Als vSphere-beheerder geeft u alle parameters voor de implementatieconfiguratie op voordat u begint met het installatieproces. Voordat u de installatie start, kunt u alle configuratiekeuzes die u hebt gemaakt, bijwerken of aanpassen.

Procedure

  1. Voer vra01svr01.rainpole.local in het tekstvak vRealize-adres in op de hostpagina vRealize Automation van de installatiewizard.
  2. Klik op Volgende.
  3. Voer het wachtwoord VMware1! in om een systeembeheerder te maken met de naam administrator@vsphere.local die toegang heeft tot de standaardtenant.

    Gebruik geen gelijkteken (=) als laatste teken van het wachtwoord. Het wachtwoord wordt dan wel geaccepteerd, maar het veroorzaakt fouten wanneer u het gebruikt in bewerkingen zoals het opslaan van endpoints.

  4. Klik op Volgende.
  5. Voer de gegevens van de IaaS-host in.

    Optie

    Invoer

    IaaS-webadres

    vra01iaas.rainpole.local

    IaaS-onderdelen installeren

    Selecteer vra01iaas01.rainpole.local in het vervolgkeuzemenu.

    Gebruikersnaam en wachtwoord

    Geef de verificatiegegevens van een beheerder van de IaaS Windows-server op.

    Wachtwoordzin voor beveiliging van database

    VMware1!

  6. Klik op Volgende.
  7. Voer de gegevens voor SQL Server in.
    1. Voer vra01iaas.rainpole.local in het tekstvak Servernaam in.
    2. Voer vra in het tekstvak Databasenaam in.
    3. Selecteer Nieuwe database maken.
    4. Accepteer de overige standaardconfiguraties.
    5. Klik op Valideren om uw instellingen te bevestigen.
  8. Controleer de configuratiegegevens voor de DEM (Distributed Execution Manager) in uw implementatie.

    Optie

    Invoer

    IaaS-hostnaam

    vra01iaas01.rainpole.local

    Instantienaam

    DEM

    Gebruikersnaam en wachtwoord

    Controleer de opgegeven verificatiegegevens van de beheerder van de IaaS Windows-server.

  9. Klik op Valideren om uw instellingen te controleren en klik vervolgens op Volgende.
  10. Vereist: Voer de gegevens van de vSphere-agent in, zodat vRealize Automation uw vSphere-bronnen kan beheren.

    Optie

    Invoer

    IaaS-hostnaam

    vra01iaas01.rainpole.local

    Agenttype

    vSphere

    Agentnaam

    vCenter

    Naam van endpoint

    Rainpole vCenter. De naam die u hier invoert, is hetzelfde als de naam die u later moet invoeren wanneer u het vSphere-endpoint maakt tijdens de IaaS-configuratie.

    Gebruikersnaam

    administrator@vsphere.local

    Wachtwoord

    VMware1!

  11. Klik op Valideren om uw instellingen te controleren en klik vervolgens op Volgende.
  12. Genereer certificaten voor vRealize Automation-toepassing en de IaaS Windows-server.
    1. Selecteer Certificaat genereren in het menu Certificaatactie voor vRealize Automation-toepassing.
    2. Voer de gegevens van de organisatie in.

      Optie

      Invoer

      Organisatie

      Rainpole

      Organisatie-eenheid

      Ontwikkelomgeving

      Landcode

      Voer hier uw landcode in, bijvoorbeeld NL.

    3. Klik op Gegenereerd certificaat opslaan en klik op Volgende.
    4. Herhaal deze stap om ook een webcertificaat te genereren voor de IaaS Windows-server en klik op Volgende.
    5. Omdat u de Manager Service en webonderdelen op dezelfde IaaS-server hebt geïnstalleerd, klikt u op Volgende op de pagina Certificaat van Manager Service.
  13. Klik op Valideren om te bevestigen dat de opgegeven gegevens juist zijn.
    Opmerking:

    Het validatieproces kan tussen 10 minuten en een half uur in beslag nemen. Sluit de installatiewizard niet af en klik niet op Volgende terwijl dit proces wordt uitgevoerd.

  14. Verbeter eventuele fouten die kunnen optreden en voer vervolgens het validatieproces opnieuw uit.

Resultaten

U hebt nu de implementatieconfiguratie gevalideerd en kunt doorgaan met de installatie van vRealize Automation.

Volgende stappen

Maak momentopnamen van uw machines voordat u de installatie start, zodat u de omgeving kunt herstellen wanneer er iets fout gaat.