Versie-informatie voor vRealize Automation 7.1

|

Bijgewerkt op: 25 mei 2017

vRealize Automation | 23 AUG 2016 | Model 4270058

Controleer regelmatig op aanvullingen en updates voor deze versie-informatie.

Inhoud van de versie-informatie

In deze versie-informatie komen de volgende onderwerpen aan bod:

Nieuw

De versie vRealize Automation 7.1 omvat problemen die zijn opgelost en de volgende wijzigingen.

  • Gestroomlijnd installatieproces met installatie op de achtergrond.
  • Interface met opdrachtregel voor agent en voorwaarden.
  • Migratiehulpprogramma om gegevens te verplaatsen vanuit een bronomgeving van vRealize Automation 6.2.x naar een nieuwe omgeving van vRealize Automation 7.1 met behoud van de bronomgeving.
  • IPAM-integratieframewerk met de capaciteit om machines en toepassingen met automatische toewijzing van IP-adressen in te zetten vanaf leidende systemen voor IP-adresbeheer, met de eerste integratie met Infoblox.
  • Geïntegreerde ondersteuning voor Active Directory-beleid.
  • Besturingselementen voor woordenlijst van aangepaste eigenschappen om eigenschapsdefinities en vRealize Orchestrator-acties te verbeteren.
  • Configureer gebeurtenissen van levenscycli opnieuw door middel van inschrijvingen tot de workflow van gebeurtenis-broker.
  • Aanvullende vSphere-inrichtingsopties en verbeteringen op het gebied van gegevensverzameling.
  • Mogelijkheid om handmatig horizontaal in en uit te schalen van toepassingsomgevingen die door vRealize Automation zijn ingezet, inclusief de automatische update van onafhankelijke onderdelen.
  • Aanpasbaar bericht van de dag-portlet die op de startpagina beschikbaar is.
  • Aanvullende informatie en filteropties op de pagina Items.
  • Ondersteuning stopgezet voor de externe PostgreSQL-database

Systeemvereisten

Zie de Ondersteuningsmatrix voor vRealize Automation voor informatie over de ondersteunde hostbesturingssystemen, databases en webservers.

Installatie

Zie vRealize Automation installeren voor de vereisten en installatie-instructies.

Voordat u het upgradeproces start

Nieuwe vRealize Automation-functies bieden diverse verbeteringen samen met de mogelijkheid om naar de nieuwe versie te upgraden of migreren. Als u aanbevelingen of hulp nodig hebt voordat u het upgradeproces start, gaat u naar de webpagina voor hulp bij vRealize Automation-upgrades.

Verholpen problemen

  • In vRealize Automation 7.0 zijn aangepaste eigenschapsnamen hoofdlettergevoelig

  • Het IP-adres van een virtual machine voor Amazon Web Services is niet beschikbaar in de catalogus-API nadat u de machine hebt ingericht

  • Bij de upgrade van een replicaserver van vRealize Automation 7.0 naar 7.0.1 moet de replicaserver gesynchroniseerd zijn met de masterserver. Als de replicaserver niet is gesynchroniseerd, kan de PostgreSQL-service op de replica niet worden gestart en wordt de upgrade afgebroken.

  • Edge kan de virtual machine niet toewijzen wanneer een aangepaste netwerkeigenschap is opgegeven op blueprintniveau

  • Het is niet mogelijk om de schijfgrootte te wijzigen tijdens de aanvraag van een machine uit de catalogus

  • Prerequisite Checker controleert vóór de installatie de vereisten voor de Distributed Transaction Coordinator zoals het hoort.

  • Er zijn geen dubbele aanhalingstekens toegestaan in het wachtwoord van de beheerder

  • Het is niet mogelijk om Active Directory-groepen die een hekje-teken (#) bevatten, toe te voegen aan VMware vRealize Automation 7.x

  • Het bericht Toegang geweigerd verschijnt wanneer u een ander domein kiest in het vervolgkeuzemenu op de aanmeldingspagina

  • De Prerequisite Checker-validaties voor Windows-verificatie op de IIS-server worden alleen uitgevoerd voor de standaardwebsite als de instellingen voor Windows-verificatie niet zijn aangepast na de installatie van IIS-onderdelen.

