Meerdere gelijktijdige aanvragen voor machine-inrichting kunnen de prestaties van vRealize Automation beïnvloeden. U kunt bepaalde wijzigingen maken voor limieten op proxyagenten en werkstroomactiviteiten om de prestaties te wijzigen.

Afhankelijk van de behoeften van machine-eigenaars van uw site, kan de vRealize Automation-server meerdere gelijktijdige aanvragen voor machine-inrichting ontvangen. Dit kan gebeuren in de volgende omstandigheden:

  • Eén gebruiker dient een aanvraag in voor meerdere machines

  • Veel gebruikers vragen machines aan op hetzelfde ogenblik

  • Een of meer groepsbeheerders keuren meerdere machineaanvragen in behandeling kort na elkaar goed

De tijd die vRealize Automation nodig heeft om een machine in te richten, wordt doorgaans langer als er meer gelijktijdige aanvragen zijn. Het verlengen van de inrichtingstijd is afhankelijk van drie belangrijke factoren:

  • Het effect op de prestaties van gelijktijdige, bronintensieve vRealize Automation-werkstroomactiviteiten, inclusief de SetupOS-activiteit (voor machines die gemaakt zijn in het virtualisatieplatform, zoals in WIM-gebaseerde inrichting) en de Clone-activiteit (voor machines die gekloond zijn in het virtualisatieplatform).

  • De geconfigureerde vRealize Automation-limiet op het aantal bronintensieve (doorgaans lange) inrichtingsactiviteiten die gelijktijdig kunnen worden uitgevoerd. Standaard is dit twee. Gelijktijdige activiteiten boven de geconfigureerde limiet worden in de wachtrij geplaatst.

  • Alle limieten in het virtualisatieplatform of het cloudserviceaccount op het aantal vRealize Automation-werkitems (bronintensief of niet) die gelijktijdig kunnen worden uitgevoerd. De standaardlimiet in vCenter Server is bijvoorbeeld vier en werkitems boven deze limiet worden in de wachtrij geplaatst.

vRealize Automation beperkt standaard het aantal gelijktijdige virtuele inrichtingsactiviteiten voor hypervisors die gebruikmaken van proxyagenten tot twee per proxyagent. Dit zorgt ervoor dat het virtualisatieplatform dat door een bepaalde agent wordt beheerd, nooit zoveel bronintensieve werkitems ontvangt dat de uitvoering van andere items wordt verhinderd. Test zorgvuldig de effecten van het wijzigen van de limiet voordat u eventuele wijzigingen maakt. Om de beste limiet voor uw site te bepalen, moet u mogelijk de uitvoering van werkitems in het virtualisatieplatform en de uitvoering van werkstroomactiviteiten in vRealize Automation onderzoeken.

Als u de geconfigureerde vRealize Automation-limiet per agent toch verhoogt, moet u mogelijk als volgt aanvullende configuratieaanpassingen uitvoeren in vRealize Automation:

  • De standaard time-outintervallen bij uitvoering voor de SetupOS- en Clone-werkstroomactiviteiten bedragen twee uur voor elke activiteit. Als de tijd die vereist is om een van deze activiteiten uit te voeren, deze limiet overschrijdt, wordt de activiteit geannuleerd en mislukt de inrichting. Om deze fout te voorkomen, verhoogt u een of beide van deze time-outintervallen bij uitvoering.

  • De standaard time-outintervallen bij levering voor de SetupOS- en Clone-werkstroomactiviteiten bedragen 20 uur voor elke activiteit. Zodra een van deze activiteiten is gestart, en als de machine die voortvloeit uit de activiteit niet binnen 20 uur is ingericht, wordt de activiteit geannuleerd en mislukt de inrichting. Daarom verhoogt u het beste een of beide van deze time-outintervallen bij levering als u de limiet hebt verhoogd tot het punt waarop deze fout soms gebeurt.