Versie-informatie voor vRealize Automation 7.0

|

Bijgewerkt op: 25 mei 2017

vRealize Automation | 17 december 2015 | Build 3311738

Controleer regelmatig op aanvullingen en updates voor deze versie-informatie.

Inhoud van de versie-informatie

In deze versie-informatie komen de volgende onderwerpen aan bod:

Nieuw

Deze sectie bevat informatie over de nieuwe mogelijkheden van vRealize Automation 7.0.

Gestroomlijnde, geautomatiseerde installatie met wizards

  • Geïntroduceerd met de nieuwe beheer-agent om de installatie van Windows-onderdelen te automatiseren en logboeken te verzamelen
  • Automatiseert de implementatie van alle onderdelen van vRealize Automation
  • Installatiewizard gebaseerd op implementatiebehoeften: minimale installatie (Express) en enterprise-installatie (Distributed en High Availability)

Vereenvoudigde implementatiearchitectuur en configuratie voor hoge beschikbaarheid

  • Ingesloten verificatieservice met behulp van VMware Identity Manager
  • Geconvergeerde Application Services in vRealize Automation-toepassing
  • Geringer minimumaantal toepassingen voor configuratie met hoge beschikbaarheid
  • Geautomatiseerde ingesloten PostgreSQL-clustering met handmatige failover
  • Geautomatiseerde ingesloten vRealize Orchestrator-clustering

Verbeterde verificatieservice

  • Geïntegreerde gebruikersinterface met een herkenbare uitstraling
  • Nieuwe verificatieservice maakt verschillende functies mogelijk:
    • Ondersteuning van native Active Directory voor alle tenants
    • Meerdere domeinen voor enkele tenant
    • Eén enkel domein voor meerdere tenants
    • Complete mogelijkheden voor merkvermelding
    • Ondersteuning voor SAML-tokens van derden
    • Ondersteuning voor smartcards
    • Meervoudige verificatie
    • Aanmeldcontrole
    • Veel grotere schaalbaarheid
    • Ondersteuning voor hoge beschikbaarheid

Vereenvoudigd blueprintontwerp voor infrastructuur en toepassingen

  • Een uniform grafisch canvas voor het ontwerpen van machine- en toepassingsblueprints met afhankelijkheden en netwerktopologie
  • Ontwerp van softwareonderdelen (voorheen softwareservice in Application Services) voor vSphere-, vCloud Air-, vCloud Director- en Amazon AWS-endpoints
  • Uitbreiding of definitie van externe integraties op het canvas met behulp van XaaS (voorheen Advanced Service Design)
  • Betere samenwerking tussen teams en scheiding van rollen door toepassing van een uitgebreide verfijning van rollen
  • Eén uniform model voor zowel machine- als toepassingsblueprints:
    • Blueprint als code en menselijk leesbaar
    • Maken in een editor naar keuze en opslaan in bronbeheer
    • Importeren en exporteren in dezelfde instantie of meerdere instanties van vRealize Automation 7.0
  • Verstrekking van door de klant aangevraagde machine- en toepassingsblueprints
  • Aanvullende blueprints beschikbaar op VMware Solutions Exchange

Vereenvoudigde en uitgebreide NSX-ondersteuning voor blueprintontwerp en -implementatie

  • Dynamische configuratie van unieke NSX-netwerk- en NSX-microsegmentatie voor elke toepassing
  • Automatische verbinding met bestaande netwerken en netwerken op aanvraag
  • Microsegmentatie voor isolatie van toepassingsstack
  • Automatisch afgedwongen beveiligingsbeleid met behulp van NSX-beveiligingsbeleid, -groepen en -tags
  • Speciale NSX-load balancer op aanvraag

Vereenvoudigde REST API van vRealize Automation

  • Vereenvoudigd schema voor API-aanvragen door overschakeling naar normaal JSON-model
  • Aanvraag-URI’s en sjablonen weergegeven als koppelingen in hoofdtekst van antwoord (HATEOAS)
  • Nieuwe API’s voor de ondersteuning van het beheer van bedrijfsgroepen en reserveringen
  • Verbeterde documentatie en voorbeelden

Uitgebreide cloudondersteuning voor vCloud Air en AWS

  • Ontwerp van softwareonderdelen voor vCloud Air, vCloud Director en Amazon AWS
  • Vereenvoudigd schrijven van blueprints voor vCloud Air en vCloud Director
  • Verbeterde endpointconfiguratie van vCloud Air:
    • Eersteklas endpoint met URL: https://vca.vmware.com
    • Eén enkel endpoint voor alle bronnen onder dezelfde account (abonnement of op aanvraag)
    • Optionele proxyconfiguratie

Uitgebreid beheer voor tenant, bedrijfsgroep, goedkeuring en rechten

  • Ondersteuning van meerdere tenants voor aangepaste eigenschappen en eigenschapsgroepen (voorheen versieprofielen)
  • Beheerders van bedrijfsgroepen kunnen managers, ondersteuningsrollen of gebruikers toevoegen aan hun groepen
  • Goedkeuringen toewijzen aan software- en machineonderdelen, die worden beoordeeld wanneer het catalogusitem wordt aangevraagd
  • Goedkeuringen dynamisch toewijzen aan de manager van de gebruiker
  • Verwijderen van inactieve goedkeuringen
  • Specifiekere toewijzing van rechten voor catalogusitems en hun acties

Event Broker voor uitbreidbaarheid op basis van gebeurtenissen

  • vRealize Orchestrator-werkstromen gebruiken voor inschrijving op gebeurtenissen die worden getriggerd door een van de volgende gebeurtenissen:
    • Wijzigingen in IaaS-levenscyclusstatus en -entiteit
    • Beheerbewerkingen voor bedrijfsgroepen
    • Goedkeuringsbeleid en acties voor en na goedkeuring
    • Blueprintbewerkingen
    • Overige systeembewerkingen
  • Ondersteuning aangepaste gebeurtenissen
  • Ondersteuning blokkerende en niet-blokkerende abonnementen
  • Beheerinterface voor uitbreidbaarheidsconfiguraties
  • Toelichting op verouderde .NET-levenscycli en levering van upgradebestendige uitbreidbaarheid en configuraties

Nieuwe CloudClient

  • Contentbeheer (importeren en exporteren van blueprints tussen vRealize Automation 7.0-instanties of -tenants)
  • Update van bestaande functionaliteit voor vRealize Automation 7.0 API's

Uitgebreide integratie met vRealize Business

  • Uniforme locatie in vRealize Business voor het definiëren van een flexibel prijsbeleid voor:
    • Blueprints voor infrastructuurbronnen, machines en toepassingen
    • Alle soorten endpoints in vRealize Automation
    • Operationele kosten, eenmalige kosten en kosten voor aangepaste eigenschappen
  • Op rollen gebaseerde showback-rapporten in vRealize Business
  • Volledig profijt van nieuwe functies in vRealize Business

Nieuwe functies in vRealize Orchestrator 7

  • Introductie van vRealize Orchestrator Control Center voor eenvoudige controle en probleemoplossing
    • Gecentraliseerd serverbeheer en eenvoudige clusterinstallatie
    • Probleemoplossing voor werkstromen en verbeterde logboekcontrole
  • Belangrijke Smart Client-verbeteringen inclusief een gebruikersinterface voor werkstroomtagging, opties voor opnieuw verbinden van client en verbeterde zoekmogelijkheden
  • Ondersteuning van vSphere 6.X vAPI-endpoint biedt een grafische methode voor het opsporen van fouten in invoegtoepassingen en ondersteuning van de ontwikkeling van ingesloten code

Overige verbeteringen

  • Aanpasbare kolommen in de tabel voor bepaalde typen aangepaste bronnen die zijn gedefinieerd in XaaS
  • Acceptatie van gemengde licentie-invoer, waaronder standalone vRealize Suite, vCloud Suite en vRealize Automation
  • Betere stabiliteit, kwaliteit en prestaties

Zie het informatiecentrum van vRealize Automation 7.0 voor meer informatie over de nieuwe mogelijkheden van vRealize Automation. Zie Versie-informatie voor VMware vRealize Orchestrator-invoegtoepassing voor vRealize Automation 7.0 voor meer informatie over de nieuwe mogelijkheden van de invoegtoepassing vRealize Orchestrator.

