U kunt een of meer netwerkbereiken van statische IP-adressen in het netwerkprofiel definiëren voor gebruik bij het inrichten van een machine. Als u geen bereik opgeeft, kunt u een netwerkprofiel gebruiken als netwerkreserveringsbeleid om een reserveringsnetwerkpad te selecteren voor de netwerkkaart van een virtual machine (vNIC).

Over deze taak

Als in een extern netwerkprofiel geen IP-bereiken zijn gedefinieerd, kunt u dit gebruiken om op te geven welk netwerk wordt gekozen voor een virtuele netwerkkaart (vNIC). Als u het bestaande netwerkprofiel gebruikt in een geleid of NAT-netwerkprofiel, moet het ten minste één statisch IP-bereik bevatten.

U kunt IP-bereikwaarden handmatig definiëren vanuit een geïmporteerd CSV-bestand of door IP-adressen te gebruiken die door een externe IPAM-provider worden geleverd.

Procedure

  1. Klik op het tabblad Netwerkbereiken.
  2. Klik op Nieuwom een nieuwe netwerkbereiknaam en IP-adresbereik handmatig in te voeren of klik op Importeren uit CSV om de IP-adresinformatie uit een correct ingedeeld CSV-bestand te importeren.
    • Klik op Toevoegen.

      1. Voer een nieuwe naam in het tekstveld Netwerkbereik in.

      2. Voer een nieuwe netwerkbereikbeschrijving in.

      3. Voer het eerste IP-adres van het bereik in het tekstveld Eerste IP-adres in.

      4. Voer het laatste IP-adres van het bereik in het tekstveld Laatste IP-adres in.

    • Klik op Importeren uit CSV.

      1. Ga naar het CSV-bestand en selecteer het bestand of sleep het CSV-bestand naar het dialoogvenster Importeren uit CSV.

        Een rij in het CSV-bestand heeft de indeling ip_address, machine_name, status, NIC offset. Bijvoorbeeld:

        100.10.100.1,mymachine01,Unallocated
        

        CSV-veld

        Beschrijving

        ip_address

        Een IP-adres in IPv4-indeling.

        machine_name

        Naam van een beheerde machine in vRealize Automation. Als het veld leeg is, is er standaard geen naam. Als het veld leeg is, kan de veldwaarde status niet Toegewezen zijn.

        status

        Toegewezen of Niet-toegewezen, hoofdlettergevoelig. Als het veld leeg is, is de standaardwaarde Niet-toegewezen. Als de status Toegewezen is, kan het veld machine_name niet leeg zijn.

        NIC_offset

        Een niet-negatief geheel getal.

      2. Klik op Toepassen.

  3. Klik op OK.

    Het IP-bereik verschijnt in de gedefinieerde lijst van bereiken. De IP-adressen in het bereik verschijnen in de gedefinieerde IP-adressenlijst.

    De geüploade IP-adressen verschijnen op de pagina IP-adressen als u op Toepassenklikt of als u het netwerkprofiel opslaat en daarna bewerkt.

  4. Klik op het tabblad IP-adressen om de IP-adresinformatie te tonen voor de aangegeven bereikadresruimte.

    Als u de IP-adresinformatie hebt geïmporteerd uit een CSV-bestand, wordt de bereiknaam gegenereerd als Geïmporteerd uit CSV.

  5. (Optioneel) : Selecteer IP-adresinformatie in het vervolgkeuzemenu Netwerkbereik om IP-adressen te filteren.

    U kunt informatie tonen over alle gedefinieerde netwerkbereiken, de netwerkbereiken die zijn geïmporteerd uit een CSV-bestand of een genoemd netwerkbereik. Details zijn o.a. het eerste IP-adres, machinenaam, datum en tijd laatste aanpassing, en IP status.

  6. (Optioneel) : Selecteer een statustype uit het vervolgkeuzemenu IP-status om IP-adressen te filteren die horen bij de geselecteerde IP-status. Statusinstellingen zijn Toegewezen, Niet-toegewezen, Vernietigd en Verlopen.

    Voor IP-adressen die verlopen of vernietigd zijn, kunt u klikken op Herstellen om die IP-adressen voor toewijzing beschikbaar te maken. U dient het profiel op te slaan om het herstel uit te voeren. Adressen worden niet onmiddellijk hersteld, dus de statuskolom verandert niet meteen van Verlopen naar Vernietigd of Toegewezen.

  7. Klik op OK om het netwerkprofiel af te ronden.

Resultaten

U kunt een netwerkprofiel toewijzen aan een netwerkpad in een reservering of een architect van blueprints kan het netwerkprofiel in een blueprint opgeven. Als u een extern netwerkprofiel hebt gemaakt, kunt u het externe netwerkprofiel gebruiken als u een NAT- of geleid netwerkprofiel maakt.