Aangepaste eigenschappen zijn eigenschappen die worden geleverd door vRealize Automation. U kunt ook zelf eigenschappen definiëren. Eigenschappen zijn naam-waardeparen die worden gebruikt om kenmerken van een machine op te geven of om standaardspecificaties te overschrijven.

U kunt aangepaste eigenschappen gebruiken om verschillende inrichtingsmethoden, machinetypes en machineopties te beheren, zoals in de volgende voorbeelden:

  • Een bepaald type van gastbesturingssysteem opgeven.

  • WIM-gebaseerde inrichting inschakelen, waarin een Windows Imaging File Format (WIM)-installatiekopie van een referentiemachine wordt gebruikt om nieuwe machines in te richten.

  • De werking van Remote Desktop Protocol aanpassen wanneer verbinding met een machine wordt gemaakt.

  • Een virtual machine registreren bij een XenDesktop Desktop Delivery Controller (DDC)-server.

  • De systeemspecificaties van een virtual machine aanpassen, zoals het toevoegen van meerdere schijfstations.

  • Het gastbesturingssysteem voor een machine aanpassen, bijvoorbeeld door opgegeven gebruikers op te nemen in bepaalde lokale groepen.

  • Netwerk- en beveiligingsinstellingen opgeven.

  • Voeg aanvullende besturingselementen toe, zoals vervolgkeuzemenu's, om invoer- en selectieopties beschikbaar te maken voor de consument op het moment van aanvraag.

Wanneer u een eigenschap toevoegt aan een blueprint, reservering of een ander formulier, kunt u opgeven of de eigenschap moet worden versleuteld en of de gebruiker moet worden gevraagd een waarde op te geven bij het inrichten. Deze opties kunnen niet worden overschreven tijdens het inrichten.

Zie de blogpost Adding a Network Selection Drop-Down in vRA 7 voor een voorbeeld van de manier waarop aanvullende besturingsopties kunnen worden gebruikt voor het dynamisch instellen van aangepaste eigenschappen op basis van voorgedefinieerde opties die door een consument in een lijst kunnen worden geselecteerd.

Een eigenschap die in een blueprint is opgegeven, overschrijft dezelfde eigenschap die in een eigenschapsgroep is opgegeven. Hierdoor kan een blueprint de meeste eigenschappen in een eigenschapsgroep gebruiken zelfs wanneer deze in beperkte mate verschilt van de eigenschapsgroep. Een blueprint die bijvoorbeeld een standaardeigenschapsgroep voor ontwikkelaarswerkstations opneemt, kan de instellingen voor Engels (VS) in de groep overschrijven met instellingen voor Engels (Groot-Brittannië).

U kunt eigenschappen in reserveringen en bedrijfsgroepen toepassen op een groot aantal machines tegelijk. Hun gebruik is doorgaans beperkt tot specifieke doeleinden voor hun bronnen, zoals resourcebeheer. De kenmerken van de machine die moet worden ingericht, worden doorgaans opgegeven door eigenschappen toe te voegen aan blueprints en eigenschapsgroepen.