Verwijderde functies

  • vRealize Automation Application Services is opgegaan in vRealize Automation. De ontwerpomgevingen voor infrastructuur- en toepassingsblueprints zijn geconvergeerd in een uniform ontwerpcanvas.
  • De gebeurtenisbroker neemt als nieuwe gebeurtenisgestuurde uitbreidbaarheidsfunctie de plaats in van vCloud Automation Center Designer (CDK) en toelichting op levenscycli. De gebeurtenisbroker is een berichtenservice die gebeurtenissen onder abonnees verspreidt.
  • De werkstroomstubs worden vervangen door de werkstroomabonnementen van de gebeurtenisbroker. Ze zijn nog steeds beschikbaar, worden ondersteund en kunnen worden gebruikt, maar ze zullen worden verwijderd in een toekomstige versie van vRealize Automation. Om de toekomstige productcompatibiliteit te garanderen, moet u de werkstroomabonnementen van de gebeurtenisbroker gebruiken om aangepaste werkstromen uit te voeren gebaseerd op statuswijzigingen.

Systeemvereisten

Zie de Ondersteuningsmatrix voor vRealize Automation voor informatie over de ondersteunde hostbesturingssystemen, databases en webservers.

Installatie

Zie vRealize Automation installeren voor de vereisten en installatie-instructies.

Voordat u het upgradeproces start

Nieuwe vRealize Automation-functies en -innovaties vereisten verschillende verbeteringen op platformniveau. Als gevolg daarvan zullen bepaalde upgradescenario's aanvullende hulp vereisen. Om de upgrade zo goed mogelijk te laten verlopen, raadpleegt u de website voor hulp bij vRealize Automation-upgrades voordat u het upgradeproces start.

Bekende problemen

Er zijn bekende problemen in de volgende categorieën:

Installatieproblemen

  • Wanneer u de vRealize Automation-toepassing voor de eerste keer implementeert en een komma (,), backslash (\) of spatie invoert tussen twee geldige tekens van het rootwachtwoord, wordt het installatieproces afgebroken wanneer u de wizard gebruikt om de toepassing in een hoge-beschikbaarheidsomgeving te installeren.
    Als u de wizard gebruikt om de eerste toepassing uit te breiden met een tweede, terwijl het rootwachtwoord een komma (,), backslash (\) of spatie tussen twee geldige tekens bevat, zorgt dit wachtwoord ervoor dat de installatieopdracht wordt afgebroken en er een time-out optreedt.

    Oplossing: Gebruik bij de eerste implementatie van een vRealize Automation-toepassing geen komma (,), backslash (\) of spatie tussen twee geldige tekens van het rootwachtwoord.

  • Op Windows Server 2012 R2 geeft de Prerequisite Checker de Microsoft Distributed Transaction Coordinator-service foutief weer als opgelost
    Er wordt een waarschuwing weergegeven in de Prerequisite Checker voor de Microsoft Distributed Transaction Coordinator-service. Nadat op Oplossen is geklikt, wordt dit als Opgelost weergegeven. Door de Prerequisite Checker opnieuw uit te voeren, wordt opnieuw een waarschuwing weergegeven.

    Oplossing: U moet de herstelstappen volgen die zijn opgegeven in de Prerequisite Checker om het probleem met de Microsoft Distributed Transaction Coordinator-service op te lossen.

  • Er worden geen IaaS-installatielogboeken verzameld als een IaaS-onderdeel niet op de standaardlocatie wordt geïnstalleerd
    De IaaS-installatielogboeken worden gemaakt in de standaardinstallatiemap, %PROGRAMFILES(x86)%\VMware\vCAC\. Als alle IaaS-onderdelen op een niet-standaardlocatie worden geïnstalleerd, worden er geen logboekbestanden van de IaaS-installatie opgenomen in de verzamelde logboekbundel van de vRealize Automation-toepassing.

  • De pagina voor de vRealize Automation-toepassing wordt niet goed geladen
    Als Internet Explorer 11 wordt gebruikt in Windows 2012 R2, wordt de webinterfacepagina voor de vRealize Automation-toepassing niet correct geladen.

  • De Prerequisite Checker-validaties voor WindowsAuthentication op de IIS-server worden alleen uitgevoerd voor de standaardwebsite als de WindowsAuthentication-instellingen ervan niet zijn aangepast na de installatie van IIS-onderdelen.
    Als de WindowsAuthentication-instellingen van de standaardwebsite na de installatie van IIS-onderdelen zijn gewijzigd, mislukt de installatie. Voordat u vRealize Automation 7.0 kunt installeren, moet u eerst handmatig in het IIS-beheer controleren of u de juiste beheerrechten hebt om de IIS-instellingen (Internet Information Services) van het IIS-beheer of het serverbeheer te wijzigen.

    Oplossing: Voor informatie over het oplossen van dit probleem raadpleegt u Knowledge Base 2138781.

  • Tijdens de installatie verschijnt een validatiebericht met de volgende strekking: Kan niet verifiëren of de aanmeldings-id van Windows [DOMAIN\USER] over het recht Aanmelden als service (lokaal Windows-beleid) beschikt. Vervolgens wordt de installatie afgebroken.
    Het is bij de validatie niet mogelijk om te bepalen of de servicegebruiker over het recht Aanmelden als service beschikt voor een lokaal beveiligingsbeleid. Dit recht is vereist voor de domeingebruiker waarmee u de Manager Service wilt starten. Gebruikersaccountbeheer voorkomt dat de validatiecontrole kan verifiëren of de geselecteerde gebruiker de vereiste rechten heeft voor een bepaald lokaal beveiligingsbeleid. Er verschijnt een fout-negatief resultaat ondanks dat de gebruiker lid is van de lokale beheerdersgroep, hetzij direct of als lid van een domeingroep.

    Oplossing: Voor informatie over het oplossen van dit probleem raadpleegt u Knowledge Base 2138782.

  • Tijdens de installatie van vRealize Automation 7.0 verschijnt de RegistryKeyPermissionCheck-waarschuwing zelfs wanneer de gebruiker over voldoende rechten beschikt
    De tekst voor het herstellen van de RegistryKeyPermissionCheck geeft aan dat rechten aan de gebruiker zelf of aan zijn groep kunnen worden verleend. Maar als u rechten aan de groep verleent, kan de controle deze niet valideren en wordt het probleem opnieuw gerapporteerd, hetgeen fout is. Als er rechten zijn verleend aan een groep waartoe de gebruiker behoort, kunt u probleemloos verdergaan met de installatie of upgrade.

Upgradeproblemen

  • Er ontstaan problemen tijdens en na het upgraden van een implementatie met blueprints die een privénetwerk specificeren met een eigen implementatie
    Privénetwerken en privénetwerkprofielen worden niet ondersteund in vRealize Automation 7.0.
    Als er in blueprints uit versie 6.2.x privénetwerken gespecificeerd zijn, kunt u de privénetwerkspecificaties vóór de upgrade verwijderen, mits u ook alle afhankelijke implementaties verwijdert. Indien u de privénetwerkspecificaties niet uit de blueprints verwijdert, verwijdert het upgradeprogramma ze en worden de beïnvloede blueprints opgeslagen als concept. U moet deze blueprints dan na het upgraden corrigeren en opnieuw publiceren.

