U kunt blueprints voor meerdere machines en met beheerde services vanaf een ondersteunde vRealize Automation 6.2.x-implementatie upgraden.

Als u blueprints voor meerdere machines upgradet, worden onderdeelblueprints geüpgraded als afzonderlijke blueprints voor één machine. De blueprint voor meerdere machines wordt geüpgraded als een samengestelde blueprint waarin de eerdere onderliggende blueprints zijn genest als afzonderlijke onderdeelblueprints.

Met de upgrade wordt één samengestelde blueprint in de doelimplementatie gecreëerd die één machineonderdeel bevat voor elke onderdeelblueprint in de bronblueprint voor meerdere machines. Als de blueprint voor meerdere machines een instelling bevat die niet wordt ondersteund in de bronimplementatie van vRealize Automation, wordt de blueprint geüpgraded, maar wordt de status ervan gewijzigd in concept in de doelimplementatie. Als bijvoorbeeld de blueprint voor meerdere machines een privénetwerkprofiel bevat, wordt de instelling voor het privénetwerkprofiel genegeerd tijdens de upgrade en wordt de blueprint geüpgraded met de status concept. U kunt de concept-blueprint bewerken, zodat u andere netwerkprofielinformatie kunt opgeven en de blueprint kunt publiceren.

Opmerking:

Als een gepubliceerde blueprint in de bronimplementatie wordt geüpgraded naar een blueprint met de conceptstatus, maakt de blueprint niet langer deel uit van een service of recht. Nadat u de blueprint hebt bijgewerkt en gepubliceerd in vRealize Automation 7.2, moet u het vereiste goedkeuringsbeleid en de vereiste rechten opnieuw maken.

Bepaalde instellingen voor blueprints voor meerdere machines worden niet ondersteund in de bronimplementatie van vRealize Automation, waaronder privénetwerkbestanden en geleide netwerkprofielen met gekoppelde PLR edge-instellingen. Als u een aangepaste eigenschap hebt gebruikt voor het opgeven van PLR edge-instellingen (VCNS.LoadBalancerEdgePool.Names ), wordt de aangepaste eigenschap bijgewerkt.

Als de blueprint voor meerdere machines vSphere-endpoints en NSX-netwerk- en -beveiligingsinstellingen gebruikt, bevat de bijgewerkte samengestelde blueprint eveneens NSX-netwerk- en -beveiligingsonderdelen in het ontwerpcanvas.

Opmerking:

Specificaties voor een geleide gateway bij blueprints met meerdere machines, zoals gedefinieerd in reserveringen, worden geüpgraded. De doelimplementatie van vRealize Automation ondersteunt echter geen reserveringen voor geleide profielen met gekoppelde PLR edge-instellingen. Als de bronreservering een waarde voor een geleide gateway bevat voor een PLR edge, wordt de reservering bijgewerkt, maar wordt de instelling voor de geleide gateway genegeerd. Als gevolg hiervan wordt door de upgrade een foutbericht in het logboekbestand gegenereerd en wordt de reservering uitgeschakeld.

Tijdens het upgraden worden spaties en speciale tekens verwijderd uit de namen van netwerk- en beveiligingsonderdelen waarnaar wordt verwezen.

Al naar gelang het instellingstype wordt de netwerk- en beveiligingsinformatie als verschillende instellingen in de nieuwe blueprint vastgelegd.

  • Instellingen voor de algemene blueprint op de bijbehorende eigenschappenpagina. Tot deze informatie behoort informatie over toepassingsisolatie, transportzones en geleide gateways of informatie over het NSX Edge-reserveringsbeleid.

  • Beschikbare instellingen voor vSphere-machineonderdelen in NSX-netwerk- en -beveiligingsonderdelen in het ontwerpcanvas.

  • Instellingen op de netwerk- en beveiligingstabbladen van afzonderlijke vSphere-machineonderdelen in het ontwerpcanvas.