Integration-invoegtoepassing. Het Common Vulnerabilities and Exposures-project (cve.mitre.org) heeft aan dit probleem de id CVE-2016-2076 toegewezen.
    U kunt het probleem oplossen door de update naar VMware Identity Appliance 6.2.4.1 te installeren en vervolgens de VMware Client Integration-invoegtoepassing bij te werken. Zie het VMware Knowledge Base-artikel 2145066 voor meer informatie over het bijwerken van de invoegtoepassing.

    Systeemvereisten, installatie en upgrade

    Zie de Ondersteuningsmatrix voor vRealize Automation voor informatie over de ondersteunde hostbesturingssystemen, databases en webservers.

    Zie vRealize Automation Installation and Configuration in het VMware vRealize Automation 6.2 Documentation Center voor aanvullende vereisten en installatie-instructies.

    Als u wilt upgraden naar vRealize Automation 6.2.4, volgt u de instructies in Upgraden naar vRealize Automation 6.2 of later in het VMware vRealize Automation 6.2 Documentation Center.

    Documentatie

    De documentatie voor vRealize Automation is bijgewerkt en ondersteunt nu alle nieuwe functies en functionaliteit die in vRealize Automation 6.2.4 zijn geïntroduceerd.

    Ga naar het VMware vRealize Automation 6.2 Documentation Center voor alle documentatie voor vRealize Automation 6.2.4.

    Bekende documentatieproblemen

    • Advanced Service Design
      Als u een verbinding configureert met een externe vRealize Orchestrator-server met één enkele account, moet deze account lid zijn van de groep vcoadmins van vRealize Orchestrator of een groep met weergave- en uitvoeringsrechten.

    Verholpen problemen

    Installatie en upgrade

    • Opensource GNU C-bibliotheek (glibc) in vRealize Automation is bijgewerkt naar versie 2.11.3-17.95.2
      Hierdoor is een fataal beveiligingsrisico opgelost zoals beschreven in CVE-2015-7547.

    • Dit probleem is opgelost.

    • Wanneer een upgrade wordt uitgevoerd op vRealize Automation, mislukt het DBUpgrade-script
      Als de naam van de database een spatie bevat, mislukt het upgradescript.

    • Dit probleem is opgelost.

    • Het installeren of upgraden van VMware vRealize Automation 6.2.x IaaS resulteert in de foutmelding: afgesloten met code -1
      Dit probleem treedt op omdat Java Runtime Environment (JRE) 1.8 is geïnstalleerd op de IaaS-virtual machine.

      Oplossing: Verwijder Java Runtime Environment (JRE) 1.8 en installeer JRE 1.7. Zie het Knowledge Base-artikel 2101591.

    • Dit probleem is opgelost.

    Opnieuw configureren

    • Vaste schijven worden onverwachts verwijderd tijdens het opnieuw configureren
      De volgende problemen met betrekking tot het verwijderen van vaste schijven tijdens het opnieuw configureren zijn opgelost:

      • Vaste schijven worden verwijderd tijdens het configureren van een virtuele machine met RDM-schijven.
      • Vaste schijven en NIC’s worden onverwachts verwijderd tijdens het uitvoeren van herconfiguratiebewerkingen op meerdere browsertabbladen.
      Zie Knowledge Base-artikel 2124657 en Knowledge Base-artikel 2124198.

    • Dit probleem is opgelost.

    Bekende problemen

    Er zijn bekende problemen in de volgende categorieën:

    Bekende problemen die nog niet eerder werden gedocumenteerd, zijn gemarkeerd met het symbool *.

    Installatie en upgrade

    • Aanmelden bij de beheerconsole niet mogelijk nadat de vRealize Automation Appliance is geïmplementeerd*
      Wanneer u Internet Explorer 10 gebruikt om u aan te melden bij de vRealize Automation-beheerconsole, worden foutberichten weergegeven.

      Oplossing: Gebruik Internet Explorer 11, Firefox of de Chrome-browser om u aan te melden bij de beheerconsole.

    • Er kunnen geen vRealize Code Stream-pijplijnen worden uitgevoerd nadat vRealize Automation is geüpgraded van versie 6.2.3 naar versie 6.2.4*
      De uitvoering van pijplijnen kan mislukken nadat u vRealize Automation 6.2.3 hebt geüpgraded naar versie 6.2.4. Deze fout treedt op wanneer de map WEB-INF in vRealize Orchestrator niet het bestand orchestrator-framework-6.2.3.jar bevat.

      Oplossing: Gebruik de volgende procedure om dit probleem op te lossen:
      1. Kopieer het bestand orchestrator-framework-6.2.3.jar in de map ../usr/lib/vcac/server/webapps/release-management-service/WEB-INF/lib/ en plak dit in de map ../usr/lib/vco/app-server/deploy/vco/WEB-INF/lib.
      2. Start de vCO-Server-service opnieuw op.
    • VRealize Automation IaaS-installatie mislukt met .Net 4.5.2
      Als u een upgrade uitvoert van .NET 4.5.1 naar 4.5.2, kan het volgende foutbericht worden weergegeven: Files (x86)\VMware\vCAC\Server\Model Manager Data\DynamicOps.ManagementModel.dll" -s "sql_server.uw_bedrijfsnaam.com" -d "vCAC" -c "C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\Server\Model Manager Data\ManagementModelSecurityConfig.xml" -v.

    • Oplossing: Installeer de nieuwste Windows-updates en start het systeem opnieuw op zoals beschreven in de Microsoft-installatie-instructies om te upgraden naar ..NET 4.5.2.

