Neem eerst de vereisten door voordat u de upgrade uitvoert.

Vereisten voor systeemconfiguratie

Controleer of aan de volgende systeemvereisten wordt voldaan voordat u een upgrade uitvoert.

  • Controleer of het upgradepad wordt ondersteund. Zie de release notes van vRealize Automation voor een overzicht van de ondersteunde upgradepaden.

  • Controleer of alle toepassingen en servers binnen uw implementatie voldoen aan de systeemvereisten van de versie waarnaar u wilt upgraden. Zie de vRealize Automation-ondersteuningsmatrix op de VMware-website https://www.vmware.com/support/pubs/vcac-pubs.html.

  • Raadpleeg de VMware Product Interoperability Matrix op de VMware-website voor meer informatie over de compatibiliteit met andere VMware-producten.

  • Controleer of de vRealize Automationversie waarvandaan u upgradet, in een stabiele staat verkeert. Corrigeer eventuele problemen voordat de upgrade wordt uitgevoerd.

  • Noteer uw licentiesleutel voor vCloud Suite als u deze hebt gebruikt voor de vRealize Automation-installatie waarvandaan u de upgrade uitvoert. Na de upgrade worden de bestaande licentiesleutels uit de database verwijderd.

Vereisten voor hardwareconfiguratie

Controleer of aan de volgende hardwarevereisten wordt voldaan voordat u een upgrade uitvoert.

  • U moet een schijf met ten minste 50 GB aan ruimte en 18 GB aan RAM-ruimte maken voordat u de upgrade downloadt. Zie vCenter Server-hardwarebronnen vergroten voor het upgraden.

    Als de virtual machine zich op vCloud Networking and Security bevindt, moet u mogelijk meer RAM toewijzen.

    Als uw vRealize Automation-toepassing twee schijven bevat, moet u een schijf3 van 25 GB en een schijf4 van 50 GB toevoegen. De upgrade lukt alleen als het virtuele apparaat over een schijf3 en schijf4 beschikt.

  • Als u upgradefouten vanwege onvoldoende vrije ruimte in toekomstige upgrades van vRealize Automation wilt voorkomen, moet Schijf 1 in alle vRealize Automation-toepassingen worden vergroot naar 50 GB. Zie "Grootte van Schijf 1 wijzigen voor upgrades" op pagina 19.

  • Uw CPU moet beschikken over vier virtuele sockets en één kern. Zie vCenter Server-hardwarebronnen vergroten voor het upgraden.

  • Op uw IaaS-serverknooppunten moet Microsoft .NET Framework versie 4.5.2 geïnstalleerd zijn en deze moeten minstens 5 GB aan schijfruimte hebben.

  • Er moet minstens 7 GB aan vrije schijfruimte beschikbaar zijn op elke vRealize Automation-toepassing van de basispartitie om de upgrade te downloaden en uit te voeren.

  • Controleer de submap /storage/log en verwijder eventuele verouderde, gearchiveerde zip-bestanden om ruimte vrij te maken.

Algemene vereisten

Controleer of aan de volgende vereisten is voldaan voordat u een upgrade uitvoert.

  • U hebt toegang tot een Active Directory-account in de indeling gebruikersnaam@domein met rechten om de directory te binden.

    Opmerking:

    Identity Provider van OpenLDAP wordt niet gemigreerd bij het upgraden van vRealize Automation vanaf versie 6.2.x.

  • U hebt toegang tot een account met een indeling SAMaccountNaam, met voldoende rechten om het systeem aan het domein te koppelen via het dynamisch maken van een computerobject of het samenvoegen tot een vooraf gemaakt object.

  • U hebt toegang tot alle databases en alle load balancers die de gevolgen ondervinden van of deelnemen aan de vRealize Automation-upgrade.

  • Terwijl u de upgrade uitvoert, zorgt u ervoor dat het systeem niet beschikbaar is voor gebruikers.

  • U hebt alle toepassingen uitgeschakeld die vRealize Automation opvragen.

  • U hebt de aanwijzingen in vCloud Automation Center-services afsluiten op de IaaS Windows-server opgevolgd.

  • Controleer of MSDTC (Microsoft Distributed Transaction Coordinator) is ingeschakeld op alle vRealize Automation- en bijbehorende SQL-servers. Zie het VMware Knowledge Base-artikel Various tasks fail after upgrading or migrating to VMware vCloud Automation Center (vCAC) 6.1.x (2089503) op http://kb.vmware.com/kb/2089503 voor verdere instructies.

  • Als uw site gebruikmaakt van een externe vRealize Orchestrator-toepassing, en uw implementatie gebruikmaakt van een externe vRealize Orchestrator-toepassing die is verbonden met Identity Appliance, moet u vRealize Orchestratorupgraden, voordat u vRealize Automation kunt upgraden.

  • Als de catalogus met algemene onderdelen is geïnstalleerd, moet u deze voor het upgraden verwijderen. Raadpleeg de documentatie voor de catalogus met algemene onderdelen voor informatie over het verwijderen, installeren en upgraden van de catalogus met algemene onderdelen.