  • Er verschijnt een foutmelding bij het opslaan van de hostnaam en certificaatinstellingen in de beheerinterface van de vRealize Automation-toepassing

  • Wanneer u de vRealize Automation-toepassing voor de eerste keer implementeert en een komma (,), backslash (\) of spatie invoert tussen twee geldige tekens van het rootwachtwoord, wordt het installatieproces afgebroken wanneer u de wizard gebruikt om de toepassing in een hoge-beschikbaarheidsomgeving te installeren.

  • Wanneer u een tenant met een groot aantal groepen verwijdert, treedt mogelijk een time-out op voor het proces

  • De vereiste eigenschap van een softwareonderdeel is leeg

Bekende problemen

Installatie

  • De wachtwoordzin voor de beveiliging mag geen dubbele aanhalingstekens bevatten
    De installatie mislukt als u dubbele aanhalingstekens ( " ) gebruikt in de wachtwoordzin voor de beveiliging. U geeft de wachtwoordzin voor de beveiliging op de pagina met de IaaS-host van de installatiewizard op.
    Oplossing: Geen

  • Na een nieuwe installatie detecteert het masterknooppunt van de toepassing de status van het replicatieknoopunt van de toepassing niet
    Oplossing: Voer deze stappen uit.

    1. Open de vRealize Appliance-beheerconsole op het masterknooppunt van de toepassing.
    2. Selecteer vRA-instellingen > Database.
    3. Klik op Opnieuw instellen naast de naam van het replicatieknooppunt.

  • vRealize Automation 7.1 biedt geen ondersteuning voor de Microsoft SQL 2016 130-modus
    De Microsoft SQL 2016-database die is gemaakt tijdens de installatie van de vRealize Automation-wizard, bevindt zich in de 100-modus. Als u handmatig een SQL 2016-database maakt, moet deze zich ook in de 100-modus bevinden. Voor gerelateerde informatie raadpleegt u het Microsoft-artikel Voorwaarden, beperkingen en aanbevelingen voor beschikbaarheidsgroepen die altijd aan zijn (mogelijk in het Engels).

  • Gevolgen van beveiligingsupdates voor de Prerequisite Checker
    In deze versie wordt de Prerequisite Checker van de installatiewizard afgebroken als de Microsoft-beveiligingsupdates 3098779 en 3097997 aanwezig zijn. U kunt deze updates echter detecteren met de Prerequisite Checker en ze vervolgens verwijderen met de optie Oplossen. Daarna kunt u de Prerequisite Checker opnieuw uitvoeren op de gebruikelijke wijze.

    Oplossing: Gebruik de installatiewizard om de beveiligingsupdates te verwijderen zodat de Prerequisite Checker goed wordt uitgevoerd. U kunt de updates eventueel ook handmatig verwijderen. Nadat u de wizard hebt uitgevoerd, kunt u de updates 3098779 en 3097997 handmatig opnieuw installeren.

  • Gevolgen van beveiligingsupdates voor achtergrondinstallaties
    In deze versie verhinderen de Microsoft-beveiligingsupdates 3098779 en 3097997 de juiste werking van de nieuwe functie voor achtergrondinstallaties. Deze updates hebben ook een negatief effect op de Prerequisite Checker van de installatiewizard.

    Oplossing: U moet de updates voorafgaand aan de installatie op de achtergrond, handmatig verwijderen van de IaaS Windows-servers. Na afloop van de achtergrondinstallatie kunt u de updates 3098779 en 3097997 dan handmatig opnieuw installeren.

Upgraden

  • Kan geen XaaS-bronnen inrichten die zijn gedefinieerd vóór de upgrade van vRealize Automation 6.2.x naar 7.1
    Meerdere aangepaste bronnen met hetzelfde vRealize Orchestrator-type die zijn gedefinieerd vóór de upgrade, mislukken na de upgrade naar vRealize Automation 7.1.

    Oplossing: Als de database twee aangepaste bronnen bevat, werkt u alle verwijzingen zo bij dat deze alleen wijzen naar een van de bronnen en verwijdert u de andere bron. Start de vcac-server opnieuw op. Alle XaaS-objecten moeten worden geüpgraded bij het opstarten.

