Versie-informatie voor vRealize Automation 7.0.1

|

Bijgewerkt op: 25 mei 2017

vRealize Automation | 15 maart 2016 | Versie 3622989

Controleer regelmatig op aanvullingen en updates voor deze versie-informatie.

Inhoud van de versie-informatie

In deze versie-informatie komen de volgende onderwerpen aan bod:

Nieuw

vRealize Automation 7.0.1 is een patchrelease waarin een aantal problemen zijn opgelost en die een belangrijke beveiligingsupdate bevat.

Systeemvereisten

Zie de Ondersteuningsmatrix voor vRealize Automation voor informatie over de ondersteunde hostbesturingssystemen, databases en webservers.

Installatie

Zie vRealize Automation installeren voor de vereisten en installatie-instructies.

Voordat u het upgradeproces start

Nieuwe vRealize Automation-functies en -innovaties vereisten verschillende verbeteringen op platformniveau. Als gevolg daarvan zullen bepaalde upgradescenario's aanvullende hulp vereisen. Om de upgrade zo goed mogelijk te laten verlopen, gaat u naar de website voor hulp bij vRealize Automation-upgrades voordat u het upgradeproces start.

Verholpen problemen

Er zijn problemen verholpen in de volgende categorieën:

Beveiligingsprobleem

  • Stackgebaseerde bufferoverloop bij CVE-2015-7547 glibc getaddrinfo()
    Het probleem is opgelost.

Installatieproblemen

  • Stackgebaseerde bufferoverloop bij CVE-2015-7547 glibc getaddrinfo()
    Het probleem is opgelost.

  • Op Windows Server 2012 R2 geeft de Prerequisite Checker de Microsoft Distributed Transaction Coordinator-service foutief weer als opgelost
    Er wordt een waarschuwing weergegeven in de Prerequisite Checker voor de Microsoft Distributed Transaction Coordinator-service. Nadat u op Oplossen hebt geklikt, wordt dit als 'opgelost' weergegeven. De waarschuwing verschijnt opnieuw wanneer u de Prerequisite Checker opnieuw uitvoert.
    Dit probleem is opgelost.

  • Er worden geen IaaS-installatielogboeken verzameld als een IaaS-onderdeel niet op de standaardlocatie wordt geïnstalleerd
    De IaaS-installatielogboeken worden gemaakt in de standaardinstallatiemap, %PROGRAMFILES(x86)%\VMware\vCAC\. Als alle IaaS-onderdelen op een niet-standaardlocatie worden geïnstalleerd, worden er geen logboekbestanden van de IaaS-installatie opgenomen in de verzamelde logboekbundel van de vRealize Automation-toepassing.
    Dit probleem is opgelost.

  • Tijdens de installatie of upgrade verschijnt een validatiefout, waarna de installatie wordt afgebroken
    Het volgende foutbericht verschijnt voordat de installatie wordt afgebroken: Kan niet verifiëren of de aanmeldings-id van Windows [DOMAIN\USER] over het recht “Aanmelden als service” (lokaal Windows-beleid) beschikt.
    Dit probleem is opgelost.
  • Tijdens de installatie of upgrade van vRealize Automation 7.0 verschijnt de RegistryKeyPermissionCheck-waarschuwing zelfs wanneer de gebruiker over voldoende rechten beschikt
    Dit probleem is opgelost.

  • Tijdens de installatie of upgrade verschijnt een foutbericht over een verkeerd certificaat, waarna de installatie wordt afgebroken
    Wanneer u vRealize Automation installeert met behulp van de installatiewizard, moet u het hoofdlettergebruik van de naam die u invoert voor de eerste vRealize Automation-toepassing ook gebruiken voor de namen van de overige toepassingen die u toevoegt. Als het hoofdlettergebruik van de namen verschilt, zoals vRAapp en vraapp, en u voegt een extra toepassing toe aan het cluster, verschijnt een foutbericht over verkeerde verificatiegegevens en wordt de installatie afgebroken.
    Dit probleem is opgelost.

Upgradeproblemen

  • Er treedt een Java-uitzonderingsfout op wanneer u het migratieprogramma voor identiteitsarchieven gebruikt voor de hernieuwde toewijzing van een tenantbeheerder
    Dit probleem treedt op omdat de hernieuwde toewijzing mislukt door de aanwezigheid van een gesynchroniseerde gebruikersbeheerder in de installatiedirectory.
    Dit probleem is opgelost.

  • De vRealize Orchestrator-service is niet meer beschikbaar na de upgrade naar vRealize Automation 7.0
    Door de upgrade wordt de verbinding tussen vRealize Orchestrator en de geconfigureerde beheerdersgroep verbroken.
    Informatie over de oplossing van dit probleem vindt u in de richtlijnen voor de upgrade van vRealize Automation 6.2.x naar 7.0.1 en van 7.0 naar 7.0.1.

  • Na de upgrade naar vRealize Automation 7.0 verschijnen catalogusitems voor dezelfde bedrijfsgroep dubbel in de catalogus
    Dit probleem is opgelost.

  • Er treedt een fout op wanneer u het migratieprogramma voor identiteitsarchieven uitvoert
    Wanneer u het migratieprogramma voor identiteitsarchieven uitvoert, kan de volgende fout worden weergegeven:
    Fout: MigrateIdentityStores: Tenant 'vsphere.local': Kan directory ' ' niet maken: Kon niet worden toegevoegd aan domein Fout opgetreden bij toevoegen aan domein. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord van de domeinbeheerder juist zijn, en of de gebruikersnaam de sAMAccountName is.
    Dit probleem is opgelost.

  • Er verschijnt een foutmelding bij het upgraden van de Manager Service en het DEM Orchestrator-systeem, en de Model Manager-Webhost kan niet worden gevalideerd
    Als u in het bestand ManagerService.exe.config de naam van de load balancer wijzigt, verschijnt de volgende foutmelding:
    Distributed Execution Manager "NAAM" kan niet worden geüpgraded omdat deze verwijst naar Model Manager-Webhost "xxxx.xxxx.xxxx.net:443", die niet kan worden gevalideerd. U moet deze fout oplossen voordat u de upgrade opnieuw uitvoert: Kan Model Manager-Webhost niet valideren. Het externe certificaat is ongeldig volgens de validatieprocedure.
    Dit probleem is opgelost.

