Als u uw sjablonen, images van Amazon-machines of momentopnamen bijwerkt naar de laatste versie van de bootstrapagent voor Windows Software of als u de bootstrapagent voor Linux Software handmatig bijwerkt naar de laatste versie zonder het script prepare_vra_template.sh te gebruiken, moet u alle bestaande versies en bijbehorende logboeken verwijderen.

Linux

Als u het script prepare_vra_template.sh uitvoert voor Linux-referentiemachines wordt de agent opnieuw ingesteld en worden eventueel aanwezige logboeken voorafgaand aan de nieuwe installatie verwijderd. Als u echter van plan bent de installatie handmatig uit te voeren, moet u zich als hoofdgebruiker aanmelden bij de referentiemachine en de opdracht uitvoeren om de artefacten opnieuw in te stellen en te verwijderen.

/opt/vmware-appdirector/agent-bootstrap/agent_reset.sh

Windows

Voor Windows-referentiemachines verwijdert u zowel de bestaande Software-agentbootstrap als de gastagent van vRealize Automation 6.0 of hoger en eventueel aanwezige runtime-logboekbestanden. Voer in een PowerShell-opdrachtvenster de opdrachten uit om de agent en artefacten te verwijderen.

c:\opt\vmware-appdirector\agent-bootstrap\agent_bootstrap_removal.bat
c:\opt\vmware-appdirector\agent-bootstrap\agent_reset.bat