In de standaardbeleidsregels wordt alleen de verificatiemethode voor wachtwoorden geconfigureerd. U moet de beleidsregels bewerken voor het selecteren van de andere verificatiemethoden die u hebt geconfigureerd en het instellen van de volgorde waarin de verificatiemethoden worden gebruikt voor verificatie.

Voordat u begint

Schakel de verificatiemethoden in die door uw organisatie worden ondersteund en configureer deze. Zie Alternatieve producten voor gebruikersverificatie integreren in Beheer van directory's.

Procedure

  1. Selecteer Beheer > Beheer van directory's > Beleid.
  2. Klik om het standaardtoegangsbeleid om dit te bewerken.
  3. Als u een beleidsregel wilt bewerken, klikt u op de te bewerken verificatiemethode in de kolom Verificatiemethode van Beleidsregels.

    Als u een nieuwe beleidsregel wilt toevoegen, klikt u op het +-pictogram.

  4. Als u een nieuwe regel toevoegt, selecteert u het netwerkbereik voor dit beleid en het apparaattype dat de regel beheert.
  5. Als u de verificatievolgorde wilt configureren, selecteert u in het vervolgkeuzemenu dan moet de gebruiker verificatie uitvoeren met de volgende methode de verificatiemethode die als eerste moet worden toegepast. Als u wilt dat gebruikers verificatie uitvoeren via twee verificatiemethoden, selecteert u en in het volgende vervolgkeuzemenu en voert u een tweede verificatiemethode in.
    Opmerking:

    Alle verificatiemethoden worden in het vervolgkeuzemenu weergegeven, zelfs wanneer deze niet ingeschakeld zijn. Selecteer alleen verificatiemethoden die ingeschakeld zijn op de pagina Connector > Verificatieadapters.

  6. (Optioneel) Als u een alternatieve verificatiemethode wilt configureren als de eerste verificatie mislukt, selecteert u een andere ingeschakelde verificatiemethode in het volgende vervolgkeuzemenu.

    U kunt meerdere alternatieve verificatiemethoden aan een regel toevoegen.

  7. Klik op Opslaan en klik opnieuw op Opslaan op de pagina Beleid.