    Oplossing:
    Doorloop vóór het upgraden stappen 1 t/m 4:

    1. Noteer alle blueprints en machines waar privénetwerken ingesteld zijn.
    2. Noteer alle rechten die naar deze blueprints verwijzen.
    3. Verwijder alle implementaties waar privénetwerken ingesteld zijn en verwijder alle blueprints waar deze implementaties op zijn gebaseerd, of verwijder de privénetwerken van deze blueprints.
      Opmerking: Indien u de implementaties niet verwijdert en de betreffende blueprints niet wijzigt of verwijdert, kunt u na de upgrade de herstelstappen 5 t/m 11 uitvoeren.
    4. Installeer de upgrade.
      Ga door naar stap 5, indien er in de bronimplementatie privénetwerkenconfiguraties en implementaties met privé-implementaties worden gevonden.
    5. Bekijk de informatie in het bestand VCACSuiteInstaller.log om te zien welke netwerken, machines en blueprints niet kunnen worden geüpdatet en waarom dit niet mogelijk is.
      Het VCACSuiteInstaller.log-bestand bevindt zich op het systeem waar de upgrade wordt uitgevoerd.
      Opmerking: In het logboekbestand vindt u de volgende meldingen. Zie VCACSuiteInstaller.txt voor meer informatie. Exception thrown while upgrading machine blueprint. [ID : dbffb7ea-bdce-4530-bb92-293012532a4d] [Name : IO-LB15-MMS-res1-copy] [12/8/2015 6:34:16 PM] Bad Request (400) [12/8/2015 6:34:17 PM] Request: [12/8/2015 6:34:17 PM] POST https://load-balancer15.abc.local/iaas-proxy-provider/api/upgrade/blueprint/dbffb7ea-bdce-4530-bb92-293012532a4d [12/8/2015 6:34:17 PM] Response: [12/8/2015 6:34:17 PM] {"errors":[{"code":900057,"message":"The specified operation can only be performed for blueprints in state [PUBLISHED]. The current state on blueprint [IO- LB15-MMS-res1-copy] is [DRAFT].","systemMessage":"The specified operation can only be performed for blueprints in state [PUBLISHED]. The current state on blueprint [IO-LB15-MMS-res1- copy] is [DRAFT].","moreInfoUrl":null}]}
    6. Controleer of de beïnvloede blueprints zijn geüpgraded en de Concept-status hebben.
    7. Stel voor de beïnvloede blueprints een andere netwerkoptie in, zoals App-isolatie of externe netwerken.
    8. Publiceer de beïnvloede blueprints en geef de beïnvloede blueprints de vereiste rechten.
    9. Richt de nieuwe implementaties in om te testen.

  • Tijdens de upgrade naar vRealize Automation 7.0 verschijnt de RegistryKeyPermissionCheck-waarschuwing zelfs wanneer de gebruiker over voldoende rechten beschikt

    Oplossing: De tekst voor het herstellen van de RegistryKeyPermissionCheck geeft aan dat rechten aan de gebruiker zelf of aan zijn groep kunnen worden verleend. Maar als u rechten aan de groep verleent, kan de controle deze niet valideren en wordt het probleem opnieuw gerapporteerd, hetgeen fout is. Als er rechten zijn verleend aan een groep waartoe de gebruiker behoort, kunt u probleemloos verdergaan met de installatie of upgrade.

  • Tijdens de upgrade van vRealize Automation 6.2.0 naar 7.0, mislukt de vPostgres-upgrade en de fout "Installatie van updates mislukt (Fout tijdens het uitvoeren van de scripts die voorafgaan aan de installatie)" wordt weergegeven

    Oplossing: Volg de instructies met betrekking tot het herstellen van een beschadiging van de RPM-database via RPM Recovery en voer het upgradeproces opnieuw uit..

  • De controle van de voorwaarde mislukt met een waarschuwing over RegistryKeyPermissionCheck, maar de instructies om deze fout te herstellen, werken niet tijdens de installatie
    De controle van de gebruikersnaam is hoofdlettergevoelig

    Oplossing: Wijzig tijdelijk de naam van de gebruiker die u hebt gebruikt om de beheeragentservice op de Windows-computer uit te voeren, in de naam van een andere gebruiker en voer vervolgens opnieuw de naam van de oorspronkelijke gebruiker in met de juiste hoofd- en kleine letters voor de gebruikersnaam.

  • Catalogusitems die bepaalde eigenschapsdefinities uit vorige versies gebruiken, worden getoond in de servicecatalogus, maar kunnen na een upgrade naar vRealize Automation 7.0 niet opgevraagd worden
    Indien u naar versie 7.0 upgradede van een vorige versie, en eigenschapsdefinities heeft ingesteld met de volgende typen of kenmerken, ontbreken deze kenmerken uit de eigenschapsdefinities. Alle catalogusitems die deze definities gebruiken werken niet zoals deze voor de upgrade deden.

    • Controletypen. Selectievakjes of koppelingen.
    • Kenmerken. Relaties, reguliere expressies of opmaak van eigenschappen.

    De eigenschapsdefinities gebruiken in vRealize Automation 7.0 geen kenmerken meer. U moet de eigenschapsdefinitie opnieuw aanmaken of de eigenschapsdefinitie configureren om te werken met een scriptactie in vRealize Orchestrator, in plaats van met ingesloten controletypen of kenmerken.

    Oplossing: Migreer de controletypen of kenmerken met een scriptactie naar vRealize Automation 7.0.

    1. Maak in vRealize Orchestrator een scriptactie die de waarden van deze eigenschappen geeft. De actie moet als resultaat een eenvoudig type geven. Dit zijn bijvoorbeeld reeksen, gehele getallen of andere ondersteunde typen. De actie kan andere eigenschappen waarvan deze afhankelijk is als input-parameter gebruiken. Zie voor meer informatie over het maken van scriptacties de documentatie over vRealize Orchestrator
    2. Configureer in vRealize Automation de productdefinitie.
      1. a. Selecteer Beheer > Woordenboek voor eigenschappen > Eigenschapsdefinities.
        b. Selecteer de eigenschapsdefinitie en klik op Bewerken.
        c. Selecteer in het vervolgkeuzemenu Advies weergeven de optie Vervolgkeuzemenu.
        d. Selecteer in het vervolgkeuzemenu Waarden de optie Externe Waarden.
        e. Selecteer de scriptactie.
        f. Klik op OK.
        g. Configureer de Invoerparameters die deel uitmaken van de scriptactie. Bind de parameter met de andere eigenschap om de bestaande relatie te behouden.
        h. Klik op OK.
  • Nadat de upgrade naar vRealize Automation 7.0 is uitgevoerd, is de service vRealize Orchestrator niet beschikbaar
    Nadat u de upgrade hebt uitgevoerd, vindt vRealize Orchestrator de geconfigureerde beheerdersgroep mogelijk niet meer. Voer de volgende stappen uit om te controleren of dit het geval is:

    1. Start vRealize Orchestrator Control Center.
    2. Meld u aan bij vRealize Orchestrator Control Center.
    3. Klik op Configuratie valideren.
      Als naast de verificatiesectie geen groen vinkje staat, moet u de juiste verificatie-instellingen opgeven.
    4. Ga terug naar vRealize Orchestrator Control Center.
    5. Klik op Verificatieprovider configureren.
    6. Selecteer een nieuwe beheerdersgroep die op de juiste wijze kan worden gevalideerd.
      Opmerking: De vco-beheerdersgroep is alleen beschikbaar op de standaard vsphere.local-tenant. Als u een andere tenant gebruikt voor vRealize Orchestrator, moet u een andere groep kiezen.
    7. Klik op Opslaan en herhaal stap 3 om de configuratie te valideren.
  • Als een ingesloten vRealize Orchestrator in vRealize Automation 6.x is toegevoegd als endpoint, werkt dit endpoint na een upgrade naar 7.0 niet meer
    De ingesloten vRealize Orchestrator was in 6.x beschikbaar op https://hostnaam:8281/vco. Na de upgrade is de ingesloten vRealize Orchestrator beschikbaar op https://hostnaam/vco en werken ingesloten vRealize Orchestrator-endpoints niet meer.

    Oplossing: Configureer het vRealize Orchestrator-endpoint opnieuw op het tabblad Infrastructuur en laat poort 8281 weg. Start handmatig een gegevensverzameling voor vRealize Orchestrator en controleer of de verzameling is geslaagd.

  • Het wijzigen van de hostnaam nadat de Active Directory-verbinding is geïnitialiseerd, resulteert in een onbruikbare verbinding en leidt tot fouten in Active Directory
    U mag de vRealize Automation-hostnaam niet wijzigen nadat de Active Directory-verbinding is geïnitialiseerd. U kunt de naam van de load balancer in de beheerconsole van de vRealize Automation-toepassing wijzigen door vRA-instellingen > Hostinstellingen te selecteren.

  • Tijdens de upgrade verschijnt een validatiebericht met de volgende strekking: Kan niet verifiëren of de aanmeldings-id van Windows [DOMAIN\USER] over het recht Aanmelden als service (lokaal Windows-beleid) beschikt. Vervolgens wordt de installatie afgebroken.
    Het is bij de validatie niet mogelijk om te bepalen of de servicegebruiker over het recht Aanmelden als service beschikt voor een lokaal beveiligingsbeleid. Dit recht is vereist voor de domeingebruiker waarmee u de Manager Service wilt starten.