    • Wijzigingen uitgevoerd op het bestand /etc/hosts kunnen worden overschreven onder bepaalde omstandigheden
      Als u wijzigingen uitgevoerd hebt aan het bestand /etc/hosts, kunnen uw wijzigingen worden overschreven wanneer een van de onderstaande acties zich voordoen:

      • Reboot
      • Netwerkwijzigingen
      • Wijzigingen uitgevoerd aan de beheerconsole, tabblad Netwerk
      • Upgraden

    • Oplossing: Om een permanente wijziging uit te voeren aan het bestand /etc/hosts, moet u de wijziging uitvoeren buiten het onderdeel VAMI_EDIT_BEGIN to VAMI_EDIT_END, want dit onderdeel wordt overschreven wanneer een netwerkwijziging gedetecteerd wordt.

    • Nadat u de upgrade naar vCenter Platform Services Controller 6.0 hebt uitgevoerd, treedt er een fout op wanneer u zich aanmeldt bij vRealize Automation
      Het foutbericht Aanmelding voor Windows-sessie-authenticatie is mislukt vanwege een fout die is veroorzaakt door de VMware Client Integration Plug-In wordt weergegeven wanneer u zich bij vRealize Automation aanmeldt nadat u de upgrade naar vCenter Platform Services Controller 6.0 hebt uitgevoerd. Bovendien wordt mogelijk het bericht er is geen toepassing om het proces vmware_csd uit te voeren weergegeven. Client Integration 6.0 is vereist wanneer u zich wilt aanmelden.

      Oplossing: Download de Client Integration Plug-In van http://vsphereclient.vmware.com/vsphereclient/VMware-ClientIntegrationPlugin-6.0.0.exe en meld u opnieuw aan bij vRealize Automation.

    • Met de vCenter Platform Services Controller 6.0 die is geïntroduceerd in vSphere 6.0, kunt u een andere tenantnaam dan vsphere.local opgeven.
      vRealize Automation vereist vsphere.local als naam van de standaardtenant omdat u de naam van de tenant niet op het tabblad SSO van de Virtual Appliance kunt invoeren wanneer u vRealize Automation configureert.
      Oplossing: Behoud vsphere.local als de naam van de tenant in vSphere 6.0.

    • Na de upgrade van vCenter Server 5.5 U2 naar 6.0 wordt in het aanmeldscherm van vSphere Web Client VMware vCloud Automation Center weergegeven in plaats van VMWare vCenter Single Sign-On
      Als u een vCenter Server hebt geconfigureerd met Platform Services Controller en bij de upgrade tevens vRealize Automation hebt geconfigureerd, wordt in het aanmeldingsscherm van vSphere Web Client abusievelijk VMware vCloud Automation Center weergegeven in plaats van VMWare vCenter Single Sign-On. Dit probleem treedt op ook als u de optie Merkvermelding toepassen in vRealize Automation hebt uitgeschakeld.

    • Na de upgrade naar Platform Services Controller 6.0 wordt een 400-fout voor een ongeldige aanvraag gemeld wanneer u de standaardtenant-URL, https://FQDN_VA/vcac, opent omdat poort 7444 niet langer geldig is voor SSO-registratie in de vRealize Virtual Appliance
      Het foutbericht Er wordt geprobeerd toegang te krijgen tot externe SSO op host vra-va-hostnaam.domein.naam en poort 7444, maar de geretourneerde host is vra-va-hostnaam.domein.naam en poort 443 wordt weergegeven in de Virtual Appliance wanneer u de Virtual Appliance opnieuw probeert te registreren bij de Platform Services Controller 6.0 die is geüpgraded.

    • Oplossing: Voer de volgende taak uit.

      1. Navigeer naar de vRealize Appliance-beheerconsole door de volledig gekwalificeerde domeinnaam, https://vra-va-hostnaam.domein.naam:5480, te gebruiken.
      2. Meld u aan met de gebruikersnaam en het wachtwoord van het hoofdaccount dat u hebt opgegeven bij het implementeren van de toepassing.
      3. Klik op het tabblad vRA-instellingen.
      4. Klik op SSO.
      5. Voer de instellingen voor uw SSO-server in. Deze instellingen moeten overeenkomen met de instellingen die u hebt ingevoerd tijdens het configureren van de SSO-toepassing.
          1. Voer de volledig gekwalificeerde domeinnaam in van de SSO-toepassing door de notatie sso-va-hostnaam.domein.naam te gebruiken in het tekstvak SSO-host. Gebruik het voorvoegsel https:// niet. Bijvoorbeeld: vra-sso-mijnbedrijf.com.
          2. Het standaardpoortnummer, 7444, wordt weergegeven in het tekstvak SSO-host. Wijzig deze waarde in 443.
          3. Wijzig de naam van de standaardtenant, vsphere.local, niet.
          4. Voer de standaardnaam in voor de beheerder, administrator@vsphere.local, in het tekstvak SSO-admingebruiker.
          5. Voer het wachtwoord in van de SSO-beheerder in het tekstvak Wachtwoord SSO-admin.
          6. Selecteer Merkvermelding toepassen.
          7. Klik op Instellingen opslaan.
          8. Klik op OK.
            Na een paar minuten wordt een succesbericht weergegeven en de SSO-status wordt bijgewerkt in Verbonden.
          9. Navigeer naar het tabblad Services en wacht tot alle Virtual Appliance-services worden uitgevoerd voordat u zich opnieuw aanmeldt bij het product.
    • Er wordt een waarschuwing weergegeven in de beheerconsole voor de Identity Appliance wanneer sprake is van een gesplitste DNS-configuratie
      Er wordt een waarschuwing weergegeven in de beheerconsole voor de Identity Appliance, wanneer u Lid worden van AD-domein selecteert in een gesplitste DNS-configuratie. U kunt het waarschuwingsbericht negeren.

