Wanneer u een omgeving of netwerk onderhoudt, moet u mogelijk een ander IP-adres toewijzen aan een bestaande vRealize Automation IaaS Windows-server.

Voordat u begint

  • Als het IP-adres van de vRealize Automation-toepassing moet worden gewijzigd, doet u dat eerst. Zie Het IP-adres van de vRealize Automation-toepassing wijzigen.

  • Maak als voorzorgsmaatregel momentopnamen van vRealize Automation-toepassingen en IaaS-servers.

  • Controleer in een consolesessie als rootgebruiker voor de vRealize Automation-toepassing de vermeldingen in het bestand /etc/hosts.

    Zoek naar adrestoewijzingen die in strijd zijn met het nieuwe IP-adresplan en breng de nodige wijzigingen aan.

    Herhaal het proces voor het bestand Windows\system32\drivers\etc\hosts op alle IaaS-servers.

  • Sluit de toepassing vRealize Automation.

  • Stop alle vRealize Automation-services op IaaS-servers.

Procedure

  1. Meld u aan bij de IaaS-server met een account dat beheerdersrechten heeft.
  2. Wijzig het IP-adres in Windows.

    Zoek naar het IP-adres in de Windows-netwerkadapterinstellingen onder de IP-eigenschappen.

  3. Vernieuw uw lokale DNS met de wijzigingen.

    Door de DNS te vernieuwen, zorgt u ervoor dat de IaaS Windows-servers elkaar kunnen vinden en dat u opnieuw verbinding kunt maken met een Windows-server wanneer uw verbinding is verbroken.

  4. Onderzoek het volgende bestand in een teksteditor op de Manager Service-host.

    installatiemap\vCAC\Server\ManagerService.exe.config

    De standaardinstallatiemap is C:\Program Files (x86)\VMware.

    Controleer IP-adressen of FQDN's van vRealize Automation-toepassingen en IaaS Windows-servers.

  5. Onderzoek het volgende bestand in een teksteditor op alle IaaS Windows-servers.

    installatiemap\vCAC\Management Agent\VMware.IaaS.Management.Agent.exe.Config

    Controleer het IP-adres of de FQDN van de vRealize Automation-toepassing.

  6. Meld u aan bij de SQL Server-host.
  7. Controleer of het adres van de opslagplaats correct is geconfigureerd voor gebruik van FQDN in de kolom ConnectionString.

    Bijvoorbeeld: open SQL Management Studio en voer de volgende query uit.

    "SELECT Name, ConnectionString FROM [databasenaam].[DynamicOps.RepositoryModel].[Models]"

  8. Start de vRealize Automation-toepassing.
  9. Start vRealize Automation-services op IaaS-servers.
  10. Controleer in de logboekbestanden of Agent, DEM Worker, Manager Service en Web-hostservices zijn gestart.
  11. Meld u aan bij vRealize Automation als gebruiker met de rol Infrastructuurbeheerder.
  12. Navigeer naar Infrastructuur > Controle > Gedistribueerde uitvoeringsstatus en controleer of alle services actief zijn.
  13. Test op een correcte werking door de toepassingsservices te controleren, de inrichting te testen of de tool vRealize Production Test te gebruiken.