  • Als u de ingesloten vRealize Orchestrator toevoegt als een endpoint in vRealize Automation 6.x, werkt het endpoint niet meer nadat u een upgrade naar vRealize Automation 7.0 hebt uitgevoerd
    De ingesloten vRealize Orchestrator voor vRealize Automation 6.x is beschikbaar op https://hostname:8281/vco. Bij de upgrade wordt de url van de ingesloten vRealize Orchestrator gewijzigd van https://hostname:8281/vco in https://hostname/vco. Omdat de url is gewijzigd, wordt de verbinding met de ingesloten vRealize Orchestrator die als endpoint in vRealize Automation 6.x is toegevoegd, na de upgrade verbroken.
    Het upgradedocument voor vRealize Automation wordt bijgewerkt met de juiste url.

  • Er ontstaan problemen tijdens en na het upgraden van een implementatie met blueprints die een privénetwerk specificeren met een eigen implementatie
    Privénetwerken en privénetwerkprofielen worden niet ondersteund in vRealize Automation 7.0.
    Als er in blueprints uit versie 6.2.x privénetwerken gespecificeerd zijn, kunt u de privénetwerkspecificaties vóór de upgrade verwijderen, mits u ook alle afhankelijke implementaties verwijdert. Indien u de privénetwerkspecificaties niet uit de blueprints verwijdert, verwijdert het upgradeprogramma ze en worden de beïnvloede blueprints opgeslagen als concept. U moet deze blueprints dan na het upgraden corrigeren en opnieuw publiceren.
    Dit probleem is opgelost.

Problemen met configuratie en inrichting

  • Wanneer u onbeheerde virtual machines via bulkimport importeert in vRealize Automation, kan tijdens het importproces een fout optreden waardoor de machines uit vCenter Server worden verwijderd
    Dit probleem is opgelost.

  • Abonnementen voor het onderwerp Standaardgebeurtenis voor gebeurtenislogboek ontvangen geen gebeurtenissen en starten geen vRealize Orchestrator-werkstroom
    Dit probleem is opgelost.

  • Bij sommige machine-inrichtingswerkstromen ontstaan fouten over werkstroomabonnementen en de gebeurtenisbrokerservice
    Dit probleem is opgelost.

  • Als u de wizard Werkstroomabonnementen uitvoert, treedt een interne fout op wanneer u Uitvoeren op basis van voorwaarden selecteert
    Als u de wizard Werkstroomabonnementen uitvoert en Uitvoeren op basis van voorwaarden selecteert voor een nieuw of bewerkt werkstroomabonnement en u Alle volgende of Eender welke van de volgende selecteert, maar u slechts één voorwaarde toevoegt, verschijnt er geen validatiefout en kunt u doorgaan. Als u op Voltooien klikt, verschijnt er een interne fout en wordt het abonnement niet opgeslagen.
    Dit probleem is opgelost.

  • Wanneer u de naam van een geneste blueprint wijzigt, worden de NIC-koppelingen met de blueprint verbroken waardoor de inrichting mislukt
    Wanneer u een blueprint met een geneste blueprint hebt waarbij een netwerkprofiel en NIC zijn gekoppeld aan een vSphere-machineonderdeel, wordt de koppeling tussen de blueprint en de NIC verbroken wanneer u de naam van de geneste blueprint wijzigt. Als gevolg daarvan mislukt de inrichtingsbewerking.
    Dit probleem is opgelost.

  • Wanneer u een aanvraag indient voor een catalogusitem, mislukt de aanvraag en wordt de knop Indienen niet meer weergegeven
    Dit probleem is opgelost.

  • Een machine op de pagina Beheerde machines heeft enige tijd na de inrichting mogelijk abusievelijk de status Ontbrekend
    De juiste machinestatus verschijnt nadat de eerstvolgende gegevensverzameling is uitgevoerd door het systeem op de computingbron waarop de ontbrekende machine wordt gehost.
    Dit probleem is opgelost.

  • U kunt geen eigenschapsgroepen toevoegen of verwijderen nadat een blueprintonderdeel is toegevoegd
    Wanneer u een blueprint maakt of bewerkt in het ontwerpcanvas, kunt u na het toevoegen van een blueprintonderdeel en het klikken op Voltooien, geen wijzigingen meer opslaan voor de eigenschapsgroepen van de buitenste blueprint.
    Dit probleem is opgelost.

  • De wijziging van de quotuminstelling van een blueprint wordt verwijderd wanneer u de blueprint publiceert
    Een reeds toegewezen quotuminstelling van een blueprint wordt op onbeperkt ingesteld zodra u de blueprint opent en opslaat.
    Dit probleem is opgelost.

  • Netwerkonderdeelnamen worden niet correct weergegeven op de pagina met catalogusitems
    Er wordt een code weergegeven in plaats van de naam van het netwerktype op de pagina met catalogusitems in een gelokaliseerde gebruikersinterface.
    Dit probleem is opgelost.

  • Het menu Klonen van momentopname is niet beschikbaar wanneer u de REST API gebruikt om een blueprint met een gekloonde machine te maken
    Op het tabblad Versie-informatie is het menu Klonen van momentopname niet beschikbaar en kunt u geen selectie maken in het vervolgkeuzemenu.
    Dit probleem is opgelost.

  • Wanneer u een gekoppelde VM-kloon implementeert nadat u het doel van de momentopname hebt gewijzigd, verschijnt een foutmelding over die momentopname
    Als u bijvoorbeeld een gekoppelde kloon van een momentopname van VM1 toevoegt aan een blueprint, deze opslaat en vervolgens de naam van de momentopname wijzigt in VM2, treedt de wijziging van VM1 naar VM2 niet in werking en wordt het volgende foutbericht weergegeven: CloneVM : Opgegeven momentopname bestaat niet. Kloonbewerking wordt geannuleerd.
    Dit probleem is opgelost.

  • De load balancer-instellingen worden teruggezet naar de standaardwaarden wanneer u een blueprint bijwerkt
    Wanneer u de waarde van een load balancer in een blueprint wijzigt en u verlaat de pagina, dan worden de gewijzigde waarden teruggezet naar de standaardwaarden.
    Dit probleem is opgelost.

  • Als u een catalogusitem aanvraagt dat een één-op-één NAT-netwerk op aanvraag bevat en u verhoogt het aantal standaard VM-instanties, worden er geen NAT-regels gemaakt voor de aanvullende VM's
    Als een blueprint VM-instanties en een NSX één-op-één NAT-netwerkonderdeel op aanvraag bevat, treedt een probleem op wanneer een gebruiker dat catalogusitem aanvraagt en meer VM-instanties toevoegt aan de instanties die zijn opgegeven in de blueprint. Er worden dan geen één-op-één NAT-regels gemaakt voor de aanvullende VM's. Als de gebruiker het aantal VM-instanties niet wijzigt, is de implementatie met één-op-één NAT-configuratie correct voor alle VM's.
    Dit probleem is opgelost.