      Oplossing: Voer de toevoeging aan het domein handmatig uit door de opdracht domainjoin-cli --disable hostname uit te voeren vanaf de opdrachtregel. De vCenter-toepassing gebruikt deze syntaxis voor dezelfde opdracht domainjoin-cli.

    • Installatie van het onderdeel Manager Service mislukt als de aangepaste IaaS-installatieoptie wordt gebruikt
      Installatie van het onderdeel Manager Service wordt niet ondersteund op een machine waar de onderdelen database, website en Model Manager Data al zijn geïnstalleerd. Als u deze installatie probeert uit te voeren, mislukt de installatie van het onderdeel Manager Service en wordt het foutbericht Virtuele toepassing vcac bestaat weergegeven.

    • Logboeken zijn niet opgenomen in de uiteindelijke bundel vanwege een trage netwerkverbinding tussen de knooppunten en de beheerconsole
      Logboeken worden niet geüpload en worden niet opgenomen in de uiteindelijke bundel als de time-out wordt overschreden. De huidige time-out is ingesteld op 30 minuten na het begin van de uitvoering van de opdracht op een knooppunt. De time-out kan zich voordoen bij een trage netwerkverbinding tussen de knooppunten en de beheerconsole.

    • Prerequisite Checker detecteert geen instellingen wanneer deze gebruikmaakt van een aangepaste SQL-poort
      Als u een aangepaste installatie uitvoert en u een databaseknooppunt hebt geselecteerd op SQL met een aangepaste instantie en een aangepaste poort, detecteert Prerequisite Checker de instellingen niet, zelfs als MSDTC (Microsoft Distributed Transaction Coordinator) op de juiste wijze is geconfigureerd.

      Oplossing: Controleer handmatig of MSDTC wordt uitgevoerd en klik op Bypass in de Prerequisite Checker om door te gaan met de installatie.

    • Op de aanmeldpagina van de Identity Appliance wordt VMware vCloud Automation Center weergegeven na de upgrade van versie 6.1 naar 6.2
      Als u een upgrade uitvoert van VMware vCloud Automation Center 6.1.x naar vRealize Automation 6.2, wordt op de aanmeldpagina van de Identity Appliance VMware vCloud Automation Center als merknaam weergegeven in plaats van VMware vRealize Automation.

      Oplossing: Registreer opnieuw met de Identity Appliance door naar het tabblad SSO te gaan in de beheerconsole en Instellingen opslaan te selecteren. De nieuwe merknaam verschijnt.

    • Archieflogboeken ontbreken voor de gestopte machines
      Als de archieflogboeken ontbreken voor bepaalde machines, is de machine gestopt of onbereikbaar.

    • De installatiewizard van vRealize Automation installeert de database niet in een aangepaste directory
      In een gedistribueerde, aangepaste installatie worden wijzigingen van de standaarddirectory voor database en logboek genegeerd door het installatieprogramma. De database en logboeken worden in de standaarddirectory gemaakt.

      Oplossing: Als u de database op een aangepaste locatie wilt installeren, installeert u eerst de database met behulp van DBinstall-scripts en vervolgens vRealize Automation.

    • Validatie van SSO-certificaat (Single Sign-On) waarin hoofdletters voorkomen mislukt
      Wanneer u een certificaat toewijst aan een SSO-toepassing, worden alle tekenreeksen tijdens de implementatie omgezet in kleine letters. Het validatieproces is echter hoofdlettergevoelig en mislukt omdat de certificaatnaam hoofdletters bevat en er wordt gezocht naar een naam in kleine letters.

      Oplossing: Voer het adres voor de SSO-host bij vRealize Automation Appliance > vRA-instellingen > SSO in met hetzelfde hoofdlettergebruik als waarmee het certificaat is toegewezen aan het SSO-toepassing.

    • De installatie mislukt wanneer een onjuiste hostnaam wordt opgegeven
      De installatie mislukt en er wordt een fout weergegeven, die lijkt op een van onderstaande fouten:
      Info : 2014-06-17 10 42 32 059 AM : System.AggregateException: Er zijn één of meer fouten opgetreden. ---> System.Net.Http.HttpRequestException: Er is een fout opgetreden tijdens het verzenden van de aanvraag. ---> System.Net.WebException: De externe naam kan niet worden opgelost: po-va-rtq8c.sqa.local' Oorzaak: Er is een onjuiste naam opgegeven in het veld vCAC-hostnaam bij vCAC-instellingen > Hostinstellingen.

      Oplossing:

      1. Bewerk het configuratiebestand van de virtuele toepassing /etc/sysconfig/network/dhcp, zodat dit bestand de juiste hostnaam bevat.
      2. Start de virtuele toepassing opnieuw.
      3. Meld u aan bij de beheerconsole van de virtuele toepassing.
      4. Open het tabblad vRA-instellingen en klik op Hostinstellingen.
      5. Voer de juiste naam in het tekstvak Hostnaam in.
      6. Klik op Instellingen opslaan.
        Klik niet op Hostnaam omzetten.
      7. Voltooi de configuratiestappen van de virtuele toepassing en ga verder met de installatie.

