Installeer een minimale implementatie voor een 'proof of concept'. De wizard voor minimale installaties gaat ervan uit dat u alle IaaS-onderdelen op een afzonderlijke Windows-machine wilt installeren.

Voordat u begint

Over deze taak

Minimale implementaties ondersteunen normaal gesproken een enkele vRealize Automation-toepassing, een IaaS-server en maken gebruik van een vSphere-agent ter ondersteuning van endpoints.

Procedure

  1. Open een webbrowser.
  2. Ga naar de vRealize Automation-toepassing-beheerconsole door de volledig gekwalificeerde domeinnaam, https://vra-va-hostname.domain.name:5480/, te gebruiken.
  3. Meld u aan met de gebruikersnaam root en het wachtwoord dat u hebt opgegeven bij het implementeren van de toepassing.
  4. Wanneer de installatiewizard wordt weergegeven, klikt u op Volgende.
  5. Accepteer de licentieovereenkomst voor eindgebruikers en klik op Volgende.
  6. Selecteer Minimale implementatie en Infrastructure as a Service installeren in het scherm Implementatietype en klik op Volgende.
  7. Zorg ervoor dat aan alle vereisten op de pagina Installatievereisten is voldaan en dat alle Windows-servers waarop u een beheeragent hebt geïnstalleerd, worden vermeld.
  8. Indien nodig kunt u een andere tijdregistratiemethode voor uw vRealize Automation-toepassing opgeven. Klik in dat geval op Tijdinstellingen wijzigen.
  9. Klik op Volgende.
  10. Klik op Uitvoeren in het scherm Prerequisite Checker uitvoeren om te controleren of de Windows-servers in uw implementatie goed zijn geconfigureerd voor gebruik met vRealize Automation.

    Omdat deze stap extern wordt uitgevoerd, kan het enige minuten duren voordat deze is voltooid.

    1. Als voor een machine de status 'mislukt' wordt opgehaald, klikt u op Corrigeren om de automatische correctie te starten. Of klik op Details weergeven en volg de aanwijzingen op. Automatische correcties worden ook opnieuw gestart
    2. Klik op Uitvoeren om de checker nogmaals uit te voeren.
    3. Als de status over de hele linie goed is, klikt u op Volgende.
  11. Doorloop de volgende schermen en voer de vereiste gegevens in voor het configureren van de implementatieonderdelen, zoals de webserver, Manager Service, Distributed Execution Manager, vSphere-proxyagent en certificaatgegevens.

    Meer informatie is beschikbaar via de Help-knoppen.

Volgende stappen

Momentopnamen maken voorafgaand aan de installatie