Als u het OVA-bestand van de connector hebt geïmplementeerd, moet u de installatiewizard uitvoeren om de toepassing te activeren en de beheerderswachtwoorden configureren.

Voordat u begint

  • U hebt een activeringscode voor de connector gegenereerd.

  • Zorg ervoor dat de connectortoepassing is ingeschakeld en dat u de connector-URL kent.

  • Maak een lijst met wachtwoorden die worden gebruikt voor de connectorbeheerder, rootaccount en sshuser-account.

Procedure

  1. U voert de installatiewizard uit door de URL van de Connector in te voeren. Deze URL wordt na de implementatie van OVA weergegeven op het tabblad Console.
  2. Klik op Doorgaan op de welkomstpagina.
  3. Maak sterke wachtwoorden voor de volgende beheerderaccounts voor de virtuele Connector-toepassing.

    Sterke wachtwoorden moeten minstens acht tekens lang zijn en bestaan uit een combinatie van hoofdletters en kleine letters en minstens één cijfer of speciaal teken.

    Optie

    Beschrijving

    Toepassingsbeheerder

    Maak het wachtwoord voor de toepassingsbeheerder. De gebruikersnaam is admin. U kunt deze naam niet wijzigen. Gebruik dit account en bijbehorend wachtwoord om u aan te melden bij de Connector-services voor het beheren van de certificaten, toepassingswachtwoorden en syslog-configuratie.

    Belangrijk:

    Het wachtwoord voor de admingebruiker moet minstens zes tekens lang zijn.

    Rootaccount

    De Connector-toepassing is geïnstalleerd op basis van een standaardhoofdwachtwoord van VMware. Maak een nieuw rootwachtwoord.

    sshuser-account

    Maak het wachtwoord voor de externe toegang tot de connectortoepassing.

  4. Klik op Doorgaan.
  5. Plak de activeringscode op de pagina Connector activeren en klik op Doorgaan.
  6. Als u een automatisch ondertekend certificaat gebruikt voor de interne vRealize Automation-connector, moet u tevens informatie voor het CA-basiscertificaat opgeven.

    U kunt het CA-basiscertificaat ophalen op https://:8443/cfg/ssl. Selecteer het tabblad SSL beëindigen op load balancer en klik op de koppeling van /horizon_workspace_rootca.pem.

    De activeringscode wordt gecontroleerd en de verbinding tussen de service en connectorinstantie wordt gemaakt. Daarmee is de configuratie van de connector voltooid.

Volgende stappen

Stel de omgeving van de service in conform uw behoeften. Als u bijvoorbeeld een extra connector hebt toegevoegd omdat u twee directory's met geïntegreerde Windows-verificatie wilt synchroniseren, maakt u de directory en koppelt u deze aan de nieuwe connector.