vRealize Automation ondersteunt het beheer van bronnen in externe datacenters.

Als u vSphere-, HyperV- of Xen-bronnen in externe datacenters wilt beheren, implementeert u de proxyagent op een virtual machine in het externe datacenter.

Opmerking:

Het onderstaande diagram bevat een voorbeeld van een vSphere-implementatie. Voor andere endpoints is geen aanvullende configuratie vereist.

Omdat vRealize Orchestrator-werkstromen mogelijk communiceren via een WAN, volgt u de best practices die zijn beschreven in de vRealize Orchestrator Coding Design Guide.

Tabel 1. Vereiste poorten voor WAN-communicatie

Rol

Inkomende poorten

Uitgaande poorten service/systeem

vRealize Automation-toepassing - inclusief ingesloten vRealize Orchestrator

N.v.t.

vSphere-endpoint: 443

ESXi-hosts: 903

Load balancer vRealize Automation Infrastructure

Proxyagent vRealize Automation Infrastructure: 443

N.v.t.

Webserver vRealize Automation Infrastructure

N.v.t.

vSphere-endpoint: 443

Load balancer vRealize Automation Infrastructure Manager

Proxyagent vRealize Automation Infrastructure: 443

N.v.t.

DEM-werkerservers vRealize Automation Infrastructure

N.v.t.

Endpoint: **varieert

* Als DEM-werkers zijn geïnstalleerd op de Manager Service-machine of een andere server, moet deze poort zijn geopend tussen die machine en het doelendpoint.

** De poort die is vereist voor communicatie met een extern endpoint varieert afhankelijk van het endpoint. Voor vSphere is dit standaard poort 443.

Figuur 1. Configuratie van meerdere sites voor vRealize Automation