    Migratie

    • Vernietigingsdatum voor een vApp-onderdeel verschilt van de vApp-container voor vApps die zijn gemigreerd van vRealize Automation 5.2.x
      Voor vApps die zijn gemigreerd vanuit vRealize Automation 5.2x, worden inconsistente vernietigingsdatums weergegeven voor het onderdeel en de container. In het onderdeel wordt dezelfde datum weergegeven als vernietigingsdatum en vervaldatum, maar in de container wordt de juiste informatie weergegeven. Omdat vRealize Automation vApp-leases beheert op basis van de informatie in de container, worden uw onderdelen niet vroegtijdig verwijderd.

    • De portlet Agenda met gebeurtenissen geeft niet de juiste aanmaakdatum weer na de migratie
      Na de migratie wordt in de portlet Agenda met gebeurtenissen de migratiedatum weergegeven als aanmaakdatum voor alle gemigreerde items. Dit probleem treedt op ongeacht de werkelijke of juiste datum.

    Internationalisatie

    • Er kunnen geen momentopnamen worden gemaakt als de naam van de virtual machine op het tabblad Items niet-ASCII-tekens bevat
      Als de naam van de virtual machine op het tabblad Items niet-ASCII-tekens bevat, kunt u geen momentopname maken van de virtual machine.

      Oplossing: Geef de machine een andere naam waarin uitsluitend alfanumerieke tekens worden gebruikt, om een momentopname te maken.

    • Aangepaste scripts van gastagenten die Unicode-tekens bevatten, veroorzaken een oneindige lus
      Als u aangepaste scripts gebruikt waarbij de naam van het script met de gastagent Unicode-tekens bevat, wordt de virtual machine niet ingericht en raakt de aanvraag in een oneindige lus verstrikt.

      Oplossing: Gebruik geen Unicode-tekens in de naam van het script.

    Netwerk

    • Wanneer taakverdeling is ingeschakeld op meerdere VDR-gerouteerde netwerken, wordt dezelfde NSX Edge gebruikt
      Wanneer taakverdeling is ingeschakeld op meerdere VDR-gerouteerde netwerken in een blueprint met meerdere machines, is één NSX Edge verbonden met beide netwerken aan de uplinkzijde van de edge. In dergelijke situaties zijn een of meer virtuele taakverdelingsservers mogelijk niet toegankelijk.

    • Er verschijnen onjuiste netwerkinstellingen voor een onderdeel met meerdere virtual machines in vRealize Automation nadat het netwerk opnieuw is geconfigureerd in vCenter Server
      U kunt een vCloud Networking and Security-netwerk (NSX-netwerk) van een onderdeel met meerdere virtual machines in vRealize Automation niet opnieuw configureren. U moet in plaats daarvan de vSphere Client gebruiken om het netwerk in vCenter Server opnieuw te configureren. Bepaalde netwerkinstellingen van het onderdeel met meerdere virtual machines worden niet goed weergegeven in vRealize Automation.

      Oplossing: Werk het netwerk bij in vCenter Server zodat de juiste netwerkinstellingen worden hersteld.

    Application Services

    • SSO-gebruikers kunnen zich niet aanmelden bij Application Services
      SSO-gebruikers kunnen zich niet aanmelden bij Application Services als Application Service opnieuw wordt gestart voordat vRealize Automation is gestart en wordt uitgevoerd.

      Oplossing: Zorg dat vRealize Automation wordt uitgevoerd voordat u Application Services (opnieuw) start.

    • Proxyinstellingen voor implementatieomgevingen worden niet gebruikt ongeacht of u globale proxyinstellingen configureert
      Ongeacht of u de globale proxyinstellingen wel of niet configureert in het bestand darwin_global.conf, wanneer u de proxyinstellingen configureert op het niveau van de implementatieomgeving, past de implementatie de proxyinstellingen niet toe op het niveau van de implementatieomgeving.

    • vRealize Automation 6.2 kan geen blueprints van Application Director publiceren naar de vRealize Automation-catalogus
      Als u vRealize Automation 6.0.1.x of 6.1 upgradet naar 6.2 en een blueprint van Application Director naar de vRealize Automation-catalogus wilt publiceren, wordt het volgende foutbericht weergegeven: Er is een onverwachte fout opgetreden. Neem contact op met uw systeembeheerder. Dit probleem treedt niet op als u een nieuwe instantie van Application Director hebt geregistreerd in combinatie met vRealize Automation 6.2.

      Oplossing: Maak de registratie van Application Director 6.0.1.x of 6.1 bij vRealize Automation 6.2 ongedaan en registreer Application Director opnieuw bij vRealize Automation.

    • Materiaalbeheerder krijgt geen toegang voor het vernietigen van fysieke toepassingsservice voor meerdere tenants
      Materiaalbeheerders ontvangen het bericht Toegang geweigerd wanneer ze een fysieke toepassingsservice voor meerdere tenants proberen te vernietigen.

    • Oplossing: Meld u aan als materiaalbeheerder voor de materiaalgroep van de tenant waar zich de machine bevindt die u wilt vernietigen.

    • U kunt in Application Services geen beschrijving toevoegen aan een schijf op een blueprintcanvas
      Wanneer u Windows Internet Explorer 11 gebruikt, kunt u geen beschrijving toevoegen aan een schijf op het tabblad Schijven van een blueprintcanvas.

      Oplossing: Gebruik Chrome of Firefox als u een beschrijving wilt toevoegen voor een schijf op een blueprintcanvas.

    Advanced Service Designer

    • Fout Kan geen verbinding maken met Orchestrator-server wanneer u de verbinding test
      Als u de verbinding test wanneer u bent aangemeld bij de vRealize Automation Administration-console en de fout Kan geen verbinding maken met Orchestrator-server wordt gemeld, is het vRealize Orchestrator-endpoint niet geregistreerd. Dit probleem treedt slechts sporadisch op.

