U installeert de update in de vRealize Automation 7.1 of 7.2 virtual appliance en IaaS-onderdelen.

Voordat u begint

  • Verifieer of u een downloadmethode hebt geselecteerd en de update hebt gedownload. Zie vRealize Automation-toepassingsupdates downloaden.

  • Zie Back-up maken van uw bestaande vRealize Automation 7.1- of 7.2-omgeving voor alle omgevingen met hoge beschikbaarheid.

  • Controleer voor omgevingen met load balancers of u alle redundante knooppunten hebt uitgeschakeld en de statuscontroles hebt verwijderd. Raadpleeg uw load balancer-documentatie voor informatie.

    • vRealize Automation-toepassing

    • IaaS-website

    • IaaS Manager Service

  • Controleer voor omgevingen met load balancers of het verkeer alleen naar het primaire knooppunt wordt geleid.

  • Controleer of de IaaS-service waarvoor Microsoft Internet Information Services (IIS) als host fungeert, wordt uitgevoerd door de onderstaande stappen te volgen:

    1. Voer de URL https://webhostname/Repository/Data/MetaModel.svc in om te verifiëren dat de online opslaglocatie wordt uitgevoerd. Als dit het geval is, worden er geen fouten geretourneerd en ziet u een lijst met modellen in XML-indeling.

    2. Meld u aan bij de IaaS-website en controleer of de status OK wordt gemeld in de Repository.log-bestandsrecords. Het bestand bevindt zich in de VCAC-basismap op /Server/Model Manager Web/Logs/Repository.log.

      Opmerking:

      Voor een gedistribueerde IaaS-website meldt u zich aan bij de secundaire website, zonder MMD, en stopt u Microsoft IIS tijdelijk. Om ervoor te zorgen dat het load balancer-verkeer alleen via het primaire webknooppunt gaat, controleert u de MetaModel.svc-connectiviteit en start u Microsoft IIS opnieuw.

  • Controleer de status van alle IaaS-knooppunten door de volgende stappen uit te voeren:

    1. Ga naar de beheerconsole van uw primaire virtuele toepassing door de volledig gekwalificeerde domeinnaam te gebruiken, https://va-hostname.domain.name:5480.

    2. Meld u aan met de gebruikersnaam root en het wachtwoord dat u hebt opgegeven bij het implementeren van de toepassing.

    3. Selecteer vRA-instellingen > Cluster.

    4. Controleer onder Laatst verbonden het volgende.

      • De IaaS-knooppunten in de tabel hebben een laatste verbindingstijd van minder dan 30 seconden.

      • De virtual appliance-knooppunten hebben een laatste verbindingstijd van minder dan 10 minuten.

      Als alle IaaS-knooppunten niet met de vRealize Automation-toepassing communiceren, mislukt de upgrade.

      Om connectiviteitsproblemen tussen de Management Agent en de virtual appliance te detecteren, voert u de volgende stappen uit.

      1. Meld u aan bij elk IaaS-knooppunt dat niet is weergegeven of waarvoor een tijdwaarde bij Laatst verbonden is ingesteld die groter is dan 30 seconden.

      2. Raadpleeg de Management Agent-logboeken om te zien of er fouten zijn geregistreerd.

      3. Als de Management Agent niet wordt uitgevoerd, start u de agent opnieuw in de Services-console.

    5. Let op in de tabel opgenomen verweesde knooppunten. Een verweesd knooppunt is een dubbel knooppunt dat wordt vermeld, maar niet bestaat op de host. U dient alle verweesde knooppunten te verwijderen. Zie Verweesde knooppunten verwijderen op vRealize Automation voor meer informatie.

  • Als u een virtuele replicatoepassing hebt die niet langer deel uitmaakt van het cluster, moet u die verwijderen uit de clustertabel. Als u deze toepassing niet verwijdert, wordt tijdens het upgradeproces een waarschuwingsbericht weergegeven dat de replica-update is mislukt.

  • Controleer of alle opgeslagen en in behandeling zijnde aanvragen zijn voltooid voordat u de upgrade uitvoert.

  • Als u handmatig een upgrade uitvoert op de de IaaS-onderdelen nadat u de vRealize Automation 7.1- of 7.2-toepassing hebt bijgewerkt, raadpleegt u Beheeragents uitsluiten van de upgrade. Als u handmatig een upgrade wilt uitvoeren op IaaS, moet u alle IaaS-services, met uitzondering van Management Agent, op elk IaaS-knooppunt stoppen.

Over deze taak

Sluit de beheerconsole niet tijdens het installeren van de update.

Zie Problemen oplossen met het uitvoeren van een upgrade van vRealize Automation 7.1 of 7.2 naar 7.3 als u problemen ondervindt tijdens het upgraden.