  • Migratie veroorzaakt een versieconflict voor de vRealize Orchestrator-invoegtoepassing
    Na de migratie moet u de interne VMware vRealize Orchestrator-invoegtoepassingen opnieuw installeren om versieconflicten tussen de invoegtoepassingen te verhelpen.

    Oplossing: Na een geslaagde migratie voert u deze procedure uit.

    1. Meld u aan bij de configuratie-interface van vRealize Orchestrator. Zie Aanmelden bij de configuratie-interface van vRealize Orchestrator.
    2. Klik op Opstartopties op de startpagina van het vRealize Orchestrator Control Center.
    3. Klik op Stoppen.
    4. Klik op Probleemoplossing op de startpagina van het Control Center.
    5. Klik op Opnieuw installeren van invoegtoepassingen forceren.
    6. Klik op Opstartopties op de startpagina van het Control Center.
    7. Klik op Beginnen.
  • De gekozen aangepaste achtergrondafbeelding op de aanmeldingspagina ontbreekt na installatie van vRealize Automation 7.1 of na de upgrade van vRealize Automation 7.0 naar 7.1
    De aangepaste merkvermelding in vRealize Automation 7.0 ontbreekt op de tenantaanmeldingspagina nadat u de upgrade naar vRealize Automation 7.1 hebt uitgevoerd. De opgegeven aangepaste merkvermelding wordt niet weergegeven in een nieuwe installatie van vRealize Automation 7.1.

    Oplossing: Raadpleeg het Knowledge Base-artikel 2147171.

  • Migratie van systeemeigen Active Directory mislukt met fouten
    Momenteel draagt het SSO-migratieprogramma geen geautomatiseerde, systeemeigen Active Directory over gedurende het vRealize Automation-migratieproces.

    Oplossing: Als u de systeemeigen Active Directory handmatig configureert en start, kunt u Active Directory succesvol migreren. U moet dit pas uitvoeren als u het vRealize Automation-migratieproces hebt voltooid.

  • IaaS-knooppuntmigratie van vRealize Automation 6.2.4 naar 7.1 mislukt als de instantienaam van de PostgreSQL-server niet-ASCII-tekens bevat

    Oplossing: Gebruik de omgeving voor vRealize Automation-migratie met back-upprocedure voor een IaaS-database om uw vRealize Automation 6.2.4-omgeving naar 7.1 te migreren.

  • De configuratie van IaaS Management Agent is beschadigd na een upgrade van vRealize Automation 6.2.3 of vroegere hoge-beschikbaarheidsomgeving naar 7.1.
    Na upgrade van vRealize Automation 6.2.2 naar 7.1, kan de IaaS Management Agent niet worden gestart. Een foutbericht meldt een ontbrekende knooppunt-ID in het configuratiebestand van Management Agent.

    Oplossing: Raadpleeg Knowledge Base article 2146550.

  • In een geüpgrade implementatie mislukt het in- en uitschalen
    Acties voor in- en uitschalen worden niet ondersteund voor implementaties met bulkimport en implementaties die zijn geüpgraded van vRealize Automation 6.x.

    Oplossing: Er is geen oplossing. Acties voor in- en uitschalen worden na de upgrade ondersteund voor nieuwe implementaties op basis van blueprints.

  • Er verschijnt een foutmelding wanneer u zich aanmeldt bij de beheerconsole van vRealize Automation
    U hebt zich op de juiste manier aangemeld en ziet vervolgens de foutmelding "Ongeldige reactie van server. Probeer het opnieuw." Dit probleem wordt veroorzaakt door de cache van de browser.

    Oplossing: Meld u af, wis de inhoud van de browsercache en meld u opnieuw aan.

Documentatie en Help

De volgende items of correcties zijn niet opgenomen in de documentatie voor deze release.

  • Nieuw Fout in documentatieonderwerp Een Windows-referentiecomputer voorbereiden op de ondersteuning van software.

    Er zijn verschillende correcties aangebracht in dit onderwerp. Zie versie 7.3 van het onderwerp Een Windows-referentiecomputer voorbereiden op de ondersteuning van software voor de correcties.

  • Fout in documentatieonderwerp Aanmelden bij de vRealize Orchestrator-client.

