U kunt een netwerkconfiguratie toevoegen aan een containersjabloon om de containers waaruit de sjabloon is samengesteld, met elkaar te verbinden. Deze netwerkconfiguratie wordt automatisch geïmplementeerd voor alle toepassingen die gebruikmaken van de sjabloon. U kunt een bestaand netwerk toevoegen of eventueel een nieuw netwerk configureren en toevoegen.

Voordat u begint

  • Zorg dat u een sjabloon beschikbaar hebt. Maak anders eerst een nieuwe sjabloon.

  • Controleer of u rechten hebt voor de rol van containerbeheerder, containerarchitect of IaaS-beheerder.

  • Controleer of er ten minste één host is geconfigureerd die u kunt gebruiken voor de configuratie van het containernetwerk.

Procedure

  1. Meld u aan bij vRealize Automation.
  2. Klik op het tabblad Containers.
  3. Klik op Sjablonen in het linkervenster.

    Er verschijnt een reeks pictogrammen voor de sjablonen en images die beschikbaar zijn om in te richten.

  4. (Optioneel) : Wijzig de weergave zodat alleen sjablonen worden weergegeven. Hiertoe klikt u op Weergave: Sjablonen in de header rechtsboven de pictogrammen.
  5. Klik op Bewerken rechtsboven in de sjabloon die u wilt aanpassen.

    De pagina Sjabloon bewerken verschijnt met daarop de containerpictogrammen en een leeg pictogram met een plusteken.

  6. Plaats de cursor op het lege pictogram om de optie Netwerk toevoegen weer te geven.
  7. Klik op het pictogram Netwerk toevoegen.

    Het venster Netwerk toevoegen verschijnt. U kunt een bestaand netwerk toevoegen of een nieuw netwerk configureren en toevoegen.

  8. (Optioneel) : Voeg een bestaand netwerk toe.
    1. Klik op het selectievakje Bestaand.
    2. Klik in het veld Naam om een vervolgkeuzelijst met bestaande netwerken weer te geven.
    3. Selecteer het gewenste netwerk en klik op Opslaan.

    Het venster Netwerk toevoegen wordt gesloten en het toegevoegde netwerk wordt als een horizontaal pictogram weergegeven onder de containerpictogrammen op de pagina Sjabloon bewerken. Er wordt tevens een netwerkconnectorpictogram weergegeven aan de onderkant van de containerpictogrammen.

  9. (Optioneel) : Configureer een nieuw netwerk en voeg dit toe.
    1. Typ een willekeurige tekenreekswaarde in het veld Naam.

      Als u de nieuwe configuratie opslaat, wordt een unieke id aan de naamwaarde toegewezen.

    2. Klik op het selectievakje Geavanceerd.

      Er verschijnen aanvullende instellingen voor de netwerkconfiguratie in het scherm Netwerk toevoegen.

    3. Vul de gewenste instellingen voor de netwerkconfiguratie in.

      Optie

      Beschrijving

      IPAM-configuratie

      Subnet

      Geef de unieke subnet- en gatewaywaarden voor deze netwerkconfiguratie op. Deze waarden mogen niet overlappen met andere netwerken op dezelfde containerhost.

      Aangepaste eigenschappen

      Geef eventueel aangepaste eigenschappen voor de nieuwe netwerkconfiguratie op. Deze eigenschapsnamen zijn hoofdlettergevoelig.

      containers.ipam.driver

      Uitsluitend voor gebruik met containers Hiermee wordt het IPAM-stuurprogramma opgegeven dat wordt gebruikt wanneer een netwerkonderdeel Containers wordt toegevoegd aan een blueprint. De ondersteunde waarden zijn afhankelijk van de stuurprogramma's die zijn geïnstalleerd in de hostomgeving van de container waarin ze worden gebruikt. Een ondersteunde waarde kan bijvoorbeeld infoblox of calico zijn, afhankelijk van de IPAM-invoegtoepassingen die zijn geïnstalleerd op de host van de container.

      containers.network.driver

      Uitsluitend voor gebruik met containers Hiermee wordt het netwerkstuurprogramma opgegeven dat wordt gebruikt wanneer een netwerkonderdeel Containers wordt toegevoegd aan een blueprint. De ondersteunde waarden zijn afhankelijk van de stuurprogramma's die zijn geïnstalleerd in de hostomgeving van de container waarin ze worden gebruikt. De door Docker geleverde netwerkstuurprogramma's omvatten de stuurprogramma's bridge, overlay en macvlan, terwijl in de door Virtual Container Host (VCH) geleverde stuurprogramma's het stuurprogramma bridge is opgenomen. Externe netwerkstuurprogramma's, zoals weave en calico, zijn mogelijk ook beschikbaar, afhankelijk van de netwerkinvoegtoepassingen die zijn geïnstalleerd op de host van de container.

      Hosts

      Geef indien nodig de netwerkhosts op.

    4. Klik op Netwerk maken.

    Het venster Netwerk toevoegen wordt gesloten en het toegevoegde netwerk wordt als een horizontaal pictogram weergegeven onder de containerpictogrammen op de pagina Sjabloon bewerken. Er wordt tevens een netwerkconnectorpictogram weergegeven aan de onderkant van de containerpictogrammen.

  10. Als u verbinding wilt maken tussen een container en het nieuwe netwerk, sleept u het netwerkconnectorpictogram van de container naar een willekeurige plek op het horizontale pictogram dat het netwerk vertegenwoordigt.