Als de server voor IaaS Website Service of Web-load balancer crasht, kan een systeembeheerder de componenten voor IaaS Website herstellen en de load balancer opnieuw configureren voor een andere hostnaam.

Over deze taak

U kunt de server of load balancer herstellen door deze opnieuw te installeren. U kunt ook de server of de load balancer een nieuwe naam geven. Als u de server een nieuwe naam geeft, moet u de configuratiebestanden aanpassen, zodat nieuwe hostnamen worden gebruikt voor de componenten die niet worden hersteld.

Zie de vRealize Automation 7.1 installeren-documentatie voor vRealize Automation voor meer informatie.

Procedure

  1. Installeer de websitecomponent met behulp van het aangepaste installatieprogramma voor IaaS.

    Installeer de component ModelManagerData nu niet.

    Als u wilt vermijden dat gecodeerde gegevens verloren gaan, gebruikt u dezelfde wachtwoordzinnen als voor de oorspronkelijke installatie zijn gebruikt.

  2. Als u over back-ups van de configuratiebestanden beschikt, kopieert u deze bestanden naar de server waarop u de installatie uitvoert. Controleer of de instellingen juist zijn voor uw huidige implementatie.
  3. Als u de hostnaam hebt gewijzigd, toen u de Website-machine of de load balancer opnieuw installeerde, moet u de hostnaam bijwerken in de gekoppelde configuratiebestanden.

    Als uw implementatie geen gebruik maakt van een load balancer, is het adres hetzelfde als de hostnaam van de machine waarop de component ModelManagerData is geïnstalleerd. Gebruik in een omgeving met een Web-load balancer het websiteadres van de load balancer.

    Bestandspad

    Machinetype

    <vCAC-map>\Server\Website\Web.config

    Machines waarop de component Website is geïnstalleerd.

    <vCAC-map>\Server\ManagerService.exe.config

    Machines waarop een component voor Manager Service is geïnstalleerd.

    <vCAC-map>\Distributed Execution Manager\<DEM-naam>\DynamicOps.DEM.exe.config

    Machines waarop DEM Worker of DEM Orchestrator is geïnstalleerd.

    <vCAC-map>\Agents\<Agent-naam>\<Configuratiebestand voor agent>

    Alle machines en agenten die zijn geïnstalleerd.

  4. Zoek de regel key="repositoryAddress" in elk bestand en wijzig de waarde van het kenmerk value in het adres van uw Website.

    Bijvoorbeeld:

    value="https://myWebsite.myhostname.name:Poort/repository/
  5. Als u de primaire component voor de IaaS Website opnieuw installeert en als u over een back-up van de Meta Model-gegevens beschikt, kopieert u deze gegevens naar de nieuwe website.

    Voer deze stap niet uit als u een secundaire component voor de website opnieuw installeert.

    Kopieer de volgende mappen in de installatiemap bij (<vCAC-map>\Server\):

    • De map Model Manager Data

    • De map ConfigTool