    Fout in stap 1 van het onderwerp Aanmelden bij de vRealize Orchestrator-client. De stap moet zijn:

    1. Maak verbinding met de vRealize Automation URL in een webbrowser.
  • Fout in documentatieonderwerp Aanmelden bij de configuratie-interface van vRealize Orchestrator.

    Fout in stap 4 en stap 5 van het onderwerp Aanmelden bij de configuratie-interface van vRealize Orchestrator. Deze stappen moeten worden vervangen door:

    1. Meld u aan bij vRealize Orchestrator Control Center met het rootwachtwoord dat u hebt ingevoerd bij het implementeren van uw vRealize Automation-toepassing.
  • vRealize Automation biedt geen ondersteuning voor een implementatieomgeving waarin een SCVMM-privécloudconfiguratie wordt gebruikt.
    vRealize Automation kan op dit moment niet verzamelen uit, toewijzen aan of inrichten op basis van SCVM-privéclouds.

  • Kan licenties voor vRealize Automation niet downgraden
    U ontvangt het volgende bericht wanneer u de licentiepagina van de vRealize Automation-beheerinterface gebruikt om een sleutel op te geven voor de licentie van een eerdere editie. Bijvoorbeeld: u begint met een bedrijfslicentie en probeert vervolgens een geavanceerde licentie in te voeren.

    Kan editie van bestaande licentie niet downgraden

    Deze release van vRealize Automation ondersteunt het downgraden van licenties niet. U kunt alleen licenties toevoegen van eenzelfde of latere editie. Als u wilt teruggaan naar een vorige editie, moet u vRealize Automation opnieuw installeren.

  • Definitie van aangepaste eigenschap ontbreekt voor Vrm.DataCenter.Location
    Raadpleeg de documentatie voor vRealize Automation 7.2 voor een beschrijving van deze aangepaste eigenschap.

  • Voor vCloud Air-endpoints moeten organisatienaam en vDC-naam overeenkomen
    Voor vCloud Air-endpoints moeten de organisatienaam en de vDC-naam identiek zijn voor een vCloud Air-abonnementsinstantie.

Voorgaande bekende problemen

Weergeven|Verbergen

Voorafgaande, bekende problemen zijn als volgt gegroepeerd:

Installatie

  • De vRealize Automation-pagina voor toepassingen wordt niet goed geladen
    Als Internet Explorer 11 wordt gebruikt in Windows 2012 R2, wordt de webinterfacepagina voor de vRealize Automation-toepassing niet correct geladen.

Upgraden

  • Sommige blueprints kunnen niet volledig worden geüpgraded omdat de catalogusbronnen niet goed worden bijgewerkt
    Geüpgrade blueprints voor meerdere machines die instellingen voor netwerken op aanvraag of instellingen voor load balancers op aanvraag bevatten, beschikken na de upgrade naar vRealize Automation 7.x mogelijk niet over hun volledige functionaliteit.

    Oplossing: Verwijder na de upgrade de implementaties van de blueprints voor meerdere machines en maak ze vervolgens opnieuw. Voer al het bijbehorende NSX Edge-opschoningswerk uit in NSX.

  • Bij de upgrade van vRealize Automation 6.2.0 naar 7.0 mislukt de vPostgres-upgrade en verschijnt een foutmelding
    Als de RPM-database van het systeem is beschadigd, verschijnt tijdens de upgrade de volgende foutmelding: Kan de updates niet installeren (Fout bij het uitvoeren van voorinstallatiescripts).

    Oplossing: Voor meer informatie over het herstellen van een beschadigde RPM-database raadpleegt u het artikel "RPM Database Recovery" op de RPM-website RPM. Voer de upgrade opnieuw uit als u het probleem hebt opgelost.

  • Bij het uitvoeren van de Prerequisite Checker mislukt de Checker met een waarschuwing over RegistryKeyPermissionCheck, maar de instructies om deze fout te herstellen, werken niet tijdens de installatie
    De Prerequisite Checker wordt afgebroken omdat de gebruikersnaam hoofdlettergevoelig is.

    Oplossing: Wijzig tijdelijk de naam van de gebruiker die u hebt opgegeven om de beheeragentservice op de Windows-computer uit te voeren, in de naam van een andere gebruiker en voer vervolgens opnieuw de naam van de oorspronkelijke gebruiker in met de juiste hoofd- en kleine letters voor de gebruikersnaam.