    Gebruikersaccountbeheer voorkomt dat de validatiecontrole kan verifiëren of de geselecteerde gebruiker de vereiste rechten heeft voor een bepaald lokaal beveiligingsbeleid. Er verschijnt een fout-negatief resultaat ondanks dat de gebruiker lid is van de lokale beheerdersgroep, hetzij direct of als lid van een domeingroep.

    Oplossing: Voor informatie over het oplossen van dit probleem raadpleegt u Knowledge Base 2138782.

  • Er verschijnt een foutmelding bij het upgraden van de Manager Service en het DEM Orchestrator-systeem, en de Model Manager-Webhost kan niet worden gevalideerd
    Als in het bestand ManagerService.exe.config de naam van de load balancer wordt gewijzigd, verschijnt de volgende foutmelding:
    Distributed Execution Manager "NAAM" kan niet worden geüpgraded omdat deze verwijst naar Model Manager-Webhost "xxxx.xxxx.xxxx.net:443", die niet kan worden gevalideerd. U moet deze fout oplossen voordat u de upgrade opnieuw uitvoert: Kan Model Manager-Webhost niet valideren. Het externe certificaat is ongeldig volgens de validatieprocedure.

    Oplossing: Voer de volgende updates uit in het configuratiebestand C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\Server\ManagerService.exe.config:
    Voor DEM-agenten moeten de registerwaarden voor alle DEM-instanties worden bijgewerkt. Het volgende voorbeeld bevat twee DEM-instanties, die allebei moeten worden bijgewerkt:

    [HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Wow6432Node\VMware, Inc.\VMware vCloud Automation Center DEM\DemInstanceId02]
    "Name"="DEM"
    "Role"="Worker"
    "RepositoryAddress"="https://vcac152-009-005.eng.vmware.com:443/repository/"

    [HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Wow6432Node\VMware, Inc.\VMware vCloud Automation Center DEM\DemInstanceId03]
    "Name"="DEO"
    "Role"="Orchestrator"
    "RepositoryAddress"="https://vcac152-009-005.eng.vmware.com:443/repository/"

  • vRealize Automation 7.0 wordt niet geleverd met vRealize Code Stream. Wanneer u vRealize Automation 6.2.x upgradet naar vRealize Automation 7.0, kunnen vRealize Code Stream-pipelines met configuraties, endpoints en plug-ins mogelijk niet worden gemigreerd.
    WAARSCHUWING: Het wordt aanbevolen niet te upgraden naar vRealize Automation 7.0 tot een compatibele versie van vRealize Code Stream beschikbaar is. Zie het Knowledge Base-artikel 2137215 voor meer informatie

  • Na de upgrade naar vRealize Automation 7.0 verschijnen catalogusitems voor dezelfde bedrijfsgroep dubbel in de catalogus
    Dit probleem komt voor wanneer de lijst catalogusitems wordt gefilterd op Alle bedrijfsgroepen.

    Oplossing: Filter op individuele bedrijfsgroepen. De controle is hoofdlettergevoelig voor een gebruikersnaam.

Problemen met configuratie en inrichting

  • Wanneer u onbeheerde virtual machines via bulkimport importeert in vRealize Automation, kan tijdens het importproces een fout optreden waardoor de machines uit vCenter Server worden verwijderd
    Oplossing: U kunt dit voorkomen door de patch te installeren die is beschreven in Knowledge Base-artikel 2144526.

  • Services worden als onbeschikbaar gemarkeerd nadat de hostnaam van de vRealize Automation-toepassing is gewijzigd
    Oplossing: Als bepaalde services niet meer beschikbaar zijn nadat de hostnaam is gewijzigd, moet de vRealize Automation-server nog een keer opnieuw worden gestart.

  • De domeinaccount van een management agent op een gekloonde Windows Server 2012 die is toegevoegd aan een domein, verliest zijn rechten voor de persoonlijke sleutel van het certificaat van de agent
    Nadat een machine die deel uitmaakt van een domein is gekloond met behulp van een aanpassingswizard in vSphere, maakt de machine geen deel meer uit van het domein. Als de machine opnieuw lid van het domein wordt gemaakt, verschijnt de volgende foutmelding in het logboek van de management agent: CryptographicException - Sleutelset bestaat niet.

    U lost dit probleem op door de beveiligingsinstellingen van de persoonlijke sleutel van het certificaat te openen en weer te sluiten zonder verdere wijzigingen aan te brengen.

    1. Zoek het certificaat met behulp van de module Certificaten van Microsoft Management Console. De bijbehorende agent-id wordt weergegeven in het veld met de beschrijvende naam.
    2. Selecteer Alle taken > Persoonlijke sleutels beheren.
    3. Klik op Geavanceerd.
    4. Klik op OK.
  • Het is niet mogelijk een vSphere-machine in te richten via één-op-één NAT, als het aantal machine-instanties dat in de geneste blueprint wordt genoemd, niet wordt overschreven door de bovenliggende blueprint.
    Indien u een geneste blueprint toevoegt die een vSphere-machineonderdeel bevat met een minimumaantal instanties van 2 of hoger, maar geen maximumaantal, een NAT 1-1-netwerkcomponent toevoegt, en via de NAT 1-1-instellingen een NIC toevoegt aan een vSphere-machineonderdeel in de geneste blueprint, treedt er bij het inrichten vanuit de bovenliggende blueprint een fout op met de volgende foutmelding:
    Request [9d7b7c07-3e04-4d5b-8ae6-be4eef4d2eca]: Index: 1, Size: 1 (stacktrace attached)

    Oplossing: Overschrijf het aantal instanties dat in de geneste blueprint wordt gespecificeerd in de bovenliggende blueprint. Voorbeeld: De geneste blueprint specificeert voor het vSphere-machineonderdeel een minimumaantal instanties van 1 en een maximumaantal van 5. Overschrijf dit bereik door in de bovenliggende blueprint een minimumaantal instanties in te stellen van 2 en een maximum van 5. Houd er rekening mee dat het aantal instanties niet kan worden overschreven als er in de blueprint geen maximumaantal instanties is gespecificeerd. Stel een maximumaantal instanties in om dit probleem te vermijden.

  • Het wijzigen van de naam van een geneste blueprint verbreekt de NIC-associaties hiernaartoe en zorgt ervoor dat het inrichten mislukt.
    In het geval van een blueprint met een geneste blueprint, waarbij een netwerkprofiel en een gespecificeerd NIC verbonden zijn met een vSphere-machineonderdeel, zorgt het wijzigen van de naam van de geneste blueprint ervoor dat NIC-associaties worden verbroken en het inrichten mislukt.

    Oplossing: Open de blueprint opnieuw en stel de NIC-associaties opnieuw in, maar wijzig de naam van de geneste blueprint niet.

  • Bij het gebruiken van bulkimport treedt de fout “Kan inrichtingswerkstroom niet starten” op
    Indien bij het importeren van een machine de laatste stap van de catalogusregistratie mislukt, probeert IaaS de machine te verwijderen wanneer de limiet voor opnieuw proberen is bereikt.

    Oplossing: Importeer geen machines naar een bestaande implementatie of niet-bestaande blueprint.

  • Er zijn beperkingen bij het slepen van een bestaande binnenste blueprint naar een huidige buitenste blueprint
    Wanneer u een bestaande binnenste blueprint naar een huidige buitenste blueprint sleept, gelden de volgende beperkingen als de binnenste blueprint machines bevat die zijn toegevoegd aan beveiligingsgroepen, beveiligingstags of netwerken op aanvraag. Dit probleem kan ook optreden bij geïmporteerde blueprints.

    • Het toevoegen van nieuwe of aanvullende beveiligingsgroepen aan machines van de binnenste blueprint werkt alleen als u nieuwe beveiligingsgroepen op het niveau van de buitenste blueprint toevoegt, ook al zijn in de ontwerpinterface voor blueprints beveiligingsgroepen van zowel de binnenste als buitenste blueprint te zien.
    • Evenzo gaan de oorspronkelijke beveiligingstags voor machines op de binnenste blueprint verloren wanneer u op een buitenste blueprint nieuwe beveiligingstags toevoegt aan machines op de binnenste blueprint.
    • Evenzo gaan de oorspronkelijke netwerken op aanvraag voor machines op de binnenste blueprint verloren wanneer u op de buitenste blueprint nieuwe netwerken op aanvraag toevoegt aan machines op de binnenste blueprint. Voor bestaande netwerken die oorspronkelijk aan de binnenste blueprint zijn toegevoegd, zijn er geen gevolgen.

