Om de vRealize Automation-toepassing voor te bereiden voor gebruik, configureert een systeembeheerder de hostinstellingen, genereert hij een SSL-certificaat en biedt hij SSO-verbindingsinformatie.

Procedure

  1. Ga naar de vRealize Automation-toepassing-beheerconsole door de volledig gekwalificeerde domeinnaam, https://vra-va-hostname.domain.name:5480/, te gebruiken.
  2. Sla de certificaatwaarschuwing over.
  3. Meld u aan met de gebruikersnaam root en het wachtwoord dat u hebt opgegeven bij de implementatie van de vRealize Automation-toepassing.
  4. Selecteer vRA-instellingen > Hostinstellingen.

    Optie

    Actie

    Automatisch oplossen

    Selecteer Automatisch oplossen om de naam van de huidige host voor de vRealize Automation-toepassing te gebruiken.

    Host bijwerken

    Voor nieuwe hosts selecteert u Host bijwerken. Voer de volledig gekwalificeerde domeinnaam van de vRealize Automation-toepassing (vra-hostname.domain.name) in het tekstvak Hostnaam in.

    Bij gedistribueerde implementaties waarin load balancers worden gebruikt, selecteert u Host bijwerken. Voer de volledig gekwalificeerde domeinnaam van de load balancer-server (vra-loadbalancername.domain.name) in het tekstvak Hostnaam in.

    Opmerking:

    Wanneer u Host bijwerken gebruikt om een andere hostnaam op te geven, moet u de SSO-instellingen configureren (zie hieronder).

  5. Selecteer het certificaattype in het menu Certificaatactie.

    Als u een PEM-gecodeerd certificaat gebruikt, bijvoorbeeld voor een gedistribueerde omgeving, selecteert u Importeren.

    Certificaten die u importeert, moeten vertrouwd worden en moeten ook van toepassing zijn op alle instanties van vRealize Automation-toepassing en elke load balancer via het gebruik van Subject Alternative Name (SAN)-certificaten.

    Opmerking:

    Als u certificaatketens gebruikt, geeft u de certificaten op in deze volgorde:

    1. Client-/servercertificaat ondertekend door het tussenliggende CA-certificaat

    2. Een of meer tussenliggende certificaten

    3. Een CA-basiscertificaat

    Optie

    Actie

    Bestaande behouden

    Verlaat de huidige SSL-configuratie. Selecteer deze optie om uw wijzigingen te annuleren.

    Certificaat genereren

    1. De waarde die wordt weergegeven in het tekstvak Algemene naam is de hostnaam die wordt weergegeven in het bovenste gedeelte van de pagina. Als er extra instanties van vRealize Automation-toepassing beschikbaar zijn, worden de bijbehorende FQDN's opgenomen in het SAN-kenmerk van het certificaat.

    2. Voer uw organisatienaam in, zoals uw bedrijfsnaam, in het tekstvak Organisatie.

    3. Voer uw organisatie-eenheid in, zoals de naam of locatie van uw afdeling, in het tekstvak Organisatie-eenheid.

    4. Voer een ISO 3166-landcode van twee letters in, zoals NL, in het tekstvak Land.

    Importeren

    1. Kopieer de certificaatwaarden van BEGIN PRIVATE KEY tot END PRIVATE KEY, inclusief de kop- en voettekst, en plak ze in het tekstvak RSA persoonlijke sleutel.

    2. Kopieer de certificaatwaarden van BEGIN CERTIFICATE tot END CERTIFICATE, inclusief de kop- en voettekst, en plak ze in het tekstvak Certificaatketen. Voor meerdere certificaatwaarden neemt u een BEGIN CERTIFICATE-koptekst en een END CERTIFICATE-voettekst voor elk certificaat op.

      Opmerking:

      Wanneer er sprake is van een certificaatketen, zijn er mogelijk extra kenmerken beschikbaar.

    3. (Optioneel) Als uw certificaat een wachtwoordzin gebruikt om de certificaatsleutel te coderen, kopieert u de wachtwoordzin en plakt u deze in het tekstvak Wachtwoordzin.

  6. Klik op Instellingen opslaan om de hostgegevens en SSL-configuratie op te slaan.
  7. Configureer de SSO-instellingen.
  8. Klik op Berichten. De configuratie-instellingen en de status van berichten voor uw toepassing worden weergegeven. Wijzig deze instellingen niet.
  9. Klik op het tabblad Telemetrie om te kiezen of u wilt deelnemen aan het programma ter verbetering van de klantervaring (CEIP) van VMware.

    Details over de gegevens die via het CEIP worden verzameld en het doel waarvoor deze worden gebruikt door VMware vindt u bij het Trust & Assurance Center op http://www.vmware.com/trustvmware/ceip.html.

    • Selecteer de optie Deelnemen aan het programma ter verbetering van de klantervaring van VMware om aan het programma deel te nemen.

    • Schakel het selectievakje Join the VMware Customer Experience Improvement Program uit als u niet wilt deelnemen aan het programma.

  10. Klik op Services en controleer of de betreffende services zijn geregistreerd.

    Dit kan, afhankelijk van uw siteconfiguratie, zo'n 10 minuten duren.

    Opmerking:

    U kunt zich aanmelden bij de toepassing en tail -f /var/log/vcac/catalina.out uitvoeren om het opstarten van de services te monitoren.

  11. Voer uw licentiegegevens in.
    1. Klik op vRA-instellingen > Licenties.
    2. Klik op Licenties.
    3. Geef de vRealize Automation-licentiesleutel op die u samen met de installatiebestanden hebt gedownload en klik op Sleutel indienen.
    Opmerking:

    Als er een verbindingsfout optreedt, is er mogelijk een probleem met de load balancer. Controleer in dat geval de netwerkverbinding met de load balancer.

  12. Bevestig dat u zich kunt aanmelden bij de vRealize Automation-console.
    1. Open een browser en ga naar https://vcac-hostname.domain.name/vcac.
    2. Accepteer het vRealize Automation-certificaat.
    3. Accepteer het SSO-certificaat.
    4. Meld u aan met de gebruikersnaam administrator@vsphere.local en het wachtwoord dat u hebt opgegeven bij de SSO-configuratie.

      De console wordt geopend en u ziet de pagina Tenants van het tabblad Beheer. De lijst bevat één tenant, genaamd vsphere.local.

Resultaten

De implementatie en configuratie van vRealize Automation-toepassing is nu voltooid. Als de geconfigureerde toepassing niet goed werkt, moet u deze opnieuw implementeren en configureren. Breng geen wijzigingen aan in de bestaande toepassing.

Volgende stappen

De infrastructuuronderdelen installeren