De namen van hosts in uw vRealize Automation-installatie moeten aan bepaalde vereisten voldoen.

  • Alle vRealize Automation-machines in uw installatie moeten elkaars namen kunnen omzetten aan de hand van de volledig gekwalificeerde domeinnaam (FQDN).

    Geef tijdens het uitvoeren van de installatie altijd de FQDN op wanneer u een machine identificeert of selecteert. Voer geen IP-adressen in.

  • Naast de FQDN-vereiste moeten Windows-machines die als host fungeren van de Model Manager-webservice, de Manager Service en de Microsoft SQL Server-database elkaars namen kunnen omzetten aan de hand van de Windows Internet Name Service (WINS)-naam.

    Configureer uw domeinnaamsysteem (DNS) zodanig dat deze korte WINS-hostnamen worden omgezet.

  • Plan de naamgeving van domeinen en machines vooraf en zorg ervoor dat namen van vRealize Automation-machines beginnen en eindigen met een letter (a-z) of cijfer (0-9) en alleen letters, cijfers of liggende streepjes (-) bevatten. Het onderstrepingsteken (_) mag niet voorkomen in de hostnaam of in de FQDN.

    Bekijk de specificaties voor hostnamen van de Internet Engineering Task Force voor meer informatie over toegestane namen. Zie www.ietf.org.

  • Houd er bij het plannen van hostnamen en FQDN's voor vRealize Automation-systemen rekening mee dat ze het best behouden blijven. Het wijzigen van een hostnaam na de installatie maakt vRealize Automation onbruikbaar.

  • U doet er daarom goed aan statische IP-adressen te gebruiken voor alle vRealize Automation-toepassings en IaaS Windows-servers. vRealize Automation ondersteunt DHCP, maar statische IP-adressen worden aanbevolen voor langetermijnimplementaties zoals productieomgevingen.

    • U wijst een IP-adres toe aan de vRealize Automation-toepassing tijdens de OVF- of OVA-implementatie.

    • Voor de IaaS Windows-servers volgt u de gebruikelijke procedure van uw besturingssysteem. Stel het IP-adres in voordat u vRealize Automation IaaS installeert.