    Oplossing: U kunt dit probleem op een van de volgende manieren oplossen:

    • Voeg beveiligingsgroepen, -tags of netwerken op aanvraag alleen toe aan de buitenste blueprint en niet aan de binnenste blueprint.
    • Voeg beveiligingsgroepen, -tags of netwerken op aanvraag alleen toe aan de binnenste blueprint en niet aan de buitenste blueprint.
  • Er verschijnt mogelijk een onjuist valutateken wanneer vRealize Business Standard Edition wordt geïntegreerd met vRealize Automation
    Als de ingestelde valuta's voor de vRealize Business Standard-toepassing afwijken van die in de landinstellingen van de Windows-machine waarop de IaaS-server van vRealize Automation is geïnstalleerd, wordt een verkeerd valutateken weergegeven in terugwinningsaanvragen en e-mailberichten.

  • Het veld Directorykenmerk zoeken op de pagina Directory toevoegen bevat onjuiste gegevens
    Bepaalde codereeksen in het veld Directorykenmerk zoeken zijn onjuist.

    Oplossing: Klik op het vervolgkeuzemenu Directorykenmerk zoeken om de juiste codereeksen te zien.

  • Een machine op de pagina Beheerde machines heeft enige tijd na de inrichting mogelijk abusievelijk de status Ontbrekend
    De juiste machinestatus verschijnt nadat u een gegevensverzameling uitvoert voor de computingbron waarop de betreffende machine wordt gehost.

  • De fout 'Bron niet gevonden' verschijnt bij de aanvraag van een catalogusitem
    Wanneer vRealize Automation een modus met hoge beschikbaarheid heeft en het hoofdknooppunt van de database ontbreekt zonder dat een nieuw hoofdknooppunt wordt gepromoveerd, worden alle services die schrijftoegang voor de database vereisen, niet goed uitgevoerd of kunnen deze tijdelijk beschadigd raken totdat een nieuwe hoofddatabase wordt gepromoveerd.

    Oplossing: Deze fout is onvermijdbaar wanneer de hoofddatabase niet beschikbaar is. Na promotie van een nieuwe hoofddatabase verdwijnt de fout en kunt u bronnen aanvragen.

  • Er worden geen wijzigingen opgeslagen op de pagina Blueprintformulier van een XaaS-blueprint
    Als u niet op Toepassen klikt nadat u een veld van de pagina Blueprintformulier van een XaaS-blueprint hebt bijgewerkt, worden uw wijzigingen niet opgeslagen.

  • Als een datastore van de ene SDRS-cluster naar de andere is verplaatst, wordt een machine verwijderd zodra deze opnieuw wordt ingericht
    Wanneer een datastore van de ene SDRS-cluster naar de andere wordt verplaatst, worden de opslagpaden van de schijven bijgewerkt via de verzameling van inventarisgegevens. Omdat de aangepaste eigenschap VirtualMachine.Storage.Cluster.Name van de virtual machine niet wordt bijgewerkt conform de nieuwe cluster, wordt de machine verwijderd wanneer deze opnieuw wordt ingericht.

  • De software-inrichting in Windows 8, Windows 2000 R2 en Windows 10 vereist dat .NET 3.5 is geïnstalleerd op de machinesjabloon voordat de bootstrapagent voor software wordt geïnstalleerd
    .NET 3.5 is alleen vereist wanneer gebruikers de sjablonen voorbereiden voor de inrichting van software. De .NET 3.5-vereiste geldt niet wanneer er alleen machines worden ingericht.

  • In vRealize Automation 7.0 zijn aangepaste eigenschapsnamen hoofdlettergevoelig
    In vroegere versies zijn aangepaste eigenschapsnamen niet-hoofdlettergevoelig. In 7.0 moeten aangepaste eigenschapsnamen exact overeenkomen, inclusief het gebruik van hoofdletters en kleine letters. Deze wijziging zorgt ervoor dat eigenschapswaarden elkaar kunnen overschrijven en overeenkomen met eigenschapsdefinities in woordenboeken. De twee eigenschappen "hostname" en "HOSTNAME" bijvoorbeeld worden door vRealize Automation 7.0 als verschillende eigenschappen beschouwd en overschrijven elkaar niet.

  • Het tabblad Items geeft geen informatie weer over de services die zijn ingeschakeld voor een load balancer
    Voor machines die zijn ingericht met een load balancer die is gekoppeld aan vCloud Networking and Security, geeft het tabblad Items geen informatie weer over de services die zijn ingeschakeld voor die load balancer.

  • Er verschijnt een interne fout in de wizard Werkstroomabonnementen wanneer Uitvoeren op basis van voorwaarden wordt geselecteerd
    Als u Uitvoeren op basis van voorwaarden in de wizard Werkstroomabonnementen selecteert voor een nieuw of bewerkt werkstroomabonnement en u Alle volgende of Eender welke van de volgende selecteert, maar u slechts één voorwaarde toevoegt, verschijnt er geen validatiefout en kunt u doorgaan. Als u op Voltooien klikt, verschijnt er een interne fout en wordt het abonnement niet opgeslagen.

    Oplossing: Als u Alle volgende of Eender welke van de volgende selecteert, moet u minstens twee voorwaarden opgeven, anders zal het werkstroomabonnement mislukken.
    Als u Alle volgende of Eender welke van de volgende hebt geselecteerd en u wilt teruggaan om slechts één voorwaarde te selecteren, klikt u op het x-pictogram om de component te verwijderen die wordt weergegeven onder de selectie en maakt u een andere selectie.

  • RabbitMQ mislukt nadat /dev/sda1-stations op geclusterde VA's geen vrije ruimte meer hadden

    Oplossing: Maak ruimte vrij en start RabbitMQ opnieuw op alle VA's op door op de knop RabbitMQ opnieuw instellen in vRA-instellingen > Berichten te klikken.

  • Als een machine wordt vernietigd terwijl de vSphere-kloonbewerking wordt uitgevoerd, dan wordt de kloontaak van de machine die in behandeling is, niet geannuleerd
    Dit probleem kan ertoe leiden dat de machine de kloonbewerking in vCenter verder uitvoert en voltooit en dat de machine niet meer in vRealize Automation-beheer is.

  • Het veld Klonen van momentopname is leeg wanneer u een blueprint maakt met een gekloonde machine met behulp van de REST API
    Op het tabblad Versie-informatie is het veld Klonen van momentopname leeg en u kunt geen selectie maken in het vervolgkeuzemenu.

    Oplossing:

    1. Selecteer in Klonen van opnieuw een machinesjabloon waarvan u wilt klonen.
    2. Klik op Opslaan.

    Klonen vanaf momentopname is ingesteld op Huidige momentopname gebruiken en u kunt de waarde wijzigen.

  • Er verschijnt een interne fout wanneer u in de Goal Navigator klikt
    Als u te snel klikt in de Goal Navigator, verschijnt er een interne fout.

    Oplossing: Wacht even tussen het klikken door zodat het menu in de Goal Navigator kan verschijnen.

  • Het aanvragen van een samengestelde blueprint mislukt onmiddellijk en het laden van het formulier met details van de aanvraag mislukt ook
    Als het maximumaantal leasedagen voor een samengestelde blueprint kleiner is dan dat van de buitenste blueprint, mislukt de aanvraag onmiddellijk en kan het formulier met details van de aanvraag niet worden geladen.

  • Abonnementen voor het onderwerp Standaardgebeurtenis voor gebeurtenislogboek ontvangen geen gebeurtenissen en starten geen vRealize Orchestrator-werkstroom

    Oplossing: Gebruik het onderwerp Standaardgebeurtenis voor gebeurtenislogboek niet voor uw werkstroomabonnementen.

