Met ingang van versie 7.0 zijn sommige maak-, lees-, bijwerk-, en verwijderbewerkingen beperkt. Als u in vorige versies in uw werkstroom deze bewerkingen gebruikte, werken ze niet langer in 7.0 en hoger. U kunt uw werkstromen bijwerken naar de ondersteunde bewerkingen of u kunt de bewerkingen die u nodig heeft opnieuw inschakelen.

Over deze taak

Wilt u de bewerkingen opnieuw inschakelen, dan moet u de bewerkingen die u wilt inschakelen verwijderen uit het bestand operations.properties. U vindt een lijst met bewerkingen in het bestand onder Verboden bewerkingen.

Procedure

  1. In het keuzemenu in vRealize Orchestrator selecteert u Ontwerpen.
  2. Klik op de weergave Bronnen.
  3. In de bronnenhiërarchie vouwt u Bibliotheek > VCAC > Hulpmiddel uit.
  4. Maak een reservekopie en wijzig het bestand operations.properties.
    1. Klik met rechts op operations.properties en selecteer Opslaan naar bestand.
    2. Sla een kopie op als reservekopie.
    3. Maak een nieuwe kopie en verwijder de bewerkingen die u opnieuw wilt inschakelen.
    4. Sla het nieuwe bestand op.
  5. Vervang het bestaande bestand in vRealize Orchestrator.
    1. In vRealize Orchestrator klikt u met rechts op de map Hulpmiddel en klikt u op Bronnen importeren.
    2. Blader naar de nieuwe versie van het bestand operations.properties en klik op Openen.
    3. Klik op Een keer vervangen om de gewijzigde versie op te slaan.
  6. Start de vRealize Orchestrator-server opnieuw op.
  7. Selecteer het bestand operations.properties en klik op het tabblad Viewer.
  8. Controleer dat de bewerkingen die u inschakelt niet langer aanwezig zijn in het bestand.

Resultaten

De bewerkingen die u uit het bestand hebt verwijderd, werken nu in uw oudere werkstromen.

Volgende stappen

Wanneer u nieuwe werkstromen maakt, vermijd dan het gebruik van de verboden bewerkingen.