  • Het is niet mogelijk een vSphere-machine in te richten via één-op-één NAT, als het aantal machine-instanties dat in de geneste blueprint wordt genoemd, niet wordt overschreven door de bovenliggende blueprint.
    Indien u een geneste blueprint toevoegt die een vSphere-machineonderdeel bevat met een minimumaantal instanties van 2 of hoger, maar geen maximumaantal, een één-op-één NAT-netwerkonderdeel toevoegt, en via de één-op-één NAT-instellingen een NIC toevoegt aan een vSphere-machineonderdeel in de geneste blueprint, treedt er bij het inrichten vanuit de bovenliggende blueprint een fout op met de volgende foutmelding:
    Request [9d7b7c07-3e04-4d5b-8ae6-be4eef4d2eca]: Index: 1, Size: 1 (stacktrace attached)
    Dit probleem is opgelost.

  • Er verschijnt mogelijk een onjuist valutateken wanneer vRealize Business Standard Edition wordt geïntegreerd met vRealize Automation
    Als de ingestelde valuta's voor de vRealize Business Standard-toepassing afwijken van die in de landinstellingen van de Windows-machine waarop de IaaS-server is geïnstalleerd, wordt een verkeerd valutateken weergegeven in terugwinningsaanvragen en e-mailberichten.
    Dit probleem is opgelost.

  • Bij een bulkimport verschijnt de fout ""
    Wanneer u een machine importeert, verschijnt het volgende foutbericht: Kan de inrichtingswerkstroom niet laden. Deze fout treedt op wanneer de laatste stap van de catalogusregistratie mislukt. Wanneer de fout optreedt en het maximumaantal registratiepogingen is bereikt, zal IaaS de machine proberen te vernietigen.
    Dit probleem is opgelost.

  • Wanneer u blueprints aanvraagt op een server die een groot aantal gelijktijdige aanvragen verwerkt, kan de aanvraag soms mislukken en de status PROVIDER_FAILED krijgen
    Op momenten dat de inrichting zwaar belast wordt, blijven sommige aanvragen in de status "Machine geactiveerd" en verschijnt eventueel het bericht PROVIDER_FAILED. Dit probleem treedt op vanwege SocketTimeoutExceptions als er een impasse optreedt bij de verbindingen tussen de Java-services en de Windows-services.
    Dit probleem is opgelost.

  • Een aanvraag van blueprints met NSX-beveiligingsonderdelen op een zwaar belaste server kan soms mislukken met de status PROVIDER_FAILED
    Op momenten dat de inrichting zwaar belast wordt, mislukken sommige aanvragen om VM-onderdelen in te richten. Het volgende bericht wordt weergegeven in de details van de aanvraag: Het configureren van één of meer netwerk- en beveiligingsinstellingen is mislukt. Fout: Er zijn één of meer fouten opgetreden.
    Dit probleem is opgelost.

  • Als een datastore van de ene SDRS-cluster naar de andere is verplaatst, wordt een virtual machine verwijderd zodra deze opnieuw wordt ingericht
    Wanneer een datastore van de ene SDRS-cluster naar de andere wordt verplaatst, worden de opslagpaden van de schijven bijgewerkt via de verzameling van inventarisgegevens. De aangepaste eigenschap VirtualMachine.Storage.Cluster.Name van de virtual machine die opnieuw wordt ingericht, wordt echter niet bijgewerkt conform de nieuwe opslagpaden van de schijven, en de machine wordt verwijderd wanneer deze opnieuw wordt ingericht.
    Dit probleem is opgelost.

  • De software-inrichting in Windows 8, Windows 2000 R2 en Windows 10 vereist dat .NET 3.5 is geïnstalleerd op de machinesjabloon voordat de bootstrapagent voor software wordt geïnstalleerd
    .NET 3.5 is alleen vereist wanneer gebruikers de sjablonen voorbereiden voor de inrichting van software. De .NET 3.5-vereiste geldt niet wanneer er alleen machines worden ingericht.
    Dit probleem is opgelost.

  • De opdracht voor certificaatwijziging implementeert het nieuwe certificaat niet op een zelfstandige agentserver
    Er wordt geen nieuw certificaat geïmplementeerd wanneer de opdracht IaaS-webserver- of Manager Service-certificaat wijzigen wordt uitgevoerd op een omgeving met minstens één IaaS-server waarop alleen agenten zijn geïnstalleerd. Als het certificaat automatisch ondertekend is of niet standaard wordt vertrouwd op de IaaS-webservers, moet het vertrouwen handmatig worden ingesteld.
    Dit probleem is opgelost.

  • De vCO-serverservice wordt niet gestart nadat u het wachtwoord van de SSO-beheerder hebt gewijzigd
    Als het wachtwoord van de SSO-beheerder wordt gewijzigd, worden alle services opnieuw gestart, maar kan vRealize Orchestrator geen licentie ophalen omdat de aanvraag is gemaakt voordat de licentieservice werd gestart. Er worden uitzonderingsberichten van de vCO-serverservice weergegeven en vRealize Orchestrator wordt niet gestart.
    Dit probleem is opgelost.

  • Er verschijnt een interne fout wanneer u een nieuwe XaaS-blueprint maakt en een beperking Vereist, Alleen-lezen of Zichtbaar toevoegt
    Wanneer u een constante waarde opgeeft voor een van de booleaanse beperkingen van Vereist, Alleen-lezen of Zichtbaar en u klikt op Toepassen, dan verschijnt een interne fout. Dit probleem is van toepassing op de XaaS-onderdelen die meerdere waarden ondersteunen zoals Lijst selectievakjes, Dubbele lijst en Zoeken.
    Dit probleem is opgelost.

  • Er wordt een interne serverfout weergegeven tijdens het configureren van het beheer van directory's
    Wanneer u afzonderlijke groepen of Active Directory-containers (zoals domein of organisatorische eenheid) selecteert die groepen bevatten op de pagina Selecteer de groepen (gebruikers) die u wilt synchroniseren, wordt een interne serverfout weergegeven als dezelfde groep verwijst naar meerdere domeinnamen voor groepen op die pagina.
    Dit probleem is opgelost.

  • Proxy-instellingen werken niet naar behoren voor endpoints van vCloud Director of vCloud Air
    Wanneer u tijdens de gegevensverzameling verbinding maakt met het endpoint, worden de proxy-instellingen waarmee vCloud Director- of vCloud Air-endpoints zijn gemaakt, genegeerd. Als een proxy vereist is om verbinding te maken met het endpoint-adres kan dit ertoe leiden dat de gegevens niet kunnen worden verzameld.
    Dit probleem is opgelost.

