vRealize Automation kan worden geïmplementeerd in een aantal configuraties. Als u zeker wilt zijn van een geslaagde implementatie, moet u de implementatie en de configuratie-opties goed begrijpen en weten welke volgorde van taken is vereist.

Als u bekend bent met vorige versies van vRealize Automation, vindt u het wellicht handig om kennis te nemen van de volgende wijzigingen voordat u met de installatie begint:

  • In deze versie van vRealize Automation wordt de installatiewizard geïntroduceerd, de aanbevolen methode voor installaties zonder script. Deze wizard biedt u de keuze uit een minimale implementatie of een bedrijfsimplementatie. Bedrijfsimplementaties zijn gebaseerd op een gedistribueerde architectuur, waarbij load balancers kunnen worden gebruikt om de implementatie een hoge beschikbaarheid te geven. U kunt de vRealize Automation-toepassingen zelfstandig installeren of in combinatie met IaaS-onderdelen.

  • SSO-ondersteuning (Single Sign-On) en identiteitsbeheer worden geleverd via de ingesloten VMware Identity Manager, die wordt beheerd door de nieuwe voorziening Beheer van directory's . Het gebruik van VMware Identity Appliance- en vSphere SSO-implementaties uit de vorige productversies komt hiermee te vervallen.

  • Open LDAP wordt niet langer ondersteund.

Na installatie kunnen systeembeheerders de installatieomgeving aanpassen en één of meer tenants configureren. Hierdoor worden inrichten via self-service en levenscyclusbeheer van cloudservices mogelijk gemaakt.

Met behulp van de veilige portal voor de webinterface, kunnen beheerders, ontwikkelaars of zakelijke gebruikers IT-services aanvragen en specifieke cloud- en IT-bronnen beheren op basis van hun rollen en rechten. Gebruikers kunnen infrastructuur, toepassingen, desktops en IT-services aanvragen via een algemene servicecatalogus.