Informatie over de instellingen en opties die u kunt configureren in het dialoogvenster Nieuwe blueprint. Als u de blueprint hebt gemaakt, kunt u deze instellingen wijzigen in het dialoogvenster Blueprinteigenschappen.

Tabblad Algemeen

Pas instellingen toe op uw gehele blueprint, inclusief alle onderdelen die u nu of later wilt toevoegen.

Tabel 1. Instellingen tabblad Algemeen

Instelling

Beschrijving

Naam

Voer een naam in voor uw blueprint.

Id

Het id-veld wordt automatisch ingevuld op basis van de door u ingevoerde naam. U kunt dit veld nu bewerken, maar u kunt het niet meer wijzigen nadat u de blueprint hebt opgeslagen. Omdat id's permanent en uniek zijn in uw tenant, kunt u deze gebruiken om via een programma met blueprints te communiceren en eigenschapsbindingen te maken.

Beschrijving

Vat uw blueprint samen ten behoeve van andere architecten. Deze beschrijving wordt ook voor gebruikers op het aanvraagformulier weergegeven.

Archiefdagen

U kunt een archiveringsperiode opgeven om implementaties tijdelijk te behouden in plaats van implementaties te vernietigen zodra hun lease verloopt. Geef de standaardwaarde 0 op om de implementatie te vernietigen zodra de bijbehorende lease verloopt. De archiveringsperiode begint op de dag dat de lease verloopt. Wanneer de archiefperiode eindigt, wordt de implementatie vernietigd.

Aantal leasedagen: Minimum en Maximum

Voer een minimum- en een maximumwaarde in om gebruikers de keuze te geven tussen een bereik van leaseduren. Wanneer de lease eindigt, wordt de implementatie vernietigd dan wel gearchiveerd.

Tabblad NSX-instellingen

Als u VMware NSX hebt geconfigureerd en de invoegtoepassing NSX voor vRealize Automation hebt geïnstalleerd, kunt u bij het maken of bewerken van een blueprint NSX-instellingen opgeven voor de transportzone, het reserveringsbeleid voor Edge-gateways en geleide gateways, en de app-isolatie. Deze instellingen zijn beschikbaar op het tabblad NSX-instellingen van de pagina's Nieuwe blueprint en Blueprinteigenschappen.

Voor meer informatie over NSX-instellingen raadpleegt u Instellingen voor nieuwe blueprints en blueprinteigenschappen met NSX.

Tabblad Eigenschappen

Aangepaste eigenschappen die u op blueprintniveau toevoegt, zijn van toepassing op de gehele blueprint, inclusief alle onderdelen. Deze kunnen echter worden overschreven door aangepaste eigenschappen die later in de voorrangsketen worden toegewezen. Voor meer informatie over de voorrangsvolgorde voor aangepaste eigenschappen, gaat u naar De volgorde van aangepaste eigenschappen begrijpen.

Tabel 2. Instellingen tabblad Eigenschappen

Tabblad

Instelling

Beschrijving

Eigenschapsgroepen

Eigenschapsgroepen zijn herbruikbare groepen met eigenschappen die ontworpen zijn om het toevoegen van aangepaste eigenschappen aan blueprints te vereenvoudigen. Uw tenantbeheerders en materiaalbeheerders kunnen eigenschappen groeperen die vaak samen worden gebruikt, zodat u de eigenschapsgroep kunt toevoegen aan een blueprint in plaats van het afzonderlijk invoegen van aangepaste eigenschappen.

Naar boven /Naar beneden

Beheer de voorrangsvolgorde die u aan alle eigenschapsgroepen ten opzichte van elkaar hebt gegeven door prioriteiten in te stellen voor groepen. De eerste groep in de lijst heeft de hoogste prioriteit en de aangepaste eigenschappen ervan hebben als eerste voorrang. U kunt ook slepen en neerzetten om de volgorde te wijzigen.

Eigenschappen weergeven

Geef de aangepaste eigenschappen in de geselecteerde eigenschapsgroep weer.

Samengevoegde eigenschappen weergeven

Als een aangepaste eigenschap in meer dan één eigenschapsgroep is opgenomen, krijgt de waarde die in de eigenschapsgroep met de hoogste prioriteit is opgenomen, voorrang. U kunt deze samengevoegde eigenschappen weergeven om u te helpen bij het instellen van prioriteiten voor eigenschapsgroepen.

Aangepaste eigenschappen

U kunt individuele aangepaste eigenschappen toevoegen in plaats van eigenschapsgroepen.

Naam

Voor een lijst met namen en gedragingen van aangepaste eigenschappen gaat u naar De volgorde van aangepaste eigenschappen begrijpen.

Waarde

Voer de waarde in voor de aangepaste eigenschap.

Gecodeerd

U kunt ervoor kiezen om de eigenschapswaarde te coderen, bijvoorbeeld als de waarde een wachtwoord is.

Overschrijfbaar

U kunt opgeven dat de eigenschapswaarde kan worden overschreven door de volgende persoon of hierop volgende persoon die de eigenschap gebruikt. Dit is normaal gesproken een andere architect, maar als u Weergeven in aanvraag selecteert, kunnen uw zakelijke gebruikers eigenschapswaarden weergeven en bewerken wanneer ze catalogusitems aanvragen.

Weergeven in aanvraag

Als u de eigenschapsnaam en -waarde aan uw eindgebruikers wilt tonen, kunt u ervoor kiezen om de eigenschap op het aanvraagformulier weer te geven bij aanvragen voor het inrichten van machines. U moet ook Overschrijfbaar selecteren als u wilt dat gebruikers een waarde opgeven.