Bekende problemen

Weergeven|Verbergen

Er zijn bekende problemen in de volgende categorieën:

Bekende problemen die nog niet eerder werden gedocumenteerd, zijn gemarkeerd met het symbool *.

Installatieproblemen

  • Nieuw Kan de catalogus met algemene onderdelen niet installeren
    Mogelijk mislukt de installatie van de catalogus met algemene onderdelen op vRealize Automation IaaS Manager Service-machines.

    Oplossing: Voeg de IIS Management Console-functieservice toe aan de Manager Service-machine. Hiertoe gaat u in Configuratiescherm naar de optie voor het in- en uitschakelen van Windows-onderdelen. Vouw Beheerprogramma's uit onder Internet Information Services (IIS) en selecteer IIS-beheerconsole.

  • Nieuw Er zijn geen dubbele aanhalingstekens toegestaan in het wachtwoord van beheerders
    In de lijst met speciale tekens in de installatiedocumentatie ontbreken dubbele aanhalingstekens (") als niet-toegestane tekens voor vRealize Automation-wachtwoorden voor beheerders.

    Oplossing: Geen. Neem geen dubbele aanhalingstekens op in het wachtwoord van de beheerder.

  • Nieuw Vereiste voor Distributed Transaction Coordinator
    Bij het inrichten van een machine in vRealize Automation kan de volgende fout optreden:
       Fout bij het uitvoeren van de query usp_SelectHostReservation
    Deze fout treedt op wanneer een vereiste voor Distributed Transaction Coordinator (DTC) niet is ingeschakeld op de machines van de vRealize Automation SQL Server en de Model Manager-portal.

    Oplossing: Volg de aanwijzingen in het Knowledge Base-artikel 2038943 om DTC in te schakelen op de vRealize Automation SQL Server- en Model Manager-machines.

  • De pagina voor de vRealize Automation-toepassing wordt niet goed geladen
    Als Internet Explorer 11 wordt gebruikt in Windows 2012 R2, wordt de webinterfacepagina voor de vRealize Automation-toepassing niet correct geladen.

  • De Prerequisite Checker-validaties voor Windows-verificatie op de IIS-server worden alleen uitgevoerd voor de standaardwebsite als de instellingen voor Windows-verificatie niet zijn aangepast na de installatie van IIS-onderdelen.
    Als de instellingen voor Windows-verificatie van de standaardwebsite na de installatie van IIS-onderdelen zijn gewijzigd, mislukt de installatie van vRealize Automation 7.0 omdat de Prerequisite Checker de wijziging niet herkent. Voordat u vRealize Automation 7.0 kunt installeren, moet u eerst handmatig in het IIS-beheer controleren of u de juiste beheerrechten hebt om de IIS-instellingen (Internet Information Services) van het IIS-beheer of het serverbeheer te wijzigen.

    Oplossing: Voor informatie over het oplossen van dit probleem raadpleegt u Knowledge Base 2138781.

Bekende upgradeproblemen

  • Bij de upgrade van een replicaserver van vRealize Automation 7.0 naar 7.0.1 moet de replicaserver gesynchroniseerd zijn met de masterserver. Als de replicaserver niet is gesynchroniseerd, kan de PostgreSQL-service op de replica niet worden gestart en wordt de upgrade afgebroken.

    Oplossing: Als u het masterknooppunt hebt geüpgraded, voert u op elk replicaknooppunt de volgende opdracht uit voordat u de replica-instantie upgradet:

    1. rm -rf /storage/db/pgdata_backup
    2. vcac-vami psql-set-replica

  • Sommige blueprints kunnen niet volledig worden geüpgraded omdat de catalogusbronnen niet goed worden bijgewerkt*
    Geüpgrade blueprints voor meerdere machines die instellingen voor netwerken op aanvraag of instellingen voor load balancers op aanvraag bevatten, beschikken na de upgrade naar vRealize Automation 7.x mogelijk niet over hun volledige functionaliteit.

    Oplossing: Verwijder na de upgrade de implementaties van de blueprints voor meerdere machines en maak ze vervolgens opnieuw. Voer al het bijbehorende NSX Edge-opschoningswerk uit in NSX.

  • Bij de upgrade van vRealize Automation 6.2.0 naar 7.0 mislukt de vPostgres-upgrade en verschijnt een foutmelding
    Als de RPM-database van het systeem is beschadigd, verschijnt tijdens de upgrade de volgende foutmelding: Kan de updates niet installeren (Fout bij het uitvoeren van voorinstallatiescripts).

    Oplossing: Voor meer informatie over het herstellen van een beschadigde RPM-database raadpleegt u het artikel "RPM Database Recovery" op de RPM-website RPM. Voer de upgrade opnieuw uit als u het probleem hebt opgelost.

  • Bij het uitvoeren van de Prerequisite Checker mislukt de Checker met een waarschuwing over RegistryKeyPermissionCheck, maar de instructies om deze fout te herstellen, werken niet tijdens de installatie
    De Prerequisite Checker wordt afgebroken omdat de gebruikersnaam hoofdlettergevoelig is.

    Oplossing: Wijzig tijdelijk de naam van de gebruiker die u hebt opgegeven om de beheeragentservice op de Windows-computer uit te voeren, in de naam van een andere gebruiker en voer vervolgens opnieuw de naam van de oorspronkelijke gebruiker in met de juiste hoofd- en kleine letters voor de gebruikersnaam.

  • Wanneer u de Active Directory-verbinding hebt geïnitialiseerd en vervolgens de naam van de host wijzigt, wordt de Active Directory-connector onbruikbaar en werkt Active Directory niet meer
    U mag de hostnaam van de virtuele toepassing niet wijzigen nadat de Active Directory-verbinding is geïnitialiseerd. U kunt de naam van de load balancer in de beheerconsole van de vRealize Automation-toepassing wijzigen door vRA-instellingen > Hostinstellingen te selecteren.

  • Er verschijnt een foutmelding over naamvalidaties bij het upgraden van de Manager Service en het DEM Orchestrator-systeem, en de Model Manager-Webhost kan niet worden gevalideerd
    Als in het bestand ManagerService.exe.config de naam van de load balancer wordt gewijzigd, verschijnt de volgende foutmelding:
    Distributed Execution Manager "NAAM" kan niet worden geüpgraded omdat deze verwijst naar Model Manager-Webhost "xxxx.xxxx.xxxx.net:443", die niet kan worden gevalideerd. U moet deze fout oplossen voordat u de upgrade opnieuw uitvoert: Kan Model Manager-Webhost niet valideren. Het externe certificaat is ongeldig volgens de validatieprocedure.

