Een Active Directory-beleid bepaalt de eigenschappen van een machinerecord, bijvoorbeeld een domein, alsook de organisatie-eenheid waarin de record wordt gemaakt met behulp van een vRealize Automation-blueprint.

Als u een beleid toepast op een bedrijfsgroep, worden alle machineaanvragen van de leden van die bedrijfsgroep toegevoegd aan een opgegeven organisatie-eenheid. U kunt meer dan één beleid maken voor verschillende organisatie-eenheden en vervolgens een verschillend beleid toepassen op verschillende bedrijfsgroepen.

Aangepaste eigenschappen gebruiken om een Active Directory-beleid te overschrijven

Met de meegeleverde aangepaste eigenschappen van Active Directory kunt u het Active Directory-beleid, het domein, de organisatie-eenheid en andere waarden in een bepaalde blueprint overschrijven wanneer deze wordt geïmplementeerd.

De lijst met meegeleverde aangepaste eigenschappen van Active Directory is opgenomen in de Tabel aangepaste eigenschappen met E. Het voorvoegsel van de aangepaste eigenschappen is ext.policy.activedirectory.

Naast de bijgeleverde eigenschappen kunt u uw eigen aangepaste eigenschappen maken. Uw aangepaste eigenschappen moeten het voorvoegsel ext.policy.activedirectory hebben. Bijvoorbeeld, ext.policy.activedirectory.domain.extension of ext.policy.activedirectory.yourproperty. De eigenschappen worden doorgegeven aan uw aangepaste vRealize Orchestrator Active Directory-werkstromen.

Zie Aangepaste eigenschappen gebruiken voor meer informatie over aangepaste eigenschappen. Mogelijk moet u een eigenschapsdefinitie maken voor de waarden die u overschrijft. U kunt bijvoorbeeld een eigenschapsdefinitie maken die het beschikbare Active Directory-beleid ophaalt van vRealize Automation. Of u kunt een definitie maken die de aanvrager toestaat twee of meer alternatieve organisatie-eenheden te selecteren. Zie Eigenschapsdefinities gebruiken.