      Oplossing: U kunt dit probleem oplossen door de Orchestrator-service opnieuw te registreren.

      1. Meld u aan bij de vRealize Appliance Linux-console met het hoofdaccount.
      2. Voer vcac-vami vco-service-reconfigure in en druk op Enter.
      3. Meld u af en test uw vRealize Orchestrator-verbinding.
    • De veldwaardebeperking voor Advanced Service Designer is niet geëvalueerd na verbinding met de vRealize Orchestrator-presentatie
      Als u een aanvraagformulier ontwerpt, wordt een beperking niet op de juiste wijze toegepast als voor deze veldbeperking een verbinding wordt gebruikt met een ander veld waarvan de waarde wordt berekend op basis van een verbindingsuitdrukking die is gedefinieerd in de vRealize Orchestrator-presentatie. Deze verbinding tussen velden moet ofwel volledig zijn gedefinieerd in de vRealize Orchestrator-presentatie of in het Advanced Service Designer-formulier.

    • Er kan een onjuiste veldcontrole worden uitgevoerd in Advanced Service Designer
      Wanneer u het type endpoint wijzigt in de aanmaakmodus, kan er een onjuiste veldcontrole worden uitgevoerd.

      Oplossing: Voer de volgende stappen uit.
      1. Sluit de geopende wizard voor de aanmaak van endpoints.
      2. Start een nieuwe wizard voor de aanmaak van endpoints.
      3. Selecteer het juiste type invoegtoepassing op de eerste pagina van de wizard.
      4. Voer op het tabblad Formulierpresentatie de vereiste gegevens in.
      5. Sla de configuratie op.

      De juiste voorwaardelijke beperkingen voor het formulier worden uitgevoerd.

    • Er kan geen serviceblueprint of een bronactie worden gemaakt in Advanced Service Designer
      Wanneer u een serviceblueprint of een bronactie maakt in Advanced Service Designer, mislukt de procedure mogelijk en wordt de volgende foutmelding weergegeven wanneer u op Volgende klikt: vInterne fout. Er is een interne fout opgetreden. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met uw systeembeheerder. Wanneer u contact opneemt met uw systeembeheerder, gebruikt u deze referentie. De fout wordt veroorzaakt door een workflow in vRealize Orchestrator die een arraytype met een voorafgedefinieerde antwoordeigenschap in de presentatie als invoerparameter heeft. Deze vooraf gedefinieerde eigenschap roept een scriptactie aan die null als resultaat kan geven.

      Oplossing: Vanuit de ontwerpinterface van de vRealize Orchestrator-client bewerkt u de vooraf gedefinieerde antwoordactie door null te vervangen door een lege array. Als de actiescriptcode als volgt is:

      if (someCondition) {
      return ["a", "b", "c"];
      } else {
      return null;
      }

      Moet u de code wijzigen naar:

      if (someCondition) {
      return ["a", "b", "c"];
      } else {
      return [];
      }

    Configuratie en inrichting

    • vRealize Automation wijst geen IP-adres toe aan ingerichte machines*
      Vanwege een ontwerpwijziging in vRealize Automation 6.2 moet voor de correcte werking van de adrestoewijzing een IP-adresbereik worden opgegeven in het netwerkprofiel van uw reservering. Als uw netwerkprofiel geen IP-bereik bevat, wijst het systeem geen IP-adressen toe aan ingerichte machines.

      Oplossing: U moet een IP-adresbereik configureren in uw netwerkprofiel. Zie IP-bereiken configureren.

    • Het wijzigen van de eigenaar of beschrijving van een ingerichte machine kan mislukken*
      Wanneer u de eigenaar van een ingerichte machine wilt wijzigen of wanneer u de beschrijving van een ingerichte machine bijwerkt, geeft de indienbewerking onmiddellijk nadat u de aanvraag hebt ingediend aan of de wijziging is geslaagd. De aanvraag kan echter mislukken.

      Oplossing: Als u wilt bepalen of de aanvraag is geslaagd, controleert u de aanvraaglogboeken en de weergave Recente evenementen.

    • Virtual machines opnieuw configureren die zijn ingericht met SCVMM*
      De volgende richtlijnen zijn van toepassing op virtual machines die zijn ingericht met SCVMM (System Center Virtual Machine Management):

      • U kunt de opslag- en netwerkinstellingen niet opnieuw configureren. De opties voor het toevoegen, bijwerken of verwijderen van opslag- en netwerkinstellingen zijn niet beschikbaar op de pagina Opnieuw configureren.
      • U kunt de CPU en de geheugeninstellingen wel opnieuw configureren.
      • Nadat u een aanvraag hebt ingediend om een machine opnieuw te configureren, wordt de machine die zich op het SCVMM-endpoint bevindt, uitgeschakeld, opnieuw geconfigureerd en hersteld in de staat waarin deze machine zich bevond, voordat deze opnieuw is geconfigureerd.
      • Opnieuw configureren werkt uitsluitend automatisch op machines die u maakt nadat u vRealize Automation versie 6.2.4 hebt geïnstalleerd. Machines die zijn ingericht voor een upgrade naar versie 6.2.4, kunnen alleen opnieuw worden geconfigureerd nadat de blueprint is gewijzigd. Vanaf versie 6.2.4 beschikken alle SCVMM-blueprints over de optie om opnieuw configureren mogelijk te maken.