    Oplossing: Wijzig het configuratiebestand ManagerService.exe.config op de volgende manier. De standaardlocatie is C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\Server\ManagerService.exe.config.
    Wijzig de registerwaarden van alle DEM-instanties. De DEM-instanties van de volgende registervermeldingen moeten bijvoorbeeld worden bijgewerkt.

    [HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Wow6432Node\VMware, Inc.\VMware vCloud Automation Center DEM\DemInstanceId02]
    "Name"="DEM"
    "Role"="Worker"
    "RepositoryAddress"="https://hostnaam:443/repository/"

    [HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Wow6432Node\VMware, Inc.\VMware vCloud Automation Center DEM\DemInstanceId03]
    "Name"="DEO"
    "Role"="Orchestrator"
    "RepositoryAddress"="https://hostnaam:443/repository/"

Problemen met configuratie en inrichting

  • Horizon kan in een hoge-beschikbaarheidsomgeving geen verificatie uitvoeren na failover*

    Oplossing: Start de vRealize Automation-toepassing bij failover opnieuw op om de verificatie te herstellen.

  • Er verschijnt een foutmelding bij het opslaan van de hostnaam en certificaatinstellingen in de beheerinterface van de vRealize Automation-toepassing*
    Het bericht verschijnt wanneer u de installatiewizard sluit en vRealize Automation handmatig configureert in de beheerinterface van de vRealize Automation-toepassing. Als u de hostnaam en het certificaat opgeeft en vervolgens op Instellingen opslaan klikt, verschijnt het volgende bericht: Fout bij aanroepen van externe opdracht.

    Oplossing: Klik op de knop Vernieuwen.

  • Het is niet mogelijk om de schijfgrootte te wijzigen tijdens de aanvraag van een machine uit de catalogus*
    Het tekstvak Capaciteit wordt onbeschikbaar wanneer u de schijfgrootte van een machine probeert te wijzigen tijdens het aanvraagproces. Dit komt omdat het niet mogelijk is de schijfgrootte die is ingesteld op de blueprint van de machine, te wijzigen.

    Oplossing: U kunt de opslagcapaciteit van de machine vergroten door extra schijven toe te voegen tijdens de aanvraag.

  • De vereiste eigenschap van een softwareonderdeel is leeg*
    Het is mogelijk om een blueprint te maken met een softwareonderdeel waarvoor een eigenschap is vereist, terwijl de aanvrager niet de mogelijkheid wordt geboden om de waarde voor die eigenschap in te voeren. Stel dat een softwareontwerper een softwareonderdeel maakt met een vereiste eigenschap zonder standaardwaarde. Vervolgens wordt een blueprint met die vereiste eigenschap gemaakt, waarbij de blueprintontwerper de eigenschap niet weergeeft op het aanvraagformulier of als niet overschrijfbaar instelt. Het aanvraagformulier bevat dan een lege, maar vereiste eigenschap die door de aanvrager op geen enkele manier kan worden opgegeven. Wanneer de aanvrager op Indienen klikt op dit aanvraagformulier, verschijnt het bericht Corrigeer de gemarkeerde fouten, terwijl de pagina geen gemarkeerde eigenschappen bevat. Als de aanvrager nogmaals op Indienen klikt, verdwijnt de foutmelding en wordt de aanvraag ingediend zonder een waarde voor de vereiste eigenschap.

    Oplossing: Dit probleem wordt voorkomen als de ontwerper van de blueprint de selectievakjes Overschrijfbaar en Weergeven in aanvraag inschakelt bij de configuratie van het softwareonderdeel.

  • Het is niet mogelijk om Active Directory-groepen die een hekje-teken (#) bevatten, toe te voegen aan VMware vRealize Automation 7.x*

    Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2142946.

  • Het IP-adres van een virtual machine voor Amazon Web Services is niet beschikbaar in de catalogus-API nadat u de machine hebt ingericht*
    Als u de catalogus-API van vRealize Automation gebruikt voor het inrichten van een virtual machine voor Amazon Web Services, kunt u geen IP-adres voor die machine ophalen in de catalogus-API.

  • Wanneer u een tenant met een groot aantal groepen verwijdert, treedt mogelijk een time-out op voor het proces*
    Voer een verwijderingsproces niet opnieuw uit wanneer een tenant als gevolg van een time-out niet volledig wordt verwijderd. Als een time-out optreedt, worden de resterende tenantgegevens achteraf alsnog verwijderd door een automatisch geactiveerde verwijderingsroutine.

  • Sommige onderdelen werken mogelijk niet zoals verwacht nadat u een bestaande binnenste blueprint naar een huidige buitenste blueprint hebt gesleept*
    De onderdeelinstellingen worden mogelijk gewijzigd, afhankelijk van de blueprint waarop het onderdeel zich bevindt. Als u bijvoorbeeld beveiligingsgroepen, beveiligingstags of netwerken op aanvraag hebt opgenomen op zowel de binnenste als buitenste blueprint, worden de instellingen van de binnenste blueprint overschreven door die van de buitenste blueprint. Netwerk- en beveiligingsonderdelen worden alleen ondersteund op het niveau van de buitenste blueprint, tenzij het gaat om bestaande netwerken die werken op het niveau van de binnenste blueprint.

    Oplossing: Voeg alle beveiligingsgroepen, beveiligingstags en netwerken op aanvraag alleen toe aan de buitenste blueprint.

  • Wanneer u de vRealize Automation-toepassing voor de eerste keer implementeert en een komma (,), backslash (\) of spatie invoert tussen twee geldige tekens van het rootwachtwoord, wordt het installatieproces afgebroken wanneer u de wizard gebruikt om de toepassing in een hoge-beschikbaarheidsomgeving te installeren.*
    Als u de wizard gebruikt om de eerste toepassing uit te breiden met een tweede, terwijl het rootwachtwoord een komma (,), backslash (\) of spatie tussen twee geldige tekens bevat, zorgt dit wachtwoord ervoor dat de installatieopdracht wordt afgebroken en er een time-out optreedt.

    Oplossing: Gebruik bij de eerste implementatie van een vRealize Automation-toepassing geen komma (,), backslash (\) of spatie tussen twee geldige tekens van het rootwachtwoord.