  • Wanneer u de Active Directory-verbinding hebt geïnitialiseerd en vervolgens de naam van de host wijzigt, wordt de Active Directory-connector onbruikbaar en werkt Active Directory niet meer
    U mag de hostnaam van de virtuele toepassing niet wijzigen nadat de Active Directory-verbinding is geïnitialiseerd. U kunt de naam van de load balancer in vRealize Automation Appliance Management-console wijzigen door vRA-instellingen > Hostinstellingen te selecteren.

  • Er verschijnt een foutmelding over naamvalidaties bij het upgraden van de Manager Service en het DEM Orchestrator-systeem, en de Model Manager-Webhost kan niet worden gevalideerd
    Als in het bestand ManagerService.exe.config de naam van de load balancer wordt gewijzigd, verschijnt de volgende foutmelding:
    Distributed Execution Manager "NAAM" kan niet worden geüpgraded omdat deze verwijst naar Model Manager-Webhost "xxxx.xxxx.xxxx.net:443", die niet kan worden gevalideerd. U moet deze fout oplossen voordat u de upgrade opnieuw uitvoert: Kan Model Manager-Webhost niet valideren. Het externe certificaat is ongeldig volgens de validatieprocedure.

    Oplossing: Wijzig het configuratiebestand ManagerService.exe.config op de volgende manier. De standaardlocatie is C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\Server\ManagerService.exe.config.
    Wijzig de registerwaarden van alle DEM-instanties. De DEM-instanties van de volgende registervermeldingen moeten bijvoorbeeld worden bijgewerkt.

    [HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Wow6432Node\VMware, Inc.\VMware vCloud Automation Center DEM\DemInstanceId02]
    "Name"="DEM"
    "Role"="Worker"
    "RepositoryAddress"="https://hostnaam:443/repository/"

    [HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Wow6432Node\VMware, Inc.\VMware vCloud Automation Center DEM\DemInstanceId03]
    "Name"="DEO"
    "Role"="Orchestrator"
    "RepositoryAddress"="https://hostnaam:443/repository/"

Configuratie en inrichting

  • Horizon kan in een hoge-beschikbaarheidsomgeving geen verificatie uitvoeren bij failover

    Oplossing: Start de vRealize Automation-toepassing bij failover opnieuw op om de verificatie te herstellen.

  • Sommige onderdelen werken mogelijk niet zoals verwacht nadat u een bestaande binnenste blueprint naar een huidige buitenste blueprint hebt gesleept
    De onderdeelinstellingen worden mogelijk gewijzigd, afhankelijk van de blueprint waarop het onderdeel zich bevindt. Als u bijvoorbeeld beveiligingsgroepen, beveiligingstags of netwerken op aanvraag hebt opgenomen op zowel de binnenste als buitenste blueprint, worden de instellingen van de binnenste blueprint overschreven door die van de buitenste blueprint. Netwerk- en beveiligingsonderdelen worden alleen ondersteund op het niveau van de buitenste blueprint, tenzij het gaat om bestaande netwerken die werken op het niveau van de binnenste blueprint.

    Oplossing: Voeg alle beveiligingsgroepen, beveiligingstags en netwerken op aanvraag alleen toe aan de buitenste blueprint.

  • Als u een eigenschapsgroep maakt waarvan de naam een punt bevat, kunt u de vRealize Automation-gebruikersinterface niet gebruiken om de groep te bewerken
    Dit probleem treedt op wanneer u een eigenschapsgroep maakt en hierbij een punt opneemt in de naam, bijvoorbeeld eigenschap.groep. Er verschijnt dan een lege pagina als u deze eigenschapsgroep bewerkt in de gebruikersinterface van vRealize Automation. Gebruik de REST API om deze eigenschapsgroep te bewerken.

    Oplossing: Vermijd het gebruik van een punt in de naam van een eigenschapsgroep. Als dit niet kan worden vermeden, gebruikt u de REST API om de desbetreffende groep te bewerken.

