Voor het gebruiken van vRealize Automation is de toepassingsdatabase vereist. U kunt de toepassingsdatabase beheren via de Virtual Appliance Management Interface (VAMI) van vRealize Appliance.

Opmerking:

De informatie geldt alleen voor implementaties die een ingesloten toepassingsdatabase gebruiken. Ze geldt niet voor implementaties die een externe Postgres-database gebruiken.

U kunt de database configureren als systeem met één knooppunt of met meerdere knooppunten voor het vergemakkelijken van hoge beschikbaarheid via failover. De toepassingsdatabase wordt oorspronkelijk ingesteld wanneer u vRealize Automationinstalleert. Er is geen onderhoud vereist, tenzij de configuratie van een machine wordt gewijzigd of u, in het geval van een geclusterde configuratie, een ander knooppunt moet promoveren tot master.

Opmerking:

De geclusterde databaseconfiguratie wordt oorspronkelijk ingesteld wanneer u een virtuele toepassing verbindt met het cluster via de bewerking Deelnemen aan cluster. Belangrijk is echter dat het databasecluster niet direct afhankelijk is van het cluster met virtuele toepassingen. Een virtual machine die is toegevoegd aan een cluster, kan bijvoorbeeld ook normaal werken als de ingesloten toepassingsdatabase niet is gestart of in geval van een fout.

Een geclusterde configuratie bevat één masterknooppunt en een of meer replicaknooppunten. Het masterknooppunt is het vRealize Automation-toepassing-knooppunt met de masterdatabase die de systeemfunctie ondersteunt. Replicaknooppunten bevatten kopieën van de database die in werking kunnen worden gezet wanneer het masterknooppunt uitvalt.

Er bestaan diverse toepassingsdatabaseopties voor hoge beschikbaarheid. Het kiezen van de replicatiemodus is de belangrijkste optie voor databaseconfiguratie. De replicatiemodus bepaalt hoe uw vRealize Automation-implementatie gegevensintegriteit waarborgt en, voor configuraties met hoge beschikbaarheid, hoe failover wordt toegepast wanneer de master of het primaire knooppunt niet langer beschikbaar is. Er zijn twee replicatiemodi beschikbaar: synchroon en asynchroon.

Beide replicatiemodi ondersteunen databasefailover, maar elke modus heeft voor- en nadelen. Houd er rekening mee dat voor een hoge beschikbaarheid van de database via failover, in de asynchrone modus minstens twee knooppunten beschikbaar moeten zijn en in de synchrone modus minstens drie knooppunten.

Replicatiemodus

Voordelen

Nadelen

Synchroon

Vermindert kans op gegevensverlies.

  • Kan de systeemprestaties beïnvloeden.

  • Vereist ten minste drie knooppunten.

Asynchroon

  • Vereist slechts twee knooppunten.

  • Heeft minder invloed op de systeemprestaties dan de synchrone modus.

Niet zo robuust als de synchrone modus in het voorkomen van gegevensverlies.

vRealize Automation ondersteunt beide modi, maar werkt standaard in asynchrone modus en biedt alleen hoge beschikbaarheid wanneer er ten minste twee knooppunten met een toepassingsdatabase zijn. Met het tabblad Database van de Virtual Appliance Management Interface kunt u overschakelen tussen synchronisatiemodi en naar wens databaseknooppunten toevoegen.

Als u een knooppunt start met een configuratie zonder hoge beschikbaarheid, kunt u later naar wens knooppunten toevoegen om de beschikbaarheid te verbeteren. Als u over geschikte hardware beschikt en behoefte hebt aan maximale bescherming tegen gegevensverlies, kunt u overwegen uw implementatie uit te voeren in synchrone modus.