Met behulp van plaatsingen en plaatsingsinstellingen kunt u de gebruikte bronnen van een bedrijfsgroep beperken en reserveren. U kunt tevens een prioriteit instellen voor de gereserveerde hoeveelheid CPU- of geheugenbronnen.

Voordat u begint

  • Meld u aan bij de vRealize Automation-console als containerbeheerder.

  • Controleer of de opgegeven hoeveelheid CPU- of geheugenbronnen ook beschikbaar zijn.

  • Controleer of er ten minste één host is geconfigureerd die u kunt gebruiken voor de configuratie van het containernetwerk.

Over deze taak

U kunt de gemaakte plaatsingen bewerken of verwijderen door ze met de muis aan te wijzen en op de bijbehorende knop te klikken.

Wanneer u plaatsingen maakt of beheert, klikt u op een van de twee pictogrammen aan de rechterzijde om aanvullende opties uit te vouwen. Met de pictogrammen Plaatsingszones en Implementatieplaatsingen kunt u plaatsingszones en implementatieplaatsingen toevoegen en beheren.

Procedure

  1. Klik op het tabblad Containers.
  2. Klik op Plaatsingen.
  3. Klik op Toevoegen op de pagina Plaatsingen.
  4. Voer een naam in voor de plaatsing.
  5. Wijs de plaatsing toe aan een groep.
  6. Selecteer een plaatsingszone in de lijst.
  7. (Optioneel) : Selecteer een implementatieplaatsing in de lijst.
  8. (Optioneel) : Voer een waarde in voor de prioriteit van de plaatsing.

    Voer een positief getal in, waarbij 1 voor de hoogste prioriteit staat. Laat het veld leeg als de plaatsing geen prioriteit heeft.

  9. Geef het aantal instanties op.
  10. Selecteer de hoeveelheid geheugen die maximaal kan worden gebruikt.

    Selecteer een getal tussen 0 en het beschikbare geheugen van de plaatsingszone. Dit is het totale beschikbare geheugen voor de bronnen in deze plaatsing. Voer 0 in als er geen limiet is.

  11. Voer het percentage CPU-bronnen in dat u aan deze plaatsing wilt toewijzen.
  12. Klik op het vinkje om de plaatsing te maken.