  • Door een verbroken communicatie tussen IaaS en de algemene servicecatalogus tijdens het vernietigingsproces behoudt de virtual machine een beschikbare status
    Als tijdens een vernietigingsaanvraag de verbinding tussen IaaS en de algemene servicecatalogus wordt verbroken en vRealize Automation de record van de virtual machine nog niet uit de database heeft verwijderd, behoudt de machine zijn beschikbare status. Nadat de communicatie is hersteld, wordt de vernietigingsaanvraag weliswaar bijgewerkt naar geslaagd of mislukt, maar blijft de machine nog steeds zichtbaar. Ondanks dat de machine van het endpoint is verwijderd, blijft de naam zichtbaar in de vRealize Automation-beheerinterface.

  • De optie VMware NSX load balancer vernietigen wordt weergegeven als een actie waarvoor rechten zijn verleend of als een optie van het goedkeuringsbeleid
    Het recht om de VMware NSX load balancer te vernietigen wordt ten onrechte weergegeven als een actie waarvoor rechten zijn verleend en als optie van het goedkeuringsbeleid op het tabblad Beheer. Hoewel de optie voor het vernietigen van de load balancer wordt verborgen in de lijst met acties op de ingerichte load balancer, zoals het hoort, blijft de optie zichtbaar op het tabblad Beheer. De opties staan wel in het menu, maar zijn niet functioneel.

  • Wanneer u de hostnaam van de vRealize Automation-toepassing wijzigt, worden bepaalde services als onbeschikbaar gemarkeerd

  • Als u een domeinaccount van een management agent op een gekloonde Windows Server 2012 toevoegt aan een domein, verliest de betreffende domeinaccount zijn rechten voor de persoonlijke sleutel van het certificaat van de agent
    Wanneer u een aanpassingswizard gebruikt voor het klonen van een vSphere-machine die onderdeel uitmaakt van een domein, wordt die machine losgekoppeld van dat domein. Als u de gekloonde machine opnieuw lid van het domein maakt, verschijnt de volgende foutmelding in het logboek van de management agent: CryptographicException - Sleutelset bestaat niet.

    Oplossing: U lost dit probleem op door de beveiligingsinstellingen van de persoonlijke sleutel van het certificaat te openen en weer te sluiten zonder verdere wijzigingen aan te brengen. Dit gaat als volgt:

    1. Zoek het certificaat met behulp van de module Certificaten van Microsoft Management Console. De module toont de bijbehorende agent-id in het tekstvak Beschrijvende naam.
    2. Selecteer Alle taken > Persoonlijke sleutels beheren.
    3. Klik op Geavanceerd.
    4. Klik op OK.

  • Er zijn beperkingen bij het slepen van een bestaande binnenste blueprint naar een huidige buitenste blueprint
    Wanneer u een bestaande binnenste blueprint naar een huidige buitenste blueprint sleept, gelden de volgende beperkingen als de binnenste blueprint machines bevat die zijn toegevoegd aan beveiligingsgroepen, beveiligingstags of netwerken op aanvraag. Dit probleem kan ook optreden bij geïmporteerde blueprints.
    • De buitenste blueprint mag geen binnenste blueprint bevatten die instellingen voor netwerken op aanvraag of instellingen voor load balancers op aanvraag bevat. Het gebruik van een binnenste blueprint die een onderdeel voor NSX-netwerken op aanvraag of een onderdeel voor load balancers op aanvraag bevat, is niet mogelijk.
    • Het toevoegen van nieuwe of aanvullende beveiligingsgroepen aan machines van de binnenste blueprint werkt alleen als u nieuwe beveiligingsgroepen op het niveau van de buitenste blueprint toevoegt, ook al zijn op de ontwerppagina voor blueprints beveiligingsgroepen van zowel de binnenste als buitenste blueprint te zien.
    • De oorspronkelijke beveiligingstags voor machines op de binnenste blueprint gaan verloren wanneer u op een buitenste blueprint nieuwe beveiligingstags toevoegt aan machines op de binnenste blueprint.
    • De oorspronkelijke netwerken op aanvraag voor machines op de binnenste blueprint gaan verloren wanneer u op de buitenste blueprint nieuwe netwerken op aanvraag toevoegt aan machines op de binnenste blueprint. Voor bestaande netwerken die oorspronkelijk aan de binnenste blueprint zijn toegevoegd, zijn er geen gevolgen.

