Rechten bepalen welke items en acties beschikbaar zijn in de servicecatalogus voor de geselecteerde bedrijfsgroepsleden. Een recht moet actief zijn zodat de items in de servicecatalogus kunnen worden weergegeven. Als u items hebt die bestuurd moeten worden, dan kunt u rechten gebruiken om goedkeuringsbeleidsregels toe te passen op verschillende items.

Om het recht te configureren, moeten de catalogusitems in een service zijn opgenomen. Rechten kunnen catalogusitems van meerdere services bevatten.

Houd rekening met de interacties van services, catalogusitems, acties en goedkeuringen wanneer u een recht maakt.

Services

Een gerechtigde service werkt als een dynamische groep catalogusitems. Als u een catalogusitem toevoegt aan een gerechtigde service, hoeft u geen aanvullende configuratie te verrichten om het nieuwe catalogusitem beschikbaar te stellen aan de opgegeven gebruikers. Als u een goedkeuringsbeleid toepast op een service, worden alle items onderworpen aan hetzelfde goedkeuringsproces wanneer ze worden aangevraagd.

Items

Catalogusitems met rechten kunnen een van de volgende items bevatten:

  • Items van een service die u aan gebruikers met rechten wilt leveren, zelfs services die niet zijn opgenomen in het huidige recht.

    Stel dat u als catalogusbeheerder verschillende versies van Red Hat Enterprise Linux hebt gekoppeld aan een Red Hat-service en rechten voor de service hebt verleend aan de kwaliteitsingenieurs voor product A. Vervolgens ontvangt u een aanvraag om servicecatalogusitems te maken die alleen betrekking heeft op de laatste versie van Linux-gebaseerde besturingssystemen voor het trainingsteam. U maakt dan een recht voor het trainingsteam dat de laatste versies bevat van de andere besturingssystemen in een service. U hebt de laatste versie van RHEL al aan een andere service gekoppeld. Daarom voegt u RHEL toe als een catalogusitem in plaats van de volledige Red Hat-service toe te voegen.

  • Items die zijn opgenomen in een service die in het huidige recht is opgenomen, maar u wilt een goedkeuringsbeleid toepassen op het individuele catalogusitem dat verschilt van het beleid dat u op de service hebt toegepast.

    Stel u bent bedrijfsgroepbeheerder en verleent uw ontwikkelingsteam rechten voor een service met drie VM-catalogusitems. U past een goedkeuringsbeleid toe dat de goedkeuring vereist van de virtual infrastructuurbeheerder voor machines met meer dan vier CPU's. Een van de virtual machines wordt gebruikt voor prestatietesten. Voeg deze daarom toe als catalogusitem en pas een minder beperkend goedkeuringsbeleid toe voor dezelfde groep gebruikers.

  • Items die een servicecatalogusgebruiker niet zelf kan aanvragen, omdat deze onderdeel zijn van een inrichtbaar item, maar waarop u een specifiek goedkeuringsbeleid wilt toepassen dat verschilt van het catalogusitem waarin het is opgenomen.

    Stel dat een item een machine met software bevat. De machine is beschikbaar als een inrichtbaar item en heeft een goedkeuringsbeleid waarbij goedkeuring van de sitebeheerder is vereist. De software is niet beschikbaar als een stand-alone, inrichtbaar item, alleen als deel van een machineaanvraag, maar het goedkeuringsbeleid voor de software vereist goedkeuring van de softwarelicentiebeheerder van uw organisatie. Wanneer de machine wordt aangevraagd in de servicecatalogus, moet deze worden goedgekeurd door de sitebeheerder en de softwarelicentiebeheerder voordat deze wordt ingericht. Nadat de machine is ingericht, wordt deze samen met de softwarevermelding als onderdeel van de machine weergegeven op het tabblad met items van de aanvrager.

Acties

Acties worden uitgevoerd op ingerichte catalogusitems. Om een catalogusitem in te richten, vraagt u het item aan in de servicecatalogus. Om acties uit te voeren op een ingericht item, moet de actie zijn opgenomen in hetzelfde recht als het catalogusitem dat het item heeft ingericht vanuit de servicecatalogus.

Recht 1 bevat bijvoorbeeld een vSphere Virtual Machine en een actie voor het maken van momentopnamen, en recht 2 bevat alleen een vSphere Virtual Machine. Wanneer u een vSphere-machine van recht 1 implementeert, is de actie voor het maken van momentopnamen beschikbaar. Wanneer u een vSphere-machine van recht 2 implementeert, is er geen actie. Om de actie beschikbaar te maken voor gebruikers van recht 2, voegt u de actie voor het maken van momentopnamen toe aan recht 2.

Als u een actie selecteert die niet van toepassing is op een van de catalogusitems in het recht, wordt deze niet weergegeven als een actie in het tabblad Items. Uw recht bevat bijvoorbeeld een vSphere-machine en u verleent rechten voor een vernietigingsactie voor een cloudmachine. De vernietigingsactie kan niet worden uitgevoerd op de ingerichte machine.

U kunt een goedkeuringsbeleid toepassen op een actie die verschilt van het beleid dat wordt toegepast op het catalogusitem in het recht.

Als de servicecatalogusgebruiker lid is van meerdere bedrijfsgroepen en slechts een groep het recht heeft om in en uit te schakelen en de andere alleen het recht heeft om te vernietigen, zijn voor die gebruiker de drie acties beschikbaar voor de toepasselijke ingerichte machine.

Goedkeuringsbeleid

U kunt alleen een bestaand goedkeuringsbeleid toepassen op het recht dat u maakt. Maar ook als het gewenste beleid niet bestaat, kunt u het recht maken. Het recht krijgt dan een conceptstatus of inactieve status totdat u het vereiste goedkeuringsbeleid voor de bijbehorende catalogusitems en acties hebt gemaakt en vervolgens toepast.

U bent niet verplicht om een goedkeuringsbeleid toe te passen op een van de items of acties. Als u geen goedkeuringsbeleid toepast, worden de aangevraagde items en acties geïmplementeerd zonder dat er een goedkeuringsaanvraag wordt getriggerd.