  • Er wordt een dubbel domein toegevoegd aan een gebruikersnaam wanneer u een directory maakt die het directoryzoekkenmerk UserPrincipalName bevat
    Wanneer u een nieuwe directory maakt en u selecteert UserPrincipalName voor het directoryzoekkenmerk, wordt een dubbel domein aan een gebruikersnaam toegevoegd. Bijvoorbeeld, gebruiker.domein@domein.lokaal wordt weergegeven als gebruiker.domein@domein.lokaal@domein.lokaal.. Gebruikers moeten hun gebruikersnaam exact zoals deze verschijnt, inclusief het dubbele domein, invoeren om zich aan te melden bij het gebruik van REST API of vRealize CloudClient.

    Oplossing: U moet sAMAccountName gebruiken in plaats van UserPrincipalName omdat het beheer van directory's de uniekheid van gebruikersnaam en domein ondersteunt.

  • De installatie mislukt met een fout over een verkeerd certificaat na de stap Deelnemen aan cluster wanneer de hoofdletters en kleine letters van de hostnaam van een geïmplementeerde vRealize Automation-toepassing niet overeenkomen met de hoofdletters en kleine letters die zijn ingevoerd in de installatiewizard van vRealize Automation
    Als u de installatiewizard van vRealize Automation gebruikt en de hoofdletters en kleine letters die u invoert wanneer u wordt gevraagd om aanvullende vRealize Automation-toepassingen op te geven, komen niet overeen met de hoofdletters en kleine letters van de naam die werd gebruikt toen de vRealize Automation-toepassing werd geïmplementeerd, verschijnt er een foutbericht over verkeerde verificatiegegevens.

    Oplossing: Zorg ervoor dat de hoofdletters en kleine letters van de hostnaam die u invoert in de installatiewizard voor vRealize Automation overeenkomen met de hoofdletters en kleine letters die werden gebruikt bij de implementatie van de vRealize Automation-toepassing. Voer de volgende stappen uit als u wilt zoeken naar de exacte hostnaam:

    1. Klik in vCenter-client met de rechtermuisknop op de VM.
    2. Selecteer Instellingen bewerken.
    3. Klik op het tabblad Opties en selecteer Eigenschappen.
    4. Zoek naar de sectie Hostnaam om de exacte hostnaam van de VM te zien en kopieer en plak de hostnaam naar de wizard.

  • Het aanvragen van blueprints op een server met zware belasting kan soms mislukken met status PROVIDER_FAILED
    Op momenten dat de inrichting zwaar belast wordt, blijven sommige aanvragen in de status "Machine geactiveerd" en verschijnt eventueel het bericht PROVIDER_FAILED. Dit probleem treedt op vanwege SocketTimeoutExceptions als er een impasse optreedt bij de verbindingen tussen de Java-services en de Windows-services.

    Oplossing:

    1. Voeg de volgende code toe aan de sectie in de tag <configuration> in C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\Server\Model Manager Web\Web.config:
    2. <system.net>
        <connectionManagement>
        <add address = "*" maxconnection = "100">
        <connectionManagement>
      </system.net>

      Start de IIS-service opnieuw op op de knooppunten.

  • Het aanvragen van blueprints met NSX-beveiligingsonderdelen op een server met zware belasting kan soms mislukken met status PROVIDER_FAILED
    Op momenten dat de inrichting zwaar belast wordt, mislukken sommige aanvragen om VM-onderdelen in te richten. Het volgende bericht wordt weergegeven in de details van de aanvraag: Het configureren van één of meer netwerk- en beveiligingsinstellingen is mislukt. Fout: Er zijn één of meer fouten opgetreden.
    In het IaaS-controlelogboek wordt het volgende foutbericht weergegeven dat hiermee verband houdt en meer details bevat:
    Workflow 'VCNSAssignVirtualMachineNetworkSettings' failed with the following exception:
    Er zijn één of meer fouten opgetreden.
    Inner Exception: Bad Request (400)
    Request:
    POST https://scale70-vra-va.sqa.local/network-service/api/security-groups/126/machines
    Response:
    {"errors":[{"code":10104,"message":"Data serialization error.","systemMessage":"Could not read message [acceptableTypes: [application/*+json;charset=UTF-8, application/json;charset=UTF-8]]","moreInfoUrl":null}]}

    Dit probleem treedt op vanwege SocketTimeoutExceptions als er een impasse optreedt bij de verbindingen tussen de Java-services en de Windows-services.

    Oplossing:

    1. Voeg de volgende code toe aan de sectie in de tag <configuration> in het configuratiebestand van DEM Worker in C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\Distributed Execution Manager\DEM\DynamicOps.DEM.exe.config:
    2. <system.net>
        <connectionManagement>
        <add address = "*" maxconnection = "100">
        </connectionManagement>
      </system.net>
      Start de DEM Worker-service opnieuw op op de knooppunten.

  • De opdracht voor certificaatwijziging implementeert het nieuwe certificaat niet op een zelfstandige agentserver
    Er wordt geen nieuw certificaat geïmplementeerd wanneer de opdracht voor het wijzigen van het IaaS-webserver- of Manager Service-certificaat wordt uitgevoerd op een omgeving met minstens één IaaS-server waarop alleen agenten zijn geïnstalleerd. Als het certificaat automatisch ondertekend is of niet standaard wordt vertrouwd op de IaaS-webservers, moet het vertrouwen handmatig worden ingesteld.

    Oplossing: Voer de volgende stappen uit om dit probleem op te lossen:

    1. Meld u aan bij de agentservers.
    2. Haal het certificaat op van een van de volgende locaties:
      • IaaS-web: https://iaas-address/wapi/api/status
      • Manager Service: https://manager-service-address/vmpsprovision
    3. Importeer het certificaat dat u hebt opgehaald in stap 2 naar de winkel \trusted people.
      1. a  Voer mmc.exe uit.
        b.  Selecteer Bestand > Module toevoegen/verwijderen.
        c.  Selecteer Certificaten en klik op Toevoegen.
        d.  Selecteer Computeraccount en klik op Volgende.
        e.  Selecteer Lokale computer en klik op Voltooien.
        f.  Selecteer Certificaten > Vertrouwde personen > Alle taken > Importeren.
    4. Valideer dat het certificaat wordt vertrouwd door een nieuw Internet Explorer-venster te openen en naar https://iaas-address/wapi/api/status te gaan.

    Als de implementatie correct is uitgevoerd, verschijnt er geen certificaatfout.

  • De vCO-serverservice wordt niet gestart nadat u het wachtwoord van de SSO-beheerder hebt gewijzigd
    Als het wachtwoord van de SSO-beheerder wordt gewijzigd, worden alle services opnieuw gestart, maar vRealize Orchestrator kan geen licentie ophalen omdat de aanvraag is gemaakt voordat de licentieservice werd gestart. Er worden uitzonderingsberichten van de vCO-serverservice weergegeven en vRealize Orchestrator wordt niet gestart.

    Oplossing: Wacht totdat de licentieservice is opgestart en start de vCO-server handmatig opnieuw op.

  • Er verschijnt een interne fout wanneer u een nieuwe XaaS-blueprint maakt en een beperking Vereist, Alleen-lezen of Zichtbaar toevoegt
    Wanneer u een constante waarde opgeeft voor een van de booleaanse beperkingen van Vereist, Alleen-lezen of Zichtbaar en u klikt op Toepassen, dan verschijnt er een interne fout. Dit probleem is van toepassing op de XaaS-onderdelen die meerdere waarden ondersteunen zoals Lijst selectievakjes, Dubbele lijst, Zoeken enzovoort.

    Oplossing: Voor booleaanse beperkingen zoals Vereist, Alleen-lezen of Zichtbaar voert u de volgende stappen uit:

    1. Voeg een veld Ja/Nee toe.
    2. Stel de zichtbaarheidsbeperking ervan in op Nee.
    3. Stel de Standaardwaarde ervan in op Ja/Nee, afhankelijk van de use case.
    4. Bind de speciale beperking van het veld met meerdere waarden aan de waarde van het veld Ja/Nee.
  • Implementaties met bindingen aan DHCP IP-adressen in software-implementaties worden niet ondersteund
    Het volgende foutbericht wordt weergegeven en het ip_address wordt niet ingevuld als er geen netwerkprofiel bestaat: Systeemfout: Interne fout bij het verwerken van aanvraag van onderdeel: com.vmware.vcac.platform.content.exceptions.EvaluationException: Geen data voor veld: ip_address.

