Een ruimtebesparende opslagtechnologie heft tekortkomingen van traditionele opslagmethoden op door de opslag te beperken tot de ruimte die werkelijk vereist is voor de machinebewerkingen. Doorgaans is dit maar een fractie van de werkelijk toegewezen opslagruimte voor de machines. vRealize Automation ondersteunt twee inrichtingsmethoden met een ruimtebesparende technologie: thin provisioning en FlexClone provisioning.

Bij standaardopslag is de toegewezen opslagruimte voor een ingerichte machine in zijn geheel bestemd voor die machine, ook wanneer deze uitgeschakeld is. Dit kan tot een aanzienlijke verspilling van opslagbronnen leiden. Er zijn immers maar weinig virtual machines die alle toegewezen ruimte ook daadwerkelijk gebruiken, net zoals als er maar weinig fysieke machines in bedrijf zijn met een volledig volle schijf. Wanneer u een ruimtebesparende technologie gebruikt, worden de toegewezen opslag en gebruikte opslag afzonderlijk bijgehouden en wordt alleen de gebruikte opslagruimte daadwerkelijk ingezet voor de ingerichte machine.

Zie Een reservering maken voor Hyper-V, KVM, SCVMM, vSphere of XenServer voor meer informatie.

Thin provisioning

Thin provisioning wordt ondersteund voor alle virtuele inrichtingsmethoden. Afhankelijk van uw virtualisatieplatform, opslagtype en ingestelde standaardopslag, kan thin provisioning altijd als mogelijkheid worden overwogen bij de machine-inrichting. Thin provisioning wordt bijvoorbeeld altijd ingezet bij vSphere ESX Server-integraties die gebruikmaken van NFS-opslag. Bij vSphere ESX Server-integraties die gebruikmaken van lokale of iSCSI-opslag, wordt thin provisioning echter alleen gebruikt voor de machine-inrichting als de aangepaste eigenschap VirtualMachine.Admin.ThinProvision is opgegeven op de blueprint. Zie de documentatie van uw virtualisatieplatform voor meer informatie over thin provisioning.

Net App FlexClone-inrichting

U kunt een blueprint voor Net App FlexClone-inrichting maken als u in een vSphere-omgeving werkt waarin NFS-opslag (Network File System) en de FlexClone-technologie worden gebruikt.

U kunt alleen NFS-opslag gebruiken. Anders mislukt de inrichting. U kunt een FlexClone-opslagpad voor andere soorten machine-inrichting opgeven, maar het FlexClone-opslagpad functioneert als standaardopslag.

Hier volgt een algemeen overzicht van de vereiste stappen voor het inrichten van machines die gebruikmaken van de FlexClone-technologie:

  1. Een IaaS-beheerder maakt een NetApp ONTAP-endpoint. Zie Een NetApp ONTAP-endpoint maken.

  2. Een IaaS-beheerder voert een gegevensverzameling uit op het endpoint, zodat het endpoint wordt weergegeven op de computerbron en reserveringspagina's.

    De optie FlexClone wordt in de endpointkolom van de reserveringspagina weergegeven als een NetApp ONTAP-endpoint bestaat en er een virtuele host is. Als er een NetApp ONTAP-endpoint is, wordt op de reserveringspagina het endpoint weergegeven dat is gekoppeld aan het opslagpad.

  3. Een materiaalbeheerder maakt een vSphere-reservering, schakelt de FlexClone-opslag in en geeft het NFS-opslagpad voor de FlexClone-technologie op.

  4. Een infrastructuurarchitect of andere bevoegde gebruiker maakt een blueprint voor FlexClone-inrichting.