    • Wanneer opnieuw configureren mislukt, blijft een SCVMM virtual machine uitgeschakeld*
      Als een virtual machine is ingericht met behulp van SCVMM (System Center Virtual Machine Management) en als u deze machine, die is ingeschakeld, opnieuw probeert te configureren en dit mislukt, wordt de machine uitgeschakeld. Dit is een onverwachte reactie, omdat een opnieuw geconfigureerde machine geacht wordt terug te keren naar de staat waarin deze machine verkeerde voordat deze opnieuw werd geconfigureerd.

      Oplossing: Gebruik de vRealize Automation-console om de machine weer in te schakelen.

    • Een aanvraag van de servicecatalogus voor de inrichting van een kloon, een normale VM of gekoppelde VM-kloon mislukt.
      Nadat u vCenter Server 6.0 hebt geüpgraded naar 6.0U1 en vRealize Automation 6.2.0 hebt geüpgraded naar 6.2.2, mislukt de inrichting. De foutmelding Aanvraag mislukt: Machine : CloneVM : Objectverwijzing niet ingesteld op een instantie van een object , biedt onvoldoende informatie over de oorzaak van de fout.

      Oplossing: Installeer de vSphere-agent die is toegewezen aan vCenter Server in de IaaS-machine opnieuw en start de gegevensverzameling.

    • Op de pagina Bedrijfsgroep bewerken kan niet met een gedeeltelijke naam worden gezocht naar een gebruiker
      Als u op de pagina Bedrijfsgroep bewerken met een gedeeltelijke naam zoekt in de velden Rol van groepsbeheerder, Ondersteunende rol of Gebruikersrol, treedt de volgende fout op: Er is een fout opgetreden bij het zoeken: (geen foutbericht beschikbaar). Deze fout treedt enkel op in de standaardtenant wanneer deze geconfigureerd is met Native AD.

      Oplossing: Voer de volledig gekwalificeerde domeinnaam in wanneer u naar een gebruiker zoekt.

    • Wanneer u machines met een blueprint voor meerdere machines inricht en de totale lengte van uw VM-namen voor meerdere machines te lang is, wordt een fout gemeld
      Wanneer u machines met een blueprint voor meerdere machines inricht, zijn maximaal 503 tekens toegestaan in de lijst met aangevraagde machinenamen. Het volgende foutbericht wordt in het auditlogboek (Infrastructuur > Controle > Auditlogboek) gemaakt voor deze gebeurtenis. De fout is niet van invloed op het inrichtingsproces voor meerdere machines. [Fout]: System.Data.UpdateException: Er is een fout opgetreden bij het bijwerken van de invoer. Zie de interne uitzondering voor details. ---> System.Data.SqlClient.SqlException: Tekenreeks of binaire gegevens worden afgekapt.

      Oplossing: U kunt deze fout verhelpen door het aantal blueprints in de blueprint voor meerdere machines te verlagen of de betreffende machinenamen in te korten.

    • vSphere-reserveringen ondersteunen NetApp FlexClone-opslagvalidatie niet
      NetApp FlexClone is niet ingeschakeld als u een reservering maakt met de Reservation Service API, zelfs als alle opslag die eraan is toegewezen, FlexClone ondersteunt.

      Oplossing: Maak de reservering met de gebruikersinterface.

    • Gebruikers die worden verwijderd uit Active Directory blijven bestaan in bepaalde onderdelen van vRealize Automation
      Als u een gebruiker verwijdert uit Active Directory, blijft die gebruiker bestaan in de lijst met rechten op het tabblad Rechten en in de lijst Goedkeuringsbeleid. Als voor een aanvraag de goedkeuring van de gebruiker is vereist, mislukt de goedkeuring met de volgende fout: Statusdetails De goedkeuring van de aanvraag heeft een fout geretourneerd.

      Oplossing: Voeg de gebruiker opnieuw toe aan Active Directory, of verwijder het goedkeuringsbeleid en maak het opnieuw en verwijder alle verwijzingen naar die gebruiker.

    • De kosten in een goedkeuringsaanvraag voor een nieuwe configuratie worden niet juist weergegeven
      Nadat u de kosten van een computerbron voor een bestaande machine hebt gewijzigd en u de machine opnieuw configureert met meer geheugen, een grotere CPU en meer opslagcapaciteit, worden de kosten in de goedkeuringsaanvraag niet op de juiste wijze weergegeven. In plaats hiervan worden de oude waarden weergegeven.

    • Er treedt een fout op op het tabblad Configuratie voor metriekprovider
      Als u naar het tabblad Configuratie voor metriekprovider gaat waar de metriekprovider voor vRealize Automation aanvankelijk wordt geselecteerd, vRealize Operations-endpoint selecteert, de metriekprovider van vRealize Automation herstelt en op Opslaan klikt, wordt het foutbericht Corrigeer de gemarkeerde fouten weergegeven.

    • Oplossing: Vernieuw de browser of meld u af en meld u vervolgens weer aan bij de gebruikersinterface van vRealize Automation.

    • vApp kan mogelijk niet worden ingericht vanwege een fout tijdens de aanpassing
      Als u de hardware-instellingen van een virtual machine wijzigt in een vApp-sjabloon en de sjabloon bijwerkt, kan de virtual machine niet worden ingericht tenzij u de gegevensverzameling voor het endpoint uitvoert.

    • Tabbladen worden niet bijgewerkt nadat nieuwe rollen zijn toegewezen aan de gebruiker
      Nadat een nieuwe rol is toegewezen aan een gebruiker, worden de specifieke tabbladen voor die rol gedurende 5 tot 10 minuten niet weergegeven, ook als u zich afmeldt en vervolgens weer aanmeldt.

