Koppelingen en vrijgegeven services faciliteren de communicatie tussen containerservices en de taakverdeling op hosts. U kunt de koppelingsinstellingen voor uw containers configureren in Containers.

Voordat u begint

  • Controleer of Containers voor vRealize Automation is ingeschakeld voor uw ondersteunde vRealize Automation-implementatie.

  • Controleer of u rechten hebt voor de rol van containerbeheerder of containerarchitect.

  • Zorg dat er een netwerkbridge beschikbaar is voor het koppelen van services.

  • Zorg dat de interne poort van de doelservice is gepubliceerd. U kunt de service voor een kruislingse communicatie toewijzen aan een willekeurige andere poort, mits deze buiten de host om toegankelijk is.

  • Controleer of er verbinding is tussen de servicehosts.

Over deze taak

U kunt koppelingen gebruiken om communicatie tussen meerdere services in uw toepassing mogelijk te maken. De koppelingen in Containers zijn een soort Docker-koppelingen, maar dan bedoeld om containers op verschillende hosts met elkaar te verbinden. Een koppeling bestaat uit twee onderdelen: een servicenaam en een alias. De servicenaam is de naam van de aangeroepen service of sjabloon. De alias is de naam van de host die u wilt gebruiken voor de communicatie met die service.

Stel u hebt een toepassing met een web- en databaseservice en u maakt vanuit de webservice een koppeling naar de databaseservice met behulp van een alias van my-db. De webservicetoepassing opent dan een TCP-verbinding met my-db:{PORT_OF_DB}. Deze PORT_OF_DB is de poort waar de database naar luistert, ongeacht welke openbare poort via de containerinstellingen is toegewezen aan de host. Als MySQL naar updates zoekt op de standaardpoort 3306, terwijl poort 32799 als gepubliceerde poort voor de containerhost wordt gebruikt, zal de webtoepassing de database benaderen op my-db:3306.

Opmerking:

Het wordt aanbevolen om netwerken te gebruiken in plaats van koppelingen. Koppelingen worden inmiddels als een verouderde Docker-functie beschouwd met aanzienlijke beperkingen bij het koppelen van containerclusters, zoals:

  • Docker ondersteunt het gebruik van meerdere koppelingen met dezelfde alias niet. Het wordt aanbevolen om de koppelingsaliassen door Containers voor vRealize Automation te laten genereren.

  • U kunt voor een container-runtime geen koppelingen bijwerken. Wanneer u een gekoppelde cluster opschaalt of neerschaalt, worden de koppelingen van de afhankelijke container niet bijgewerkt.

Procedure

  1. Meld u aan bij vRealize Automation.
  2. Klik op het tabblad Containers.
  3. Klik op Sjablonen in het linkervenster.
  4. Bewerk de sjabloon of de image.
  5. Een sjabloon bewerken
    1. Klik op Bewerken rechtsboven in de sjabloon die u wilt openen.
    2. Als de sjabloon meerdere sjablonen bevat, wijst u de sjabloon aan die u wilt bewerken en klikt u Bewerken rechtsboven in de sjabloon die u wilt openen.
  6. Een image bewerken
    1. Klik op de pijl naast de knop Inrichten van de image en klik op Aanvullende gegevens invoeren.

    De pagina Een container inrichten of Containerdefinitie bewerken verschijnt. Hier hebt u toegang tot verschillende categorieën van bewerkbare eigenschappen en instellingen.

  7. Klik op het tabblad Basis.
  8. Typ in het tekstvak Services een door komma's gescheiden lijst van services waarvan de container afhankelijk is.
  9. Typ in het tekstvak Alias een beschrijvende naam van de service of een door komma's gescheiden lijst met services.
  10. Klik op Opslaan.