Een netwerkprofiel bevat IP-gegevens, zoals een gateway, subnet en adresbereik. vRealize Automation gebruikt vSphere DHCP of een opgegeven IPAM-provider om IP-adressen toe te wijzen aan de machines die erdoor worden ingericht.

U kunt een netwerkprofiel maken voor het definiëren van een type beschikbaar netwerk, waaronder externe netwerkprofielen en -sjablonen voor NAT (Network Address Translation) en geleide netwerkprofielen die logische switches voor NSX bouwen en die omleidingsinstellingen bestemmen voor een nieuw netwerkpad. Netwerkprofielen zijn vereist wanneer u netwerkonderdelen aan een blueprint toevoegt.

Netwerkprofielen worden gebruikt om netwerkinstellingen te configureren wanneer machines worden ingericht. Ook bepalen netwerkprofielen de configuratie van NSX Edge-apparaten die worden gemaakt wanneer u machines inricht. U geeft een extern netwerkprofiel op wanneer u reserveringen en blueprints maakt. In een reservering kunt u een netwerkprofiel toewijzen aan een netwerkpad en kunt u een van deze paden opgeven voor een machineonderdeel in een blueprint.

Iemand die een blueprint maakt, geeft een relevant netwerkprofiel op tijdens het definiëren van netwerkonderdelen in de blueprint. U kunt een bestaand netwerkprofiel en een on-demand NAT- of geleid netwerkprofiel maken wanneer u netwerkadapters en load balancers definieert voor de inrichtingsmachine.

Netwerkprofielen ondersteunen ook externe IP-adresbeheerproviders (IPAM-providers) zoals Infoblox. Wanneer u een netwerkprofiel voor IPAM configureert, kunnen de machines die u hebt ingericht hun IP-adresgegevens en gerelateerde informatie zoals DNS en gateway ophalen van de geconfigureerde IPAM-oplossing. U kunt een extern IPAM-pakket gebruiken voor een andere partij, zoals Infoblox, om een IPAM-endpoint voor gebruik met een extern netwerkprofiel te definiëren.

U kunt de bereiken opgeven van IP-adressen die netwerkprofielen kunnen gebruiken. Elk IP-adres in de opgegeven bereiken die aan een machine zijn toegewezen, wordt vrijgemaakt voor hertoewijzing wanneer de machine wordt vernietigd.

U kunt een netwerkprofiel maken om een bereik van statische IP-adressen te definiëren die aan machines kunnen worden toegewezen. Netwerkprofielen kunnen aan specifieke netwerkpaden op een reservering worden toegewezen. Voor sommige machineonderdeeltypen, zoals vSphere, kunt u een netwerkprofiel toewijzen wanneer u blueprints maakt of bewerkt.

Als u virtual machines inricht door te klonen of door kickstart-/autoYaST-inrichting te gebruiken, kan de machine-eigenaar die de aanvraag doet, statische IP-adressen van een vooraf bepaald bereik toewijzen.

Als u een netwerkprofiel opgeeft in een reservering en een blueprint, krijgt de blueprintwaarde voorrang. Als u bijvoorbeeld een netwerkprofiel opgeeft in de blueprint (met behulp van de aangepaste eigenschap VirtualMAchine.NetworkN.ProfileName) en in een reservering die wordt gebruikt door de blueprint, krijgt het netwerkprofiel dat is opgegeven in de blueprint voorrang. Als de aangepaste eigenschap echter niet in de blueprint wordt gebruikt en u een netwerkprofiel selecteert voor een machine-NIC, maakt vRealize Automation gebruik van het netwerkpad van de reservering voor de machine-NIC waarvoor het netwerkprofiel is opgegeven.

Tabel 1. Beschikbare netwerktypen voor een vRealize Automation-netwerkprofiel

Netwerktype

Beschrijving

Extern

Bestaande netwerken die zijn geconfigureerd op de vSphere-server. Deze zijn het externe gedeelte van de NAT- en geleide netwerktypen. Een extern netwerkprofiel kan een bereik definiëren van statische IP-adressen die beschikbaar zijn op het externe netwerk.

U kunt ook IP-bereiken gebruiken die u hebt opgehaald van de meegeleverde interne IPAM-provider van VMware of van een externe IPAM-provideroplossing die u in vRealize Orchestrator hebt geïmporteerd en geregistreerd, zoals Infoblox IPAM.

Een extern netwerkprofiel met een statisch IP-bereik is een voorwaarde voor NAT- en geleide netwerken.

NAT

Gemaakt tijdens inrichting. Deze zijn netwerken die één set IP-adressen gebruiken voor externe communicatie en een andere set voor interne communicatie. Met een-op-een-NAT-netwerken wordt aan elke virtual machine een extern IP-adres van het externe netwerkprofiel en een intern IP-adres van het NAT-netwerkprofiel toegewezen. Met een-op-veel-NAT-netwerken delen alle machines één IP-adres van het externe netwerkprofiel voor externe communicatie.

Een NAT-netwerkprofiel definieert lokale en externe netwerken die een omzettingstabel gebruiken voor onderlinge communicatie.

Geleid

Gemaakt tijdens inrichting. Deze vertegenwoordigen een routeerbare IP-ruimte die wordt verdeeld tussen subnetten die aan elkaar gekoppeld zijn met DLR (Distributed Logical Router). Aan elk nieuw geleid netwerk wordt het volgende beschikbare subnet toegewezen en dit wordt gekoppeld aan andere geleide netwerken die hetzelfde netwerkprofiel gebruiken. De virtual machines die zijn ingericht met geleide netwerken die hetzelfde geleide netwerkprofiel hebben, kunnen communiceren met elkaar en het externe netwerk.

Een geleid netwerkprofiel definieert een routeerbare ruimte en beschikbare subnetten.

Zie de NSX Administration Guide voor meer informatie over Distributed Logical Router.