Opmerking:

Tijdens de upgrade van Management Agent op de IaaS-virtual machines wordt er in uw Trusted Publishers-certificaatopslag tijdelijk een openbaar VMware-certificaat opgeslagen. Het upgradeproces van Beheeragent maakt gebruik van een PowerShell-script dat met dit certificaat is ondertekend. Als de upgrade is voltooid, wordt het certificaat verwijderd uit uw certificaatopslag.

Procedure

  1. Open de beheerconsole van de vRealize Automation-toepassing.

    Open voor een gedistribueerde omgeving de beheerconsole in de mastertoepassing.

    1. Ga naar de beheerconsole van uw virtuele toepassing door de gekwalificeerde domeinnaam te gebruiken, https://va-hostname.domain.name:5480.
    2. Meld u aan met de gebruikersnaam root en het wachtwoord dat u hebt ingevoerd bij het implementeren van de toepassing.
  2. Klik op Services en controleer of alle services zijn geregistreerd.
  3. Selecteer vRA-instellingen > Database en controleer of deze toepassing de vRealize Automation-mastertoepassing is.

    U installeert de update alleen op de vRealize Automation-mastertoepassing. Elke vRealize Automation-replicatoepassing wordt bijgewerkt met de mastertoepassing.

  4. Selecteer Update > Status.
  5. Klik op Updates controleren om te zien of een update beschikbaar is.
  6. (Optioneel) : Klik bij instanties van vRealize Automation op Details in het gebied Toepassingsversie om informatie over de locatie van de releaseopmerkingen te bekijken.
  7. Klik op Updates installeren.
  8. Klik op OK.

    Er verschijnt een bericht dat aangeeft dat de update wordt uitgevoerd. Wijzigingen die tijdens een upgrade worden aangebracht, worden op de pagina Samenvatting update weergegeven. De tijd die nodig is om de update te voltooien, is afhankelijk van uw omgeving en netwerk.

  9. (Optioneel) Als u de update gedetailleerder wilt bekijken, gebruikt u een terminalemulator om u aan te melden bij de primaire toepassing. Controleer het bestand updatecli.log op /opt/vmware/var/log/vami/updatecli.log.

    U vindt aanvullende informatie over de upgradevoortgang in deze bestanden.

    • /opt/vmware/var/log/vami/vami.log

    • /var/log/vmware/horizon/horizon.log

    • /var/log/bootstrap/*.log

    Als u zich tijdens het upgradeproces afmeldt, kunt u de voortgang van de update blijven volgen in het logbestand. In het bestand updatecli.log wordt mogelijk informatie weergegeven over de versie van vRealize Automation waarvan u de upgrade uitvoert. De weergegeven versie wordt later in het upgradeproces ververst om de actuele versie weer te geven.

  10. Als de update van de vRealize Automation-toepassing is voltooid, klikt u op Systeem > Opnieuw opstarten in de beheerconsole.

    In een gedistribueerde omgeving worden alle replicatoepassingsknooppunten waarop met succes een upgrade is uitgevoerd, opnieuw opgestart als u de mastertoepassing opnieuw opstart.

    De IaaS-update wordt gestart wanneer het systeem wordt geïnitialiseerd en alle services actief zijn. Klik op Update > Status om de voortgang van de IaaS-upgrade te bekijken.

  11. Als de IaaS-update is voltooid, klikt u op Cluster in de beheerconsole van de toepassing en controleert u of het versienummer 7.3 is voor alle IaaS-knooppunten en -onderdelen.
  12. Klik op Telemetrie in de beheerconsole van de toepassing. Lees de opmerking over deelname aan het CEIP-programma (Customer Experience Improvement Program) en geef aan of u wilt deelnemen aan het programma of niet.

    Details over de gegevens die via het CEIP worden verzameld en het doel waarvoor deze worden gebruikt door VMware vindt u bij het Trust & Assurance Center op http://www.vmware.com/trustvmware/ceip.html.

    Zie Deelnemen aan het CEIP-programma (Customer Experience Improvement Program) voor vRealize Automation voor meer informatie over het CEIP-programma.

Volgende stappen

Als in uw implementatie een load balancer wordt gebruikt, voert u de volgende stappen uit.

  1. Upgrade elk load-balancerknooppunt om vRealize Automation-statuscontroles te gebruiken.

  2. Schakel het load balancer-verkeer opnieuw in voor alle niet-verbonden knooppunten.

Als het upgraden van de IaaS-onderdelen mislukt, raadpleegt u De IaaS-serveronderdelen afzonderlijk upgraden als het updateproces mislukt.