U kunt een NSX NAT-netwerkonderdeel of NSXgeleid netwerk op aanvraag als onderdeel toevoegen aan het ontwerpcanvas als u de bijbehorende instellingen wilt koppelen aan een of meer vSphere-machineonderdelen op de blueprint.

Voordat u begint

  • Netwerkinstellingen voor NSX extern maken en configureren. Zie Checklist voor de voorbereiding van de netwerk- en beveiligingsconfiguratie van NSX en NSX Administration Guide.

  • Controleer of de NSX-invoegtoepassing voor vRealize Automation is geïnstalleerd en of de NSX-inventaris is uitgevoerd voor uw cluster.

    Als u NSX-configuraties wilt gebruiken in vRealize Automation, moet u de NSX-invoegtoepassing installeren en gegevensverzameling uitvoeren.

  • Maak een netwerkprofiel. Zie Een netwerkprofiel maken.

    Maak bijvoorbeeld een netwerkprofiel voor NAT als u het onderdeel NAT-netwerk op aanvraag toevoegt.

  • Meld u aan bij de vRealize Automation-console als infrastructuurarchitect.

  • Open een nieuwe of bestaande blueprint in het ontwerpcanvas met behulp van het tabblad Ontwerpen.

Over deze taak

Wanneer u een onderdeel van een bestaand netwerk of een netwerk op aanvraag koppelt aan een machineonderdeel, wordt de NIC-informatie opgeslagen bij het machineonderdeel. De opgegeven netwerkprofielgegevens worden opgeslagen in het netwerkonderdeel.

U kunt meerdere netwerk- en beveiligingsonderdelen toevoegen aan het ontwerpcanvas.

Voor machineonderdelen zonder tabblad Netwerk of Beveiliging kunt u netwerk- en beveiligingseigenschappen, zoals VirtualMachine.Network0.Name, toevoegen aan het tabblad Eigenschappen in het ontwerpcanvas. Netwerk-, beveilgings- en load balancer-eigenschappen voor NSX zijn uitsluitend van toepassing op vSphere-machines.

Procedure

  1. Klik op Netwerk en beveiliging in de sectie Categorieën om de lijst met beschikbare netwerk- en beveiligingsonderdelen weer te geven.
  2. Sleep een van de netwerkonderdelen op aanvraag naar het ontwerpcanvas, afhankelijk van of u een on-demand NAT of een on-demand geleid netwerk als onderdeel wilt configureren.
  3. Typ een onderdeelnaam in het tekstvak ID als unieke identificatie van het onderdeel op het ontwerpcanvas .
  4. Selecteer het gewenste netwerkprofiel in het vervolgkeuzemenu Bovenliggend netwerkprofiel.

    Selecteer bijvoorbeeld een NAT-netwerkprofiel als u het netwerkonderdeel NAT op aanvraag toevoegt.

    De volgende netwerkinstellingen worden automatisch ingevuld op basis van het gekozen netwerkprofiel. U kunt deze waarden wijzigen in het betreffende netwerkprofiel:

    • Naam extern netwerkprofiel

    • NAT-type (NAT-netwerk op aanvraag)

    • Subnetmasker

    • Bereik subnetmasker (geleid netwerk op aanvraag)

    • Bereik subnetmasker (geleid netwerk op aanvraag)

    • Basis IP-adres (geleid netwerk op aanvraag)

  5. (Optioneel) : Typ een beschrijving van het onderdeel in het tekstvak Beschrijving.
  6. (Optioneel) : Klik op het tabblad DNS/WINS.
  7. (Optioneel) : Geef de DNS- en WINS-instellingen voor het netwerkprofiel op of accepteer de instellingen.
    • Primaire DNS

    • Secundaire DNS

    • DNS-achtervoegsel

    • Gewenste WINS

    • Alternatieve WINS

    Voor een bestaand netwerk kunt u de DNS- of WINS-instellingen niet wijzigen.

  8. (Optioneel) : Klik op het tabblad DHCP als u het IP-adresbereik en de leaseduur van het onderdeel NAT op aanvraag wilt opgeven.

    U kunt de begin- en eindwaarde van de IP-adressen voor het DHCP-bereik opgeven. Wanneer u de virtual machine hebt ingericht met DHCP, krijgt de machine via de netwerkadapter een IP-adres toegewezen binnen het opgegeven bereik. Dit is standaard een statische netwerkadapter. Er mogen voor deze IP-adressen geen netwerk- of uitzendadressen van het gekoppelde subnet worden gebruikt. Statische IP-bereiken mogen elkaar niet overlappen.

    DHCP is alleen beschikbaar voor een-op-veel NAT-netwerkonderdelen op aanvraag.

  9. (Optioneel) : Geef de beginwaarde van het IP-adresbereik op in het tekstvak Begin IP-bereik.
  10. (Optioneel) : Geef de eindwaarde van het IP-adresbereik op in het tekstvak Einde IP-bereik.
  11. Geef in het tekstvak Leasetijd (seconden) de leaseduur in seconden voor DHCP op of laat het veld leeg als u een onbeperkte leaseduur wilt gebruiken. Voor NAT-netwerken kunt u ook het IP-bereik wijzigen.
  12. (Optioneel) : Klik op het tabblad IP-bereiken.

    U ziet het IP-bereik of de IP-bereiken voor het netwerkprofiel. U kunt de sorteervolgorde of kolomweergave wijzigen. Voor NAT-netwerken kunt u ook de waarden van het IP-bereik wijzigen.

  13. Klik op Voltooien om de blueprint op te slaan als concept of ga verder met het configureren van de blueprint.

Volgende stappen

U kunt doorgaan met het configureren van netwerkinstellingen door aanvullende netwerkonderdelen toe te voegen en door instellingen te selecteren op het tabblad Netwerk van een vSphere-machineonderdeel in het ontwerpcanvas.