  • Als u een eigenschapsgroep maakt waarvan de naam een punt bevat, kunt u de vRealize Automation-gebruikersinterface niet gebruiken om de groep te bewerken*
    Dit probleem treedt op wanneer u een eigenschapsgroep maakt en hierbij een punt opneemt in de naam, bijvoorbeeld eigenschap.groep. Er verschijnt dan een lege pagina als u deze eigenschapsgroep bewerkt in de gebruikersinterface van vRealize Automation. Gebruik de REST API om deze eigenschapsgroep te bewerken.

    Oplossing: Vermijd het gebruik van een punt in de naam van een eigenschapsgroep. Als dit niet kan worden vermeden, gebruikt u de REST API om de desbetreffende groep te bewerken.

  • Door een verbroken communicatie tussen IaaS en de algemene servicecatalogus tijdens het vernietigingsproces behoudt de virtuele machine een beschikbare status*
    Als tijdens een vernietigingsaanvraag de verbinding tussen IaaS en de algemene servicecatalogus wordt verbroken en vRealize Automation de record van de virtual machine nog niet uit de database heeft verwijderd, behoudt de machine zijn beschikbare status. Nadat de communicatie is hersteld, wordt de vernietigingsaanvraag weliswaar bijgewerkt naar geslaagd of mislukt, maar blijft de machine nog steeds zichtbaar. Ondanks dat de machine van het endpoint is verwijderd, blijft de naam zichtbaar in de vRealize Automation-beheerinterface.

  • De optie VMware NSX load balancer vernietigen wordt weergegeven als een actie waarvoor rechten zijn verleend of als een optie van het goedkeuringsbeleid*
    Het recht om de VMware NSX load balancer te vernietigen wordt ten onrechte weergegeven als een actie waarvoor rechten zijn verleend en als optie van het goedkeuringsbeleid op het tabblad Beheer. Hoewel de optie voor het vernietigen van de load balancer wordt verborgen in de lijst met acties op de ingerichte load balancer, zoals het hoort, blijft de optie zichtbaar op het tabblad Beheer. De opties staan wel in het menu, maar zijn niet functioneel.

  • Edge kan de virtual machine niet toewijzen wanneer een aangepaste netwerkeigenschap is opgegeven op blueprintniveau*
    Wanneer u een aangepaste eigenschap gebruikt om een verbinding met een extern netwerk op te geven op de blueprint voor een virtual machine, mislukt de machineaanvraag en wordt een foutmelding weergegeven met de volgende strekking: Fout bij provider van infrastructuurservice: Er is een serverfout aangetroffen. Fout bij aanvragen van machine. IP-adres: 10.10.10.1 is niet beschikbaar voor het netwerkprofiel extern-netwerkprofiel.

    Oplossing: Gebruik de aangepaste eigenschap voor de verbinding met het externe netwerk op machineniveau in plaats van op blueprintniveau.

  • Wanneer u de hostnaam van de vRealize Automation-toepassing wijzigt, worden bepaalde services als onbeschikbaar gemarkeerd

    Oplossing: Als bepaalde services niet meer beschikbaar zijn nadat u de hostnaam hebt gewijzigd, start u de vRealize Automation-server opnieuw op.

  • Als u een domeinaccount van een management agent op een gekloonde Windows Server 2012 toevoegt aan een domein, verliest de betreffende domeinaccount zijn rechten voor de persoonlijke sleutel van het certificaat van de agent
    Wanneer u een aanpassingswizard gebruikt voor het klonen van een vSphere-machine die onderdeel uitmaakt van een domein, wordt die machine losgekoppeld van dat domein. Als u de gekloonde machine opnieuw lid van het domein maakt, verschijnt de volgende foutmelding in het logboek van de management agent: CryptographicException - Sleutelset bestaat niet.

    Oplossing: U lost dit probleem op door de beveiligingsinstellingen van de persoonlijke sleutel van het certificaat te openen en weer te sluiten zonder verdere wijzigingen aan te brengen. Dit gaat als volgt:

    1. Zoek het certificaat met behulp van de module Certificaten van Microsoft Management Console. De module toont de bijbehorende agent-id in het tekstvak Beschrijvende naam.
    2. Selecteer Alle taken > Persoonlijke sleutels beheren.
    3. Klik op Geavanceerd.
    4. Klik op OK.

  • Er zijn beperkingen bij het slepen van een bestaande binnenste blueprint naar een huidige buitenste blueprint
    Wanneer u een bestaande binnenste blueprint naar een huidige buitenste blueprint sleept, gelden de volgende beperkingen als de binnenste blueprint machines bevat die zijn toegevoegd aan beveiligingsgroepen, beveiligingstags of netwerken op aanvraag. Dit probleem kan ook optreden bij geïmporteerde blueprints.
    • De buitenste blueprint mag geen binnenste blueprint bevatten die instellingen voor netwerken op aanvraag of instellingen voor load balancers op aanvraag bevat. Het gebruik van een binnenste blueprint die een onderdeel voor NSX-netwerken op aanvraag of een onderdeel voor load balancers op aanvraag bevat, is niet mogelijk.
    • Het toevoegen van nieuwe of aanvullende beveiligingsgroepen aan machines van de binnenste blueprint werkt alleen als u nieuwe beveiligingsgroepen op het niveau van de buitenste blueprint toevoegt, ook al zijn op de ontwerppagina voor blueprints beveiligingsgroepen van zowel de binnenste als buitenste blueprint te zien.
    • De oorspronkelijke beveiligingstags voor machines op de binnenste blueprint gaan verloren wanneer u op een buitenste blueprint nieuwe beveiligingstags toevoegt aan machines op de binnenste blueprint.
    • De oorspronkelijke netwerken op aanvraag voor machines op de binnenste blueprint gaan verloren wanneer u op de buitenste blueprint nieuwe netwerken op aanvraag toevoegt aan machines op de binnenste blueprint. Voor bestaande netwerken die oorspronkelijk aan de binnenste blueprint zijn toegevoegd, zijn er geen gevolgen.

    Oplossing: U kunt dit probleem op een van de volgende manieren oplossen:

    • Voeg beveiligingsgroepen, beveiligingstags of netwerken op aanvraag alleen toe aan de buitenste blueprint en niet aan de binnenste blueprint.
    • Voeg beveiligingsgroepen, beveiligingstags of bestaande netwerken alleen toe aan de binnenste blueprint en niet aan de buitenste blueprint.

  • Het menu Directorykenmerk zoeken op de pagina Directory toevoegen bevat onjuiste gegevens
    Bepaalde codereeksen bovenaan in het menu Directorykenmerk zoeken zijn onjuist.

    Oplossing: Klik op het vervolgkeuzemenu Directorykenmerk zoeken om de juiste codereeksen te zien.