    Oplossing: Als een binding vereist is, gebruikt u statische IP's of IP's die worden beheerd door vRealize Automation (netwerkprofiel), of gebruikt u een IPAM-integratie. Als u DHCP gebruikt, moet u een binding met de hostnaam maken en niet met het IP-adres.

    Voorbeeldscript voor het ophalen van het IP-adres van een machine voor Cent OS:
    IPv4_Address = $(hostname -I | sed -e 's/[[:space:]]*$//')
    echo $IPv4_Address

    Maak een binding met deze berekende waarde als het IP-adres nodig is voor DHCP-use cases.

  • Er wordt een domein toegevoegd aan een gebruikers-UPN wanneer u een directory maakt die het directoryzoekkenmerk UserPrincipalName bevat
    Wanneer u een nieuwe directory maakt en u selecteert UserPrincipalName voor het directoryzoekkenmerk, wordt een domein aan een gebruikers-UPN toegevoegd. Bijvoorbeeld, de vRealize Automation-gebruikersnaam van een gebruiker met gebruiker.domein@domein.lokaal UPN wordt weergegeven als gebruiker.domein@domein.lokaal@domein.lokaal. Dit gebeurt als het UPN-achtervoegsel op de AD-site is geconfigureerd als een domein. Als het UPN-achtervoegsel is aangepast, bijvoorbeeld naar "tralala.com", dan wordt de vRealize Automation-gebruikersnaam van een gebruiker met user.domain@tralala.com UPN weergegeven als user.domain@tralala.com@domain.local.
    Als het directoryzoekkenmerk UserPrincipalName wordt gebruikt, moeten gebruikers hun gebruikersnaam exact zoals deze verschijnt (user.domain@domain.local@domain.local), inclusief het domein, invoeren om zich aan te melden bij het gebruik van de REST API of de Cloud Client.

    Oplossing: Gebruik sAMAccountName in plaats van UserPrincipalName omdat het beheer van directory's de uniekheid van gebruikersnaam en domein ondersteunt.

  • Kan geen eigenschapsgroepen toevoegen of verwijderen nadat een blueprintonderdeel is toegevoegd
    Wanneer u een blueprint maakt of bewerkt in het ontwerpcanvas, kunt u na het toevoegen van een blueprintonderdeel en het klikken op Voltooien, geen wijzigingen meer opslaan voor de eigenschapsgroepen van de buitenste blueprint.

    Oplossing: Nadat u een blueprintonderdeel aan een hoofdblueprint hebt toegevoegd, klikt u op Opslaan en vervolgens klikt u op Voltooien.

  • Als u een catalogusitem aanvraagt dat een één-op-één NAT-netwerk op aanvraag bevat en u verhoogt het aantal standaard VM-instanties, dan heeft dit als gevolg dat de NAT-regels niet worden gemaakt voor de aanvullende VM's
    Als een blueprint een bepaald aantal VM-instanties en een NSX één-op-één NAT-netwerkonderdeel op aanvraag bevat en een gebruiker vraagt dat catalogusitem aan en verhoogt het aantal VM-instanties van het item dat in de blueprint is opgegeven, dan worden de 1-op-1 NAT-regels niet gemaakt voor de aanvullende VM's. Als de gebruiker het aantal VM-instanties niet wijzigt, is de implementatie met één-op-één NAT-configuratie correct voor alle VM's.

    Oplossing: Kies uit de volgende oplossingen:

    • Geef bij het ontwerpen van een blueprint het juiste aantal VM-instanties in de blueprint op.
    • Voeg na de implementatie de één-op-één NAT-regels voor de aanvullende machines toe met behulp van de vSphere Web Client.

  • De 404-fout Not Found (niet gevonden) verschijnt wanneer u een machine aanvraagt namens een andere gebruiker
    Als een blueprint een NAT-netwerk op aanvraag of een load balancer-onderdeel op aanvraag bevat, dan verschijnt de 404-fout Not Found wanneer een implementatie wordt aangevraagd namens een andere gebruiker.

  • De load balancer-instellingen worden teruggezet naar de standaardwaarden wanneer een blueprint wordt bijgewerkt
    Wanneer u de waarde van een load balancer in een blueprint wijzigt en u verlaat de pagina, dan worden de waarden teruggezet naar de standaardwaarden.

    Oplossing: Als u de standaardwaarden overschrijft, zorgt u ervoor dat u deze wijziging als laatste uitvoert voordat u de blueprint opslaat.

  • Machines die worden geïmporteerd met behulp van Bulkimport, worden niet toegewezen aan de juiste geconvergeerde blueprint en onderdeelblueprint

    Oplossing: Voeg de aangepaste eigenschap VMware.VirtualCenter.OperatingSystem toe aan elke machine in het CSV-importbestand.
    Bijvoorbeeld: Yes,NNNNP2-0105,8ba90c35-9e03-4ac4-8a5d-2e6d76f37b81,development-res,ce-san-1:custom-nfs-2,UNNAMED_DEPLOYMENT-0105,BulkImport,Imported_Machine,system_blueprint_vsphere,user.admin@sqa.local,VMWare.VirtualCenter.OperatingSystem,sles11_64Guest,NOP

  • Netwerkonderdeelnamen worden niet correct weergegeven op de pagina met catalogusitems
    Er wordt een code weergegeven in plaats van de naam van het netwerktype op de pagina met catalogusitems in een gelokaliseerde gebruikersinterface.

  • De quotuminstelling is verwijderd uit een gepubliceerde blueprint
    Als u een blueprint opent waarin de quotuminstelling al is toegewezen en u slaat de blueprint vervolgens weer op, wordt het quotum opnieuw ingesteld op onbeperkt.

    Oplossing:

    1. Selecteer Beheer > Catalogusbeheer > Catalogusitems en selecteer het catalogusitem.
    2. Noteer het huidige quotum voor het catalogusitem.
    3. Bewerk de blueprint en sla deze op.
    4. Selecteer Beheer > Catalogusbeheer > Catalogusitems en selecteer het catalogusitem.
    5. Stel het quotum opnieuw in op de waarde die u in stap 2 hebt genoteerd.

  • Wanneer u een aanvraag indient voor een catalogusitem, mislukt de aanvraag en wordt de knop Indienen niet meer weergegeven

    Oplossing: Sla de aanvraag op en open deze opnieuw. Wanneer de aanvraag opnieuw wordt geopend, wordt de knop Indienen weergegeven en kunt u het opnieuw proberen.

  • Er wordt een interne serverfout weergegeven tijdens het configureren van het beheer van directory's
    Wanneer u afzonderlijke groepen of Active Directory-containers (domein, organisatorische eenheid) selecteert die groepen bevatten op de pagina Selecteer de groepen (gebruikers) die u wilt synchroniseren, wordt een interne serverfout weergegeven als één groep verwijst naar meerdere domeinnamen voor groepen op die pagina.

    Oplossing: Zorg ervoor dat dezelfde groep niet verwijst naar meer dan één domeinnaam voor groepen op de pagina Selecteer de groepen (gebruikers) die u wilt synchroniseren.

  • Catalogusbeheeracties ontbreken in VMware vRealize Automation

    Oplossing: Voor informatie over het oplossen van dit probleem raadpleegt u Knowledge Base 2113027.

  • Het foutbericht "CloneVM : Opgegeven momentopname bestaat niet. Kloonbewerking geannuleerd..." wordt weergegeven wanneer u een gekoppelde, gekloonde VM implementeert, nadat het doel van de momentopname is gewijzigd
    Als u bijvoorbeeld een gekoppelde kloon van een momentopname van VM1 toevoegt aan een blueprint, deze opslaat en vervolgens de naam van de momentopname wijzigt in VM2, treedt de wijziging van VM1 naar VM2 niet in werking en wordt het foutbericht weergegeven.

    Oplossing: In dit voorbeeld moet u VM1 uit de blueprint verwijderen en deze opnieuw maken met de momentopname voor VM2.

  • Bij een Active Directory met meer dan 15 gebruikersgroepen worden bij het synchroniseren van de Active Directory de groepen niet weergegeven
    Indien u meer dan 15 groepen heeft, en de Active Directory probeert te synchroniseren via Beheer > Beheer van identiteitsarchieven > Identiteitsarchieven, verschijnen er maar een paar groepen.

