Voor een omgeving met hoge beschikbaarheid vormt de virtuele mastertoepassing het knooppunt dat ingesloten PostgreSQL in de mastermodus uitvoert. De andere knooppunten in de omgeving voeren de ingesloten PostgreSQL-database uit in replicamodus. Tijdens het upgraden zijn voor het repliceren van een virtuele toepassing geen wijzigingen in de database vereist.

Voordat u begint

Over deze taak

Sluit de beheerinterface niet terwijl de update wordt geïnstalleerd.

Procedure

  1. Zoek de secundaire vRealize Automation-toepassing en schakel deze in.
  2. Open de vRealize Automation-toepassing-beheerconsole voor de upgrade.
    1. Ga naar de beheerconsole van uw virtuele toepassing door de gekwalificeerde domeinnaam te gebruiken, https://va-hostname.domain.name:5480.
    2. Meld u aan met de gebruikersnaam root en het wachtwoord dat u hebt opgegeven bij het implementeren van de toepassing.
    3. Klik op het tabblad Bijwerken.
  3. Klik op Instellingen.
  4. Selecteer het downloaden van de updates vanuit een standaardopslagplaats, een opgegeven opslagplaats of vanaf een cd-rom in het gedeelte Opslagplaats updates.
  5. Klik op Status.
  6. Klik op Updates controleren om te zien of een update beschikbaar is.
  7. Klik op Updates installeren.
  8. Klik op OK.

    Er verschijnt een informatiebericht dat aangeeft dat de update wordt uitgevoerd.

  9. Open de logboekbestanden om te controleren of de upgrade goed verloopt.

    /opt/vmware/var/log/vami/vami.log en /var/log/vmware/horizon/horizon.log

    Als u zich afmeldt tijdens het upgradeproces en u zich vervolgens opnieuw aanmeldt, kunt u de voortgang van de update blijven volgen in het logboekbestand /opt/vmware/var/log/vami/updatecli.log.

    De tijd die nodig is om de update te voltooien, is afhankelijk van uw siteomgeving.

  10. Meld u af bij de vRealize Automation-toepassing, wis de cache van de Webbrowser en meld u opnieuw aan bij de beheerconsole van vRealize Automation-toepassing.
  11. Start de virtuele toepassing opnieuw.
    1. Klik op het tabblad Systeem.
    2. Klik op Opnieuw opstarten en bevestig uw selectie.
  12. Meld u aan bij de vRealize Automation-toepassing.
  13. Selecteer vRA-instellingen > Cluster.
  14. Geef de virtuele mastertoepassing op en klik op Deelnemen aan cluster.
  15. Controleer of alle services op het tabblad Service worden weergegeven.
  16. Voer de volgende stappen uit voor elke tenantdirectory die u bij de migratie maakt.

    U moet deze stappen voltooien voordat u uw virtuele toepassingen in de load balancer inschakelt.

    1. Meld u aan op de vRealize Automation-toepassing-beheerconsole als tenantbeheerder.
    2. Selecteer Beheer > Directory's.
    3. Selecteer de directorynaam en selecteer Identiteitsprovider.
    4. Klik in de lijst op de naam van de gewenste identiteitsprovider, bijvoorbeeld WorkspaceIPD_1.
    5. Voeg in het vervolgkeuzemenu Connector uw aanvullende toepassing toe en voer uw BIND DN-wachtwoord in.
    6. Wijzig de bestaande waarde in het tekstvak IdP-hostnaam in de hostnaam van de load balancer van uw virtuele toepassing, bijvoorbeeld vcacva701.sqa.local.
    7. Klik op Opslaan.

Volgende stappen

Het IaaS-installatieprogramma downloaden