U kunt een MSSQL-database zonder extra stappen terugzetten vanaf een back-up. Als de MSSQL-databasemachine een andere hostnaam heeft, moet u de configuratiegegevens van de MSSQL-database herzien.

Procedure

  1. Werk de databasevermeldingen bij.
    1. Open SQL Server Management Studio en zoek de tabel DynamicOps.RepositoryModel.Models.
    2. Zoek de tekenreeks Data Source in de tabel en wijzig de oorspronkelijke hostnaam van de SQL Server in de nieuwe hostnaam. Doe dit voor elk exemplaar van de verbindingsreeks.

      Bijvoorbeeld:

      Data Source=MACHINE-NAME.domain.name;...
  2. Voor machines met een websiteonderdeel die niet opnieuw worden geïnstalleerd, moet u de hostnaam in het configuratiebestand wijzigen .
    1. Open het bestand C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\Server\Model Manager Web\Web.config in een editor.
    2. Zoek het element repository op en breng de volgende wijzigingen aan:
      • Wijzig de waarde van het attribuut server voor de hostnaam van de database. Bijvoorbeeld:

        server=DB-repository-hostname.domain.name
        				  
      • Als u de naam van de database hebt gewijzigd, gebruikt u de nieuwe naam als aangepaste waarde voor het attribuut database.

    3. Sla het bestand Web.config op en sluit het.
  3. Voer de opdracht iisreset uit onder een account met beheerdersrechten.
  4. Voor machines met een Manager Service-onderdeel die niet opnieuw worden geïnstalleerd, moet u de hostnaam in het configuratiebestand wijzigen.
    1. Open het bestand C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\Server\ManagerService.exe.config in een editor.
    2. Zoek de tekenreeks Data Source en wijzig de oorspronkelijke hostnaam van de SQL Server in de nieuwe hostnaam. Doe dit voor elk exemplaar van de verbindingsreeks. Bijvoorbeeld:
      server=DB-hostname.domain.name
      				  
    3. Als u de naam van de database hebt gewijzigd, gebruikt u de nieuwe naam als aangepaste waarde voor het attribuut Initial Catalog. Bijvoorbeeld:
       Initial Catalog=DBName;
      				
    4. Sla het bestand ManagerService.exe.config op en sluit het.
  5. Start de Manager Service opnieuw op.

Volgende stappen