    • Eerder toegevoegde portlets worden mogelijk niet volledig weergegeven op het tabblad Home
      Als u Internet Explorer 8 of 9 gebruikt om u aan te melden bij vRealize Automation en extra portlets toevoegt op het tabblad Home, worden eerdere portlets die al aanwezig zijn in vRealize Automation, mogelijk niet volledig weergegeven.

    • Oplossing: Vernieuw de browser.

    • Er treedt een fout op wanneer u de vooraf gedefinieerde Puppet-gebaseerde Test App 1.0.0 of de Puppet-gebaseerde Test App 1.0.1 implementeert met een nieuwe versie van het besturingssysteem
      Als u een nieuwe versie van het besturingssysteem maakt en gebruikt in de blueprint van de vooraf gedefinieerde Puppet-gebaseerde Test App 1.0.0 of Puppet-gebaseerde Test App 1.0.1 en de toepassing implementeert, mislukt de implementatie met het foutbericht Er is een onverwachte fout opgetreden. Neem contact op met uw systeembeheerder.

    • Oplossing: Gebruik de vooraf gedefinieerde versies van het besturingssysteem in de blueprint opnieuw in plaats van de nieuwe versie van het besturingssysteem.

    • Acties op ingerichte machines worden voortijdig als voltooid gemarkeerd
      Acties zoals Opnieuw inrichten of Uitschakelen verschijnen mogelijk als voltooid op de pagina Aanvragen, terwijl de bewerking in werkelijkheid nog wordt uitgevoerd. De werkelijke status van de machine is te zien op de pagina Items.

    • Het gastagentbestand SCCMPackageDefinitionFile.sms moet worden bijgewerkt
      De naam en uitgever in het gastagentbestand SCCMPackageDefinitionFile.sms zijn verouderd. Dit heeft geen invloed op de functionaliteit.

    • Leasedatums kunnen zo worden aangepast dat ze buiten de instelling voor het Goedkeuringsbeleid vallen
      Als u een leasedatum wijzigt met de bronactie Lease wijzigen, kunt u een datum opgeven die later is dan de maximale leasedatum in de blueprint.

    • Verwijderde aangepaste groepen worden niet uit de rechten verwijderd
      Als u een aangepaste groep verwijdert die aan een recht is gekoppeld, wordt de aangepaste groep niet uit het recht verwijderd.

      Oplossing: Zorg dat de aangepaste groep ook uit het recht wordt verwijderd. Doe dit als volgt:

    • Verwijder de aangepaste groep uit het recht.
    • Verwijder de aangepaste groep.
    • Door het verwijderen van de bedrijfsgroeprol uit een aangepaste groep, worden de rechten niet ingetrokken
      Als u een aangepaste groep die aan een recht is gekoppeld, uit de bedrijfsgroeprol verwijdert, wordt die aangepaste groep niet uit het recht verwijderd.

      Oplossing: Zorg dat de bedrijfsgroep ook uit een aangepaste groep en uit het recht wordt verwijderd. Doe dit als volgt:

    • Verwijder de aangepaste groep uit het recht.
    • Verwijder de aangepaste groep uit de bedrijfsgroeprol.
    • Hyper-V-machine wordt onjuist aangeduid als een onbeheerde machine in de Infrastructuurorganisator
      Wanneer een Hyper-V-machine niet kan worden ingericht, rapporteert vRealize Automation deze machine als vernietigd. De machine blijft op het endpoint en wordt weergegeven als een onbeheerde machine in de Infrastructuurorganisator.

    • Een Citrix XenDesktop/Provisioning Service-machine behoudt bij het inrichten de status 'niet-ingericht'
      Dit probleem kan optreden bij de VMware VDI-agent en elke andere versie van de VMware EPI-agent, zoals Citrix, BMC, Opsware, VBScripts enzovoort. Het kan ook optreden op diverse punten in de gehele cyclus van de master-werkstroom voor de inrichting van machines.

      Het is mogelijk dat een geïnstalleerde agent alleen voor een specifieke servernaam wordt gebruikt en dus geen aanvragen van servers van derden kan afhandelen. Als bij de installatie een specifieke servernaam is opgegeven, kan de agent alleen aanvragen afhandelen voor een server met exact dezelfde servernaam. vRealize Automation gebruikt de waarde van de aangepaste eigenschappen EPI.Server.Name of VDI.Server.Name om te zoeken naar de overeenkomende agent die de aanvraag kan afhandelen. Als er geen overeenkomende agent wordt gevonden, behoudt de machine tijdens de inrichting de status EPIRegister/Machine Provisioned of de status Unprovisioning/DeactivateMachine. Deze status blijft gehandhaafd totdat de overeenkomende agent wordt gevonden.

      Oplossing: Installeer een nieuwe EPI/VDI-agent waarvan de serverwaarde precies overeenkomt met de opgegeven waarde voor EPI.Server.Name/VDI.Server.Name of laat de waarde voor de servernaam leeg.
      U kunt de serverwaarde eventueel ook wijzigen door het configbestand van de huidige agent bij te werken. U gaat dan als volgt te werk:

      1. Maak een back-up van het configbestand van de agent. Dit bestand bevindt zich doorgaans op de locatie C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\Agents\agentName\VRMAgent.exe.config.
      2. Open een tekstbewerkingsprogramma als beheerder.
      3. U kunt deze wijziging voor elk type agent uitvoeren door SERVER_NAME_VALUE te vervangen door de naam van uw server of deze waarde verwijderen om deze leeg te laten.
        epiIntegrationConfiguration epiType="CitrixProvisioning" server="SERVER_NAME_VALUE"
        vdiIntegrationConfiguration vdiType="XenDesktop" server=""X
      4. Sla uw wijzigingen op.
      5. Start de agentservice opnieuw op.
          1. Klik op Start > Systeembeheer > Services.
          2. Klik met de rechtermuisknop op de gewenste VMware vRealize Automation-agentservice en klik op Opnieuw opstarten.
          3. Als de agent opnieuw is gestart, wordt uw taak zoals verwacht voltooid.

