U kunt een eigenschapswaarde in een vervolgkeuzemenu invullen met vRealize Orchestrator-scriptacties.

Voordat u begint

  • Maak een vRealize Orchestrator-scriptactie. Zie Ontwikkelen met VMware vCenter Orchestrator voor meer informatie over het ontwikkelen van werkstromen en het maken en gebruiken van vRealize Orchestrator-scriptacties.

  • Maak een nieuwe eigenschapsdefinitie of bewerk een bestaande definitie. Zie Een eigenschapsdefinitie maken.

    De volgende takenreeks verschilt alleen van de takenreeks Een eigenschapsdefinitie maken in de manier waarop u de waarde voor Advies weergeven opgeeft.

Over deze taak

U kunt een relatie tussen twee eigenschapsdefinities definiëren als u de waarden van de afhankelijke eigenschap invult met een vRealize Orchestrator-scriptactie.

U kunt een eigenschapsdefinitie binden aan een vRealize Orchestrator-scriptactie maar niet aan een vRealize Orchestrator-werkstroom.

Procedure

  1. Maak een nieuwe eigenschapsdefinitie of bewerk een bestaande eigenschapsdefinitie.
    1. Controleer of het tekstvak Naam een waarde bevat.
    2. Controleer of het tekstvak Label een waarde bevat.
    3. Controleer of het tekstvak Gegevenstype de waarde Decimal, Integer, ofString bevat.
  2. Klik op het tekstvak Advies weergeven en selecteer Vervolgkeuzelijst uit het vervolgkeuzemenu.
  3. Klik op de optie Externe waarden in het gebied Waarden.

    Er wordt een pagina geopend met meegeleverde en door de gebruiker gemaakte vRealize Orchestrator-scriptacties.

  4. Selecteer een vRealize Orchestrator-scriptactie en klik op OK.

    Selecteer een door de gebruiker gegenereerde vRealize Orchestrator-scriptactie die geschikt is voor uw eigenschap. De meegeleverde vRealize Orchestrator-scriptacties vereisen of genereren meestal complexe waarden die niet worden ondersteund door de eigenschapsdefinities van vRealize Automation.

    In het raster Invoerparameters worden alle parameters weergegeven die beschikbaar zijn voor de scriptactie en die kunnen worden gebruikt om een waarde toe te wijzen. Een van de kolommen heeft het label Bind. Wanneer het selectievakje bij Bind niet is ingeschakeld, gebruikt de actie de letterlijke waarde om door te geven als de waarde voor die parameter. Wanneer het selectievakje bij Bind wel is ingeschakeld, wordt de waarde de naam van het veld waarvan de waarde wordt gebruikt als de waarde voor die parameter.

    Er wordt een vervolgkeuzemenu weergegeven met de beschikbare eigenschapsdefinities, zodat het gemakkelijker wordt om een bekend veld te binden. U kunt een beschikbare waarde selecteren of een andere aangepaste eigenschap invoeren.

  5. Klik op OK.