    Oplossing: Klik op Selecteren om de volledige lijst te zien.

  • Er treedt een Java-uitzondering op wanneer wordt geprobeerd de tenantbeheerder opnieuw toe te wijzen bij het gebruik van de tool Migratie van identiteitsarchieven
    Dit probleem treedt op omdat de installatiemap een gesynchroniseerde beheerdergebruiker bevat en Beheer van directory’s bij het aanmelden niet weet welke beheerdergebruiker moet worden gebruikt.

    Oplossing:

    1. Meld u aan bij de SSO-VM.
    2. Ga naar de map bin\ van de tool Identity Stores Migration.
    3. Open het bestand migration.properties.
    4. Wijzig de waarde van de eigenschap vra.system.admin.username in administrator@vsphere.local.
    5. Voer de tool Identity Stores Migration opnieuw uit.

  • Er treedt een fout op wanneer het migratieprogramma voor identiteitsarchieven wordt uitgevoerd
    Wanneer het migratieprogramma voor identiteitsarchieven wordt uitgevoerd, kan de volgende fout worden weergegeven:
    Fout: MigrateIdentityStores: Tenant 'vsphere.local': Kan directory ' ' niet maken: Kon niet worden toegevoegd aan domein Fout opgetreden bij toevoegen aan domein. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord van de domeinbeheerder juist zijn, en of de gebruikersnaam de sAMAccountName is.

    Oplossing:

    1. Controleer de gegevens van de toegevoegde domeingebruiker en sla de gebruiker op.
    2. Start het hulpmiddel voor Identiteitsarchiefmigratie opnieuw.

    Gebruik, als het probleem aanhoudt, de volgende oplossing om de Directories Management-connector aan het domein toe te voegen.

    1. Maak handmatig een verbinding met de vIDM-connector.
      1. a  Meld u aan bij de standaard tenant als systeembeheerder.
        b  Open de tenant vsphere.local om deze te bewerken, maak een lokale gebruiker voor de tenant en wijs de rol van tenantbeheerder toe aan deze gebruiker.
        c  Meld u aan bij de standaard tenant met de naam van de lokale gebruiker die u zonet hebt gemaakt.
        d  Selecteer Beheer > Beheer van directory's > Connectoren.
        e  Klik op Aan domein toevoegen voor elke connector.
        f  Selecteer Aangepast domein in de vervolgkeuzelijst en voer de naam van uw domein in.
        g  Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord in van de domeingebruiker die over het recht beschikt om connectoren aan het domein toe te voegen.
        h  Klik op Aan domein toevoegen.
    2. Nadat de connectoren zijn toegevoegd, voert u het migratieprogramma voor indentiteitsarchieven opnieuw uit en voegt u zich niet toe aan het domein.
      • Antwoord no op de vraag: Do you want to join the domain?[yes/no](Default is 'yes')

  • Er verschijnt incorrecte informatie op het Database-tabblad na een promotie van replica tot master
    Gebruik, indien het master-knooppunt van de vRealize Automation-appliance niet correct start, de managementconsole-UI voor vRealize Automation van de andere, normaal functionerende knooppunten voor clusterbeheerbewerkingen.

  • Foutmeldingen over werkstroomabonnementen en de gebeurtenissenbrokerservice bij sommige werkstromen voor het inrichten van machines
    Als u in uw omgeving werkstroomabonnementen hebt ingesteld en deze actief zijn, ziet u in het Manager Service-logboek wellicht foutmeldingen over de inrichtingsstatus. Het volgende is een voorbeeld van een foutmelding in het Manager Service-logboek:
    General error occurred while attempting to execute workflow with id 'com.vmware.csp.iaas.blueprint.service.machine.lifecycle.provision'. It is part of subscription for topicId '716a4f46-7849-4d67-b793-a4c9db4b11ea'. Error: 'Object of class [com.vmware.vcac.designer.service.domain.CsWorkflowRunRequest] with identifier [09b78f61-4706-41fe-856d-21065c02cecc]: optimistic locking failed; nested exception is org.hibernate.StaleObjectStateException: Row was updated or deleted by another transaction (or unsaved-value mapping was incorrect): [com.vmware.vcac.designer.service.domain.CsWorkflowRunRequest#09b78f61-4706-41fe-856d-21065c02cecc]

    Dit probleem treedt niet op bij een bepaalde status of werkstroom. Als u in het logboek bijvoorbeeld optimistic locking failed; nested exception is org.hibernate.StaleObjectStateException: Row was updated or deleted by another transaction ziet, is een mogelijke oorzaak van deze foutmelding dat twee clusterknooppunten dezelfde entry in de database probeerden bij te werken. Wanneer dit probleem optreedt, mislukt de inrichtingsbewerking en verandert de werkstroomstatus in Verwijderen.

    Oplossing: Probeer de mislukte bewerkingen opnieuw.

  • Proxy-instellingen werken niet naar behoren voor endpoints van vCloud Director of vCloud Air
    De proxy-instellingen die worden gebruikt bij het maken van vCD/vCA-endpoints worden genegeerd tijdens het verzamelen van gegevens, wanneer een verbinding tot stand wordt gebracht met het endpoint. Als een proxy vereist is om verbinding te maken met het endpoint-adres kan dit ertoe leiden dat de gegevens niet kunnen worden verzameld.

    Oplossing: op de machine met de DEM die wordt gebruikt voor de uitvoering van vCloud Director- of vCloud Air-werkstromen moet het toestaan van directe toegang tot het vCloud Director- of vCloud Air-endpoint worden geconfigureerd, zonder dat de proxy hoeft te worden gebruikt.

Documentatie en Help

De volgende items of correcties zijn niet opgenomen in de documentatie voor deze release.

  • Nieuw Fout in documentatieonderwerp Een Windows-referentiecomputer voorbereiden op de ondersteuning van software.

    Er zijn verschillende correcties aangebracht in dit onderwerp. Zie versie 7.3 van het onderwerp Een Windows-referentiecomputer voorbereiden op de ondersteuning van software voor de correcties.

  • Fout in documentatieonderwerp Aanmelden bij de vRealize Orchestrator-client.

    Fout in stap 1 van het onderwerp Aanmelden bij de vRealize Orchestrator-client. De stap moet zijn:

    1. Maak verbinding met de vRealize Automation URL in een webbrowser.
  • Fout in documentatieonderwerp Aanmelden bij de configuratie-interface van vRealize Orchestrator.

    Fout in stap 4 en stap 5 van het onderwerp Aanmelden bij de configuratie-interface van vRealize Orchestrator. Deze stappen moeten worden vervangen door:

    1. Meld u aan bij vRealize Orchestrator Control Center met het rootwachtwoord dat u hebt ingevoerd bij het implementeren van uw vRealize Automation-toepassing.
  • Kan licenties voor vRealize Automation niet downgraden
    U ontvangt het volgende bericht wanneer u de licentiepagina van de vRealize Automation-beheerinterface gebruikt om een sleutel op te geven voor de licentie van een eerdere editie. Bijvoorbeeld: u begint met een bedrijfslicentie en probeert vervolgens een geavanceerde licentie in te voeren.

    Kan editie van bestaande licentie niet downgraden

    Deze release van vRealize Automation ondersteunt het downgraden van licenties niet. U kunt alleen licenties toevoegen van eenzelfde of latere editie. Als u wilt teruggaan naar een vorige editie, moet u vRealize Automation opnieuw installeren.

  • Definitie van aangepaste eigenschap ontbreekt voor Vrm.DataCenter.Location
    Raadpleeg de documentatie voor vRealize Automation 7.2 voor een beschrijving van deze aangepaste eigenschap.

  • Voor vCloud Air-endpoints moeten organisatienaam en vDC-naam overeenkomen
    Voor vCloud Air-endpoints moeten de organisatienaam en de vDC-naam identiek zijn voor een vCloud Air-abonnementsinstantie.

  • vRealize Automation biedt geen ondersteuning voor een implementatieomgeving waarin een SCVMM-privécloudconfiguratie wordt gebruikt.
    vRealize Automation kan op dit moment niet verzamelen uit, toewijzen aan of inrichten op basis van SCVM-privéclouds.