Gebruik de databasepagina van de Virtual Appliance Management Interface (VAMI) om de configuratie van de toepassingsdatabase te controleren of bij te werken. U kunt deze pagina ook gebruiken om het masterknooppunt en de synchronisatiemodus toe te wijzen die door de database worden gebruikt.

Voordat u begint

  • vRealize Automation is geïnstalleerd en geconfigureerd volgens de juiste instructies in de Installatiehandleiding.

  • Meld u aan bij de beheerconsole van vRealize Automation als root.

  • U hebt een geschikt, ingesloten Postgres-toepassingsdatabasecluster geïnstalleerd en geconfigureerd.

Over deze taak

De toepassingsdatabase is geïnstalleerd en geconfigureerd tijdens installatie en configuratie van het vRealize Automation-systeem, maar u kunt de configuratie controleren en wijzigen op het tabblad Beheer van de Virtual Appliance Management Interface (VAMI).

Het veld Verbindingsstatus duidt aan of de database is verbonden met het vRealize Automation-systeem en goed werkt.

Als door de toepassingsdatabase meerdere knooppunten worden gebruikt ter ondersteuning van failover, worden in de tabel onder aan de pagina de knooppunten en hun status weergegeven, en wordt aangeduid welk knooppunt de master is. In het veld Replicatiemodus wordt de momenteel voor het systeem geconfigureerde gebruiksmodus aangeduid: synchroon of asynchroon. Gebruik deze pagina om de configuratie van de toepassingsdatabase bij te werken.

De kolom Synchronisatiestatus* in de tabel met databaseknooppunten toont de synchronisatiemethode voor het cluster. Deze kolom toont samen met de kolom Status de status van clusterknooppunten. De potentiële status verschilt op basis van de replicatiemethode die door het cluster wordt gebruikt: synchroon of asynchroon. Voor systemen die gebruikmaken van synchrone replicatie, bestaat een replicaknooppunt dat volledig is gesynchroniseerd met de master en waarvan de status 'synchroon' is. Andere knooppunten hebben de status 'potentieel'. In asynchrone replicatiemodus hebben alle knooppunten de status 'asynchroon' en heeft het masterknooppunt geen waarde voor Synchronisatiestatus.

De kolom Geldig duidt aan of de replica's zijn gesynchroniseerd met het masterknooppunt. Het masterknooppunt is altijd geldig.

De kolom Prioriteit duidt de positie van de replicaknooppunten aan met betrekking tot het masterknooppunt. Het masterknooppunt heeft geen prioriteitswaarde. Wanneer u een replica promoveert tot master, moet u het knooppunt met de laagste prioriteitswaarde kiezen.

Procedure

  1. Ga in de VAMI naar vRA-instellingen > Database.
  2. Voer het IP-adres van de hostmachine in het veld Host in.
  3. Voer de communicatiepoort op de hostmachine waardoor de database communiceert, in het veld Poort in.
  4. Voer de naam van de database in het veld Database in.
  5. Voer de gebruikers-ID voor de database in het veld Gebruiker in.
  6. Voer het gebruikerswachtwoord voor de database in het veld Wachtwoord in.
  7. Als uw database meerdere knooppunten gebruikt, bekijkt u de tabel onder aan de pagina om te controleren of het systeem goed werkt.
    • Controleer of alle knooppunten worden weergegeven.

    • Controleer of het juiste knooppunt als masterknooppunt is ingesteld.

    Opmerking:

    Gebruik de knop Synchronisatiemodus alleen om de synchronisatiemodus van de database te wijzigen als u zeker weet dat uw gegevens veilig zijn. Het ad-hoc wijzigen van de synchronisatiemodus kan leiden tot gegevensverlies.

  8. Als u een van de knooppunten wilt promoveren tot masterknooppunt, klikt u op Promoveren in de betreffende kolom.
  9. Klik op Instellingen opslaan om uw configuratie op te slaan als u wijzigingen hebt aangebracht.