Een systeembeheerder gebruikt External Provisioning Infrastructure (EPI)-agenten om Citrix-inrichtingsservers te integreren en om het gebruik van Visual Basic-scripts in het inrichtingsproces in te schakelen.

Locatie en verificatiegegevens voor installatie

Installeer de agent op de PVS-host voor Citrix Provisioning Services-instanties. Controleer of de installatiehost voldoet aan Citrix Agent Host-vereisten voordat u de agent installeert.

Hoewel een EPI-agent doorgaans kan communiceren met meerdere servers, vereist Citrix Provisioning Server een speciale EPI-agent. U moet één EPI-agent installeren voor elke Citrix Provisioning Server-instantie, en daarbij de naam opgeven van de server die deze host. De verificatiegegevens waaronder de agent wordt uitgevoerd moeten administratieve toegang hebben tot de Citrix Provisioning Server-instantie.

Raadpleeg de Ondersteuningsmatrix voor vRealize Automation voor informatie over ondersteunde versies van Citrix PVS.

Citrix Agent Host-vereisten

De PowerShell- en Citrix Provisioning Services-SDK moeten op de installatiehost geïnstalleerd zijn voordat de agent wordt geïnstalleerd. Raadpleeg de Ondersteuningsmatrix voor vRealize Automation op de VMware-website voor meer informatie.

Controleer of Microsoft PowerShell is geïnstalleerd op de installatiehost vóór de agentinstallatie. De vereiste versie is afhankelijk van het besturingssysteem van de installatiehost. Zie Microsoft Help en ondersteuning.

U moet er ook voor zorgen dat de PowerShell-module geïnstalleerd is. Raadpleeg voor meer informatie de Citrix Provisioning Services PowerShell Programmer's Guide op de Citrix-website.

Het MS PowerShell-uitvoeringsbeleid is ingesteld op RemoteSigned of Unrestricted. Zie Het PowerShell-uitvoeringsbeleid instellen op RemoteSigned.

Voor meer informatie over het PowerShell-uitvoeringsbeleid, voert u help about_signing of help Set-ExecutionPolicy uit op de PowerShell-opdrachtprompt.