    Oplossing: U kunt dit probleem op een van de volgende manieren oplossen:

    • Voeg beveiligingsgroepen, beveiligingstags of netwerken op aanvraag alleen toe aan de buitenste blueprint en niet aan de binnenste blueprint.
    • Voeg beveiligingsgroepen, beveiligingstags of bestaande netwerken alleen toe aan de binnenste blueprint en niet aan de buitenste blueprint.

  • Het menu Directorykenmerk zoeken op de pagina Directory toevoegen bevat onjuiste gegevens
    Bepaalde codereeksen bovenaan in het menu Directorykenmerk zoeken zijn onjuist.

    Oplossing: Klik op het vervolgkeuzemenu Directorykenmerk zoeken om de juiste codereeksen te zien.

  • De fout 'Bron niet gevonden' verschijnt bij de aanvraag van een catalogusitem
    Wanneer vRealize Automation in hoge-beschikbaarheidsmodus is en het hoofdknooppunt van de database faalt zonder dat een nieuw hoofdknooppunt wordt gepromoveerd, worden alle services die schrijftoegang voor de database vereisen, niet goed uitgevoerd of kunnen deze tijdelijk beschadigd raken totdat een nieuwe hoofddatabase wordt gepromoveerd.

    Oplossing: Deze fout is onvermijdbaar wanneer de hoofddatabase niet beschikbaar is. Na promotie van een nieuwe hoofddatabase verdwijnt de fout en kunt u bronnen aanvragen.

  • Er worden geen wijzigingen opgeslagen op de pagina Blueprintformulier van een XaaS-blueprint
    Als u niet op Toepassen klikt nadat u een veld van de pagina Blueprintformulier van een XaaS-blueprint hebt bijgewerkt, worden uw wijzigingen niet opgeslagen.

  • Het tabblad Items geeft geen informatie weer over de services die zijn ingeschakeld voor een load balancer
    Voor machines die zijn ingericht met een load balancer die is gekoppeld aan vCloud Networking and Security, geeft het tabblad Items geen informatie weer over de services die zijn ingeschakeld voor die load balancer.

  • Als een machine wordt vernietigd terwijl de vSphere-kloonbewerking wordt uitgevoerd, wordt de kloontaak van de machine die in behandeling is, niet geannuleerd
    Door dit probleem wordt de machine mogelijk gekloond. Het beheer van de gekloonde virtual machine valt niet meer onder vRealize Automation maar onder vCenter.

  • De aanvraag van een samengestelde blueprint mislukt direct en het formulier met aanvraagdetails kan niet worden geladen
    Als het maximumaantal leasedagen voor een samengestelde blueprint minder is dan dat van de buitenste blueprint, mislukt de aanvraag onmiddellijk en kan het formulier met details van de aanvraag niet worden geladen.

  • Het is niet mogelijk om implementaties te maken met bindingen aan DHCP IP-adressen in software-implementaties
    Als u dit probeert te doen, is het veld ip_address niet beschikbaar indien er geen netwerkprofiel bestaat. De volgende foutmelding verschijnt: Systeemfout: Interne fout bij het verwerken van aanvraag van onderdeel: com.vmware.vcac.platform.content.exceptions.EvaluationException: Geen data voor veld: ip_address.

    Oplossing: Als een binding vereist is, gebruikt u statische IP-adressen of IP-adressen die worden beheerd door vRealize Automation (netwerkprofiel), of gebruikt u een IPAM-integratie. Als u DHCP gebruikt, moet u een binding met de hostnaam maken en niet met het IP-adres.

    Gebruik het volgende script om het IP-adres van een CentOS-machine op te halen:
    IPv4_Address = $(hostname -I | sed -e 's/[[:space:]]$//')
    echo $IPv4_Address

    Maak een binding met de waarde die dit script oplevert als het IP-adres nodig is voor DHCP-gebruikssituaties.

