Op de pagina Microsoft SQL Server configureert u de vRealize Automation IaaS SQL-database. In de IaaS-database worden ingerichte machines, gekoppelde elementen en beleidsregels geregistreerd.

Instelling

Beschrijving

Servernaam

Voer de FQDN van de SQL Server-host in. Dit kan een IaaS Windows-server of een afzonderlijke server zijn. Als u een poortnummer of een benoemde instantie moet opgeven, gebruikt u de indeling FQDN,Poort\Instantie.

Databasenaam

Accepteer de standaard van vra of voer een andere naam voor de IaaS-database in.

Nieuwe database maken

Laat de database in de installatiewizard maken.

Deze optie werkt alleen als het account dat de Management Agent op de primaire IaaS-webserver uitvoert, de rol sysadmin in SQL heeft.

Bestaande, lege database gebruiken

Laat de database niet in de installatiewizard maken.

Als u de database afzonderlijk maakt, moeten de Windows-gebruikers- of SQL-gebruikersreferenties die u opgeeft de dbo-bevoegdheid in de database hebben.

Standaardinstellingen

(Alleen nieuwe database) Schakel deze optie uit als u een alternatieve opslaglocatie wilt gebruiken voor IaaS-gegevens- en -logbestanden.

Als de optie is uitgeschakeld, voert u directory's in voor gegevens (MDF) en logboeken. Uw SQL Server-serviceaccount moet over schrijfbevoegdheden voor de directory's beschikken.

SSL voor databaseverbinding gebruiken

Versleutel verbindingen met de database. Als u deze optie wilt gebruiken, moet u uw SQL Server-host voor SSL afzonderlijk configureren. Daarnaast moet de host van IaaS Web Server en Manager Service het SSL-certificaat van uw SQL Server-host vertrouwen.

Windows-verificatie

Schakel deze optie alleen uit als u SQL-verificatie in plaats van Windows wilt gebruiken.

Als deze optie is uitgeschakeld, voert u SQL-verificatiereferenties in.

Installatiepad

Laat deze optie uitgeschakeld als u de standaardlocatie %ProgramFiles(x86)%\VMware wilt accepteren of voer een alternatieve locatie in.

  • vRealize Automation-bestanden worden niet ge├»nstalleerd op de SQL Server-host. Deze worden op de primaire IaaS-webserver geplaatst.

  • Als u meerdere IaaS-onderdelen op dezelfde Windows-machine installeert, installeert u deze allemaal in hetzelfde installatiepad.