Op de pagina Connectoren worden geïmplementeerde connectoren weergeven voor uw bedrijfsnetwerk. Met een connector worden gebruikers- en groepsgegevens tussen Active Directory en de Directories Management-service gesynchroniseerd. Wanneer de connector als identiteitsprovider wordt gebruikt, worden gebruikers hiermee bij de service geverifieerd.

In vRealize Automation bevat elke vRealize Automation-toepassing-toepassing een eigen connector. Deze zijn geschikt voor de meeste implementaties.

Wanneer u een directory koppelt aan een connectorinstantie, wordt door de connector een partitie gemaakt voor de gekoppelde directory, die we een werker noemen. Aan een connectorinstantie kunnen meerdere werkers gekoppeld zijn. Elke werker fungeert als identiteitsprovider. Door de connector worden gebruikers- en groepsgegevens gesynchroniseerd tussen Active Directory en de service via een of meer werkers. U kunt verificatiemethoden definiëren en configureren per werker.

U kunt verschillende aspecten van een Active Directory-verbinding beheren via de pagina Connectoren. De pagina bevat een tabel en verschillende knoppen waarmee u enkele beheertaken kunt uitvoeren.

  • Selecteer in de kolom Werker een werker om de gegevens van de connector weer te geven en ga naar de pagina Verificatieadapters om de status van de beschikbare verificatiemethoden weer te geven. Zie Alternatieve producten voor gebruikersverificatie integreren in Beheer van directory's voor informatie over verificatie.

  • Selecteer in de kolom Identiteitsprovider de IdP die u wilt weergeven, bewerken of uitschakelen. Zie Een identiteitsproviderinstantie configureren.

  • Open in de kolom Gekoppelde directory de directory die aan deze werker is gekoppeld.

  • Klik op Deelnemen aan domein om de connector te koppelen aan een specifiek Active Directory-domein. Als u Kerberos-verificatie configureert, moet u bijvoorbeeld deelnemen aan het Active Directory-domein dat gebruikers bevat of dat een vertrouwensrelatie heeft met het domein dat de gebruikers bevat.

  • Wanneer u een directory configureert met Active Directory met geïntegreerde Windows-verificatie, wordt de connector lid van het domein op basis van de configuratiegegevens.