U kunt de eigenschap van een virtual machine zoals een opslagpad wijzigen, om een of meer beheerde virtual machines in een vRealize Automation-omgeving bij te werken.

Voordat u begint

  • Meld u aan bij de vRealize Automation-console als materiaalbeheerder en als bedrijfsgroepbeheerder.

Over deze taak

Een beheerde virtual machine is een machine die wordt beheerd in een vRealize Automation-omgeving en die in de console kan worden bekeken.

Procedure

  1. Genereer een CSV-gegevensbestand van de virtual machine.
    1. Selecteer Infrastructuur > Beheer > Bulkimports.
    2. Klik op CSV-bestand genereren.
    3. Selecteer Beheerd in het vervolgkeuzemenu Machines.
    4. Selecteer een van de beschikbare brontypen in het vervolgkeuzemenu Bron.

      Optie

      Beschrijving

      Endpoint

      De vereiste informatie om toegang te krijgen tot een virtualisatiehost.

      Computerbron

      De vereiste informatie om toegang te krijgen tot een groep virtual machines met een soortgelijke functie.

    5. Selecteer de naam van de virtual machine-bron in het vervolgkeuzemenu Naam.
    6. (Optioneel) Selecteer Aangepaste eigenschappen insluiten als u de aangepaste eigenschappen van de virtual machine wilt migreren.
    7. Klik op OK.
  2. Bewerk uw CSV-gegevensbestand van de virtual machine.
    1. Open het CSV-bestand in een tekstverwerkingsprogramma en bewerk de gegevenscategorie├źn die u algemeen wilt wijzigen.

      Om virtual machines in een CSV-gegevensbestand bij te werken, moet elke machine worden gekoppeld aan de volgende items:

      • Reservering

      • Opslaglocatie

      • Blueprint

      • Machineonderdeel

      • Eigenaar die in de doelimplementatie bestaat

      De update lukt alleen als alle waarden van elke machine aanwezig zijn in de vRealize Automation-doelomgeving. U kunt de waarden voor reserveringen, opslaglocaties, blueprints en eigenaren aanpassen of een statisch IP-adres verbinden aan afzonderlijke machines door het CSV-bestand te bewerken.

    2. Als u het statische IP-adres van een virtual machine wijzigt, voegt u een opdracht met de volgende syntaxis toe aan het CSV-bestand.

      ,VirtualMachine.Network#.Address, w.x.y.z, HOP

      Configureer de opdracht met de juiste informatie voor uw virtual machine.

      • Wijzig de # in het nummer van de netwerkinterface die met dit statisch IP-adres wordt geconfigureerd. Bijvoorbeeld: VirtualMachineNetwork0.Address.

      • Wijzig w.x.y.z zodat dit het statische IP-adres van de virtual machine wordt. Bijvoorbeeld: 11.27.42.57.

      • De HOP-tekenreeks (Verborgen, Niet gecodeerd, Geen runtime) stelt de zichtbaarheid van de eigenschap in. Deze standaardeigenschap wordt na een succesvolle import van de virtual machine verwijderd.

      De update kan alleen goed worden uitgevoerd als het IP-adres beschikbaar is in een goed geconfigureerde adrespool. Als het adres niet wordt gevonden of reeds in gebruik is, wordt de update uitgevoerd zonder toewijzing van het statische IP-adres en wordt een fout in het logboek geregistreerd.

    3. Sla het CSV-bestand op en sluit het tekstverwerkingsprogramma.
  3. Gebruik de vRealize Automation-beheerinterface om een of meer virtual machines in een vRealize Automation-omgeving bij te werken.
    1. Selecteer Infrastructuur > Beheer > Bulkimports.
    2. Klik op Nieuw.
    3. Voer in het tekstvak Naam een unieke naam voor deze taak in, bijvoorbeeld: beheerde algemene update 10.
    4. Zoek het CSV-gegevensbestand op en voer de naam ervan in het tekstvak CSV-bestand in.
    5. Selecteer importopties.

      Optie

      Beschrijving

      Begintijd

      Hiermee kunt u een toekomstige begindatum plannen. De begintijd wordt opgegeven in de lokale servertijd en niet in de lokale tijd van het werkstation van de gebruiker.

      Nu

      Start onmiddellijk met het importproces.

      Vertraging (seconden)

      Als u een groot aantal virtual machines bijwerkt, selecteert u hier hoeveel seconden vertraging er ligt tussen de update van elke virtual machine. Als u voor deze optie kiest, verloopt het updateproces trager. Laat het veld leeg als u geen vertraging wilt gebruiken.

      Batchgrootte

      Als u een groot aantal virtual machines bijwerkt, selecteert u hier het totale aantal machines dat op een bepaald moment moet worden bijgewerkt. Als u voor deze optie kiest, verloopt het updateproces trager. Laat het veld leeg als u geen limiet wilt gebruiken.

      Beheerde machines negeren

      Niet selecteren.

      Gebruikersvalidatie overslaan

      Als u deze optie selecteert, stelt u de machine-eigenaar zonder verdere controle in op de waarde die is geregistreerd in de kolom Eigenaar van het CSV-gegevensbestand. Als u voor deze optie kiest, verloopt het updateproces sneller.

      Testimport

      Niet selecteren.

    6. Klik op OK.

      U ziet de voortgang van de bewerking verschijnen op de pagina Bulkimport.