Wanneer u het standaard gegenereerde formulier van een XaaS-blueprint bewerkt, kunt u een vooraf gedefinieerd, nieuw element toevoegen aan het formulier. Als u een standaard gegenereerd veld bijvoorbeeld niet wilt gebruiken, kunt u het verwijderen en vervangen door een nieuw veld.

Voorwaarden

Procedure

  1. Selecteer Ontwerpen > XaaS > XaaS-blueprints.
  2. Klik op de XaaS-blueprint die u wilt bewerken.
  3. Klik op het tabblad Blueprintformulier.
  4. Sleep een element van het deelvenster Nieuwe velden en zet het neer op het deelvenster Formulierpagina.
  5. Voer de id van een werkstroominvoerparameter in in het tekstvak Id.
  6. Voer een label in in het tekstvak Label.

    Labels worden op de formulieren weergegeven voor consumenten.

  7. (Optioneel) : Selecteer een type voor het veld in het vervolgkeuzemenu Type.
  8. Voer een vRealize Orchestrator-object in in het tekstvak Entiteittype en druk op Enter.

    Deze stap is niet vereist voor alle veldtypen.

    Optie

    Beschrijving

    Resultaattype

    Als u een scriptactie gebruikt om een externe waarde te definiëren voor het veld, voert u het resultaattype van uw vRealize Orchestrator-scriptactie in.

    Invoerparameter

    Als u het veld gebruikt om invoer van consumenten te accepteren en parameters terug door te geven aan vRealize Orchestrator, voert u het type voor de invoerparameter in dat is geaccepteerd door de vRealize Orchestrator-werkstroom.

    Uitvoerparameter

    Als u het veld gebruikt om informatie aan consumenten te tonen, voert u het typen voor de uitvoerparameter van de vRealize Orchestrator-werkstroom in.

  9. (Optioneel) : Selecteer het selectievakje Meerdere waarden om consumenten toe te staan meer dan één object te selecteren.

    Deze optie is niet beschikbaar voor alle veldtypen.

  10. Klik op Indienen.
  11. Klik op Bijwerken.

Volgende stappen

U kunt het element bewerken door de standaardinstellingen te wijzigen en verschillende beperkingen of waarden toe te passen.