  • Er wordt een domein toegevoegd aan een gebruikers-UPN wanneer u een directory maakt die het directoryzoekkenmerk UserPrincipalName bevat
    Wanneer u een nieuwe directory maakt en u selecteert UserPrincipalName voor het directoryzoekkenmerk, wordt een domein aan een gebruikers-UPN toegevoegd. Bijvoorbeeld, de vRealize Automation-gebruikersnaam van een gebruiker met gebruiker.domein@domein.lokaal UPN wordt weergegeven als gebruiker.domein@domein.lokaal@domein.lokaal. Dit gebeurt als het UPN-achtervoegsel op de AD-site is geconfigureerd als een domein. Als het UPN-achtervoegsel is aangepast, bijvoorbeeld naar "voorbeeld.com", dan wordt de vRealize Automation-gebruikersnaam van een gebruiker met gebruiker.domein@voorbeeld.com UPN weergegeven als gebruiker.domein@voorbeeld.com@domein.lokaal.
    Als het directoryzoekkenmerk UserPrincipalName wordt gebruikt, moeten gebruikers hun gebruikersnaam exact zoals deze verschijnt (gebruiker.domein@domein.lokaal@domein.lokaal), inclusief het domein, invoeren om zich aan te melden om de REST API of de Cloud Client te kunnen gebruiken.

    Oplossing: Gebruik sAMAccountName in plaats van UserPrincipalName zodat het beheer van directory's de uniekheid van gebruikersnaam en domein ondersteunt.

  • De 404-fout Not Found (niet gevonden) verschijnt wanneer u een machine aanvraagt namens een andere gebruiker
    Als een blueprint een NAT-netwerk op aanvraag of een load balancer-onderdeel op aanvraag bevat, dan verschijnt de 404-fout Not Found wanneer een implementatie wordt aangevraagd namens een andere gebruiker.

  • Machines die worden geïmporteerd met behulp van Bulkimport, worden niet toegewezen aan de juiste geconvergeerde blueprint en onderdeelblueprint

    Oplossing: Voeg de aangepaste eigenschap VMware.VirtualCenter.OperatingSystem toe aan elke machine in het CSV-importbestand.

    Bijvoorbeeld:
    Yes,NNNNP2-0105,8ba90c35-9e03-4ac4-8a5d-2e6d76f37b81,development-res,ce-san-1:custom-nfs-2,UNNAMED_DEPLOYMENT-0105,BulkImport,Imported_Machine,system_blueprint_vsphere,user.admin@sqa.local,VMWare.VirtualCenter.OperatingSystem,sles11_64Guest,NOP

  • Er ontbreken catalogusbeheeracties in vRealize Automation

    Oplossing: Voor informatie over het oplossen van dit probleem raadpleegt u Knowledge Base 2113027.

  • Bij een Active Directory met meer dan 15 gebruikersgroepen worden bij het synchroniseren van de Active Directory de groepen niet weergegeven
    Als er meer dan 15 groepen zijn, verschijnen er maar een paar groepen wanneer u de Active Directory met behulp van Beheer > Beheer van identiteitsarchieven > Identiteitsarchieven probeert te synchroniseren in de vRealize Automation-beheerinterface.

    Oplossing: Klik op Selecteren om de volledige lijst te zien.

  • Als u een replica-instantie hebt gepromoveerd naar een master-instantie, verschijnt er onjuiste informatie op het tabblad Database van de vRealize Automation-beheerinterface voor het master-knooppunt
    Gebruik, indien het master-knooppunt van de vRealize Automation-appliance niet correct start, de vRealize Automation-beheerinterface van een goed functionerend knooppunt voor clusterbeheerbewerkingen.

  • Wanneer een datastore wordt verplaatst van de ene vSphere Storage DRS naar een andere, verwijdert het systeem een virtual machine in plaats van er een te maken
    Als u een datastore verplaatst van een vSphere Storage DRS-cluster naar een ander vSphere Storage DRS-cluster en het automatiseringsniveau van het doelcluster niet automatisch is, wordt bij het opnieuw inrichten van een gemaakte machine de machine verwijderd met de volgende fout: StoragePlacement: geen datastore opgegeven voor schijf van VM zonder sdrs-ondersteuning. Dit probleem doet zich niet voor wanneer de virtual machine wordt gekloond.

    Oplossing: Controleer of het automatiseringsniveau van het doelcluster is ingesteld op automatisch voordat u een datastore verplaatst van het ene vSphere Storage DRS-cluster naar een ander.