Voor maximale veiligheid moet u vRealize Automation-onderdelen configureren zodat hierin sterke codes worden gebruikt. De versleutelingscode die tussen de server en de browser wordt onderhandeld, bepaalt hoe sterk de versleuteling is die wordt gebruikt in een TLS-sessie. Schakel zwakke codes in vRealize Automation-onderdelen uit om ervoor te zorgen dat alleen sterke codes worden geselecteerd. Configureer de server zodat deze alleen sterke codes ondersteunt en dat er voldoende grote codes worden gebruikt. Configureer alle codes ook in een passende volgorde.

Coderingssuites die niet acceptabel zijn

Schakel coderingssuites uit die geen verificatie bieden, zoals de coderingssuites NULL, aNULL of eNULL. Schakel ook anonieme Diffie-Hellman-sleuteluitwisseling (ADH) uit, codes op exportniveau (EXP, codes met DES), sleutels van minder dan 128 bit voor het versleutelen van nettoladingverkeer, het gebruik van MD5 als hashing-mechanisme voor nettoladingverkeer, IDEA-coderingssuites en RC4-coderingssuites. Zorg ook dat coderingssuites die gebruikmaken van Diffie-Hellman-sleuteluitwisseling (DHE) zijn uitgeschakeld.