    • Het tabblad Infrastructuur kan niet worden geopend wanneer de beheerder lid is van honderden groepen
      In een omgeving met Active Directory en SSO kan een IaaS-beheerder die lid is van een groot aantal groepen, het tabblad Infrastructuur mogelijk niet openen. Een dergelijke poging kan resulteren in een van de volgende fouten:

      • Ongeldige aanvraag - Aanvraag te lang - HTTP-fout 400. De aanvraagheader is te lang.
      • Service niet bereikbaar - De vereiste service is niet bereikbaar op het verwachte adres. Neem voor hulp contact op met uw systeembeheerder. Referentiefout REPO404.

      Oplossing: Verhoog de beperkingen van tokens, zoals in het volgende voorbeeld.

      1. Bepaal de maximale grootte van het Kerberos-token. Gebruik de volgende richtlijn om te bepalen wat de juiste maximale grootte van Kerberos-tokens voor uw implementatie is:

        Kerberos MaxTokenSize = 1200 + 40d + 8s (bytes)

        In deze formule worden de volgende waarden gebruikt:

      2. Waarde Beschrijving
        d Dit is het aantal lokale groepen in het domein waarvan een gebruiker lid is + het aantal universele groepen waarvan de gebruiker lid is buiten het domein van de gebruikersaccount + het aantal groepen in de historie van beveiligings-id's (SID's).
        s Dit is het aantal globale beveiligingsgroepen in het domein waarvan een gebruiker lid is + het aantal universele groepen waarvan de gebruiker lid is binnen het domein van de gebruikersaccount.
        1200 Dit is de geschatte waarde voor ticket overhead. Deze waarde kan variëren, afhankelijk van factoren zoals de lengte van DNS-domeinnamen en de clientnaam.

      3. Bepaal of de registerwaarde moet worden gewijzigd. Als de tokengrootte die u met bovenstaande formule hebt berekend, kleiner is dan de standaardgrootte van 12.000 bytes, hoeft u de registerwaarde van MaxTokenSize voor de domeinclients niet te wijzigen. Als de waarde groter is dan 12.000 bytes, moet u de registerwaarde van MaxTokenSize aanpassen. Zie http://support.microsoft.com/kb/263693. Bij een wijziging van de Kerberos-waarde voor MaxTokenSize past u de registervermelding als volgt aan:

        HKLM\System\CurrentControlSet\Control\Lsa\Kerberos\Parameters
        MaxTokenSize, REG_DWORD,
        <waarde>
        De aanbevolen waarde voor de registervermelding MaxTokenSize is 65535 (decimaal) of FFFF (hexadecimaal).

      4. Gebruik de volgende richtlijn om de juiste maximumgrootte van HTTP-aanvragen voor uw implementatie te bepalen. Hierbij staat T voor de in stap 2 opgegeven MaxTokenSize van Kerberos:
        MaxFieldLength = (4/3 * T bytes) + 200
        MaxRequestBytes = (4/3 * T bytes) + 200
        Stel MaxFieldLength en MaxRequestBytes in op de berekende waarden. In dit voorbeeld resulteert dit in de volgende toegestane maximumwaarde: HKEY_LOCAL_MACHINE\System\CurrentControlSet\Services\HTTP\Parameters
        MaxFieldLength DWORD 65534
        MaxRequestBytes DWORD 16777216


        Raadpleeg de volgende Microsoft-artikelen voor meer informatie over problemen met Kerberos-verificatie wanneer een gebruiker lid is van vele groepen:
        http://support.microsoft.com/kb/327825
        http://support.microsoft.com/kb/263693
        http://support.microsoft.com/kb/2020943

    Afgeschafte functies en ondersteuning

    Ondersteuning voor de volgende afgeschafte functies wordt beëindigd in een volgende release van vRealize Automation. Afgeschafte functies worden nog steeds ondersteund door VMware en ontvangen nog steeds technische ondersteuning en technologische oplossingen voor de huidige release van vRealize Automation.

    Interoperabiliteit

    Als u op dit moment een van de volgende afgeschafte softwarereleases gebruikt, beveelt VMware u aan naar een nieuwere release over te gaan. Ondersteuning voor deze softwarereleases wordt niet verwijderd tot vRealize Automation een nieuwere release van de software ondersteunt.

    Browsers
    • Internet Explorer 8 en 9
    Databases
    • External PostgreSQL- of vPostgres-toepassing
    • SQL Server 2008 R2
    Gastbesturingssysteem
    • Red Hat Enterprise Linux 5.x, 6.0, 6.1, 6.2, 6.3, 6.4
    • SUSE Linux Enterprise Server 11 SP2
    • Windows 8
    VMware-platforms
    • vSphere 4.x
    • vCloud Director 5.1
    • vRealize Business 6.1
    • vRealize Orchestrator 6.0
    Inrichting door derden
    • BMC BladeLogic 7.6 en 8.2
    • Cisco UCS Manager 2.0 en 2.1
    • Citrix PVS 6.0
    • Citrix XenDesktop 5.5, 7.0, 7.1, 7.5
    • Citrix XenServer 5.6
    • HP Software Server Automation 7.8
    • Hyper-V 2012
    • KVM 3.1
    • NetApp FlexClone OnTap 7.3.1.1
    • Red Hat OpenStack Grizzly en Havana