U kunt optioneel aangepaste eigenschappen toevoegen aan een volume.

Voordat u begint

Opslag opnieuw configureren.

Over deze taak

U kunt aangepaste eigenschappen niet gebruiken om waarden in te voeren voor het schijfnummer, de capaciteit, het label of het opslagreserveringsbeleid van het volume. U moet deze waarden invoeren in de daartoe bestemde locaties, door een volume toe te voegen of te bewerken in de tabel Opslagvolumes.

Procedure

  1. In de kolom Aangepaste eigenschappen van de tabel Opslagvolumes klikt u op Bewerken voor het volume dat de aangepaste eigenschap ontvangt.
  2. Klik op Nieuwe eigenschap.
  3. Geef de naam van de aangepaste eigenschap op in het tekstvak Naam.
  4. Geef de waarde voor de aangepaste eigenschap op in het tekstvak Waarde.
  5. Schakel het selectievakje Gecodeerd in om de waarde te versleutelen.
  6. Schakel het selectievakje Vragen aan gebruiker in om gebruikers naar de waarde te vragen wanneer ze de machine aanvragen.

Volgende stappen

Netwerken opnieuw configureren.