  • De fout 'Bron niet gevonden' verschijnt bij de aanvraag van een catalogusitem
    Wanneer vRealize Automation een modus met hoge beschikbaarheid heeft en het hoofdknooppunt van de database ontbreekt zonder dat een nieuw hoofdknooppunt wordt gepromoveerd, worden alle services die schrijftoegang voor de database vereisen, niet goed uitgevoerd of kunnen deze tijdelijk beschadigd raken totdat een nieuwe hoofddatabase wordt gepromoveerd.

    Oplossing: Deze fout is onvermijdbaar wanneer de hoofddatabase niet beschikbaar is. Na promotie van een nieuwe hoofddatabase verdwijnt de fout en kunt u bronnen aanvragen.

  • Er worden geen wijzigingen opgeslagen op de pagina Blueprintformulier van een XaaS-blueprint
    Als u niet op Toepassen klikt nadat u een veld van de pagina Blueprintformulier van een XaaS-blueprint hebt bijgewerkt, worden uw wijzigingen niet opgeslagen.

  • In vRealize Automation 7.0 zijn aangepaste eigenschapsnamen hoofdlettergevoelig
    In vroegere versies van vRealize Automation zijn aangepaste eigenschapsnamen niet-hoofdlettergevoelig. In 7.0 moeten aangepaste eigenschapsnamen exact overeenkomen, inclusief het gebruik van hoofdletters en kleine letters. Deze wijziging zorgt ervoor dat eigenschapswaarden elkaar kunnen overschrijven en overeenkomen met eigenschapsdefinities in woordenboeken. De twee eigenschappen "hostname" en "HOSTNAME" bijvoorbeeld worden door vRealize Automation 7.0 als verschillende eigenschappen beschouwd en overschrijven elkaar niet.

  • Het tabblad Items geeft geen informatie weer over de services die zijn ingeschakeld voor een load balancer
    Voor machines die zijn ingericht met een load balancer die is gekoppeld aan vCloud Networking and Security, geeft het tabblad Items geen informatie weer over de services die zijn ingeschakeld voor die load balancer.

  • Als een machine wordt vernietigd terwijl de vSphere-kloonbewerking wordt uitgevoerd, wordt de kloontaak van de machine die in behandeling is, niet geannuleerd
    Door dit probleem wordt de machine mogelijk gekloond. Het beheer van de gekloonde virtual machine valt niet meer onder vRealize Automation maar onder vCenter.

  • De aanvraag van een samengestelde blueprint mislukt direct en het formulier met aanvraagdetails kan niet worden geladen
    Als het maximumaantal leasedagen voor een samengestelde blueprint minder is dan dat van de buitenste blueprint, mislukt de aanvraag onmiddellijk en kan het formulier met details van de aanvraag niet worden geladen.

  • Het is niet mogelijk om implementaties te maken met bindingen aan DHCP IP-adressen in software-implementaties
    Als u dit probeert te doen, is het veld ip_address niet beschikbaar indien er geen netwerkprofiel bestaat. De volgende foutmelding verschijnt: Systeemfout: Interne fout bij het verwerken van aanvraag van onderdeel: com.vmware.vcac.platform.content.exceptions.EvaluationException: Geen data voor veld: ip_address.

    Oplossing: Als een binding vereist is, gebruikt u statische IP-adressen of IP-adressen die worden beheerd door vRealize Automation (netwerkprofiel), of gebruikt u een IPAM-integratie. Als u DHCP gebruikt, moet u een binding met de hostnaam maken en niet met het IP-adres.

    Gebruik het volgende script om het IP-adres van een CentOS-machine op te halen:
    IPv4_Address = $(hostname -I | sed -e 's/[[:space:]]*$//')
    echo $IPv4_Address

    Maak een binding met de waarde die dit script oplevert als het IP-adres nodig is voor DHCP-gebruikssituaties.

  • Er wordt een domein toegevoegd aan een gebruikers-UPN wanneer u een directory maakt die het directoryzoekkenmerk UserPrincipalName bevat
    Wanneer u een nieuwe directory maakt en u selecteert UserPrincipalName voor het directoryzoekkenmerk, wordt een domein aan een gebruikers-UPN toegevoegd. Bijvoorbeeld, de vRealize Automation-gebruikersnaam van een gebruiker met gebruiker.domein@domein.lokaal UPN wordt weergegeven als gebruiker.domein@domein.lokaal@domein.lokaal. Dit gebeurt als het UPN-achtervoegsel op de AD-site is geconfigureerd als een domein. Als het UPN-achtervoegsel is aangepast, bijvoorbeeld naar "voorbeeld.com", dan wordt de vRealize Automation-gebruikersnaam van een gebruiker met gebruiker.domein@voorbeeld.com UPN weergegeven als gebruiker.domein@voorbeeld.com@domein.lokaal.
    Als het directoryzoekkenmerk UserPrincipalName wordt gebruikt, moeten gebruikers hun gebruikersnaam exact zoals deze verschijnt (gebruiker.domein@domein.lokaal@domein.lokaal), inclusief het domein, invoeren om zich aan te melden om de REST API of de Cloud Client te kunnen gebruiken.

    Oplossing: Gebruik sAMAccountName in plaats van UserPrincipalName zodat het beheer van directory's de uniekheid van gebruikersnaam en domein ondersteunt.

  • De 404-fout Not Found (niet gevonden) verschijnt wanneer u een machine aanvraagt namens een andere gebruiker
    Als een blueprint een NAT-netwerk op aanvraag of een load balancer-onderdeel op aanvraag bevat, dan verschijnt de 404-fout Not Found wanneer een implementatie wordt aangevraagd namens een andere gebruiker.

  • Machines die worden geïmporteerd met behulp van Bulkimport, worden niet toegewezen aan de juiste geconvergeerde blueprint en onderdeelblueprint

    Oplossing: Voeg de aangepaste eigenschap VMware.VirtualCenter.OperatingSystem toe aan elke machine in het CSV-importbestand.

    Bijvoorbeeld:
    Yes,NNNNP2-0105,8ba90c35-9e03-4ac4-8a5d-2e6d76f37b81,development-res,ce-san-1:custom-nfs-2,UNNAMED_DEPLOYMENT-0105,BulkImport,Imported_Machine,system_blueprint_vsphere,user.admin@sqa.local,VMWare.VirtualCenter.OperatingSystem,sles11_64Guest,NOP

  • Er ontbreken catalogusbeheeracties in vRealize Automation

    Oplossing: Voor informatie over het oplossen van dit probleem raadpleegt u Knowledge Base 2113027.

