U kunt de activiteit InvokeVcoWorkflow of InvokeVcoWorkflowAsync gebruiken om een vRealize Orchestrator-werkstroom aan te roepen vanuit een IaaS-werkstroom.

Over deze taak

Bij de uitvoering van sommige vRealize Orchestrator-werkstromen is tussenkomst van de gebruiker vereist. In dat geval wordt een prompt voor de gebruiker weergegeven in de vRealize Orchestrator-client en niet in de vRealize Automation-console. Het is daarom voor de eindgebruiker van vRealize Automation niet direct duidelijk dat een werkstroom op invoer wacht.

Om blokkering van een werkstroom door gebruikersinvoer te voorkomen, dient u vanuit IaaS-werkstromen geen vRealize Orchestrator-werkstromen aan te roepen die een gebruikersinteractie vereisen.

Procedure

  1. Open een werkstroom in vRealize Automation Designer en ga naar de context van waaruit u de vRealize Orchestrator-werkstroom wilt aanroepen.
  2. Sleep de activiteit InvokeVcoWorkflow of InvokeVcoWorkflowAsync naar het Designer-venster.
  3. Selecteer de vCenter Orchestrator-werkstroom die u wilt uitvoeren.
    1. Klik onder Algemeen op het beletselteken (...) naast Werkstroom.
    2. Selecteer een werkstroom in het dialoogvenster Bladeren naar vCO-werkstroom.
    3. Klik op OK.

    In de secties Invoer en Uitvoer ziet u de invoer- en uitvoerparameters van de geselecteerde werkstroom.

  4. Geef in het eigenschappenvenster een van de volgende doelparameters op.
    • VirtualMachineId is de naam van de variabele voor de virtual machine-id. Er wordt een virtual machine met deze id geselecteerd en de verkregen waarde uit de aangepaste eigenschap VMware.VCenterOrchestrator.EndpointName van de virtual machine wordt gebruikt als vRealize Orchestrator-endpointnaam.

    • VcoEndpointName is de endpointnaam die wordt gebruikt voor de uitvoering van de werkstroom. De waarde die u hier opgeeft, overschrijft de waarde voor VirtualMachineId bij het selecteren van het vRealize Orchestrator-endpoint.

    • WorkflowTimeout is een time-outwaarde in seconden. Als de vRealize Orchestrator-werkstroom niet binnen de opgegeven tijd is voltooid, wordt een uitzondering gegenereerd en wordt de werkstroom niet geblokkeerd tot een respons is ontvangen. Als u hier geen waarde of nul opgeeft, wordt de time-out niet geactiveerd. In die periode wordt de werkstroomstatus elke 10 seconden gecontroleerd, tenzij polling-tijd voor het endpoint wordt aangepast met een waarde voor de aangepaste eigenschap VMware.VCenterOrchestrator.PollingInterval.

  5. Geef de parameters voor de vRealize Orchestrator-werkstroom op.
    • Voer de waarden voor de activiteit in het Designer-venster in.

    • Klik in het venster Eigenschappen op het beletselteken naast InputParameters of OutputParameters om het dialoogvenster Parameters te openen. In dit dialoogvenster ziet u het IaaS-type van elke parameter. De parameter is vereist als het parametertype vetgedrukt wordt weergegeven.

    Wijs het tekstvak van een parameter aan om knopinfo met het type vRealize Orchestrator te bekijken.

    Als u de activiteit InvokeVcoWorkflowAsync gebruikt, worden de uitvoerparameters van de vRealize Orchestrator-werkstroom met bijbehorende typen ter informatie weergegeven. U kunt echter geen expressie voor de parameter in deze activiteit opgeven.

Volgende stappen

Gebruik de activiteit WaitForVcoWorkflowCompletion om de resultaten op te halen van een werkstroom die asynchroon kan worden uitgevoerd.