Als softwarearchitect kunt u herbruikbare softwareonderdelen maken, configuratie-eigenschappen standaardiseren en actiescripts gebruiken om exact op te geven hoe onderdelen worden geïnstalleerd, geconfigureerd, verwijderd of bijgewerkt tijdens bewerkingen op implementatieschaal. U kunt deze actiescripts op elk gewenst moment herschrijven en deze live publiceren om wijzigingen door te voeren in ingerichte softwareonderdelen.

U kunt uw actiescripts op een algemene en herbruikbare manier ontwerpen door naam- en waardeparen die software-eigenschappen worden genoemd, te definiëren en te verbruiken en ze als parameters door te geven aan uw actiescripts. Als uw software-eigenschappen over onbekende waarden beschikken of als de waarden in de toekomst moeten worden gedefinieerd, kunt u andere blueprintarchitecten of eindgebruikers de waarden laten opgeven. As u een waarde van een ander onderdeel in een blueprint nodig hebt, bijvoorbeeld het IP-adres van een machine, kunt u uw software-eigenschap aan de IP-adreseigenschap van die machine binden. Met behulp van software-eigenschappen kunt u uw actiescripts parameteriseren om ze algemeen en herbruikbaar te maken, zodat u softwareonderdelen kunt implementeren in verschillende omgevingen zonder uw scripts te hoeven wijzigen.

Tabel 1. Levenscyclusacties

Levenscyclusacties

Beschrijving

Installeren

Installeer uw software. U kunt bijvoorbeeld de installatiefragmenten van Tomcat-server downloaden en een Tomcat-service installeren. Scripts die u voor de actie Levenscyclus installeren schrijft, worden uitgevoerd wanneer de software voor de eerste keer wordt ingericht, tijdens een eerste implementatieaanvraag of als onderdeel van een opschaling.

Configureren

Configureer uw software. Voor het voorbeeld van Tomcat kunt u de JAVA_OPTS en CATALINA_OPTS instellen. Configuratiescripts worden uitgevoerd nadat de installatie-actie is voltooid.

Start

Start uw software. U kunt bijvoorbeeld proberen de Tomcat-service te starten met behulp van de startopdracht in de Tomcat-server. Startscripts worden uitgevoerd nadat de configuratie-actie is voltooid.

Bijwerken

Als u uw softwareonderdeel zodanig ontwerpt dat deze schaalbare blueprints kan ondersteunen, dient u alle updates uit te voeren die vereist zijn na een opschaal- of neerschaalbewerking. U kunt bijvoorbeeld de clustergrootte van een geschaalde implementatie wijzigen en de geclusterde knooppunten beheren met behulp van een load balancer. Ontwerp uw updatescripts zodanig dat ze meerdere keren kunnen worden uitgevoerd (idempotent) en dat ze zowel opschaal- als neerschaalbewerkingen kunnen uitvoeren. Wanneer een schalingsbewerking is uitgevoerd, kunnen er updatescripts worden uitgevoerd op alle afhankelijke softwareonderdelen.

Installatie ongedaan maken

Verwijder uw software. U kunt bijvoorbeeld specifieke acties uitvoeren in de toepassing voordat een implementatie wordt vernietigd. Verwijderingsscripts worden uitgevoerd wanneer softwareonderdelen worden vernietigd.

U kunt vooraf gedefinieerde Software-onderdelen downloaden voor een reeks middleware-services en -toepassingen van de VMware Solution Exchange. Als u de vRealize CloudClient of de vRealize Automation-REST-API gebruikt, kunt u vooraf gedefinieerde Software-onderdelen programmatisch importeren in uw vRealize Automation-instantie.