  • Bij een Active Directory met meer dan 15 gebruikersgroepen worden bij het synchroniseren van de Active Directory de groepen niet weergegeven
    Als er meer dan 15 groepen zijn, verschijnen er maar een paar groepen wanneer u de Active Directory met behulp van Beheer > Beheer van identiteitsarchieven > Identiteitsarchieven probeert te synchroniseren in de vRealize Automation-beheerinterface.

    Oplossing: Klik op Selecteren om de volledige lijst te zien.

  • Als u een replica-instantie hebt gepromoveerd naar een master-instantie, verschijnt er onjuiste informatie op het tabblad Database van de vRealize Automation-beheerinterface voor het master-knooppunt
    Gebruik, indien het master-knooppunt van de vRealize Automation-appliance niet correct start, de vRealize Automation-beheerinterface van een goed functionerend knooppunt voor clusterbeheerbewerkingen.

  • Wanneer een datastore wordt verplaatst van de ene vSphere Storage DRS naar een andere, verwijdert het systeem een virtual machine in plaats van er een te maken*
    Als u een datastore verplaatst van een vSphere Storage DRS-cluster naar een ander vSphere Storage DRS-cluster en het automatiseringsniveau van het doelcluster niet automatisch is, wordt bij het opnieuw inrichten van een gemaakte machine de machine verwijderd met de volgende fout: StoragePlacement: geen datastore opgegeven voor schijf van VM zonder sdrs-ondersteuning. Dit probleem doet zich niet voor wanneer de virtual machine wordt gekloond.

    Oplossing: Controleer of het automatiseringsniveau van het doelcluster is ingesteld op automatisch voordat u een datastore verplaatst van het ene vSphere Storage DRS-cluster naar een ander.

Updates voor documentatie

  • Nieuw Fout in documentatieonderwerp Een Windows-referentiecomputer voorbereiden op de ondersteuning van software.

    Er zijn verschillende correcties aangebracht in dit onderwerp. Zie versie 7.3 van het onderwerp Een Windows-referentiecomputer voorbereiden op de ondersteuning van software voor de correcties.

  • Fout in documentatieonderwerp Aanmelden bij de vRealize Orchestrator-client.

    Fout in stap 1 van het onderwerp Aanmelden bij de vRealize Orchestrator-client. De stap moet zijn:

    1. Maak verbinding met de vRealize Automation URL in een webbrowser.
  • Fout in documentatieonderwerp Aanmelden bij de configuratie-interface van vRealize Orchestrator.

    Fout in stap 4 en stap 5 van het onderwerp Aanmelden bij de configuratie-interface van vRealize Orchestrator. Deze stappen moeten worden vervangen door:

    1. Meld u aan bij vRealize Orchestrator Control Center met het rootwachtwoord dat u hebt ingevoerd bij het implementeren van uw vRealize Automation-toepassing.
  • Kan licenties voor vRealize Automation niet downgraden
    U ontvangt het volgende bericht wanneer u de licentiepagina van de vRealize Automation-beheerinterface gebruikt om een sleutel op te geven voor de licentie van een eerdere editie. Bijvoorbeeld: u begint met een bedrijfslicentie en probeert vervolgens een geavanceerde licentie in te voeren.

    Kan editie van bestaande licentie niet downgraden

    Deze release van vRealize Automation ondersteunt het downgraden van licenties niet. U kunt alleen licenties toevoegen van eenzelfde of latere editie. Als u wilt teruggaan naar een vorige editie, moet u vRealize Automation opnieuw installeren.

  • vRealize Automation biedt geen ondersteuning voor een implementatieomgeving waarin een SCVMM-privécloudconfiguratie wordt gebruikt.
    vRealize Automation kan op dit moment niet verzamelen uit, toewijzen aan of inrichten op basis van SCVM-privéclouds.

  • Definitie van aangepaste eigenschap ontbreekt voor Vrm.DataCenter.Location
    Raadpleeg de documentatie voor vRealize Automation 7.2 voor een beschrijving van deze aangepaste eigenschap.

  • Voor vCloud Air-endpoints moeten organisatienaam en vDC-naam overeenkomen
    Voor vCloud Air-endpoints moeten de organisatienaam en de vDC-naam identiek zijn voor een vCloud Air-abonnementsinstantie.

  • Een virtual machine naar een andere omgeving van vRealize Automation migreren
    Toevoeging van voorbeeldwaarden voor elk CSV-element en een voorbeeld van een volledige, goed opgemaakte CSV-regel aan stap 2 van de procedure.
    Titel Opmerking Voorbeeld
    # Importeren: Ja of Nee Stel deze categorie op Nee in om te voorkomen dat een bepaalde machine wordt geïmporteerd. Ja
    Naam virtual machine Niet wijzigen. MyMachine
    Virtual machine-id Niet wijzigen. a6e05812-0b06-4d4e-a84a-fed242340426
    Hostreservering (naam of id) Voer de naam of id in van een reservering in de vRealize Automation-doelomgeving. DevReservation
    Host voor opslag (naam of id) Voer de naam of id in van een opslaglocatie in de vRealize Automation-doelomgeving. ce-san-1:custom-nfs-2
    Implementatie-id Voer een nieuwe naam in voor de implementatie die u maakt in de vRealize Automation-doelomgeving. Elke machine moet naar zijn eigen implementatie worden gemigreerd. U kunt niet één virtual machine in een bestaande implementatie importeren. U kunt niet meerdere virtual machines importeren ImportedDeployment0001
    Geconvergeerde blueprint-id Voer de id in van de blueprint in de vRealize Automation-doelomgeving die u gebruikt om de virtual machine te importeren. Zorg ervoor dat u alleen de blueprint-id invoert. Voer niet de naam van de blueprint in. U moet een blueprint opgeven die maar één machineonderdeel bevat. De blueprint moet zijn gepubliceerd en aan een recht zijn toegevoegd. ImportBlueprint
    Blueprintonderdeel-id Voer de naam in van het machineonderdeel dat is opgenomen in de geselecteerde blueprint. U kunt geen virtual machine importeren in een blueprint die meer dan een onderdeel bevat. ImportedMachine
    Blueprint (naam of id) Niet wijzigen. system_blue-rint_vsphere
    Naam eigenaar Voer in de vRealize Automation-doelomgeving een gebruiker in. user@tenant
    Voorbeeld van een volledige, goed opgemaakte CSV-regel: Yes, My Machine, a6e05812-0b06-4d4e-a84a-fed242340426, DevReservation, ce-san-1:custom-nfs-2, Imported Deployment 0001, ImportBlueprint, ImportedMachine, system_blue-rint_vsphere, user@tenant